menu

Hier kun je zien welke berichten Theunis als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Salvaje, El - Guillermo Arriaga (2016)

Alternatieve titel: De Ontembare

4,0
Een zogenaamde dikke pil die lijst als een trein. Een onvervalste page turner. Leven op het scherpst van de snede met de wolf als metafoor. Hoe tem je een wolf? Hoe worstel je je door een leven waarin dood en verderf om zich heen grijpt als hongerige jager? De hoofdpersoon, Juan Guillermo, vraagt het zich af:

“Ik groeide op met het idee dat ik mijn leven lang in een halfdierlijke, ontembare staat zou blijven hangen. En termijn mijn broer in zijn jonge jaren altijd Carlos de Moedige wilde zijn, wilde ik Juan Guillermo de Ontembare zijn.”

Aan de andere, koude kant van de wereld, tussen sneeuw en ijs, volgen we Amaruq.

“Hoog op een berg bespiedde Amaruq de wolf en zijn roedel, tot ze uit het zicht verdwenen tussen de bomen. Hij besloot hem Nujuaqtutuq te noemen: ‘de Ontembare’.”

Beide verhalen lopen in elkaar over, complementeren elkaar en komen op een mooi beschreven manier bij elkaar. De verhaallijnen tuimelen bijna over elkaar heen soms, vechtend om verteld te worden. Het zorgt voor spannende cliffhangers en een hoog leestempo. Gelukkig biedt het verhaal voldoende diepgang waardoor het niet slechts bij spanning blijft. Soms balanceert het op het randje, lijkt het iets te gemakkelijk en alleen maar om de actie waardoor mijn aandacht even leek te verslappen. Maar de rauwe overlevingsdrang waarin de hoofdpersonen zich door het leven moeten slepen vergoedt dan veel. Je kunt gewoon niet stoppen met lezen en voor je het weet ben je door de honderden bladzijden heen.

Short Reign of Pippin IV: A Fabrication, The - John Steinbeck (1957)

Alternatieve titel: De Korte Regering van Pepijn IV

4,0
geplaatst:
Frankrijk zat weer eens zonder regering. De nu nog historische conferentie van partijleiders werd bijeengeroepen. Alle partijen waren vertegenwoordigd: De Conservatieve Radicalen, De Radicale Conservatieven, De Christelijke Atheïsten, De Christelijke Communisten, noem ze maar op. Er werd besloten dat Frankrijk een koning zou krijgen. Niet omdat iedereen in een monarchie gelooft, maar meer omdat alle partijen dachtener een slaatje uit te kunnen slaan op het moment dat de koning weer afgezet zou gaan worden. Nu moest er nog een koning gevonden worden. Dat gingvrij rap. Zo kon het gebeuren dat Pepijn Arnulf Héristal, Pepijn IV, tegen zijn zin, koning werd. En er was niets wat hij daartegen kon doen.

“Tijdens zijn lange en langzame zwerftocht is het meer dan waarschijnlijk, dat zijn gedachten, als ratten in een laboratoriumdoolhof, elke mogelijke uitweg zochten, paden, doorgangen en holletjes doorsnuffelden, om telkens hun neus te stoten tegen het kippegaas van de feiten. Steeds opnieuw stootte hij zijn mentale neus tegen het gaas aan het einde van een veelbelovend gangetje en stond voor het feit. Hij was koning en er was geen middel om zich daaraan te onttrekken.”

Het eerste gedeelte van het boek is hilarisch. Regelmatig schoot ik in de lach. Op de achterflap van de Salamander-editie van dit boek staat geschreven: “Er is wijsheid zowel als humor in deze komische satire, die Steinbeck evenveel genoegen moet hebben verschaft als de lezer nu kan beleven.” Het schrijfplezier springt inderdaad van de bladzijden.

Naarmate het boek vordert is er meer ruimte voor Steinbeck’s wijsheden en bekende thema’s. Zo komt de koning tegen het einde van het boek een oude man tegen die een standbeeld uit het water vist. Er zijn jongeren die het standbeeld steeds van zijn voetstuk halen. De koning vraagt zich af waarom de mensen doen wat ze doen. De oude, wijze man geeft simpelweg aan: mensen doen wat ze moeten doen. Dan is er daar de oeroude Steinbeck vraag: goed of slecht? De man antwoord hulpeloos: “Het zijn alleen maar mensen.”

Meer onmiskenbare wijsheden komen naar voren. Steinbeck maant iedere historicus tot kalmte als ze zich afvragen waar toch de onrust vandaan komt als het goed gaat.

“Het is de tendens van het menselijk wezen voorspoed te wantrouwen. In slechte tijden hebben we het veel te druk met onze persoonlijke veiligheid. Daartoe zijn wij uitgerust. Het enige waartegen ons ras hulpeloos is, is voorspoed. Eerst verbaast het ons, dan worden we bang, dan boos en tenslotte worden wij erdoor vernietigd.”

