menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Theunis. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2018, februari 2018, maart 2018, april 2018, mei 2018, juni 2018, juli 2018, augustus 2018, september 2018, oktober 2018, november 2018, december 2018, januari 2019, februari 2019, maart 2019, april 2019, mei 2019, juni 2019, juli 2019, augustus 2019, september 2019, oktober 2019

Grande Peur dans la Montagne, La - Charles-Ferdinand Ramuz (1926) 4,5

Alternatieve titel: De Grote Angst in de Bergen, gisteren om 12:21 uur

Het is twintig jaar nadat zich een drama op de berg heeft afgespeeld als een jeugdig en overmoedig voorzitter voorstelt om weer een groep naar de desbetreffende weide te sturen. Hij krijgt voldoende stemmers met zich mee. Slechts de ouderen, diegenen die zich alles nog zo goed kunnen herinneren, stemden tegen. Een zevental meldt zich aan om de bergen in te trekken en dan kan het beginnen. Dan heeft Ramuz voldoende ruimte in het plot geschapen, het verhaal is al bijna verteld, je kunt je er al alles bij voorstellen, om zijn stilistische kunsten te vertonen. Spelend met persoonlijke voornaamwoorden, wisselend van eerste naar derde persoon, met werkwoordstijden en vertelstandpunt creëert hij een sfeer die dan soms geruststellend nabij is en dan weer angstvallig ver weg. Het boek is nog steeds relevant omdat de vergelijking met de huidige tijdgeest gemakkelijk te maken is. Het decor, het onheilspellende gebergte dat niet te vertrouwen is, dat volgens sommigen gevreesd zou moeten worden, stelt dan met weinig voorstellingsvermogen de doemscenario’s van de dreigende gevolgen van de klimaatverandering voor. De personages wisselen in die vergelijking tussen de optimistische, hoopvolle en vooral naïeve populisten en de angstvallige, door schade en schande voorzichtig geworden conservatieven wiens waarschuwingen in de wind worden geslagen. Het boek ademt nietigheid. Wat stellen we als mens voor? Hoeveel greep hebben we op die imposante werelden om ons heen? Imposante literatuur, dat op het einde neemt het zelfs de gedaante van een heuse pageturner aanneemt, een eeuw geleden geschreven en pas recentelijk in naar het Nederlands vertaald waardoor je je eens te meer af gaat vragen wat er nog meer allemaal verborgen kan liggen achter vreemde talen, in stoffige, half vergeten bibliotheken.

» details   » naar bericht  » reageer  

Destiny - Tim Parks (1999) 3,5

Alternatieve titel: Bestemming, afgelopen dinsdag om 22:37 uur

stem geplaatst

» details  

Travels with Charley: In Search of America - John Steinbeck (1962) 4,5

Alternatieve titel: Reizen met Charley, 9 oktober, 17:37 uur

stem geplaatst

» details  

Pellegrina: Een Italiaanse Wielerbedevaart - Lidewey van Noord (2016) 4,5

27 september, 00:20 uur

Bert Wagendorp kondigt het in zijn voorwoord al aan: het boek “zaait (…) verlangen.” Dat is precies wat het doet, zonder opsmuk, maar met een grootste hartstocht. Een ode aan Italië en het Italiaanse wielrennen. De prachtige verhalen over vergane glorie en onmetelijk verdriet worden door kleurrijke, herfstige foto’s van Bella Italia overbrugd. Sfeer is wat het boek uitademt, als een warme herinnering naar die ene vakantie, lopend door de smalle steegjes van pittoreske, eeuwig slapende dorpjes. Volgens Van Noord lagen de verhalen klaar “op dorpspleintjes, kruispunten en industrieterreinen” en als je je erin onder laat dompelen dan leer je Italië “in al haar pracht en lelijkheid” kennen. En die verhalen zijn prachtig.

Zo is er het verhaal van Luigi Malabrocca die hard zijn best deed om tijdens de Giro d’Italia de zwarte trui te winnen. Toen was er nog een zwarte trui, een trui voor de laatste plek, die nog voor veel publiciteit en bekendheid zorgde. Hij prikte zijn banden lek, ging achter muren of hegjes liggen en verstopte zich in een kelder. “Hij liet zich zelfs een keer in een lege waterput zakken, waar hij werd betrapt door een argwanende boer. ‘Wat gebeurt hier?’ vroeg die hem. ‘Ik ben de Giro d’Italia aan het rijden’, antwoordde Malabrocca. Daarna stapte hij weer op de fiets en vervolgde de zware Dolomietenrit.”

