menu

Hier kun je zien welke berichten Theunis als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Gestameld Liedboek: Moedergetijden - Erwin Mortier (2011)

4,5
Terwijl zijn moeder steeds meer taal verliest grijpt Mortier naar de taal om troost te zoeken? Om te begrijpen? De manier waarop Mortier tussen proza en poëzie zweeft past heel goed bij het proces waar moeder in zit: herinneringen komen bij vlagen terwijl moeder zich steeds minder herinnert. De taal is geweldig. Er worden veel metaforen gebruikt maar dat is nergens storend. Ze blijven me raken.

Het is absoluut geen boek dat je zomaar even uitleest ook al zou dat gezien de lengte wel degelijk kunnen. Na een twintigtal bladzijden ben je zo gegrepen door de treurnis dat je het boek wel even moet wegleggen. Je zou zomaar immuun kunnen worden voor de hartverscheurende taal als je te veel in één teug wilt innemen.

Na Bernlef en Geiger was dit het derde boek wat ik las over Alzheimer. Dit was zeker het meest aangrijpende boek. Tijdens het lezen moest ik opnieuw denken aan het idee dat Alzheimer en boeken elkaar zouden kunnen afstoten. Er zit een kloof tussen vergeten en opschrijven. Maar zo werkt het niet. Het is misschien wel bij uitstek een onderwerp om over te schrijven. De schrijver die de kloof probeert te dichten tussen vergeten en herinneren grijpt aan.

Gogo no Eiko - Yukio Mishima (1963)

Alternatieve titel: Een Zeeman door de Zee Verstoten

4,0
Een aantal jaren geleden had David Bowie op zijn website een lijst met zijn favoriete boeken geplaatst. Na zijn dood besloot ik deze lijst nog eens te raadplegen. De manier waarop hij zijn dood geregisseerd leek te hebben intrigeerde me en het kon toch niet zo zijn dat hij er nooit iets over gelezen had. Dat klopte. De lijst staat vol men boeken over de dood en vooral over manier om te sterven.

Zonder te veel te willen verklappen kan ik zeggen dat het boek één grote metafoor is voor iets waar de schrijver mee bezig moet zijn geweest. Ik wist dit pas na het lezen van het boek omdat het in het nawoord beschreven stond. De manier waarop Mishimi dit heeft gedaan is zo subtiel als zijn gebruik van metaforen in het boek. Hij is heel beeldend, strooit met wonderschone metaforen en vertelt het verhaal vanuit het gezichtspunt van moeder, zoon en stiefvader in wording waarbij je mee wordt gezogen in hun gedachtewereld. Prachtig boek.

En toch, toch is het verhaal te klein voor de volle mik. Vier sterren, desalniettemin.

Grand Central Belge. Voetreis door een Verdwijnend Land - Pascal Verbeken (2012)

4,0
Grand Central Belge, de spoorlijn waarmee België de voorloper wilde worden in Europa. Koning Leopold I wilde dat zijn land het eerste land zou zijn met een spoorlijn. Na Engeland dan. Het land dat zo bescheiden tussen de grootmachten in Europa ligt, het land dat bij het ontstaan al gedoemd was te mislukken ligt ten tijde van de voetreis van Verbeken in een crisis. Het wordt tijdens de wandeltocht het land dat recordhouder zal worden: het land dat het langste zonder zittende regering leeft.

Verbeken reist voornamelijk langs het verleden en als je zijn getuigen en zijn eigen weergave mag geloven, leeft heel België in het verleden. Het huwelijk tussen Vlaanderen en Wallonië is volgens hen nooit een gelukkig huwelijk geweest ondanks een aantal mooie uitzondering, voornamelijk dichtbij de tijdgrens. Verbeken start in Wallonië waar met name de geschiedenis in de mijnen zijn sporen laat zien. Naarmate hij dichterbij het noorden komt, merkt hij dat hij weinig kinderen buiten ziet spelen. Zouden ze niet allemaal voor de televisie zitten? Eén van de getuigen vraagt zich af of vroeger niet alles beter was? Nostalgie lijkt inderdaad een donkergrijs deken over het gehele boek te leggen. Natuurlijk gebeurden er ook vroeger verschrikkelijke dingen: er was honger, de veiligheid tijdens het werken in de mijnen was alles behalve gegarandeerd, er moest hard worden gewerkt, ook door kinderen. Maar, zoals één van de voorbijgangers Verbeken laat weten, vroeger was er eensgezindheid. En nu, nu viert individualisme hoogtij.