De koning belandt dus op de troon en kent, zoals ieder staatshoofd, tijden van voor- en tegenspoed. Om hem heen verzamelen zich een aantal prachtige personages. Zo is er de Amerikaanse vriend van zijn dochter. Op deze manier weet Steinbeck ook de Amerikaanse politiek ruimte te geven in het boek. Zo brengt hij de Amerikaanse haat tegen het socialisme naar voren, maar tegelijkertijd zegt hij dat veel grote bedrijven eigenlijk heel socialistisch te werk gaan. De Pont, General Motors, U.S. Steel. Ze doen alles om hun werknemers tevreden te stellen. Ze hebben medische zorg, ongevallenverzekering en betaalde vakanties. “Dit maakt,” stelt Steinbeck, “dat het Gouvernement van de Verenigde Staten er uitziet als een absolute monarchie. Zo sterk zelfs, dat wanneer de regering van de V.S. een tiende probeerde te doen van wat General Motors doet, General Motors een gewapende opstand zou beginnen.”

Socialistische megabedrijven in een kapitalistisch systeem waar de overheid geen controle op heeft. Ik moest toch even denken aan KLM. Mijn zoveelste Steinbeck en opnieuw is hij zelfs in deze satire af en toe angstig actueel.

Inmiddels, dat mag geen verrassing meer zijn, is Steinbeck mijn favoriete schrijver. Ik heb Grapes of Wrath nog op de blank liggen. Af en toe twijfel ik: zal ik er aan beginnen? Ik kan het nog steeds uitstellen. Het idee dat ik straks alles al het grote werk heb gelezen schrikt me een beetje af. Gelukkig heb ik voorlopig voldoende alternatieven. Nog even wachten dus. Nog even.

Skvernyj Anekdot - Fjodor Dostojevski (1862)

Alternatieve titel: Een Nare Geschiedenis

4,0
De stijl van Dostojevski, klassiek verhalend, met lange, elegante zinnen, wemelend van psychologische en filosofische overpeinzingen, die stijl is betoverend. Het is alsof de tijd er amper vat op heeft. Dit was weer een mooi werk. Kort, maar zeer de moeite waard. Het vertelt het verhaal van een man vanuit de hogere klasse die in humaniteit gelooft en daarmee denkt aan te kunnen sluiten bij de mensen van een lagere klasse en de rest van het verhaal vertelt wat er gebeurt als hij dit na een impulsief besluit probeert te bewijzen. Prachtig!

Smert Ivana Iljitsja - Lev Tolstoj (1886)

Alternatieve titel: De Dood van Iwan Iljitsj

4,0
Misschien wel een van de grootste angsten die je als mens kan hebben: er achter komen dat je een betekenisloos leven hebt geleid. Ivan Iljits vraagt zich al stervende af wat zijn leven voor betekenis heeft gehad. Heeft hij niet altijd dat gedaan wat op dat moment juist was? Tolstoj brengt het leven van de stervende man in beeld, eerst vlak na zijn dood, door de reacties op zijn dood uit zijn omgeving, vervolgens zijn levensgeschiedenis en in het bijzonder, het moment vanaf zijn ziekte tot zijn dood. Het is een tijdloos verhaal geworden. De schrijver lijkt zich in het hoofd van de zieke man te hebben genesteld. Zelden heb ik iets gelezen dat zo dichtbij kwam, dat de gedachtes en de pijn van een ter dood veroordeelde zo tragisch nauwkeurig beschrijft. Als lezer benauwde het me, deed het me af en toe letter puffen en dan weet je dat je goede literatuur leest.

Behalve dat is het ook het alledaagse wat het tijdloos en dus weer bijzonder maakt. Bijvoorbeeld hoe het is als je een nieuwe woning betrekt:

“En zo begon het leven in de nieuwe woning, waarin, zoals dat altijd gaat, toen ze er goed en wel woonden toch nog net één te kort was, en met het nieuwe inkomen dat, zoals dat altijd gaat, toch net een beetje – zo’n vijfhonderd roebel – te krap was, en het ging heel goed. (…) Toen er niets meer te regelen viel werd het wat saai, het was of ze wat misten, maar toen kwamen er nieuwe kennissen en nieuwe gewoonten, en het leven vulde zich.”

Dit lijkt zo eenvoudig geschreven, maar het is zo dodelijk raak, zoals zoveel zinnen, zoveel passages precies goed zijn. Het boek komt uit 1886 maar zou ook nu geschreven kunnen zijn omdat Tolstoj (zoals ook Dostojevski dat kon) de essentie weet te raken. Ja, en zoveel woorden heb je dan niet nodig om iets historisch neer te zetten.