Van Noord schrijft over de najaarsklassieker de Ronde van Lombardije, de laatste écht koers van het wielerseizoen: “de koers legt de pijn bloot die afscheid nemen altijd oproept en toont tegelijkertijd de troost die gevonden kan worden in de schoonheid van de herfst, en in vergankelijkheid. De pijn van het afscheid nemen wordt opgevangen op een zacht bed van gevallen bladeren, verhuld in donzige mist.” Ze schrijft soms prachtig en weet treffende beelden op te roepen en daarmee een sfeer te scheppen die uitnodigend is. Zelfs als je nooit fietst zou je zin kunnen krijgen om vrijwel onmiddellijk een fiets te kopen, naar Italië te vliegen en langs de verhalen van Van Noord te peddelen.

Ook het Italiaanse volk wordt onder de loep genomen. Het verschil tussen de mensen uit het noorden en het zuiden. “Het is niet voor niets dat de drie actieve vulkanen Italiaanse vulkanen zich in het Zuiden van het land begeven”, schrijft ze. “In het Noorden hadden ze niet gedijt. Hitte, vurigheid, snelstromend bloed waarvan de druk soms zo hoog wordt dat er een eruptie volgt, een schelle woordenstroom ondersteund door woeste gebaren, een gesprek dat voor een noorderling ruzie lijkt, maar dat in het Zuiden gewoon een gesprek is, omdat woorden hier nu eenmaal in het hart worden geboren, en niet in het hoofd zoals in het Noorden.” En in een ander verhaal, verderop in het boek, schrijft Van Noor dat “Italianen geboren ambassadeurs van het idee (zijn) dat het leven ooi en ziet is.” Ze zijn “geboren acteurs”.

Romantiek en melancholiek ontmoeten elkaar op zijn hevigst in het laatste verhaal van het boek, het verhaal over de in 2011 in de Giro verongelukte Wouter Weylandt. Hij stierf tijdens een afdaling. Van Noord bezoekt de noodlottige plek en durft hem op Italiaanse wijze opnieuw naar beneden te dromen, om hem te waarschuwen voor het gevaar en hem vervolgens erder te zien fietsen, “voor altijd op weg naar Rapallo”. Het is een gedurfd en ontroerend slot dat met veel mededogen en liefde is geschreven, en daarmee een passend einde op van deze “Italiaanse wielerbedevaart”.

» details   » naar bericht  » reageer  

Sapozjnik i Netsjistaja Sila - Anton Tsjechov (1888) 3,5

Alternatieve titel: De Schoenmaker en de Duivel, 22 september, 16:51 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Rasskaz Gospozji NN - Anton Tsjechov (1887) 4,0

Alternatieve titel: Het Verhaal van Mevrouw NN, 21 september, 11:13 uur

stem geplaatst

» details  

Bez Zaglavija - Anton Tsjechov (1888) 4,0

Alternatieve titel: Zonder Titel, 21 september, 10:22 uur

stem geplaatst

» details  

Spat' Chotsjetsja - Anton Tsjechov (1888) 4,5

Alternatieve titel: Slaap, 21 september, 09:59 uur

stem geplaatst

» details  

Another Day in the Death of America - Gary Younge (2017) 4,5

Alternatieve titel: Een Doodgewone Dag in Amerika: 24 uur. 8 Staten. Tien Kapotgeschoten Jonge Levens, 21 september, 09:37 uur

Er zijn weinig dingen waarover de meeste mensen het zo eens zijn dan over de krankzinnigheid van de Amerikaanse wapenwet. Behalve in Amerika zelf dan. Eens in de zoveel tijd verschijnen weer berichten een de media over een ‘mass shooting’. Voor een tijdje lijkt dan een discussie over de wapenwet te ontstaan, zeker ook na de spraakmakende documentaire Bowling for Columbine van regisseur Michael Moore, maar er verandert eigenlijk nooit iets. De wapenlobby is ijzersterk, er wordt nog steeds oeverloos gebazeld over het zogenaamde recht op zelfverdediging en vrijheid en het bezitten van een wapen lijkt zo diep verankerd in de cultuur van dit koppige land, dat elk serieus debat erover na een verloop van tijd verstomd, alsof het collectieve geheugen niet meer in staat is om de dagelijkse trauma’s van wapengeweld te verwerken.

