menu

Hier kun je zien welke berichten Theunis als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Laat Het Stil Zijn - Femke Brockhus (2017)

2,5
Veel witregels, met weinig woorden en in poëtische zinnen een bijna onbeschrijfelijke gebeurtenis woorden geven. Voordat ik ga zeggen wat ik ga zeggen moet ik zeggen dat ik in dit genre niet goed thuis ben. Of ik dit boek op waarde kan schatten is dus de vraag. Hoe dan ook, het kon me niet bekoren. Ik voelde het niet, ondanks de schrijnende situatie waar de hoofdpersonen zich in bevonden. Het raakte me niet. In een dergelijke rauwe werkelijkheid zeggen mij beschrijvingen van de werkelijkheid meer dan de vage droomwereld van een van de twee zussen in dit boek.

Ik denk dat ik niet overal context bij nodig heb, dat ik deze vorm van literatuur erg kan waarderen, maar deze roman doet het niet voor mij. Helaas.

Land Houdt van Stilte, Het - Fieke Gosselaar (2018)

3,5
Fieke Gosselaar weet heel goed waarover ze schrijft. De manier waarop ze de lezer onder de huid laat kruipen van de hoofdpersonen en waarop ze de omgeving afschildert waar ze in leven, het op eerste oog lege, troosteloos kale noorden van Groningen, getuigd van uitstekend schrijverschap. Het verhaal dat zich steeds verder maar bijna achteloos ontwikkelt toont de bescheidenheid van de noorderling. Het laat zien dat je je onder die grootse hemel en die weidse landerijen nietiger voelt dat je je als stedeling kunt voorstellen. En zoals het een bescheiden noorderling betaamt, laat ze dit niet meteen zien, maar neemt ze hiervoor de tijd. Als lezer wordt dit ook van je gevraagd. Als je daar het geduld voor hebt gaat er een goed verstopte wereld voor je open.

Largesse of the Sea Maiden, The - Denis Johnson (2018)

Alternatieve titel: De Gulheid van de Zeemeermin

4,0
Soms blijft er na het lezen van een boek één woord hangen. Een woord dat voldoende over het boek en de schrijver zegt. Bij dit boek, het laatste boek van Denis Johnson is dat: onnavolgbaar. Onnavolgbaar vanwege de stijl die inventief is, uitmuntend, dynamisch - de verhalen lijken alle kanten op te vliegen - maar toch uitermate beheerst is. Het is alsof Johnson volledig boven de materie van het korte verhaal staat waardoor hij er meespeelt alsof het de wind is die de bladeren optilt en weer neerlegt waar ze het wil.

De bundel bestaat uit vijf verhalen. Meteen bij het eerste verhaal, het titelverhaal, grijpt Johnson de lezer bij de strot. Een gezelschap spreekt over het hardste geluid dat ze ooit gehoord hadden, om vervolgens over het stilste wat ze ooit gehoord hebben over te gaan. Iemand zegt dat “het stilste wat hij ooit had gehoord de landmijn was die zijn rechterbeen afrukte in (..) Afghanistan”. De hoofdpersoon in dit verhaal wordt door zijn eerste of tweede vrouw gebeld, daarvan is hij na het gesprek niet meer zeker. Ze zegt dat ze stervende is en ze wil hem vertellen wat haar nog op hart ligt en wat ze nooit heeft kunnen zeggen.

Vanwege de zwakte van haar stem en mijn eigen gonzende geschoktheid door het nieuws, evenals de situatie om haar been terwijl ze tegen me probeerde te praten over deze heel belangrijke gebeurtenis – mensen die kwamen en gingen en het geluid van een beademingsapparaat, nam ik aan -, kon ik me nu, een kwartier na het begin van dit telefoontje, toen ik opnam en wist ik opeens niet meer van welke reeks vergrijpen ik spijt had, was ik er niet meer zeker van of dit stervende afscheid dat me in oprecht berouw op mijn knieën knuppelde naast de keukentafel Virginia betrof, of Jennifer.

Zoals wel vaker in de bundel wordt je als lezer continu heen en weer geschud tussen de lezing en percepties van de hoofdpersonages die meer dan eens de halve waarheid zijn.

