menu

Hier kun je zien welke berichten Theunis als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

East of Eden - John Steinbeck (1952)

Alternatieve titel: Ten Oosten van Eden

5,0
geplaatst:
Starend naar het maagdelijk witte scherm vraag ik me af: hoe begin ik hieraan? Waar begin je het boek te beschrijven dat misschien wel het beste boek is dat je ooit hebt gelezen? Ruim zeshonderd magnifieke pagina’s een bescheiden eerbetoon geven in honderden woorden is misschien haalbaar, maar ik waarschuw alvast: om de splendeur van dit vorstelijke meesterwerk op waarde te kunnen schatten, moet je het gewoon gaan lezen.

Misschien is de beste aanvliegroute wel om dicht bij mijn eigen leeservaring te blijven. Zo moet je weten dat dit het twaalfde boek is van Steinbeck dat ik lees. East of Eden bleef maar op de plank laten liggen, omdat ik de meesterwerken voor het laatst wilde bewaren; Grapes of Wrath ligt ook nog ergens ongeduldig op me te wachten.

De stijl en de thema’s van Steinbeck zijn inmiddels bekend terrein: er zijn de naturalistische omschrijvingen, er is het sociaal-realisme waarin de hoofdpersonen vaak arme mensen uit de arbeidersklasse zijn. Vaak schrijft Steinbeck liefdevol over gajes, tuig, mensen die op de bodem van de maatschappij drijven. De meeste verhalen van Steinbeck spelen zich af in Salinas Valley in Californië. Zo ook dit epos.

Ik ga niet het hele plot doornemen, dat heeft geen zin. Het belangrijkste om te weten is dat het boek een hervertelling van het Bijbelboek Genesis is. Middelpunt van het boek zijn de levens Adam Trask en twee zonen, Aron en Cal. Moeder Cathy is vlak na de geboorte vertrokken. Er spelen nog diverse andere personen een rol, maar in deze korte beschrijving laat ik ze achterwege. Ik laat liever zo snel mogelijk de meester aan het woord.

Adam Trask komt aan in Salinas Valley. De introductie van de aankomst van de vele families in Salinas Valley is een karakteristiek Steinbeck. Eerst komt een algemene observatie die diep resoneert. Ook nu, in deze tijden van globalisering, tijden waarin we enerzijds steeds dichter bij elkaar staan, maar anderzijds steeds meer kampen met de gevolgen: een gebrekkig vertrouwen in onszelf en daarmee in elkaar.

“It is argued that because (the families) believed thoroughly in a just, moral God they could put their faith there and let the smaller securities take care of themselves. But I think that because they trusted themselves and respected themselves as individuals, because they knew beyond doubt that they were valuable and potentially moral units – because of this they could give God their own courage and dignity and then receive it back. Such things have disappeared perhaps because men do not trust themselves any more, and when that happens there is nothing left except perhaps to find some strong sure man, even though he may be wrong, and to dangle from his coat-tails. (…) There were numbers of these families and they got the good land of the valley and cleared the yellow mustard away and planted wheat. Such a man was Adam Trask.”

Ja, hoor ik je denken, wordt God hierin niet té belangrijk gemaakt? Het doet me denken aan de mensen die in deze tijden blindelings op Trump vertrouwen. Achteloos, kritiekloos. De buitengewone zelfverzekerdheid van de onwetendheid. Dat kan bij op lange termijn, bij een boerderij in opbouw bijvoorbeeld heel effectief zijn. Het is bovendien erg krachtig. In deze introductie zijn het de families die in Salinas Valley komen om iets op te bouwen. In deze passage is het een treffende introductie van Adam Trask. Dit is nog eens uitzoomen en inzoomen. Een betere introductie kan een hoofdpersoon in een roman toch niet wensen?

