menu

Hier kun je zien welke berichten Theunis als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Easter Parade, The - Richard Yates (1976)

Alternatieve titel: Paasparade

4,0
geplaatst:
Soms duurt het even voordat ware meesterschap zich toont. Het is alsof je uren vaart om bij dat onbewoonde eiland te komen waar, volgens de verhalen, het meest helder blauwe water zich zou bevinden. Onderweg vraag je je veelvuldig af waarom je je in hemelsnaam hebt laten overhalen, waarom je op het stompzinnige idee bent gekomen om te vertrekken en net op het moment dat je denkt aan terugvaren dan doemt daar ineens het eiland op en een uur later weet je dat het het allemaal waard is geweest.

Zo ging het ook tijdens het lezen van The Easter Parade van Richard Yates. In het boek volgen we de levens van de zussen Sarah en Emily. Compleet verschillende personen die uiteenlopende levens leiden. De openingszin legt meteen een bom onder het verhaal: “Neither of the Grimes sisters would have a happy life, and looking back it always seemed that the trouble began with their parents’ divorce.” Dan ontvouwt zich een schijnbaar doorsnee verhaal waarbij beide zussen worden gevolgd in de keuzes die ze maken. Maar wat lang triviaal lijkt, krijgt gedurende het verhaal steeds meer gewicht. De karakters kruipen langzaam onder je huid. Zo langzaam, zo geniepig, dat ik even naar adem moest happen bij een passage op drie kwart van het boek. Het kwam volkomen onverwacht. Op slinkse wijze was ik het verhaal ingezogen en nu, eenmaal gevangen, zou het me niet meer los kunnen laten.

Hoe heeft Yates dat voor elkaar gekregen? Ten eerste maakt hij grote sprongen in de tijd. In een paar zinnen ben je soms ook een paar jaar verder. Yates is een meester in het schrappen. Wat hij vervolgens doet is haarfijn inzoomen op de sleutelmomenten in de levens van de zussen, waar bij hij de tijd neemt die nodig is om bij de hoofdpersonen in het hoofd (of onder de huid) te komen. Daar heeft Yates bij Emily meer ruimte voor nodig dan bij Sarah, al was het maar omdat je door de ogen van Emily de situatie van Sarah goed kan inschatten, zeker ook omdat Sarah die zelfreflectie amper lijkt te hebben. Als op een gegeven moment, in een schrijnende situatie, duidelijk wordt hoe het met Sarah gaat zijn het die kleine, fijnzinnige momenten waarop Yates zijn meesterschap toont. Zo zegt Emily op een gegeven moment: “you’re going to have to tell me a few things”. In zo’n zinnetje zit zo veel finesse. Het zegt namelijk ook dat er lange tijd te weinig is gezegd. Het zegt ook dat ze ondanks alles, ondanks jaren van weinig contact, ondanks de grote verschillen, altijd nog elkaar hebben. En tegelijk legt het gesprek wat volgt meteen een breekbaarheid bloot, een breekbaarheid die al tijden sluierend op de loer ligt.

Na dat moment wil je het boek in één ruk, ademloos uitlezen, ook al weet je, en dat wist je al na de openingszin, dat je weinig opbeurends meer mag verwachten. Terwijl je verder leest realiseer je je dat Yates tot in de nerven van het mens-zijn is doorgedrongen en als je nog niet zeker van was van zijn kunde, laat hij je alleen met een meesterlijke slotzin die nog wel even nadreunt.

Emerald City - Jennifer Egan (1993)

Alternatieve titel: Stad van Smaragd

3,0
De volgende in reeks verhalenbundels die ik aan het lezen ben en degene die met het minst kan bekoren. Dit wil niet zeggen dat het een slechte verhalenbundel is. Er zitten mooie korte verhalen tussen en Egan gebruikt de techniek van het vertellen van korte verhalen goed: vrij snel wordt duidelijk om wie het gaat, waar het zich afspeelt en wat er gebeurt. Er is meteen die belangrijke spanning. De karakters hebben allemaal te maken met een dilemma en dit maakt ze aantrekkelijk voor de lezer. In de uitwerking hiervan gaat het over het algemeen goed, maar ergens wordt ik als lezer teleurgesteld. Er wordt me een snoepje voor gehouden, maar ik mag hem slechts zo nu en dan proeven. Het is er wel, maar toch net niet.

