menu

Hier kun je zien welke berichten Theunis als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Cannery Row - John Steinbeck (1945)

Alternatieve titel: Een Blik in Cannery Row

4,5
Het moest er een keer van komen. Hoe vaak was ik zijn naam al niet tegen gekomen? Steinbeck is een van die reuzen uit de Amerikaanse literatuur. Al jaren staan zijn boeken geduldig in de boekenkast te wachten en pas nu was de tijd kennelijk rijp genoeg om eraan te beginnen. Zoals zo vaak vraag ik me af waarom ik er niet eerder aan ben begonnen. Het is een fenomeen van een boek. Zo rijk van detail, zo vol van genegenheid en zo bijzonder begaafd geschreven.

Steinbeck legt in zijn voorwoord uit waarom hij het geschreven heeft zoals hij het heeft gedaan (elk hoofdstuk leest zich bijna als een kort verhaal). Hij wilde “de bladzijden openleggen en het proza en de poëzie uit zichzelf laten binnenkruipen”. Dat moet in het begin even wennen, omdat ik me al lezende bewust werd dat ik nog geen houvast kon vinden. Er was geen hoofdpersoon of plot dat me bij de hand nam, me een plek wees waar vandaan ik alles eens rustig op me in kon laten werken. Maar op een gegeven moment kropen alle smerige en wonderschone details als vanzelf onder mijn huid.

We volgen allerlei zonderlinge types die in Cannery Row, Monterey, Californië, hun opwachting maken. Een groep zwervers, zeebioloog Doc, een winkelier, het leven overkomt hen. Steeds opnieuw doen ze hun uiterste best om er het beste van te maken, maar moeten niet zelden constateren dat het steeds maar amper lukt. Op een gegeven moment ontstaat er iets van een plot als de zwervers een feest proberen te organiseren voor Doc. Het zijn onvergetelijke passages vol, laat ik het zo maar noemen, pogingen iets van het leven te maken.

De manier waarop dit alles wordt neergezet door Steinbeck is meesterlijk. Zo tilt hij het laag-bij-de-grondse, de zwervers, op tot hemelse proporties. “Mack en de jongens… De Deugden, de Gelukzaligen, de Schoonheden.” Het ware leven toont zich in het geploeter, in het smerige, in het kleine. Daarom ook zijn er passages of zelfs korte hoofdstukken die alleen maar gaan over dieren. Zo gaat het een na laatste hoofdstuk over een hamster die, omdat hij wordt aangevallen door een andere hamster, wordt gedwongen om te verhuizen. Maar ook de monteur, de mecanicien wordt bijna goddelijk geprezen.

“Hij was zo’n wonder, die Gay – de kleine mecanicien van God, de St. Franciscus van spoelen en armaturen en raderwerken. En indien eenmaal de massa’s kapotte, vernielde en ontmantelde Dusenbergs, Buicks, De Soto’s en Plymouths, Amerikaanse Austins en Isotta-Franschini’s God in koor zullen prijzen – dan is dit voornamelijk te danken aan Gay en zijn Ordebroeders.”

Amerika en de liefde voor auto’s. Springsteen in literatuur. De liefde voor de gewone man.
En wat wordt dat soms schrijnend en schitterend weergegeven, zoals in een kort hoofdstuk over Frankie, een jonge, tiener, zonder vrienden. Op school willen ze hem niet hebben. Hij is te vies, ronduit smerig. Zijn vader is dood en zijn moeder is, zoals altijd, “bij de ooms”. Op een dag voorziet deze Frankie een meisje van een glas bier. Ze lacht naar hem, bedankt hem. Dan is er hoop. Frankie kan haar niet vergeten. Er is een groot feest op til. Het meisje komt ook. Hij besluit te helpen. Geduldig en met uiterste precisie tapt hij het ene na het andere biertje. Voorzichtig zet hij de biertjes een voor een op een overvol dienblad. Als hij bijna bij het meisje is struikelt hij. Frankie vlucht naar de kelder. Hij begraaft zich onder in een kist met houtwol. Doc loopt naar hem toe, wacht even en klimt daarna de trappen weer op. Want, weet hij, “niemand ter wereld (kan hier) verder iets aan doen”.