Even verderop nog een staaltje vakmanschap. Steinbeck is een meester in karakterbeschrijvingen. Dit is Adam Trask:

“Young Adam was always an obedient child. Something in him shrank from violence, from contention, from the silent shrieking tensions that can rip at a house. He contributed to the quiet he wished for by offering no violence, no contention and to do this he had to retire into secretness, since there is some violence in everyone. He covered his life with a veil of vagueness while behind his quiet eyes a rich full life went on. This did not protect him from assault but it allowed him an immunity.”

Adam wordt blindelings verliefd op Cathy. Al bij de introductie van het karakter van Cathy weet je voldoende: dit gaat geen gelukkig huwelijk worden.

“Monsters are variations from the accepted normal to a greater or lesser degree. As a child may be born without an arm, so one may be born without kindness or the potential of conscience. A man who loses his arms in an accident has a great struggle to adjust himself to the lack, but one born without arms suffers only from people who find him strange. Having never had arms, he cannot miss them. Sometimes when we are little we imagine how it would be to have wings, but there is no reason to suppose it is the same feeling birds have. No, to a monster the norm must be monstrous, since everyone is normal to himself. To the inner monster it must be even more obscure, since he has no visible thing to compare with others. To a man born without conscience, a soul-stricken man must seem ridiculous. To a criminal, honesty is foolish.”

Amen! Misschien moet ik benadrukken dat dit boek in 1952 is geschreven.

Gedurende het verhaal is er zelfs ruimte voor Steinbeck om er zomaar wat zelfreflectie in te gooien.

“Cathy was a liar, but she did not lie the way most children do. Hers was no day-dream lying, when the thing imagined is told and, to make it seem more real, told as real. That is just ordinary deviation from external reality. I think the difference between a lie and a story is that a story utilizes the trappings and appearance of truth for the interest of the listener as well as the teller. A story has in it neither gain nor loss. But a lie is a device for profit or escape. I suppose if that definition is stricty held to, then a writer of stories is a liar – if he is financially fortunate.”

De strijd tussen goed en kwaad is bij Steinbek altijd prominent aanwezig. Het is de liefde voor alles wat leeft en het respect dat alles zijn plaats heeft en mag hebben, de vredelievende rust die daarvan uitgaat, wat kenmerkend is voor John Steinbeck. In deze passage staat traditioneel goed en slecht weer eens tegenover elkaar, maar Steinbeck veegt het onderscheid onmiddellijk van tafel. Sterker nog, hij benadrukt het gemeenschappelijke doel van de kerk en het hoerenhuis.

“The church and the whorehouse arrived in the Far West simultaneously. And each would have been horrified to think it was a different facet of the same thing. But surely they were both intended to accomplish the same thing: the singing, the devotion, the poetry of the churches took a man out of his bleakness for a time, and so did the brothels.”

Steinbeck neemt het zelfs op voor een losbandige, stelende dominee die overspel pleegde.

“(He) went to jail, but no one ever arrested the good things he had released.”

En, alsof dat nog niet genoeg, was:

“It doesn’t matter much that his motive was impure.”

De Meeste Mensen Deugen anno 1952.

Goed en kwaad speelt ook een prominente rol in de relatie tussen de broer Aron en Cal. Cain en Abel zijn nooit ver weg. Cal voelt een kwaad in zichzelf. Hij vervloekt het, wil niet dat het er is, maar kan er af en toe niets aan doen dat hij kwaad lijkt te willen. Op een avond heeft hij Adam, zijn vader, en Lee (het Chinese hulpje) afgeluisterd.

“A grey, quilted melancholy descended on him. He wished with all his heart that Aron had not walked away from him out of the wagon shed. He wished with all his heart that he had no crouched listening at the hall door. He moved his lips in the darkness and made words silently in his head and yet he could hear them. ‘Dear Lord’, he said, ‘let me be like Aron. Don’t make me mean. I don’t want to be. If you will let everybody like me, why, I’ll give you anything in the world, and if I haven’t got it, why, I’ll go for to get it. I don’t want to be mean. I don’t want to be lonely. For Jesus’ sake, Amen.’ Slow warm tears were running down his cheecks. His muscles were tight and he fought against making any crying sound or sniffle.”

