menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Theunis. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2018, februari 2018, maart 2018, april 2018, mei 2018, juni 2018, juli 2018, augustus 2018, september 2018, oktober 2018, november 2018, december 2018, januari 2019, februari 2019, maart 2019, april 2019

Winter of Our Discontent, The - John Steinbeck (1961) 4,5

Alternatieve titel: Wintertij van Tegenzin, afgelopen maandag om 15:40 uur

Al enige tijd ben ik bezig om langzaam het werk van John Steinbeck te ontginnen, om zijn lang geleden geschreven boeken onderdeel van mezelf en mijn kleine leventje te maken, om ze opnieuw waarde te geven in een tijd die erom vraagt. Ja, grote, wellicht groteske woorden voor het lezen van een aantal boeken van een schrijver die je toevallig goed vindt. Maar laat me ze maar gebruiken, laat me er alsjeblieft mee weg komen, want in de ten eerste prachtig geschreven boeken van Steinbeck meen ik bovendien waarden te vinden die het niet verdienen alleen in het verleden te schuilen, maar die zich in het hedendaagse daglicht veel vaker mogen tonen. Ik vond ze ook in dit boek: The Winter of our Discontent.

Nou, kom maar op dan, hoor ik je zeggen. Laat ik voorzichtig beginnen met uit te leggen dat het even heeft geduurd voordat dit boek me te pakken had. Steinbeck wisselt in dit boek mijmeringen van de hoofdpersoon af met levendige dialogen en dit doet hij op superieure wijze. Straks laat ik iets zien over de mijmeringen, want het waren vooral die beweeglijke dialogen waaraan ik moest wennen. Je voelt als lezer dat in die dialogen het belangrijkste niet wordt gezegd, dat je tussen de regels moet doorlezen om te weten te komen wat er zich daadwerkelijk tussen de personages afspeelt, maar wat dat is kom je vaak pas later of helemaal niet te weten. Er wordt in de dialogen weinig uitgelegd. Dat maakt de gesprekken realistisch, authentiek. Het zorgt ervoor dat je het idee hebt dat je gesprekken staat af te luisteren. Knap gedaan.

Veel van die gesprekken vinden plaats in een kleine supermarkt in New England, de winkel van Ethan Allen Hawley. Ethan stamt uit een van oudsher rijke familie maar door een slechte investering van zijn vader is de familie geld en aanzien kwijt geraakt. Maar Ethan is geld nooit het belangrijkste geweest. Voor zijn vrouw en kinderen is dit anders. “Daddy, when will we be rich?” Ethan begint na te denken over het belang van geld en begint zich af te vragen of zijn waarden (eerlijkheid, trouw, vriendschap) geen ouderwetse zijn en als hij een lucratief aanbod krijgt is de vraag wat zwaarder weegt.

En het is hierin, in het zichtbaar maken van de strijd van de eenling tegen de beloftes van de macht, in de overpeinzingen van een hoofdpersoon op zoek naar datgene wat juist is, waar Steinbeck zich een meester toont. “And if I should put the rules aside for a time, I knew I would wear scars but would they be worse than the scars of failure I was wearing? To be alive at all is to have scars.” Steinbeck maakt het piekeren tastbaar. Zo slaapt Ethan ’s nachts slecht, in tegenstelling tot zijn vrouw. Steinbeck beschrijft hoe Ethan zijn vrouw observeert terwijl ze slaapt. Hij maakt hiermee zijn jaloezie voelbaar waardoor je als lezer niet alleen voelt hoe vervelend de slapeloosheid voor Ethan moet zijn, maar waardoor je als lezer ook meteen weet dat Ethan degene is die lijdt, dat hij voor een keuze staat, niet zijn vrouw. En de manier waarop dit beschreven wordt is simpelweg schitterend.

“My wife, my Mary, goes to her sleep the way you would close the door of a closet. So many times I watched her with envy. Her lovely body squirms a moment as though she fitted herself into a cocoon. She sighs once and at the end of it her eyes close and her lips, untroubled, fall into that wise and remote smile of the ancient Greek gods. She smiles all night in her sleep, her breath purrs in her throat, not a snore, a kitten’s purr. For a moment her temperature leaps up so that I can feel the glow of it beside me in the bed, then drops and she has gone away. I don’t know where. She says she does not dream. She must, of course. That simply means her dreams do not trouble her, or trouble her so much that she forgets them before wakening. She loves to sleep and sleep welcomes her. I wish it were so with me. I fight off sleep, at the same time craving it.”

En als de slaap niet komt dan kiest Ethan er regelmatig voor om er niet zinloos op te gaan wachten. Voorzichtig stapt hij dan uit bed en loopt hij door het stadje, zoals op een koude de avond waarop de vrieskou grip krijgt op de straten. “The usual nightfolk, the cats, don’t like to walk on frost. I remember once, on a dare, I stepped out barefoot on a frosty path and it felt like a burn to my feet. But now in galoshes and think socks I put the first scars on the glittering newness.”