Want dat is wat er gebeurt. Het gaat niet alleen maar om die massale schietpartijen die het nieuws halen. Elke dag worden er mensen zinloos vermoord. Gary Younge koos voor een willekeurige 23 november waarop tien jongeren werden neergeschoten. Hij ging op zoek naar hun verhaal en dit levert een magistraal en belangrijk boek op.

In eerste instantie zou je vraagtekens kunnen zetten bij deze exercitie. Wat voor inzichten levert het je op als je ieder verhaal gaat ontleden? Wat heb je aan een opsomming van treurigheid? Maar dit boek doet iets anders met je als lezer, want als je het boek hebt gelezen begrijp je nog meer, veel meer, dan stupiditeit van ‘the home of the brave’. Hoe doet Younge dat?

Hij heeft familieleden en vrienden van de slachtoffers opgezocht. Hij heeft ze gesproken over hun verscheurde levens, over hun vermoorde zoon, dochter, broer of zus. Met pijnlijke details beschrijven ze het noodlottige incident of de nasleep ervan en dan wordt het al snel heel persoonlijk. Zo zijn er de specifieke herinneringen van een verslagen moeder:

“Het enige wat ik nog weet is het beeld van hem en zijn schoenen: hij had net zijn schoenen aangetrokken en zijn T-shirt lag op de vloer.”

Zo zijn er die kleine dingen die een mens tot mens maken:

“Tyler Dunn, die elf was toen hij stierf, zette graag vallen voor allerlei beestjes, hield van jagen, van vissen in een beek achter het huis, van terreinrijden en mountainbiken in de zomer, en van rodelen in de winter.”

Zo is er de wrange spijt over gemiste kansen:

“Wat wou ik graag dat ik naar buiten was gegaan en met ze had gespeeld. En het spijt me dat ik die dingen niet doe met mijn kinderen.”

Zo is er de nijpende banaliteit van het feit dat het leven doorgaat:

“Veel erger dan de hele nacht wakker liggen waren de ochtenden. Er leek elke dag een korte periode te zijn, vlak nadat ik mijn ogen had opengedaan, waarin ik volledig vergat dat Robby dood was. Daarna kwam de herinnering, als een vloedgolf die me overspoelde en me het gevoel gaf dat ik verdronk. Ik moest elke dag vechten om uit bed te komen – en dan bedoel ik echt elke dag.”

Younge maakt deze jonge slachtoffers menselijk. Hij geeft ze een naam, een geschiedenis. Ze worden gemist. Als ze überhaupt onderwerp van gesprek in de media zijn komen we deze slachtoffers normaal gesproken slechts tegen in nietszeggende getallen. Maar hier blijft het niet bij. Younge kijkt verder dan alleen de zielige, hij schetst de bredere context en weet hierdoor knap duidelijk te maken dat het niet om individuele gevallen gaat en dat het probleem immens en niet zo makkelijk oplosbaar is. Zo raakt hij die andere oneindige kwestie aan: racisme.

“Grote aantallen zwarte mannen (worden) in de Verenigde Staten gevangen in het strafrechtsysteem: in een fuik. (...) Als ze je eenmaal hebben aangehouden voor ‘iets’ zorgen ze wel dat er iets is.”

Young heeft het ook over zelfmoord door politiekogels. In 11% van de gevallen zou een verdachte zichzelf van het leven willen beroven. Er hoeft maar met een geweer gezwaaid te worden en voilà, daar is mijn zelf verkozen einde. “Zelfmoord door een politiekogel is een bestaande vorm van zelfmoord.”

Dan is er nog het systeem, de rechtspraak. Als een rouwende vader, die zijn geweer niet achter slot en grendel had gezet, vervolgd wordt voor nalatigheid nadat zijn 13-jarige zoon een vriendje heeft doodgeschoten dan stel je je toch de vraag die een achterblijver van weer een ander slachtoffer van die ene 23 november ook stelt: “Iemand moet er toch verantwoordelijk voor worden gesteld?” Moet het dan de vader zijn die in de rechtbank in de boeien wordt geslagen en huilend de bak in gaat? Ja, zou je kunnen zeggen. Wat moet je met een geweer? Maar dat is te gemakkelijk. Als er iets duidelijk wordt in het boek is dat de wapenwet onomstreden lijkt. Protesteren is bij de meeste nabestaanden niet eens in hun op gekomen. De gelatenheid waarop mensen reageren als het aankomt op de wapenwet is bizar. Alsof ze daar iets aan zouden kunnen doen. Er ontstaan ruzies tussen de achterblijvers, “tweespalt tussen families en vrienden”, maar slechts zelden keert de woede zich tot de wapenlobby.