De reactie van Aron:

“Aron whispered from his pillow in the dark, ‘You’re cold. You’ve got a chill.’ He stretched out his hand to Cal’s arm and felt the goose bumps there. (…)

Cal lay still, trying to control his breathing.

‘Don’t you want to tell me?’ Aron asked. "


Zo plaatst Steinbeck de twee jongens bijna lijnrecht tegenover elkaar, maar zonder een kant te kiezen. Het overkomt ze. Dit is nou eenmaal zoals het is. Dit is de manier waarop de wereld in elkaar zit. Steinbeck is niet blind. Het kwaad komt niet uit het niets. Er ligt iets aan ten grondslag. Want wat als je als kind afgewezen wordt?

“The greatest terror a child can have is that he is not loved, and rejection is the hell he fears. I think everyone in the world to a large or small extent has felt rejection. And with rejection comes anger, and with anger some kind of crime in revenge for the rejection and with the crime guilt – and there is the story of mankind.”

Steinbeck lijkt op een gegeven moment de ziel van zijn schrijven zelfs helemaal bloot te leggen als hij schrijft:

“In uncertainty I am certain that underneath their topmost layers of frailty men want to be good and want to be loved. Indeed, most of their vices are attempted short cuts to love. When a man comes to die, no matter what his talents and influence and genius, if he dies unloved his life must be a failure to him and his dying a cold horror. It seems to me that if you or I must choose between two courses of thought or action, we should remember our dying and try so to live that our death brings no pleasure to the world.

We have only one story. All novels, all poetry, are built on the never-ending contest in ourselves of good and evil. And it occurs to me that evil must constantly re-spawn, while good, while virtue, is immortal. Vice has always a new fresh young face, while virtue is venerable as nothing else in the world is.”


Van dit soort passages kan ik alleen maar smullen. Eindeloos kun je deze blijven lezen. In de context van het verhaal, wellicht van welk verhaal dan ook, worden ze alleen maar betekenisvoller, rijker.

Ergens moet deze ode beëindigen. Ik kan per slot van rekening niet het hele boek gaan overpennen. Laat ik dat doen met de herkomst van de schrijver: Amerika. Als Steinbeck over Amerikanen schrijft slaat hij ook de spijker op de kop. Het is Lee, uitgerekend een Chinese immigrant, die hij het volgende in de mond legt:

“All colours and blends of Americans have somewhat the same tendencies. It’s a breed – selected out by accident. And so we’re over-brave and over-fearful – we’re kind and cruel as children. We’re over-friendly and at the same time frightened of strangers. We boast and are impressed. We’re over-sentimental and realistic. We are mundane and materialistic – and do you know of any other nations that acts for ideals? We eat too much. We have no taste, no sense of proportion. We throw our energy about like waste.”

Ik denk dat ik niet lieg als ik zeg dat Amerika zichzelf hierin zal herkennen.

Nu staar ik weer naar het scherm. Ik scroll van onder naar boven en terug. Ik ben bijna tweeduizend woorden verder en vraag me of dit het eerbetoon is dat ik het boek wil geven. Laten we het hopen. Ik geef het uit handen en ik laat jou, beste lezer, hierover oordelen. Doe er mee wat je wilt, maar voorzichtigheid is geboden. Steinbeck staat op een voetstuk, laat hem er alsjeblieft niet van af vallen. Benader hem met dezelfde liefdevolle nuance als waarmee hij jou zou omschrijven. Dan krijg je er zeker en vast iets heel moois voor terug.