Ik zou meer voorbeelden kunnen geven, maar dat zou de lading niet dekken. Het boek verdient gelezen te worden. Wat nog wel gezegd moet worden is dat Denis Johnson zich tijdens het schrijven zeer bewust moet zijn geweest van zijn naderende einde. Het einde van het laatste, prachtige verhaal over een man die in een theorie is gaan geloven over een dubbelganger van Elvis, is bijna een laatste groet aan zijn lezers. Ik plaats het hier niet, natuurlijk niet. Ik zou teveel prijsgeven.

Last Night - James Salter (2005)

Alternatieve titel: Laatste Nacht

4,0
Opnieuw een prima ervaring met het lezen van Salter. Na Light Years en Dusk mijn derde Salter, de tweede verhalenbundel. Het grote thema van Salter blijkt opnieuw de mislukking van de liefde, of beter: de onmogelijkheid van de oneindige liefde. In ieder verhaal is er een minnaar of zijn de relaties mislukt of staan te mislukken. Er springt niet echt een verhaal bovenuit. Alle verhalen zijn degelijk, goed geschreven. Een mooie bundel korte verhalen om iets van de kracht van Salter te leren kennen.

Lean on Pete - Willy Vlautin (2010)

Alternatieve titel: De Ruwe Weg

4,0
Mijn vierde Vlautin en opnieuw overtuigde Vlautin. Het recept is inmiddels bekend: er is een hoofdpersoon levend aan de rauwrandjes van de samenleving, iemand waarvoor de 'normale' regels van de Land of the Free niet gelden. De hoofdpersoon, in dit verhaal Charley Thompson, komt de nodige rampspoed tegen, maar blijft hoop houden.

De kracht van Vlautin ligt in het in detail vertellen wat de hoofdpersoon meemaakt, zonder dat de hoofdpersoon stil staan of stil kan staan bij wat hem overkomt. Charley, in dit verhaal, weet niet beter dan dat dit zijn leven is. Het leven overkomt hem en niemand in zijn omgeving kan hier iets aan veranderen. Charley vindt alleen bij dieren, vooral het paard Lean on Pete, een luisterend oor. Vlautins stijl lijkt buitengewoon simpel, maar het schrijven vanuit het oogpunt van een vijftienjarige die meemaakt wat hij meemaakt is lastig genoeg. Het lukt de schrijver om nergens sentimenteel te worden en ten allen tijde realistisch te blijven. Wat verder ook dit in boek mooi terugkomt zijn de kleine anekdotes die tussen de scènes door worden beschreven.

Het boek werkte verslavend en toen ik eenmaal was begonnen wist ik dat ik het snel uit zou hebben. Het is wachten op een volgend boek van Vlautin. Alles wat hij tot nu toe schreef heb ik gelezen. Gelukkig gaat hij zijn tijd besteden aan het schrijven en gaat hij stoppen met zijn band Richmond Fontaine (ook al luister ik graag naar hun muziek).

Let the Great World Spin - Colum McCann (2009)

Alternatieve titel: Laat de Aarde Draaien

4,0
Een aantal jaren geleden zag ik een documentaire over Phillipe Petit en hoe hij koorddansend tussen de Twin Towers een droom waarmaakte. De actie zelf is literatuur. Zeker nadat McCann deze gebeurtenis als rode draad door zijn boek laat lopen.

Het boek leest bijna als een verhalenbundel, maar alle verhalen worden ingenieus in elkaar verweven. We lezen hoe de levens van uiteenlopende hoofdpersonen elkaar raken, we leren ze kennen doordat ze zelf aan het woord worden gelaten door McCann. Hier schuilt een deel van de kracht van het boek, maar hierdoor kent het ook zijn zwaktes omdat enkele personages geweldig uit de verf komen en een enkeling iets minder. Verder maakt het dat de tijd niet chronologisch loopt. Dit geeft McCann de kans om niet de gebeurtenissen het verhaal te laten bepalen, maar de manier waarop de verschillende personages deze gebeurtenissen ervaren. Soms pakt dit geweldig uit omdat je als lezer ineens een gebeurtenis anders bekijkt. Soms neemt dit ook de spanning weg waardoor tijdens het tweede deel mijn aandacht iets verslapte.