In een globaliserende wereld, in een Europa dat één moet worden, lukt het één van de kleinste landen zelfs niet om één land te worden. Wat is België? Wat is een Belg? In het midden van de 20e eeuw liet België migranten komen. Leren hoefden ze niet. Werken mochten ze wel. Nu, terwijl de volgende generatie in België opgroeit, worden ze massaal ontslagen. Zonder diploma, zonder toekomst, zonder verleden dwalen ze rond in een land dat maar geen natie kan worden. De volgende generatie voelt zich nergens verbonden. Ze zijn hier geboren, maar voelen zich nergens thuis.

Ik stuitte op dit boek een paar dagen na de aanslagen in Brussel. België heeft me altijd gefascineerd. Ik was altijd gecharmeerd van het gevoel van humor van de Belgen, de liefde voor het wielrennen, de bescheidenheid. Wij Hollanders schreeuwen onze harde klanken de wereld in, terwijl onze zuiderburen hun zachte wensen voorzichtig om zich heen fluisteren.
Maar het boek laat met name keerzijde zien. België leidt aan een minderwaardigheidscomplex, heeft last van een eeuwige identiteitscrisis waar het uit wil fietsen, maar hoe hard het ook trapt, de wind is altijd tegen, ze komen amper vooruit. Ik kan me na het lezen van het boek beter voorstellen hoe je moet voelen als Belg. Ik kan me ook voorstellen hoe moeilijk het moet zijn als je als nieuwe Belg, in een voorstad van Brussel moet wonen, zonder baan, zonder doel, zonder toekomst, zonder land.

Is er dan geen enkele hoop? Is er geen licht als ze vanuit de donkere mijn naar boven kijken? Het boek is een afscheid, spreekt in de verleden tijd. Verbeken spreekt ook veel oudere getuigen, weinig mensen met nieuwe hoop. Zijn ze er niet? Is hij ze niet tegengekomen?
De spoorlijn die voor eenheid moest zorgen wordt in ieder geval niet meer gebruikt. Auto’s scheuren voorbij. Alles is tijdelijk. Alles beweegt. De oude wereld staat stil. Een nieuwe lijkt zich te vormen. Volgens Abdul, een nieuwe Belg, bestaat de bevolking over een aantal jaren voor een groot deel uit nieuwe Belgen, wordt de rijkdom eerlijker verdeeld.

Steeds vaker, ook na het lezen van dit boek, heb ik het idee dat we in transitie zijn, op weg naar een nieuw evenwicht. Maar zal daarvan de prijs zijn? Tijdens het boek had ik het idee langs het verleden te wandelen, had ik het idee dat er aan het einde van de wandeltocht, aan het einde de spoorlijn geen toekomst lag, geen hoop. Kan België niet opnieuw de voorloper worden? Twee talen. Eén natie... Op dat moment moest ik even aan de Rode Duivels denken. Even maar.