Younge schreef over één dag, één uit de lucht geplukte 23 november. Hij eindigt kort met het eerste slachtoffer van 24 november. Dag in, dag uit, verliezen mensen hun levens. Laten we hun verhalen blijven vertellen. Dan worden ze gemist. Het zijn verhalen, persoonlijke verhalen die mensen in beweging kunnen krijgen. Ook de wapenlobbyisten zijn tenslotte menselijk. Laten we ze stapje voor stapje, ziel voor ziel, de goede kant op wijzen. Younge gaf alvast het goede voorbeeld.

» details   » naar bericht  » reageer  

Rano! - Anton Tsjechov (1887) 3,5

Alternatieve titel: Te Vroeg, 9 september, 15:32 uur

stem geplaatst

» details  

Line Becomes a River, The - Francisco Cantú (2018) 4,0

Alternatieve titel: De Streep Wordt een Rivier, 9 september, 14:46 uur

Cantú had zich verdiept in de grensproblematiek. Op papier. Hij wilde het wel eens aan den lijve ondervinden. Hoe kan je ooit iets begrijpen tenzij je het zelf hebt gevoeld? Pas met díe ervaring kun je ook daadwerkelijk iets meegeven en, wellicht, hopelijk iets veranderen. Hoopvol start hij bij de US Border Patrol. Snel leert hij op brute wijze wat er aan de grens gebeurd en dat hij als agent overgeleverd is aan het systeem.

“U bent straks weer terug in Mexico”, zegt Cantú tegen een oudere man die net gepakt is door Cantú en zijn collega’s. De man antwoordt: “Dat begrijp ik. (…) Ik wil alleen maar weten of ik iets kan doen tijdens het wachten, of ik kan helpen. Ik kan de vuilnis buiten zetten of de cellen schoonmaken. Ik wil u laten zien dat ik hier ben om te werken, dat ik geen slecht mens ben.” Cantú kijkt hem en er rest hem niets anders te zeggen dan: “Dat weet ik.”

In de 19e eeuw werd een groep landmeters naar de grens gestuurd. “Ze signaleerden dat bijna alle planten doorns hadden, dat er geen zoetgeurende bloemen waren en dat de meest voorkomende bomen en struiken een harsachtige lucht verspreiden.” Het was “een eenzaam en desolaat oord”. Dit is het land dat doorkruist moet worden voordat ze bij de grens zijn.

Inmiddels is de grensregio redelijk bekend, zeker nadat Trump zei dat hij een muur zou gaan bouwen en dat de Mexicanen de muur zouden gaan betalen. De verhalen van de vluchtelingen kennen we maar amper. Ook lokaal worden niet de werkelijk verhalen verteld. Tien jaar lang is de lokale berichtgeving onderzocht. Uit het onderzoek kwam naar voren dat er over migrantendoden zelden als persoon, als mens, werd bericht. Er werden metaforen gebruikt: zoals economische (schade, risico’s en gevolgen), gewelddadige (wraak van de kwade woestijn, gevolg van de oorlog aan de grens) en ontmenselijke (kat- en muisspel tussen de speurhonden van de Border Patrol die de vluchtelingen naar de grens lokken). Zoals altijd in mensonterende situaties speelt taal een grote rol. Of in andere woorden: nemen de mens in haar taal afstand van de ander.

Cantú beschrijft in het laatste deel van boek een verhaal van een vluchteling, zijn vriend José. Een man die in Amerika werkte en terug ging om zijn zieke moeder te bezoeken. Als de man terug wil komen is de vraag of dit gaat lukken. Misschien is dat wel het enige wat Cantú uiteindelijk kan doen: zijn ervaring op papier zetten en aan zoveel mogelijk mensen zíjn verhaal en het verhaal van de vluchtelingen laten horen. De grote aantallen aan doden zegt mensen gek genoeg niet zoveel. Pas als we ons kunnen identificeren met een eenling, als we het verhaal van die eenling horen, pas dan beginnen de aantallen tot ons door te dringen. “Elke dode staat voor een uniek, onvervangbaar leven”, schreef historicus Timothy Snyer over de genocide van Hitler en Stalin in Oost Europa. “Het is aan ons, wetenschappers, om te pogen deze aantallen in hun perspectief te plaatsen. Het is aan ons, als humanisten, om die aantallen weer in mensen te veranderen.” Hij citeert ook Carl Jung als hij zegt dat de “massastaat”, waarin we tenslotte meer en meer in gaan leven, “niet de bedoeling (heeft) om wederzijds begrip en het contact van mens tot mens te stimuleren. Zij streeft eerder naar deling.” Cantú wijst er via Jung op dat “we tegemoet komen aan de universele primitieve neiging om onze ogen te sluiten voor het kwaad en het ver van ons weg te duwen”. We sluiten ons af van de ander.