Het zijn details, want in grote lijnen ben ik vrij enthousiast over het boek. De schrijfstijl van McCann is bij vlagen subliem. Met een paar woorden, zonder al te veel details te geven, weet McCann een gevoel op te roepen, weet hij ruimte te creëren die de lezer zelf kon worden ingevuld. Daarbij komt hij een vaak met een paar prachtige filosofische uitspraken. Iedereen weet waar hij vandaan komt wanneer hij weet waar hij begraven wil worden.

De laatste bladzijden waren een genot om te lezen. McCann maakt een sprong in de tijd en weet in een paar bladzijden dertig jaar te overbruggen. Als lezer realiseer je je hoe weinig er in dertig jaar is veranderd in Amerika. Prachtig gedaan.

Let's Go (So We Can Get Back). A Memoir of Recording and Discording with Wilco, Etc. - Jeff Tweedy (2018)

4,5
Het begint nog zo rustig. De zanger loopt met een akoestische gitaar naar de microfoon. Het zacht tokkelen begint en even later klinkt de beheerste, breekbare stem van Jeff Tweedy. Als je even niet oplet heb je de eerste signalen van het dreigende al gemist. I dreamed about killing you again last night and it felt alright to me. Terwijl de muziek lieflijk, onschuldig voortkabbelt, een slide gitaar en de zachte toetsen van een piano doen zijn intrede, zingt de zanger, alsof het niets betekent, rustig verder. Your cold, hot blood, ran away from me to the sea. Bij het volgende couplet is het bloed weggespoeld, maar is er nog steeds iets van weemoed, zwaarmoedigheid. En dan gebeurt het. Als je het liedje niet eerder live hebt gehoord vraag je je af wat er in hemelsnaam gebeurt, als je het vaker hebt gehoord voel je je intens geluk of een weerzinwekkende walging. Want je kunt er niet meer omheen nu. Of je houdt ervan of je vindt het verschrikkelijk. Want nadat het nummer twee minuten argeloos onderweg was naar een alleraardigst, maar ietwat clichématig singer-songwriter-nummertje, slaat het noodlot toe. Het is alsof de bliksem inslaat, alsof er noodlottig onweer dwars door de apparatuur scheurt. Even weet er niet wat je overkomt, vraag je je af wat er met alle muzikanten aan de hand is, want ze slaan het nummer aan gort. Jeff Tweedy ondertussen, tokkelt rustig verder, je hoort door het oorverdovende geluid dat de band produceert nog steeds die breekbare stem kalmpjes doorzingen. I know I'll make it back, one of these days and turn on your TV. Even plotseling als het kwam, is de demonische ruis verdwenen en is alles weer normaal, is de zanger er weer, onverstoorbaar spelend op zijn gitaar, zingend alsof er niets is gebeurd.

Toen ik dit nummer van Wilco voor het eerst live hoorde werd ik verliefd op de band. Wat ik over dit boek over de zanger van de band, Jeff Tweedy, ga vertellen zal daarom niet helemaal objectief zijn, vrees ik. Hoe objectief kun je als lezer nog zijn als je zo veel naar zijn muziek hebt geluisterd, als hij via de muziek al onderdeel is geworden van wie je zelf bent. Wat bij het lezen van het boek meteen op valt is dat Tweedy schrijft alsof hij op het podium staat en het gesprek aangaat met de zaal, iets wat hij, zeker in kleinere zalen, graag lijkt te doen. Wat ook op valt is zijn hoge mate van zelfbewustzijn. Het is alsof hij hier en daar op meta-niveau naar Jeff Tweedy kijkt. Soms neemt hij afstand van zichzelf, laat hij de lezer hem als personage in de autobiografie van afstandje bekijken, door een gesprek tussen hem en zijn vrouw over wat hij wel of niet in het boek zou moeten komen te transcriberen. Niet zelden neemt hij zichzelf hierin ook op de hak, niet te serieus. Tweedy is openhartig over alles: zijn verslaving aan pijnstillers, de breuk met Jay Farrar, de relatie met zijn ouders. Het is voor fans daarom een prachtig boek. Het is alsof hij voor je zit om jou zijn verhaal te vertellen. Je zit als lezer op de eerste rij en het voelt als een privilege.

