menu

Hier kun je zien welke berichten Theunis als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Reflections in a Golden Eye - Carson McCullers (1941)

Alternatieve titel: Spiegelingen in een Gouden Oog

4,0
Sinds het geweldige en tot nu toe ongeëvenaarde The Heart is a Lonely Hunter ben ik een enorme liefhebber van de verhalen van Carson McCullers. Ook dit verhaal is weer prachtig. Inmiddels is het recept van McCullers bekend. De verhalen spelen zich af in het diepe Zuiden van Amerika. Eenzaamheid en frustraties van haar hoofdrolspelers zijn alom vertegenwoordigd. Maar hieraan voegt McCullers altijd iets eigens toe, iets van warmte, iets liefdevols, waardoor je van haar karakters gaat houden. Je kunt ondanks hun schimmigheid, vuile spelletjes of onhandigheid altijd sympathiek voor ze opbrengen.

Zo is een van de hoofdrolspelers een simpele soldaat genaamd Williams. Alles wat hij doet lijkt hem te overkomen. In zijn ogen schuilt de blik van een mak dier. Maar zijn invloed is in het verhaal groot. Hij voelt zich aangetrokken door de bloedmooie, en ietwat domme, vrouw van de kapitein die op zijn beurt weer gevoelens heeft voor de vrijers van zijn vrouw. Opmerkelijk en bijzonder knap: in de eerste alinea's van het verhaal geeft McCullers een deel van haar plot prijs, een subtiele hint naar iets dat ze in de rest van het verhaal uitwerkt en dat pas op de laatste bladzijde volledig uitgewerkt is, maar als lezer heb je het continu in je achterhoofd. Het duwt het verhaal voort en binnen no-time, smullend van haar prachtige stijl, heb je het verhaal uit.

Een voorbeeld wil ik hier achter laten, een voorbeeld om van te smullen. In deze woorden omschrijft McCullers de geest van de soldaat: "De geest is als een bontgeweven tapijt waarin de kleuren afkomstig zijn van de waarnemingen van de zintuigen en het patroon het produkt is van de kronkelingen van het intellect. De geest van soldaat Williams was doortrokken van allerlei vreemd getinte kleuren, maar er zat geen lijn in, geen patroon". Om je vingers, spreekwoordelijk dan, bij af te likken.

Remains of the Day, The - Kazuo Ishiguro (1989)

Alternatieve titel: De Rest van de Dag

4,5
Voordat ik mijn waardering voor dit boek uitzet, moet ik iets opbiechten, een schuldgevoel dat tijdens het lezen uitgroeide tot redelijke proporties. Als ik van tevoren had geweten dat dit boek gedragen werd door zo een indrukwekkende schrijfstijl, met een dermate elegante en nauwkeurige doorspekt met haarfijne finesses - of, om met de hoofdpersoon van het verhaal te spreken: ‘waardigheid’ –, dan had ik het boek natuurlijk in de oorspronkelijke taal gelezen: het Engels. En dan had ik de zinnen af en toe luidop en op zijn Brits uitgesproken, zodat ze niet alleen in mijn verbeelding hoorbaar waren. Maar ja, ik heb de Nederlandse vertaling gelezen. Zo, dat is eruit. Nu kunnen we verder, want ondanks die handicap heb ik van het boek genoten.

We volgens de ik-persoon, Mr. Steven, een Engelse butler op weg naar een oud medewerkster die hij wil overtuigen om weer terug te komen naar Darlington Hall. Tijdens de reis die een aantal dagen in beslag neemt, dagen waarop hij voor het eerst sinds tijdens eens vrijaf heeft, beschrijft hij zijn geschiedenis. Om de toon te zetten zet hij ten eerste zijn visie op het butlerschap uiteen en daarmee wordt meteen duidelijk met wie we te maken hebben. Een rationele man op zoek naar ultieme waardigheid, geïnspireerd door een vader die ook butler was en tegen wie hij zijn hele leven heeft opgekeken. Er ontstaat een verhaallijn waarin langzaam maar zeker duidelijk wordt wat er achter de rationele analyse van Mr. Steven schuilgaat.