Grande Peur dans la Montagne, La - Charles-Ferdinand Ramuz (1926)

Alternatieve titel: De Grote Angst in de Bergen

4,5
Het is twintig jaar nadat zich een drama op de berg heeft afgespeeld als een jeugdig en overmoedig voorzitter voorstelt om weer een groep naar de desbetreffende weide te sturen. Hij krijgt voldoende stemmers met zich mee. Slechts de ouderen, diegenen die zich alles nog zo goed kunnen herinneren, stemden tegen. Een zevental meldt zich aan om de bergen in te trekken en dan kan het beginnen. Dan heeft Ramuz voldoende ruimte in het plot geschapen, het verhaal is al bijna verteld, je kunt je er al alles bij voorstellen, om zijn stilistische kunsten te vertonen. Spelend met persoonlijke voornaamwoorden, wisselend van eerste naar derde persoon, met werkwoordstijden en vertelstandpunt creëert hij een sfeer die dan soms geruststellend nabij is en dan weer angstvallig ver weg. Het boek is nog steeds relevant omdat de vergelijking met de huidige tijdgeest gemakkelijk te maken is. Het decor, het onheilspellende gebergte dat niet te vertrouwen is, dat volgens sommigen gevreesd zou moeten worden, stelt dan met weinig voorstellingsvermogen de doemscenario’s van de dreigende gevolgen van de klimaatverandering voor. De personages wisselen in die vergelijking tussen de optimistische, hoopvolle en vooral naïeve populisten en de angstvallige, door schade en schande voorzichtig geworden conservatieven wiens waarschuwingen in de wind worden geslagen. Het boek ademt nietigheid. Wat stellen we als mens voor? Hoeveel greep hebben we op die imposante werelden om ons heen? Imposante literatuur, dat op het einde neemt het zelfs de gedaante van een heuse pageturner aanneemt, een eeuw geleden geschreven en pas recentelijk in naar het Nederlands vertaald waardoor je je eens te meer af gaat vragen wat er nog meer allemaal verborgen kan liggen achter vreemde talen, in stoffige, half vergeten bibliotheken.

Grote Verwachtingen: In Europa, 1999-2019 - Geert Mak (2019)

4,5
Tijd is de vriend en de vijand van de historicus. Vanuit de overzichtelijke zetel van het heden is al datgene wat in het verre verleden gebeurde een gegeven. Verbindingen dienen zich aan, oorzaak en gevolg vloeien in elkaar over en decennialange vraagstukken hebben in een paar pagina’s een antwoord gevonden. Hoe dichter echter de tijd de historicus nadert, hoe troebeler het zicht. Feiten en gebeurtenissen laten zich nog soepel beschrijven, maar consequenties zijn steeds moeilijk te overzien. Geert Mak zelf weet dit maar al te goed. Al vroeg in het boek beschrijft hij over de slimme geschiedenisstudent uit 2069 die over onze tijd zal gaan schrijven. Hij zou zo graag meekijken met hem. Wat schrijft hij over de tijd van nu? We ondergaan onze tijd, we doen wat we doen en de toekomst zal haar oordeel over ons vellen.

De voorganger op deze In Europa eindigde hoopvol, optimistisch. Het ging overal goed. Er lag een nieuwe eeuw vol voorspoed voor ons. We konden eindelijk afscheid nemen van de treurnis van de 20e eeuw. Slechts sporadisch werd er over het klimaat gesproken, mensen konden niet voorstellen dat ze een mobiele telefoon nodig zouden hebben, om van het terrorisme, de stroom van vluchtelingen en de bankencrisis nog maar te zwijgen. Toch waren de zaadjes al gepland, maar waren het slechts enkelingen die iets konden vermoeden van wat komen zou. En dan is het toch de overzichtelijke blik van de historicus die het heden kan verklaren en misschien is dat wel het rijke van dit boek. Het beslaat de periode van 1999 tot nu, 2019. Natuurlijk slechts een zucht in de lange geschiedenis die Europa rijk is, maar het is een belangrijke zucht, een diepe ademhaling. Onze wereld is drastisch aan het veranderen, het zijn interessante tijden waar die geschiedenisstudent zich in 2069 met zekerheid zal gaan buigen. Geert Mak wil hem op weg helpen, wil hem, door het schrijven van dit boek, een inkijkje geven in het Europa van nu en van de afgelopen twintig jaar en hij hoop daarmee ons ook te helpen om zicht te krijgen op de tijd waarin we leven, om enige orde in de chaos te scheppen.