Dit kan te maken hebben met mijn voorkeuren. Veel van de personages zijn bevinden zich in dezelfde situaties: ergens ver weg (veelal op vakantie) en ze komen in conflict met de keuzes die ze gemaakt hebben (veelal een huwelijk). Ergens onderweg zijn ze hun doel kwijtgeraakt en ze doen pogingen om hun eenzame bestaan op te vullen. Dit biedt kansen. Maar waar bijvoorbeeld Carver een paar dialogen of beschrijvingen nodig heeft om de spijker op zijn kop te slaan, bewandelt Egan op beslissende moment vaak de sentimentele weg. Richting het einde wil Egan vaak nog iets inkleuren, terwijl de kunst van het weglaten soms beter op zijn plek leek. Behalve dit leken ook de plaatsen waar het verhaal zich afspeelde iets te gemakkelijk uitgezocht. Het geheel komt daardoor wat geforceerd over.

Een prima verzameling van korte verhalen. Niet meer en niet minder.

En We Noemen Hem - Marjolijn van Heemstra (2017)

4,0
Wat betekent een naam? Wat betekent het om vernoemd te worden? Van Heemstra wil haar kind naar een verzetsheld uit de familie gaan noemen, maar hoe goed kent ze verhaal werkelijk? Ze besluit tijdens haar zwangerschap op onderzoek uit te gaan en ze komt er al snel achter dat het verhaal dat in de familie vaak zo simpel is verteld, veel ingewikkelder is. Tijdens haar zoektocht herinnert ze zich passages van Coetzee. Ze herinnert zich dat het hij schrijft dat het leven geen roman is, dat “duizenden dingen worden verdrongen, gladgestreken en vergeten zonder dat iemand er maar een seconde van wakker ligt.” Maar hoe vaak is het zo dat wij verhalen gebruiken om ons te helpen, om onszelf gelukkiger te maken of vertrouwen te geven, vraagt Van Heemstra zich af? “We zien het (leven) als een boog van A naar B en ergens onderweg moet er geworsteld worden met demomen. De logica van het drama, van de roman, vereist dat we de waarheid niet verdringen maar ermee in het reine komen, Ze vereist conflict en innerlijke strijd en dan een goed einde.”

Er ontstaan een aantal lagen in het verhaal. Er is het onderzoek dat langzaam vordert, te langzaam, omdat de tijd doortikt en kindje doorgroeit. Hoe lang nog voordat ze een beslissing moet nemen? Ondertussen maakt haar omgeving zich zorgen om haar gezondheid. En dan is er nog het verhaal over de bommenneef zelf dat door het speurwerk ook steeds verder uit de geschiedenis omhoog wordt getild. Kers op de taart is de stijl die zo nu en dan prachtig is. Een voorbeeld. Van Heemstra zit verdiept in de archieven naar buiten te staren.

“Buiten haasten reizigers zich het station in en uit. Buiten zwijgt het heden zich de toekomst in. Hier binnen is alleen maar ruimte voor en koffie, een zwijgende barista en twee mensen op zoek naar volledigheid. De grote hal is een scharnierpunt in de tijd. De draaideur staat stil, de balies zijn onbemand. Achter de poortjes verderop liggen in de koelte de dozen vol geschiedenis.”

Alles bij elkaar is het een zeer fijne leeservaring.