Easter Parade, The - Richard Yates (1976)

Alternatieve titel: Paasparade

4,0
Soms duurt het even voordat ware meesterschap zich toont. Het is alsof je uren vaart om bij dat onbewoonde eiland te komen waar, volgens de verhalen, het meest helder blauwe water zich zou bevinden. Onderweg vraag je je veelvuldig af waarom je je in hemelsnaam hebt laten overhalen, waarom je op het stompzinnige idee bent gekomen om te vertrekken en net op het moment dat je denkt aan terugvaren dan doemt daar ineens het eiland op en een uur later weet je dat het het allemaal waard is geweest.

Zo ging het ook tijdens het lezen van The Easter Parade van Richard Yates. In het boek volgen we de levens van de zussen Sarah en Emily. Compleet verschillende personen die uiteenlopende levens leiden. De openingszin legt meteen een bom onder het verhaal: “Neither of the Grimes sisters would have a happy life, and looking back it always seemed that the trouble began with their parents’ divorce.” Dan ontvouwt zich een schijnbaar doorsnee verhaal waarbij beide zussen worden gevolgd in de keuzes die ze maken. Maar wat lang triviaal lijkt, krijgt gedurende het verhaal steeds meer gewicht. De karakters kruipen langzaam onder je huid. Zo langzaam, zo geniepig, dat ik even naar adem moest happen bij een passage op drie kwart van het boek. Het kwam volkomen onverwacht. Op slinkse wijze was ik het verhaal ingezogen en nu, eenmaal gevangen, zou het me niet meer los kunnen laten.

Hoe heeft Yates dat voor elkaar gekregen? Ten eerste maakt hij grote sprongen in de tijd. In een paar zinnen ben je soms ook een paar jaar verder. Yates is een meester in het schrappen. Wat hij vervolgens doet is haarfijn inzoomen op de sleutelmomenten in de levens van de zussen, waar bij hij de tijd neemt die nodig is om bij de hoofdpersonen in het hoofd (of onder de huid) te komen. Daar heeft Yates bij Emily meer ruimte voor nodig dan bij Sarah, al was het maar omdat je door de ogen van Emily de situatie van Sarah goed kan inschatten, zeker ook omdat Sarah die zelfreflectie amper lijkt te hebben. Als op een gegeven moment, in een schrijnende situatie, duidelijk wordt hoe het met Sarah gaat zijn het die kleine, fijnzinnige momenten waarop Yates zijn meesterschap toont. Zo zegt Emily op een gegeven moment: “you’re going to have to tell me a few things”. In zo’n zinnetje zit zo veel finesse. Het zegt namelijk ook dat er lange tijd te weinig is gezegd. Het zegt ook dat ze ondanks alles, ondanks jaren van weinig contact, ondanks de grote verschillen, altijd nog elkaar hebben. En tegelijk legt het gesprek wat volgt meteen een breekbaarheid bloot, een breekbaarheid die al tijden sluierend op de loer ligt.

Na dat moment wil je het boek in één ruk, ademloos uitlezen, ook al weet je, en dat wist je al na de openingszin, dat je weinig opbeurends meer mag verwachten. Terwijl je verder leest realiseer je je dat Yates tot in de nerven van het mens-zijn is doorgedrongen en als je nog niet zeker van was van zijn kunde, laat hij je alleen met een meesterlijke slotzin die nog wel even nadreunt.

Emerald City - Jennifer Egan (1993)

Alternatieve titel: Stad van Smaragd

3,0
De volgende in reeks verhalenbundels die ik aan het lezen ben en degene die met het minst kan bekoren. Dit wil niet zeggen dat het een slechte verhalenbundel is. Er zitten mooie korte verhalen tussen en Egan gebruikt de techniek van het vertellen van korte verhalen goed: vrij snel wordt duidelijk om wie het gaat, waar het zich afspeelt en wat er gebeurt. Er is meteen die belangrijke spanning. De karakters hebben allemaal te maken met een dilemma en dit maakt ze aantrekkelijk voor de lezer. In de uitwerking hiervan gaat het over het algemeen goed, maar ergens wordt ik als lezer teleurgesteld. Er wordt me een snoepje voor gehouden, maar ik mag hem slechts zo nu en dan proeven. Het is er wel, maar toch net niet.