Slechts een voorbeeld van een van de vele gevoelige snaren die Steinbeck steeds weer weet te raken, bladzijde na bladzijde. En op het einde, nu, terwijl ik dit het stukje over het boek schrijf, besef ik dat Steinbeck in het voorwoord de spijker op zijn kop heeft geslagen toen hij zei dat ik, de lezer, de poëzie maar moest laten binnenkruipen. Laat ik hopen dat het nog lange tijd ergens onder de donkere krochten van mijn huid kan blijven omzwerven.

Chronicles: Volume One - Bob Dylan (2004)

Alternatieve titel: Kronieken

4,5
Een aantal weken geleden werd bekend dat Bob Dylan de nobelprijs voor de literatuur had gewonnen. Er kwam nogal een discussie los, zeker toen Dylan ook maar niet reageerde. Wat te doen? Wat als hij niet eens zou komen opdagen bij de uitreiking? Overal heerste onbegrip. Wat is dat voor arrogante muzikant die gewoon weigert om te reageren? Als je het eerste deel van de Kronieken leest, kan het je nauwelijks nog verbazen dat de beste man nog niet reageerde. Hij is in dit eerste deel van de autobiografie duidelijk over prijzen, meningen en recensies: hij kan er niets mee. Anderen gaan met zijn creaties aan de haal. Zij maken er meer van dan hij ooit bedoeld heeft. Hij plukte ze gewoon uit de lucht, uit zijn fantasie. Een visie op waar de wereld naar toe zou moeten gaan? Niets voor hem.

Als je het boek leest is het alsof Dylan vanuit andere dimensies denkt. Ook zijn biografie zijn flarden van zijn leven. Hij zet zijn leven niet in chronologische volgorde, vertelt nagenoeg niets over waar hij vandaan komt en wie zijn ouders zijn. Het is alsof hij er ineens was en dat hij op weg was naar iets waar hij geen idee van had. Hij somt grote aantallen boeken en vooral artiesten op die hem geïnspireerd hebben. Op een gegeven moment belanden we in een periode waarin hij het album 'Oh Mercy' opneemt om later weer terug te gaan naar de tijd waarop hij bijna de Dylan wordt die we zijn gaan kennen. Hier en daar wordt het langdraderig, lijkt Dylan zichzelf soms zelfs even te herhalen en verliest het boek iets van haar kracht.

De kracht van het boek zit hem in Dylans droomwereld. Hij schrijf veel in metaforen, lijkt weinig op te hebben met de realiteit. Die realiteit bevindt zich in die andere wereld, die eindeloze droomwereld. Het is prachtig om even meegenomen te worden in de denkwereld van zijn briljante geest. Ik las de vertaling, een redelijke vertaling, maar sommige zinnen laten zich lastig vertalen en verliezen in het proces de glans van zijn oorsprong. Dat is jammer. Ik ben erg benieuwd naar deel 2 en 3 die ooit zijn aangekondigd, maar tot nu toe nog niet zijn uitgebracht.

Clock without Hands - Carson McCullers (1961)

Alternatieve titel: Klok zonder Wijzers

4,0
Steeds als ik iets van McCullers lees wordt ik overspoeld door een gevoel van warmte. Op een of andere manier is het alsof haar lieflijkheid door het papier heen  stroomt, regelrecht mijn hart in. Overdreven? Grotesk? Misschien wel, maar er gebeurt wel iets met me als ik haar verhalen lees. Hoe doet ze dat?