Spijkerschrift - Kader Abdolah (2000)

4,0
geplaatst:
“Ergens in de diepte van die grot, in het donder op de zuidelijke wand staat een tafereel gebeiteld. Het is meer dan drieduizend jaar oud. Een spijkerschrift dat in de rots geslagen is, waar tijd, wind, zon en regen het niet kunnen bereiken. Deze inscriptie is een bevel van de eerste Perzische koning. Een geheim dat niet te ontcijferen is.”

De doofstomme Aga Akbar krijgt een bevel van zijn oom: kijk goed naar de tekst en schrijf het op.

“(Aga Akbar) keek naar het spijkerschrift en probeerde alle spijkerfiguurtjes een voor een in zijn boekje te tekenen. Drie bladzijden vol.”

Aga Akbar had het schrijven nodig volgens zijn oom.

“Ik merkte dat het hoofd van Aga Akbar zinnetjes maakte, verhalen schiep.”

Later, nadat hij in een uitermate vervelende situatie terecht is gekomen, blijkt dat Aga Akbar een boekje bij zich had en dat hij daarin schreef.

“Het was alsof een kind honderden spijkertjes had getekend.”

Langzaam ontvouwd zich het verhaal van Aga Akbar. Kader Abdolah heeft in het begin al uitgelegd dat de alwetende verteller het boek in zal leiden en zal afsluiten. In het midden komt Aga Akbar’s zoon aan het woord, Ismaiel. Hij probeert, in Nederland, uitkijkend over de polder, het spijkerschrift van zijn vader te ontcijferen.

“Wat hij geschreven heeft, is ook mijn geschiedenis. Dus als ik zijn schrift een beetje kan ordenen in de Nederlandse taal, kan ik makkelijker in deze nieuwe samenleving verdergaan.”

Hoe en waarom Ismaiel in Nederland is terecht gekomen is dan nog niet duidelijk. Tijdens het lezen van het boek wordt dat wel duidelijk. Door de hoofdpersonen zien we de noodlottige geschiedenis van Iran.
Abdolah heeft een prettige schrijfstijl. Je hoort hem bijna tot de lezer spreken af en toe. In de volgende passage toont hij de liefde van Ismaiel voor zijn vader en blikt hij tegelijkertijd alvast vooruit op wat de lezer nog op zijn pad gaat tegenkomen.

“In dit hoofdstuk ga ik mijn vader niet in de bergen achterna, ik laat hem even gaan, laat hem doen wat hij wil en laat hem slapen bij wie hij wil, laat hem een beetje bijkomen, want hem wacht nog een moeilijke tijd. Dus ik laat hem met rust, ik ga iets anders vertellen tot hij terug is.

Of, verderop in het boek, deze combinatie van zinnen:

“Soms moet je gewoon geduld hebben. Als iets niet lukt, moet je het even met rust laten. Zo geef je het leven de ruimte om zelf een uitweg te vinden.”

Zet maar op een tegeltje, of in de Flow. Op deze elegante, treffende en op het oog simpele manier worden ook de (geo)politieke veranderingen in het land geschetst.

“Onze afgelegen stad, die in de greep van de imams was, was nu verdeeld tussen de Amerikanen die een nieuwe raffinaderij bouweden, de Duitsers die onze spoorwegen wilden vernieuwen, de Nederlanders die kanalen voor ons groeven en de Russen die met een grote tractorfabriek bezig waren.”

Het landschap speelt ook een rol. Het verschil tussen de Hollandse polder en het onherbergzame landschap van Iran. Daar waar spijkerschrift in de kloof gebeiteld is, daar ligt een andere wereld. De wereld van Damawand, de berg die de mens nietig maakt.

“De route langs die eeuwenoude sneeuw, die aparte kou op je huid, de geur en kleur van de oude vulkaanmond, die dikke laag ijs moet je zelf gaan ruiken, zien en beleven.”

Zoals vaker in het boek, laat Abdolah hierin ook dichters aan het woord. Veelal zijn het ook de Nederlandse dichters die Ismaiel helpen om de taal te leren. Hier, gaat het om het eeuwenoude lied over de berg:

“Damawand! Majesteit. U, de oude Perzische trots, laat ons zo sterk zijn als u bent.”

Je op Wikipedia gaan zoeken naar de geschiedenis van Iran. Er zal veel over geschreven zijn. De kracht van een roman als deze is dat je voelt wat deze geschiedenis met de mensen in het land doet, hoe ze het ervaren, wat het werkelijk betekent. En zie dan de hoofdpersoon uit het raam naar de Nederlandse polders staren. Zie hem dan zijn best doen om de taal onder de knie te krijgen. Voel wat het land van herkomst voor hem betekent en altijd zal blijven betekenen.