Voor een buitenstaander zijn niet alle delen interessant. Wat maakt het iemand die Uncle Tupelo (Tweedy’s band voor Wilco) niet kent uit waarom Jay Farrar niet verder wilde met Tweedy? Voro een buitenstaander kan het wel interessant zijn wat Tweedy schrijft over bijvoorbeeld inspiratie, dat je dat niet zomaar uit de lucht komt vallen, dat het niet is zoals soms wordt gedacht dat je erop moet wachten. Nee, als je de gitaar niet in je hand neemt komt er niets. Je moet er voor blijven werken. Je moet blijven luisteren, blijven lezen en dan, alleen dan, is inspiratie volgens Tweedy zelfs grenzeloos. Ook interessant zijn Tweedy’s gedachtes over het overtuigen van iemand. “You can’t just tell somebody they’re wrong. (..) So keep asking them questions, not in a confrontational way, but with sincere curiosity. Give people enough rope, and they’ll hang themselves. They’ll eventually realize that they don’t know what the fuck they’re talking about.” Goed idee, lijkt me. Dat is iets wat ze in Amerika nodig hebben.

Ja, en verder is het toch voornamelijk interessant voor de Tweedy liefhebber, denk ik. De verhalen over zijn vader zijn persoonlijk, maar universeel. Wat hij vertelt over de samenwerking met zijn zoon zijn prachtig, maar voegen voor een Tweedy-leek verder weinig toe. En wat hij zegt over het schrijven van liedjes, dat hij ze mooier vindt als ze nog niet af zijn, als ze als idee in zijn hoofd ontstaan en hun glans verliezen zodra het een liedje wordt, is leuk om te lezen, maar vooral leuk omdat het iets zegt over de liedjes die je als liefhebber al kent. Desalniettemin, zou ik het boek ook aanraden voor de muziekliefhebber die iets minder met Wilco heeft. Gewoon omdat dit boek je kan helpen om te ontdekken wat je nog niet hebt ontdekt. Dat Tweedy een geniale liedjesschrijver is, een authentieke figuur die in de muziekwereld van tegenwoordig veel te vaak ontbreekt.

Levensberichten - Sander Kollaard (2018)

4,0
geplaatst:
Een prachtig, rijk boek. Rijk aan verbeeldingskracht, origineel, geestverruimend bijna. Het zijn een zestal korte verhalen die flirten met de realiteit en tegelijkertijd alle ruimte bieden voor filosofische uitstapjes. Een combinatie die heel goed werkt en gevoed wordt door de prachtige schrijfstijl waarin de weergaloze zinnen, die zelden overdrijven en veel vaker precies de juiste snaar raken, elkaar doorlopend afwisselen. De verhalen staan zelden op zichzelf, smelten samen met andere verhalen en creëren op een speelse manier ruimte voor elkaar. Bovendien is er ruimte om grote schrijvers als Pessoa te citeren en in de verhalen te vervlechten zonder dat ze afbreuk doen aan de verhalen zelf. Ja, ik heb genoten van deze verhalen en ik ben van plan meer van Sander Kollaard te gaan lezen de komende tijd.

Light Years - James Salter (1975)

Alternatieve titel: Lichtjaren

4,5
Wat een weergaloos boek. Nedra en Viri leven een luxueus leven, zijn succesvol, hebben twee mooie kinderen, ze hebben niets te vrezen. Ze hebben het leventje waar zoveel mensen naar streven. Maar wat heb je dan uiteindelijk? Wat betekent het? Kun je dan simpelweg gelukkig zijn? Salter beschrijft hun leven vanaf het punt waarop ze aan de top staan, het punt waarop er carrière is gemaakt, het punt waarop ze in een prachtig huis wonen, samen met de kinderen. De melancholie schittert vanaf het begin van de bladzijden.

Kinderen zijn onze oogst, onze akkers, onze aarde. Het zijn vogels die in het donker worden losgelaten. (...) , ze zullen de top zien. Wij geloven daarin, de glans die afstraalt van de toekomst, van dagen die wij niet zullen zien.

Salter heeft weinig woorden nodig om een decor te schetsen. Door een paar zinnen, een paar woorden soms, ben je als lezer steeds heel dichtbij.