En juist die verhalen worden zo weinig verteld. Dit boek van Cantú is een oproep om die verhalen te vinden. Maar, weet hij, je moet een weg vinden om de verhalen te vinden, maar ten eerste moet je voorbij een “zwaarte” die mensen vaak wel voelden, maar het was te vaag om te bespreken. Cantú voelde dit, ook bij anderen, en vaak werd dat gevoel met “knikjes en stilte, met blikken en gebaren” gedeeld. Hoe vertel je het hele verhaal? Uiteindelijk vertelt hij het verhaal van José en zijn eigen ervaringen. Het is het enige wat hij kan doen. Verder is er alleen machteloosheid: “Het is een beetje alsof ik al die jaren rondjes heb gelopen om een reus en alleen maar op zijn voeten heb gelet. Maar nu voelt het alsof ik naar boven begin te kijken en eindelijk zie waardoor ik word verpletterd.”

Er zijn films nodig, series om empathie en bewustzijn te creëren voor de schrijnende situatie. Er zijn boeken nodig. We moeten de verhalen van de mensen gaan horen. Francisco Cantú geeft, zoals Valeria Luiselli dat deed, alvast een hoopvolle voorzet.

» details   » naar bericht  » reageer  

Berg Mens onder Witte Lakens, Een - Erik Vlaminck (2019) 4,0

9 september, 10:51 uur

Vlaminck doet wat hij zo goed kan: het leven van een gewone Belg omschrijven en met liefde doordringen tot de kern ervan. In deze roman ligt Vlaminck zelf in een ziekenhuisbed en leert hij noodgedwongen zijn kamergenoot kennen. De man vertelt dat zijn vrouw opgenomen is. Het is illustratief voor het boek:

‘Enfin, het is toen rap van kwaad naar erger gegaan. Ze zit nu in de Bijster. Kent ge dat, De Bijster? Dat is een instelling voor mensen die niet weten dat ze er zitten. Ik kan u verzekeren dat haar verblijf daar in De Bijster een klein fortuin kost. Volgens mij is het Hiltonhotel goedkoper. Maar het kan mij niet schelen. Ik kan het betalen.’

De schrijver ergert zich en laat dat in de volgende vraag goed merken. ‘Waarom hebt ge hier dan geen eenpersoonskamer genomen?’
‘Omdat ik liever gezelschap heb.’


Tegen de zin van de schrijver in vertelt de man vervolgens over zijn leven. In sommige hoofdstukken laat Vlaminck de dialoog los. Dan is een verteller aan het woord. Altijd keert hij weer terug in de ziekenhuiskamer.

Vlaminck weet binnen alle lompheid prachtig haar romantiek en liefde naar voren te brengen. Een liefde die diep onderhuids zit en vanwege het onvermogen tot fatsoenlijk communiceren geen moment naar elkaar wordt uitgesproken, maar altijd voelbaar is.

» details   » naar bericht  » reageer  

Nickel Boys, The - Colson Whitehead (2019) 4,0

Alternatieve titel: De Jongens van Nickel, 9 september, 10:38 uur

Eind jaren ’50, begin jaren ’60. Er lijkt iets te veranderen voor de Afro-Amerikanen in het verscheurde Amerika. Maar is dat ook zo? Elwood Curtis wordt onder dubieuze omstandigheden opgepakt en naar een wrede tuchtschool gebracht. Daar, op Nickel Academy, komt hij Turner tegen. De jongens zijn elkaars tegenpolen. Op deze manier heeft Whitehead opeens de ruimte om twee kanten verder uit te spelen.
Elwood staat voor hoop, voor positivisme. Hij ziet in de burgerrechterbeweging een kans, een mogelijkheid voor de Afro-Amerikanen om voor zichzelf op te kunnen komen, dat het niet zoals vroeger is. Tegenpool Turner gelooft dat niet. Hij vindt het naïef:

“The key to in here is the same as surviving out there – you get to see how people act, and then you got to figure out how to get around them like an abstacle cours. If you want to walk out of here.”
“Graduate,” reageert Elwood, maar onmiddellijk corrigeert Turner hem weer.
“Walk out of here.”