Mak begint met het leggen van verbindingen van verleden naar heden, hoe de Tweede Wereldoorlog generaties heeft beïnvloed, hoe Amerika generaties heeft gefascineerd, hoe de vrije markt ons politieke denken infiltreerde om al snel te belanden bij die historische 11e september. Zoals in het vorige In Europa laat Geert Mak ook nu Europeanen hun verhaal vertellen. Dat werkt opnieuw goed omdat gebeurtenissen van wereldbelang opeens zichtbaar worden in de kleine levens van mensen. Zo schrijft de Deen Aydin, Iraniër van oorsprong, dat kinderen na 9/11 niet meer naar etnische afkomst keken. “Geen Pakistani, geen Iraniërs, geen Irakezen, nee: we zijn moslims”. De Irak oorlog volgde en dan is er de blik van de historicus: “De Irakese inval van 2003 was tot op zekere hoogte te vergelijken met de onbezonnen Russisch-Japanse oorlog van 1904. Een eeuw later viel het Westen opnieuw van een voetstuk, vanaf grote hoogte, met alle gevolgen van dien.” Nieuwe termen ontstonden, ook in Nederland: “’krachtig’, ‘ferm’, ‘eigen’ tegenover ‘week’, ‘soft’, ‘politiek correct’ en ‘multicultureel’. Handelaars in angst grepen hun kans”. Mak deed het denken aan Heinrich Böll die schreef over oude en beladen etiketten uit de jaren dertig. Hoeveel zijn we in een eeuw opgeschoten, vraag je je als lezer af.

Mak gaat meerdere landen en thema’s af. Hij zoomt in op de vluchtelingen- en de bankencrisis, op Oost Europa, Rusland, Duitsland, Groot Brittannië met haar Brexit. Verschillen inzichten verhelderen huidige strubbelingen. Een kleine greep:

“Vanuit het Westen werd de val van de Muur vooral gezien als overwinning van het liberalisme, als ‘the end of history’. Voor veel Europeanen in het voormalige Oostblok – met name Polen en Hongaren – was de ineenstorting van het Sovjet-imperium echter in de eerste plaats een nationalistisch feest, een nieuw begin voor duizend en één nationale ambities. Vergeet niet, veel Midden-Europese landen leefden tot 1918 onder het Oostenrijks-Hongaarse Rijk of onder de Ottomanen, daarna onder het nazi-imperium, na de Tweede Wereldoorlog onder de Sovjets.” Mak schrijft niet voor niets dat we niet moeten vergeten, want is dat niet wat er gebeurd? Vergeten we niet te veel? Is dan gek dat ze niet opnieuw ingekaderd willen worden?

Mak zoomt in op de vluchtelingen, laat de duizelingwekkende aantallen van doden zien en maakt ze mens, geeft ze namen, leeftijden en reden van dood en je vraagt je af hoe die geschiedenisstudent oordeelt over de huidige generatie die dit heeft laten gebeuren.

En dan de Brexit. Hoe kijkt Europa naar de Britten en andersom en hoe was dit vanuit een historisch oogpunt? “De Britten beschouwden zichzelf sinds 1945 (…) als overwinnaars. (…) Dit soort triomfantelijke gevoelens kende de rest van Europa nauwelijks. De oprichting van de EU werd daar gezien als een belangrijk onderdeel van een vredes- en verzoeningsproces. (…) Voor het Verenigd Koninkrijk was de EU vooral een handelsblok met een verguld randje, gevoelsmatig bleven de Britten er altijd met één been buiten.” Natuurlijk, er zijn meer aspecten die van belang zijn, maar is vanuit dit oogpunt een Brexit nog wel zo onbegrijpelijk? En in hoeverre gaat het in de huidige loopgravendiscussies aan de overkant van het Kanaal over deze gevoelens?