Wat zo knap is aan het schrijven is dat Ishiguro Mr. Stevens niet de woorden heeft gegeven om de strijd die zich achter zijn waardigheid lijkt af te spelen – de strijd waarin het gevoel zich slechts sporadisch door de nagenoeg onbreekbare muur van de ratio weet te wurmen – te omschrijven of misschien zelfs te bevatten. Hij mist het daarom niet, maar als lezer kun je je wel voorstellen dat je in sommige situaties zoveel meer zou kunnen voelen. Zo is er de vader-zoon-relatie die zo zakelijk, zo “waardig” is, dat het af en toe schrijnend is. Maar toch is deze op het eerste gezicht zo gevoelloze relatie toch vol liefde, vol menselijkheid, maar is de manier waarop die liefde wordt getoond iets wat alleen zij van elkaar begrijpen. Ik begrijp dat deze omschrijving heel cryptisch is, dat het weinig betekenis heeft als je het boek niet gelezen hebt. Misschien volstaat daarom een ander voorbeeld: de zoektocht van Mr. Stevens naar wat hij andere mensen heeft zien doen, mensen die “een hartelijk contact met elkaar weten te bewerkstelligen”. Dit heeft volgens Stevens te maken met “een vaardigheid in het schertsen”. Hij vraagt zich af of het misschien wel tijd wordt dat hij zich “met meer geestdrift aan die kwestie van het schertsen (moet gaan) wijden. Immers”, zegt hij, “welbeschouwd is het zo’n dwaze bezigheid nog niet, zeker niet als het waar is dat scherts de sleutel is tot menselijke warmte”. Na dit boek kan het niet anders dan dat je van Mr. Stevens houdt.

Over het plot zal ik verder niets verklappen, maar tot slot wil ik nog wel kwijt dat het boek een mooie indruk geeft van het Britse denken in een moeilijke periode in de recente geschiedenis (Mr. Stevens maakt doorslaggevende diplomatieke bespreking tussen beide wereldoorlogen van dichtbij mee). Op geniepige wijze worden ook de schreeuwerige Amerikanen in een hoekje gezet.

Van begin tot eind heb ik genoten van dit boek en wie weet, om terug te komen bij waar ik begon, zal ik het boek ooit eens ga lezen in de taal waarin ik hem had moeten lezen.

Road to Los Angeles, The - John Fante (1983)

Alternatieve titel: De Weg naar Los Angeles

4,0
Mijn vijfde Fante en opnieuw ben ik enthousiast. Arturo Bandini, de hoofdpersoon in veel andere boeken van Fante, is in dit boek opstandig, zelfingenomen en laatdunkend tegenover alles en iedereen. Arturo walgt van de domheid, de van iedereen om zich heen. "Broeinest(en) van stupiditeit." Hij is een Übermensch, een groot schrijver die door de wereld nog ontdekt moet worden. Of zoals hij het zelf zegt: Het instinct om te schrijven is altijd latent in mij aanwezig geweest. Nu is het bezig met het proces van de metamorfose. Het tijdperk van overgang is nu ten einde. Ik sta op de drempel van expressie."

Bandini gebruikt continu grootse woorden, moeilijk taalgebruik, zinnen waar zijn omgeving nog niet eens de helft maar kan begrijpen. Het levert vaak hilarische dialogen op. Waar er in eerdere boeken nog onschuldiger gedroomd werd van een glorieuze toekomst, heeft Bandini nu geen enkel ontzag voor zijn omgeving. Voor het eerst zie ik heel duidelijk hoe hij Bukowski heeft geïnspireerd.

Er moet na de dood van zijn vader geld verdiend worden, dus moet hij aan het werk. En als hij dan weer een baan heeft, duurt het maar even voordat hij weer op zoek moet. Hij heeft geen enkel ontzag voor de fabrieksarbeiders en zijn bazen. Zo is het ook als hij Shorty Naylor ontmoet, baas in een fabriek. "Hij leek deel uit te maken van de vreemde, uitgestrekte eenzaamheid van de fabriek. Hij hoorde erbij als een dwarsbalk in het dak." Prachtig, zoals de stijl bij Fante altijd prachtig is. Met een paar simpele woorden weet hij een gevoel op te roepen dat boekdelen spreekt. Ik sluit af met een laatste voorbeeld over het verstrijken van de tijd. "De dagen wilden maar niet in beweging komen. Ze stonden daar als grijze stenen."

Fante is en blijft een van mijn favoriete schrijvers.