Station, Het - Joris van Casteren (2015)

3,0
Leuk. Leuk voor tussendoor. Een caleidoscoop aan figuren komt voorbij lopen over het station. Van Casteren weet tot de in krochten door te dringen. Hij spreekt zonderlinge figuren die Amsterdam Centraal hun thuis noemen, haalt kolderieke anekdotes op bij ervaren spoorwegpersoneel en hij duikt in het verre verleden van het station. Omdat het bij flarden van verhalen blijft wist het me niet helemaal te pakken, maar wegleggen wilde ik het nooit. Daarvoor waren de kleine verhalen, hoe triest soms ook, te vermakelijk.

Stephen Florida - Gabe Habash (2017)

3,5
Overdonderd werd ik door de eerste pagina’s van Stephen Florida. In Your Face! Dit is een statement. Dit is het neerzetten van een karakter die schijt heeft aan de wereld, aan wat anderen mogen denken. “Ergens in een uithoek van de Verenigde Staten, waar niemand me kan zien, verander ik in een woest kwijlend wezen om te krijgen wat ik wil hebben.” Dit woest kwijlend wezen heeft als doel om worstelkampioen te worden en daar gelooft hij heilig in. De eerste tientallen pagina’s ramt hij voort, waardoor je zelfs als kritisch lezer bijna zou twijfelen aan zijn onoverwinnelijkheid. Op Trumpiaanse wijze heeft hij lak aan de wereld. Of toch niet helemaal? Als hij het over zijn Mary Beth heeft verandert er iets. “Er zijn tien miljard vrouwen op aarde geweest die zich uitrekten, praatten, zich krabden, lachten, aten, boerden, en geen daarvan maakte zo’n indruk als Mary Beth. Elke stap in haar leven drukt de aarde aan, alsof ze meer lucht opzuigt dan alle anderen.” Na tachtig bladzijden wordt iets van zijn geschiedenis duidelijk en weer even later is de onoverwinnelijkheid een overschatting, een overlevingsstrategie. De stijl slaat de lezer murw en in de loop van het verhaal, als ook Stephen Florida kwetsbaar blijkt, is dat ook wat er met mij als lezer gebeurde. Na het overweldigende begin sloeg ik de bladzijden aan het einde van het boek iets minder enthousiast om en bleef ik ietwat teleurgesteld achter.

Sweet Thursday - John Steinbeck (1954)

Alternatieve titel: Goede Donderdag

4,5
Je moet goed opletten, lijkt Steinbeck te willen zeggen. “Een oppervlakkige toeschouwer”, schrijft hij ergens, “dacht misschien dat Cannery Row uit een aantal aparte, egocentrische eenheden bestond, die elk op zichzelf functioneerden zonder zich aan de andere te storen.” Goede Donderdag is de tweede roman over Cannery Row, een stadsdeel in Monterey, Californië. Eerder las ik het eerste deel, mijn kennismaking met Steinbeck. Ik las een welhaast plotloos verhaal waar zonderlinge figuren vergeefse pogingen doen iets van het leven te maken. Steinbeck schrijft liefdevol over ze, doet je zelfs wensen dat je een van hen bent, een van die arme buitenbeentjes. In dit verhaal laat Steinbeck opnieuw de kanslozen schitteren. Een aantal van de hoofdpersonages maakt opnieuw een opwachting. Zoals protagonist Doc, een zeebioloog die zich lijkt te verliezen in de wetenschap, omdat hij “alles (wil) vergaren wat (hij) ooit (heeft) gezien, gedacht en geleerd.” Hij wil “dat reduceren (en) in onderling verband brengen en verfijnen”, totdat hij iets van betekenis en nut heeft. Maar het wil hem naar niet lukken. Doc is ongelukkig, voelt een knagende ontevredenheid. Hij heeft “het warm genoeg, maar (hij) huivert.” Hij heeft iets nodig dat hem van zijn beproevingen bevrijdt. Hij ontmoet een ziener, iemand die gelooft dat de zon niet kan ondergaan zonder dat hij hem. Dat geeft hem het gevoel nuttig te zijn. De ziener lijkt Doc ook niet te kunnen helpen. Doc’s vrienden maken zich zorgen. Ze denken dat hij liefde nodig heeft, een meisje. Halverwege het verhaal is er een meisje binnen komen wandelen. Vanzelfsprekend opnieuw een excentriekeling, iemand wiens leven niet over rozen is gegaan. Er komt vaart in het verhaal. Steinbeck heeft ruimte gecreëerd, heeft zichzelf de vrijheid gegeven om zijn meesterschap te tonen. In beschrijvingen van de natuur, altijd een belangrijk onderdeel van zijn decor en, zoals eerder genoemd, in de tedere beschrijvingen van de buitengewone personages van wie je ondertussen bent gaan houden.