De middag was mild, weids. Een lichte bries voerde de stemmen mee, zodat ze op een afstand van zeven meter mysterieus werden; je zag de gesprekken, de woorden gingen verloren.

De schrijfstijl van Salter is werkelijk prachtig. Het leest erg gemakkelijk, ondanks de soms zware melancholie. Ik las het boek in een (drukke) week uit. Zo nu en dan, als een verfrissende windvlaag, komen er een paar filosofische zinnen voorbij, die je als lezer bijna achteloos aan je voorbij kan laten gaan. Maar zoals een frisse wind je kan doen huiveren, zo kunnen ook deze wijsheden je raken.

Het leven deelt zich in door middel van littekens als de jaarringen bomen. Hoe dicht opeen lijken de oudste littekens, door de tijd samengedrongen, zodat twintig jaren niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.

Hoe kunnen we ons verbeelden hoe ons leven moet zijn als het niet verhelderd wordt door het leven van anderen?

Alles begrijpen is niets liefhebben.

Ook de karakters worden mooi beschreven, ook de bijrollen. Ze zijn treffend, buitengewoon subtiel en beeldend beschreven.

Hij is jong, gracieus, vervuld van abrupte ideeën. Al wat in wording is overweldigt hem, brengt hem tot lange autoritten, doet hem overal op zoek gaan. Hem in rust te zien is hem even kunnen wegen en onderzoeken; anders is hij onbenaderbaar, hij draaft, lacht, verdwijnt achter het gezicht van de jeugd.

Een prachtboek, een geweldig schrijver. Ik hoop binnenkort weer iets van hem te gaan lezen.

Line Becomes a River, The - Francisco Cantú (2018)

Alternatieve titel: De Streep Wordt een Rivier

4,0
Cantú had zich verdiept in de grensproblematiek. Op papier. Hij wilde het wel eens aan den lijve ondervinden. Hoe kan je ooit iets begrijpen tenzij je het zelf hebt gevoeld? Pas met díe ervaring kun je ook daadwerkelijk iets meegeven en, wellicht, hopelijk iets veranderen. Hoopvol start hij bij de US Border Patrol. Snel leert hij op brute wijze wat er aan de grens gebeurd en dat hij als agent overgeleverd is aan het systeem.

“U bent straks weer terug in Mexico”, zegt Cantú tegen een oudere man die net gepakt is door Cantú en zijn collega’s. De man antwoordt: “Dat begrijp ik. (…) Ik wil alleen maar weten of ik iets kan doen tijdens het wachten, of ik kan helpen. Ik kan de vuilnis buiten zetten of de cellen schoonmaken. Ik wil u laten zien dat ik hier ben om te werken, dat ik geen slecht mens ben.” Cantú kijkt hem en er rest hem niets anders te zeggen dan: “Dat weet ik.”

In de 19e eeuw werd een groep landmeters naar de grens gestuurd. “Ze signaleerden dat bijna alle planten doorns hadden, dat er geen zoetgeurende bloemen waren en dat de meest voorkomende bomen en struiken een harsachtige lucht verspreiden.” Het was “een eenzaam en desolaat oord”. Dit is het land dat doorkruist moet worden voordat ze bij de grens zijn.

Inmiddels is de grensregio redelijk bekend, zeker nadat Trump zei dat hij een muur zou gaan bouwen en dat de Mexicanen de muur zouden gaan betalen. De verhalen van de vluchtelingen kennen we maar amper. Ook lokaal worden niet de werkelijk verhalen verteld. Tien jaar lang is de lokale berichtgeving onderzocht. Uit het onderzoek kwam naar voren dat er over migrantendoden zelden als persoon, als mens, werd bericht. Er werden metaforen gebruikt: zoals economische (schade, risico’s en gevolgen), gewelddadige (wraak van de kwade woestijn, gevolg van de oorlog aan de grens) en ontmenselijke (kat- en muisspel tussen de speurhonden van de Border Patrol die de vluchtelingen naar de grens lokken). Zoals altijd in mensonterende situaties speelt taal een grote rol. Of in andere woorden: nemen de mens in haar taal afstand van de ander.