Dit kan te maken hebben met mijn voorkeuren. Veel van de personages zijn bevinden zich in dezelfde situaties: ergens ver weg (veelal op vakantie) en ze komen in conflict met de keuzes die ze gemaakt hebben (veelal een huwelijk). Ergens onderweg zijn ze hun doel kwijtgeraakt en ze doen pogingen om hun eenzame bestaan op te vullen. Dit biedt kansen. Maar waar bijvoorbeeld Carver een paar dialogen of beschrijvingen nodig heeft om de spijker op zijn kop te slaan, bewandelt Egan op beslissende moment vaak de sentimentele weg. Richting het einde wil Egan vaak nog iets inkleuren, terwijl de kunst van het weglaten soms beter op zijn plek leek. Behalve dit leken ook de plaatsen waar het verhaal zich afspeelde iets te gemakkelijk uitgezocht. Het geheel komt daardoor wat geforceerd over.

Een prima verzameling van korte verhalen. Niet meer en niet minder.

En We Noemen Hem - Marjolijn van Heemstra (2017)

4,0
Wat betekent een naam? Wat betekent het om vernoemd te worden? Van Heemstra wil haar kind naar een verzetsheld uit de familie gaan noemen, maar hoe goed kent ze verhaal werkelijk? Ze besluit tijdens haar zwangerschap op onderzoek uit te gaan en ze komt er al snel achter dat het verhaal dat in de familie vaak zo simpel is verteld, veel ingewikkelder is. Tijdens haar zoektocht herinnert ze zich passages van Coetzee. Ze herinnert zich dat het hij schrijft dat het leven geen roman is, dat “duizenden dingen worden verdrongen, gladgestreken en vergeten zonder dat iemand er maar een seconde van wakker ligt.” Maar hoe vaak is het zo dat wij verhalen gebruiken om ons te helpen, om onszelf gelukkiger te maken of vertrouwen te geven, vraagt Van Heemstra zich af? “We zien het (leven) als een boog van A naar B en ergens onderweg moet er geworsteld worden met demomen. De logica van het drama, van de roman, vereist dat we de waarheid niet verdringen maar ermee in het reine komen, Ze vereist conflict en innerlijke strijd en dan een goed einde.”

Er ontstaan een aantal lagen in het verhaal. Er is het onderzoek dat langzaam vordert, te langzaam, omdat de tijd doortikt en kindje doorgroeit. Hoe lang nog voordat ze een beslissing moet nemen? Ondertussen maakt haar omgeving zich zorgen om haar gezondheid. En dan is er nog het verhaal over de bommenneef zelf dat door het speurwerk ook steeds verder uit de geschiedenis omhoog wordt getild. Kers op de taart is de stijl die zo nu en dan prachtig is. Een voorbeeld. Van Heemstra zit verdiept in de archieven naar buiten te staren.

“Buiten haasten reizigers zich het station in en uit. Buiten zwijgt het heden zich de toekomst in. Hier binnen is alleen maar ruimte voor en koffie, een zwijgende barista en twee mensen op zoek naar volledigheid. De grote hal is een scharnierpunt in de tijd. De draaideur staat stil, de balies zijn onbemand. Achter de poortjes verderop liggen in de koelte de dozen vol geschiedenis.”

Alles bij elkaar is het een zeer fijne leeservaring.