Whitehead laat via Turner de andere kant zien van de opstand. Hij laat ook de woede zien. Martin Luther King had het over “the capacity to suffer”. Whitehead zegt vraagtekens bij het geduldige protest van MLK. “Elwood – all the Nickel boys – existed in the capacity. Breathed in it, ate in it, dreamed in it. That was their lives now. Otherwise they would have perished. The beatings, the rapes, the unrelenting winnowing of themselves. They endured. But to love those who would destroy them? To make that leap?”

Het is alsof er een dialoog tussen King en Whitehead ontstaat. De schrijver geeft King ruimte om te reageren:

"We will meet your pfysical force with soul and love. Do to us what you will and we will still love you.
Maar dan laat Whitehead zelfs zijn symathieke hoofdpersoon het hoofd schudden. “Elwood shook his head. What a thing to ask. What an impossible thing.”


Whitehead's antwoord: Elwood lijkt door schade en schande wijs te worden. Een bittere wijsheid. Elwood zit in een donkere cel en lijkt eindelijk zijn werkelijkheid in te zien. “The world has whispered its rules to him for his whole life and he refused to listen, hearing instead a higher order. The world continued to instruct: Do not love for they will disappear, do not trust for you will be betrayed, do not stand up for you will be swatted down. Still he heard those higher imperatives: Love and that love will be returned, trust in the righteous path and it will lead you to deliverance, fight and things will change. He never listened, never saw what was plainly in front of him, and now he had been plucked from the world altogether. The only voices were those of the boys below, the shouts and laughters and fearful cries, as if he floated in a bitter heaven.”

Het verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen van een andere tuchtschool. Je houdt het tijdens het lezen amper voor mogelijk dat dit kan in the land of the free.

Whitehead heeft een scherp en belangrijk boek geschreven. Amerika kampt nog steeds met racisme en ongelijkheid. Was er een decennium geleden nog alle reden voor hoop, voor een change die zelfs tot het Witte Huis voelbaar was, inmiddels hebben die gevoelens plaats gemaakt voor wanhoop en cynisme. Gelukkig ontstaan er vanuit dat diepe ongenoegen moedige tegenreacties. Er worden series gemaakt zoals het verhaal van de Central Park Five. Er worden films gemaakt zoals Twelve Years a Slave. En er worden relevante boeken zoals deze geschreven. Alles tegen de dwaze onverschilligheid van een aantal. Moge ze gelezen worden. Door iedereen. Moge ze langzaam onderdeel worden van de collectieve geheugens van de Amerikanen en van de wereld.

» details   » naar bericht  » reageer  

Pale View of Hills, A - Kazuo Ishiguro (1982) 4,0

Alternatieve titel: Versluierde Heuvels, 9 september, 09:50 uur

Ashiguro heeft een gave. Hij kan op bijna mysterieuze wijze onder je huid kruipen. Binnen een paar pagina’s bevind je je in een sfeer waar je niet uit wil komen. Mysterieus, ongemakkelijk, maar warm en tastbaar. Etsuko grijpt na de zelfmoord van een van haar dochters terug naar haar tijd in Nagasaki, enige tijd na de Tweede Wereldoorlog die overal nog voelbaar is. Ze herinnert zich Sachiko, een ongrijpbare vrouw die ze destijds veelvuldig sprak. Etsuko maakt zich zorgen over Sachiko’s dochter die vreemd en onverklaarbaar gedrag vertoont, maar die zorgen zijn volgens Sachiko niet nodig. Je weet als lezer dat er meer is, dat er op een diepere laag, vlak onder de oppervlakte, van alles speelt dat niet uitgesproken kan worden. Het is beklemmend. Gevoelens blijven onbenoemd. Je voelt de onderdanigheid van de vrouw ten opzichte van de man. Je voelt de schaamte. Je voelt de Japanse cultuur. Schrijven is suggestie oproepen. Schrijven is de kunst van het weglaten. Schrijven is gevoelens oproepen. Ashiguro beheerst zijn pen. Een gave.