Er Zijn Nog 17 Miljoen Wachtenden voor U - Sander Heijne (2018)

3,5
Er is veel kritiek op onderdelen van de vrije markt. Er zijn legio voorbeelden van mislukte marktwerking en Heijne somt er een paar op. Na honderden gesprekken en zeven jaar lang onderzoek is het voor hem duidelijk dat het neo-liberalistische dogma, dat de vrije markt altijd en overal op magische, bijna onverklaarbare wijze, altijd zijn werk doet, doorbroken moet worden. En hij komt niet alleen maar met een verwijten of constateringen. Hij geeft aan ook dat de vrije markt soms wel een goede oplossing is. Het lijkt er alleen op, en dat is, hoewel pijnlijk voor de hand liggend, misschien niet eens zo verwonderlijk, dat politici die continu en schijnbaar onverstoorbaar blijven hameren op de vrije markt, niet eens precies weten wat ze doen. Het lijkt erop dat ze zelf maar blijven geloven, zonder na te denken over de schadelijke effecten op lange termijn. Heijne zoomt in op de problemen rondom het spoor (de noodlottige samenwerking tussen de NS en ProRail), de post, de kinderopvang en de zorg. Steeds is de conclusie dat marktwerking kan werken zolang er niet te gemakkelijk geld kan worden verdiend. Is dat wel het geval dan is het publieke belang altijd ondergeschikt.

Het meest duidelijk voorbeeld in het boek zijn de onderhandeling over de splitsing van NS en ProRail, waarbij de NS-directie het voor elkaar kreeg “om alle bedrijfsonderdelen die geld kostten bij ProRail onder te brengen, terwijl NS alle (potentieel commercieel rendabele bedrijfsonderdelen kreeg”. De gevolgen zijn duidelijk, maar ter illustratie: de NS verdient aan een gestrande reiziger. Want: “Met ruim 4.600 medewerkers verspreid over driehonderd vestigingen in stations behoort NS Stations inmiddels tot de top drie grootste horecaketens van Nederland.” Natuurlijk, het lijkt hier wel een erg gemakkelijke conclusie, maar het boek toont aan waarom de markt hier duidelijk niet het publieke belang dient.

Heijne is wel realistisch. Hij benoemt ook dat de markt echt goed kan werken. Hij geeft alleen aan dat dit niet altijd werkt en het boek laat dat dus duidelijk zien. De checklist zou gedeeld moeten worden. Het bestaat uit slechts vier vragen:

“1. Dienen de financiële prikkels het publieke belang?
2. Betaalt de afnemer voor de eigen consumptie?
3. Hebben zowel afnemers als aanbieders de vrijheid elkaar de deur te wijzen?
4. Spelen alle internationale deelnemers het spel volgens dezelfde regels?”


Heijne beweert dat als het antwoord op een van deze vragen negatief is, dat het dan geen goed idee is om een publieke voorziening te privatiseren”.

De gevolgen dat dit falende neoliberalisme lijken steeds meer naar voren te komen. Als het publieke belang niet meer voorop staat ontstaat er gemor in de samenleving. De boze burger, de gele hesjes, zouden ze er geweest zijn als vaker het publieke belang voorop zou staan? Heijne noemt in zijn epiloog succesvolle voorbeelden van mensen die zelf de politiek een handje hebben geholpen. Een bekend voorbeeld is de strijd van Hugo Borst, die samen met Carin Gaemers een manifest met aanbevelingen schreef voor de gebrekkige ouderenzorg. Dit is nodig, de politiek heeft deze initiatieven nodig, want, zegt Heijne, ze doen af en toe maar wat. Onder hen lijkt er een blind geloof in de markt te leven.

Het is een prima boek. Heijne laat zien dat markt in veel gevallen geen goede oplossing is. Toch denk ik, zeker gezien al het materiaal wat er na zeven jaar zou moeten liggen, dat hij meer uit het boek had kunnen halen. Het lijkt wat slordig geschreven, alsof het niet helemaal duidelijk was op welke manier al dat materiaal in een paar honderd pagina’s terecht moest komen. Daardoor komt het af en toe geforceerd over. Achter deze uitleg van de schade van de markt miste ik het menselijk drama waar je af en toe slechts een hint van krijgt. Ik denk dat dat het boek sterker had gemaakt. Ik hoop op een vervolg, want zolang de marktbubbel blijft, hoop ik dat Heijne hem blijft doorprikken.