De bankencrisis wordt natuurlijk ook behandeld. Hoe is het gekomen dat we de grote verantwoordelijkheid van bedrijven van doorslaggevend belang voor ons welzijn in de handen hebben kunnen geven van narcistische, op winst beluste managers? Komt Trump dan helemaal uit de lucht vallen? Als je moet constateren dat in Nederland het aantal zelfdodingen na 2008 van negen naar elf per honderdduizend inwoners is gestegen en als ook in andere landen vanaf 2008 het aantal zelfmoorden met duizenden is gestegen, is het niet ondenkbaar dat de crisis hier een grote rol in heeft gespeeld. “Het was een van de psychologische gevolgen van het neoliberalisme: in het geweld van de vrije markt werd het leven van een mens klein en futiel. En die gevoelens konden vaak worden samengevat in een paar woorden: ‘Laten we naar huis gaan. Naar huis, terug naar de goede dagen van weleer.’ Naar iedere leider die beloofde zijn kiezers naar huis te brengen werd graag geluisterd. Alleen bestond dat huis nergens meer.” Als je dan verderop moet lezen dat er uiteindelijk niet veel is veranderd, dat een nieuwe crisis niet uit te sluiten is, dan vraag je je af hoe lang het nog moet duren voordat de vrije markt definitief bankroet raakt. “Door bij de bankencrisis de schuldenlast behendig te verschuiven naar belastingbetalers werd een kwestie uit de private sector opeens een publieke zaak, en dat niet alleen: ze werd daarmee ook nog eens in allerlei nationale keurslijven geperst. (…) De oude geesten, na 1945 met zoveel moeite weggeduwd, waren weer helemaal terug.” Slik.

Mak schrijft vernietigend over bestuurlijk Europa en verwijt de politici een “westerse blindheid”. “Iedere natie is een historisch product, een ‘verbeelde gemeenschap’ van talloze herinneringen en verhalen, een lotsverbondenheid van gedeelde ervaringen, generatie na generatie, een solidariteit door de tijd heen.” Hoe vaak is daar rekening mee gehouden in Europese regelgeving? De vraag stellen is het beantwoorden. Het verklaart ook, tragisch genoeg, de massale opkomst van het populisme, overal in Europa.

Over de, laat ik het zo maar noemen, waarheidscrisis: “Het is niet meer liegen, het is meer: feiten doen er niet meer toe”. Over hoe Amsterdam, een van de winnaars van de globalisering, kampt met de uithollende gevolgen van de globalisering. “Het cement van de stad begon los te raken, mysterie, verrassing, verbondenheid verdwenen, mijn oude Amsterdam loste langzaam op. E rond het jubelende hart groeiden langzaam ringen van bitterheid.” Mak zoomt in op Friesland, op zijn woonplaats Jorwert om maar aan te tonen dat overal, tot in de diepste krochten van de provincie, het systeem zich lijkt op te dringen vergetend waar het werkelijk over gaat. Leeuwarden werd culturele hoofdstad van Europa, maar voor een inbreng van de Friezen was weinig ruimte. Pas toen het programma niet rond kwam, kwamen de Friezen in actie. Nu vooral vanuit eigen beweging, iets waar het eerder aan ontbrak.

Aan het einde van de boek blijven vooral veel vragen over. Hoe nu verder? Met het klimaat? Met het neoliberalisme? De EU? Het zijn vragen die we met elkaar moeten beantwoorden en waar veel scenario’s mogelijk zijn. De geschiedenisstudent uit 1969 zal met antwoorden komen. Geert Mak heeft zijn werk gedaan. “Zo ligt Europa er nu bij. (…) “Het wordt (…) de hoogste tijd om afscheid te nemen. Vanaf nu weet u, lezer, meer dan ik.” Dan sluit hij passend af, in Boedapest, met een cognacje, proostend op de toekomst. De historicus is weer in het heden beland en moet de tijd afwachten, leven met het onzekere heden. Hij laat mij, de lezer achter. Vanaf nu, weet ik meer dan hij. En ik vraag peinzend af wat het is dat ik nu weet.