Haar grote kracht ligt in het feit dat ze zoveel van haar personages houdt. Uiteenlopende figuren met al even diverse overtuigingen die allemaal met evenveel begrip worden beschreven. Zo is er Malone, drogist en apotheker die in het begin van het boek te horen krijgt dat hij aan leukemie lijdt. Malone is, zoals veel van McCullers personages melancholisch, eenzaam. Het meisje waarop hij verliefd is geworden is veranderd in een huisvrouw met grijze haren.

Nu leefde hij in een merkwaardig vacuüm, omgeven door de dagelijkse dingen van het gezinsleven (die om hem heen draaiden) als wervelende dorre bladeren (..).

Een belangrijk thema van het boek is racisme. Het verhaal speelt zich af in 1953, in het zuiden van de VS, daar waar racisme diep geworteld is. Een oude rechter, Fox Clane, is zo overtuigd van zijn gelijk dat hij niet door lijkt te hebben hoezeer hij bevooroordeeld is. Het knappe vsn McCullers is dat je als lezer heel goed begrijpt waarom de rechter niet los kan komen van zijn principes. Op een gegeven moment wordt een zwart jongetje door politiegeweld doodgeknuppeld - hoezo tijden veranderen? - en de rechter probeert zijn huishoudster te troosten met onbeholpen klopjes op haar rug. Dan gebeurt het volgende:

Op dat moment besefte hij dat zich een klein wonder had voorgedaan. Al vijftien jaar zat hij elke ochtend in de keuken of de bibliotheek verveeld te wachten tot de Milan Courier werd bezorgd, en veerde hij op als hij het zachte plofje hoorde. Maar nu, na al die jaren, was hij zo druk bezig geweest dat hij geen moment aan de krant had gedacht. De oude rechter hinkte opgewekt de verandatreden af om de Milan Courier te pakken.

Het grootste drama verpakt in het kleinste details, daar waar vaak ook het grootste geluk schuil gaat. Het zijn deze details waar je zomaar overheen leest die het meesterschap van de schrijfster onderstrepen. Weer een mooi boek van McCullers. Een tip voor de liefhebbers van zoetigheid en melancholie zonder al te veel sentimentaliteit.

Corrections, The - Jonathan Franzen (2001)

Alternatieve titel: De Correcties

4,5
De onweerstaanbare drang van de mens tot perfectie, al was het maar om de buitenwereld te laten geloven dat alles goed is. Moeder, Enid, blijft wanhopig geloven in perfectie, haar hele leven doet ze dat al, alsof het leven oneindig is, alsof de dood omzeild kan worden. Ondertussen takelt Alfred, vader, verder af en is haar kroost ook wanhopig op zoek naar de dromen die ze misschien wel nooit hebben gehad. Franzen schets een op het oog doodgewoon Amerikaans gezin en dat doet hij op fenomenale wijze.

Toen ik begon met lezen moest ik wennen aan de massa’s aan details waarmee hij zijn zinnen had overladen. In nagenoeg iedere alinea lijkt zich een verwijzing naar iets anders voor te doen. Zo smokkelt Franzen vanuit alle hoeken en gaten aspecten van de westerse maatschappij binnen zijn verhaal en koppelt ze aan de weergaloos uitgekristalliseerde protagonisten, waarmee hij vooral de eenzaamheid, de neergang, de melancholiek wil benadrukken. Die andere kant van de vooruitgang die het westen zo typeert.

De schrijver bewaart enige afstand tot zijn hoofdpersonen. Dat vond ik jammer. Hij geeft de gezinsleden voornamelijk rationele gedachten mee waardoor ze de onderliggende emotie daarom slechts toe kunnen laten als alles even niet te beredeneren meer valt, als hun wereldje instort. Verder lijken alle beslissingen, in ieder geval achteraf, beredeneert te zijn of verklaard te worden. Dat hoeft niet altijd. Het geeft aan de andere kant heel goed de moderne drang tot controle weer. Want die wil de moderne mens niet verliezen. Als dat wel zo is, dient dat onmiddellijk gecorrigeerd te worden.