» details   » naar bericht  » reageer  

En We Noemen Hem - Marjolijn van Heemstra (2017) 4,0

9 september, 09:33 uur

Wat betekent een naam? Wat betekent het om vernoemd te worden? Van Heemstra wil haar kind naar een verzetsheld uit de familie gaan noemen, maar hoe goed kent ze verhaal werkelijk? Ze besluit tijdens haar zwangerschap op onderzoek uit te gaan en ze komt er al snel achter dat het verhaal dat in de familie vaak zo simpel is verteld, veel ingewikkelder is. Tijdens haar zoektocht herinnert ze zich passages van Coetzee. Ze herinnert zich dat het hij schrijft dat het leven geen roman is, dat “duizenden dingen worden verdrongen, gladgestreken en vergeten zonder dat iemand er maar een seconde van wakker ligt.” Maar hoe vaak is het zo dat wij verhalen gebruiken om ons te helpen, om onszelf gelukkiger te maken of vertrouwen te geven, vraagt Van Heemstra zich af? “We zien het (leven) als een boog van A naar B en ergens onderweg moet er geworsteld worden met demomen. De logica van het drama, van de roman, vereist dat we de waarheid niet verdringen maar ermee in het reine komen, Ze vereist conflict en innerlijke strijd en dan een goed einde.”

Er ontstaan een aantal lagen in het verhaal. Er is het onderzoek dat langzaam vordert, te langzaam, omdat de tijd doortikt en kindje doorgroeit. Hoe lang nog voordat ze een beslissing moet nemen? Ondertussen maakt haar omgeving zich zorgen om haar gezondheid. En dan is er nog het verhaal over de bommenneef zelf dat door het speurwerk ook steeds verder uit de geschiedenis omhoog wordt getild. Kers op de taart is de stijl die zo nu en dan prachtig is. Een voorbeeld. Van Heemstra zit verdiept in de archieven naar buiten te staren.

“Buiten haasten reizigers zich het station in en uit. Buiten zwijgt het heden zich de toekomst in. Hier binnen is alleen maar ruimte voor en koffie, een zwijgende barista en twee mensen op zoek naar volledigheid. De grote hal is een scharnierpunt in de tijd. De draaideur staat stil, de balies zijn onbemand. Achter de poortjes verderop liggen in de koelte de dozen vol geschiedenis.”

Alles bij elkaar is het een zeer fijne leeservaring.

» details   » naar bericht  » reageer  

Salvaje, El - Guillermo Arriaga (2016) 4,0

Alternatieve titel: De Ontembare, 9 september, 09:14 uur

Een zogenaamde dikke pil die lijst als een trein. Een onvervalste page turner. Leven op het scherpst van de snede met de wolf als metafoor. Hoe tem je een wolf? Hoe worstel je je door een leven waarin dood en verderf om zich heen grijpt als hongerige jager? De hoofdpersoon, Juan Guillermo, vraagt het zich af:

“Ik groeide op met het idee dat ik mijn leven lang in een halfdierlijke, ontembare staat zou blijven hangen. En termijn mijn broer in zijn jonge jaren altijd Carlos de Moedige wilde zijn, wilde ik Juan Guillermo de Ontembare zijn.”

Aan de andere, koude kant van de wereld, tussen sneeuw en ijs, volgen we Amaruq.

“Hoog op een berg bespiedde Amaruq de wolf en zijn roedel, tot ze uit het zicht verdwenen tussen de bomen. Hij besloot hem Nujuaqtutuq te noemen: ‘de Ontembare’.”

Beide verhalen lopen in elkaar over, complementeren elkaar en komen op een mooi beschreven manier bij elkaar. De verhaallijnen tuimelen bijna over elkaar heen soms, vechtend om verteld te worden. Het zorgt voor spannende cliffhangers en een hoog leestempo. Gelukkig biedt het verhaal voldoende diepgang waardoor het niet slechts bij spanning blijft. Soms balanceert het op het randje, lijkt het iets te gemakkelijk en alleen maar om de actie waardoor mijn aandacht even leek te verslappen. Maar de rauwe overlevingsdrang waarin de hoofdpersonen zich door het leven moeten slepen vergoedt dan veel. Je kunt gewoon niet stoppen met lezen en voor je het weet ben je door de honderden bladzijden heen.

» details   » naar bericht  » reageer