Cantú beschrijft in het laatste deel van boek een verhaal van een vluchteling, zijn vriend José. Een man die in Amerika werkte en terug ging om zijn zieke moeder te bezoeken. Als de man terug wil komen is de vraag of dit gaat lukken. Misschien is dat wel het enige wat Cantú uiteindelijk kan doen: zijn ervaring op papier zetten en aan zoveel mogelijk mensen zíjn verhaal en het verhaal van de vluchtelingen laten horen. De grote aantallen aan doden zegt mensen gek genoeg niet zoveel. Pas als we ons kunnen identificeren met een eenling, als we het verhaal van die eenling horen, pas dan beginnen de aantallen tot ons door te dringen. “Elke dode staat voor een uniek, onvervangbaar leven”, schreef historicus Timothy Snyer over de genocide van Hitler en Stalin in Oost Europa. “Het is aan ons, wetenschappers, om te pogen deze aantallen in hun perspectief te plaatsen. Het is aan ons, als humanisten, om die aantallen weer in mensen te veranderen.” Hij citeert ook Carl Jung als hij zegt dat de “massastaat”, waarin we tenslotte meer en meer in gaan leven, “niet de bedoeling (heeft) om wederzijds begrip en het contact van mens tot mens te stimuleren. Zij streeft eerder naar deling.” Cantú wijst er via Jung op dat “we tegemoet komen aan de universele primitieve neiging om onze ogen te sluiten voor het kwaad en het ver van ons weg te duwen”. We sluiten ons af van de ander.

En juist die verhalen worden zo weinig verteld. Dit boek van Cantú is een oproep om die verhalen te vinden. Maar, weet hij, je moet een weg vinden om de verhalen te vinden, maar ten eerste moet je voorbij een “zwaarte” die mensen vaak wel voelden, maar het was te vaag om te bespreken. Cantú voelde dit, ook bij anderen, en vaak werd dat gevoel met “knikjes en stilte, met blikken en gebaren” gedeeld. Hoe vertel je het hele verhaal? Uiteindelijk vertelt hij het verhaal van José en zijn eigen ervaringen. Het is het enige wat hij kan doen. Verder is er alleen machteloosheid: “Het is een beetje alsof ik al die jaren rondjes heb gelopen om een reus en alleen maar op zijn voeten heb gelet. Maar nu voelt het alsof ik naar boven begin te kijken en eindelijk zie waardoor ik word verpletterd.”

Er zijn films nodig, series om empathie en bewustzijn te creëren voor de schrijnende situatie. Er zijn boeken nodig. We moeten de verhalen van de mensen gaan horen. Francisco Cantú geeft, zoals Valeria Luiselli dat deed, alvast een hoopvolle voorzet.

Livro do Desassossego - Bernardo Soares (1982)

Alternatieve titel: Het Boek der Rusteloosheid

5,0
Alles was ik hier noteer over dit boek zal op geen enkele manier recht doen aan de grootsheid van dit boek. Ik heb getwijfeld of ik überhaupt iets over dit boek zou moeten zeggen, omdat niets van wat ik te zeggen heb, ook maar in de buurt komt van er over het boek gezegd zou moeten worden. Daar heb ik simpelweg niet de woorden voor. De woorden die ik wel heb, dat dit het mooiste boek is wat ik ooit heb gelezen en misschien wel ooit zal gaan lezen, klinkt alweer clichématig en doet dit boek geen recht. Wanneer ik dan inhoudelijk zou moeten beschrijven waar het boek over gaat, kan ik alleen maar zeggen dat het boek fragmenten bevat die uit het diepste van de ziel van de schrijver opborrelen. Maar wat zegt dat? Ik kan een fragment plaatsen, een voorbeeld van de briljante manier van schrijven, die hen die het boek nog niet hebben gelezen, nieuwsgierig zouden kunnen maken. Ik zou kunnen zeggen dat je af en toe een slokje uit het boek moet nemen, dat je ervan moet genieten, dat je maanden, zo niet jaren over het boek zou moeten doen, omdat het anders te veel wordt. Maar wat ik ook zou doen, ik zou het boek tekort doen. Dus moet ik het hier maar bij laten. In de hoop dat je alleen door het boek te lezen weet wat bovenstaande woorden over het boek werkelijk betekenen.