Er Zijn Nog 17 Miljoen Wachtenden voor U - Sander Heijne (2018)

3,5
Er is veel kritiek op onderdelen van de vrije markt. Er zijn legio voorbeelden van mislukte marktwerking en Heijne somt er een paar op. Na honderden gesprekken en zeven jaar lang onderzoek is het voor hem duidelijk dat het neo-liberalistische dogma, dat de vrije markt altijd en overal op magische, bijna onverklaarbare wijze, altijd zijn werk doet, doorbroken moet worden. En hij komt niet alleen maar met een verwijten of constateringen. Hij geeft aan ook dat de vrije markt soms wel een goede oplossing is. Het lijkt er alleen op, en dat is, hoewel pijnlijk voor de hand liggend, misschien niet eens zo verwonderlijk, dat politici die continu en schijnbaar onverstoorbaar blijven hameren op de vrije markt, niet eens precies weten wat ze doen. Het lijkt erop dat ze zelf maar blijven geloven, zonder na te denken over de schadelijke effecten op lange termijn. Heijne zoomt in op de problemen rondom het spoor (de noodlottige samenwerking tussen de NS en ProRail), de post, de kinderopvang en de zorg. Steeds is de conclusie dat marktwerking kan werken zolang er niet te gemakkelijk geld kan worden verdiend. Is dat wel het geval dan is het publieke belang altijd ondergeschikt.

Het meest duidelijk voorbeeld in het boek zijn de onderhandeling over de splitsing van NS en ProRail, waarbij de NS-directie het voor elkaar kreeg “om alle bedrijfsonderdelen die geld kostten bij ProRail onder te brengen, terwijl NS alle (potentieel commercieel rendabele bedrijfsonderdelen kreeg”. De gevolgen zijn duidelijk, maar ter illustratie: de NS verdient aan een gestrande reiziger. Want: “Met ruim 4.600 medewerkers verspreid over driehonderd vestigingen in stations behoort NS Stations inmiddels tot de top drie grootste horecaketens van Nederland.” Natuurlijk, het lijkt hier wel een erg gemakkelijke conclusie, maar het boek toont aan waarom de markt hier duidelijk niet het publieke belang dient.

Heijne is wel realistisch. Hij benoemt ook dat de markt echt goed kan werken. Hij geeft alleen aan dat dit niet altijd werkt en het boek laat dat dus duidelijk zien. De checklist zou gedeeld moeten worden. Het bestaat uit slechts vier vragen:

“1. Dienen de financiële prikkels het publieke belang?
2. Betaalt de afnemer voor de eigen consumptie?
3. Hebben zowel afnemers als aanbieders de vrijheid elkaar de deur te wijzen?
4. Spelen alle internationale deelnemers het spel volgens dezelfde regels?”


Heijne beweert dat als het antwoord op een van deze vragen negatief is, dat het dan geen goed idee is om een publieke voorziening te privatiseren”.

De gevolgen dat dit falende neoliberalisme lijken steeds meer naar voren te komen. Als het publieke belang niet meer voorop staat ontstaat er gemor in de samenleving. De boze burger, de gele hesjes, zouden ze er geweest zijn als vaker het publieke belang voorop zou staan? Heijne noemt in zijn epiloog succesvolle voorbeelden van mensen die zelf de politiek een handje hebben geholpen. Een bekend voorbeeld is de strijd van Hugo Borst, die samen met Carin Gaemers een manifest met aanbevelingen schreef voor de gebrekkige ouderenzorg. Dit is nodig, de politiek heeft deze initiatieven nodig, want, zegt Heijne, ze doen af en toe maar wat. Onder hen lijkt er een blind geloof in de markt te leven.

Het is een prima boek. Heijne laat zien dat markt in veel gevallen geen goede oplossing is. Toch denk ik, zeker gezien al het materiaal wat er na zeven jaar zou moeten liggen, dat hij meer uit het boek had kunnen halen. Het lijkt wat slordig geschreven, alsof het niet helemaal duidelijk was op welke manier al dat materiaal in een paar honderd pagina’s terecht moest komen. Daardoor komt het af en toe geforceerd over. Achter deze uitleg van de schade van de markt miste ik het menselijk drama waar je af en toe slechts een hint van krijgt. Ik denk dat dat het boek sterker had gemaakt. Ik hoop op een vervolg, want zolang de marktbubbel blijft, hoop ik dat Heijne hem blijft doorprikken.