Ethan vraagt zich af of hij nog grip heeft op de situatie en langzaam lijkt het alsof er iets begint te knagen, of er kleine scheurtjes in zijn muur van normen en waarden beginnen te ontstaan. Was hij wel goed genoeg voor deze wereld? Was hij niet té goed voor deze wereld? Moest hij niet meer van zichzelf gaan eisen?

“It’s as though events and experiences nudged and jostled me in a direction contrary to my normal one or the one I had come to think was normal – the direction of the grocery clerk, the failure, the man without real hope or drive, barred in by responsibilities for filling the bellies and clothing the bodies of his family, caged by habits and attitudes I thought of as being moral, even virtuous. And it may be that I had a smugness about being what I called a “Good Man”.”

Ethan is universeel en stijgt boven New England en zijn eigen milieu en zijn eigen tijd uit. De geloofwaardigheid en relevantie van de hoofdpersoon, een man die een bijna naïef idealisme hoog probeert te houden, maar ondertussen amper opgewassen is tegen de druk van buitenaf, is ook nu nog evident. Hoevelen van ons zijn niet op zoek naar het groenere gras aan de andere kant van de schutting? Steinbeck had een gave, een bijzonder vernuft om met zijn pen onder de huid van alledaagse mensen te kruipen, om alomvattende vragen te stellen aan diegenen die amper invloed op de antwoorden hebben. En daarom blijf ik spitten, blijf ik in zijn werken wroeten om antwoorden te vinden op nog steeds relevante vragen. En ik heb geluk, ik weet dat er nog belangrijke werken liggen te wachten. Grapes of Wrath, East of Eden. Ja, er liggen nog genoeg schatten voor me begraven. Wat heeft een mens tenslotte nodig om gelukkig te zijn? Dit lentezonnetje, een kop koffie en goed boek. Veel meer toch niet?

» details   » naar bericht  » reageer  

Pier en Oceaan 1 - Oek de Jong (2012) 4,0

9 april, 20:58 uur

Het magnus opus van Oek de Jong. Ambitieus, minutieus. Het beschrijft de levens van de familie Roorda en, tegelijkertijd, op de achtergrond, maar nadrukkelijk voelbaar: de geschiedenis van Nederland van 1944 tot en met de jaren zeventig. Het decor is wisselend. We zien het Friese platteland, de kustgebieden van Zeeland, Amsterdam. We zien Nederland als waterland. We zien vooral de veranderende tijd, een Nederland dat herkenbaar is, dat me deed terugdenken aan mijn eigen jeugd, aan hoe de jeugd ook voor mijn ouders moet zijn geweest. Ik voelde de beklemmende invloed van de kerk. Na het lezen van het boek vroeg ik me af hoeveel er van dit beeld van Nederland over is? Ik las over een leven wat nog op zichzelf stond, dorpen in de provincie die zover afstonden van wat er in de wereld gebeurde dat er slechts af en toe iets van naar binnen sijpelde.

Af en toe bekroop me het gevoel dat Oek de Jong herinneringen uit zijn eigen jeugd opsomde, tot in detail beschreef. Want hoe kan hij anders zo goed doordringen tot de hoofdpersonen, ze zo haarfijn doorgronden dat je als lezer het gevoel hebt dat je over jezelf leest? Nadat ik het boek sloot, nadat ik de achthonderd pagina’s met plezier had gelezen, had ik het gevoel dat ik de hoofdpersonen achter liet, te vroeg liet gaan. En dan weet je het zeker: dit was een prachtig boek.

» details   » naar bericht  » reageer  

Pier en Oceaan 2 - Oek de Jong (2012) 4,0

9 april, 20:58 uur

stem geplaatst

» details  

Questione Privata, Una - Beppe Fenoglio (1963) 3,5

Alternatieve titel: Een Privékwestie, 31 maart, 17:53 uur

stem geplaatst

» details  

Easter Parade, The - Richard Yates (1976) 4,0

Alternatieve titel: Paasparade, 10 maart, 12:49 uur

Soms duurt het even voordat ware meesterschap zich toont. Het is alsof je uren vaart om bij dat onbewoonde eiland te komen waar, volgens de verhalen, het meest helder blauwe water zich zou bevinden. Onderweg vraag je je veelvuldig af waarom je je in hemelsnaam hebt laten overhalen, waarom je op het stompzinnige idee bent gekomen om te vertrekken en net op het moment dat je denkt aan terugvaren dan doemt daar ineens het eiland op en een uur later weet je dat het het allemaal waard is geweest.

Zo ging het ook tijdens het lezen van The Easter Parade van Richard Yates. In het boek volgen we de levens van de zussen Sarah en Emily. Compleet verschillende personen die uiteenlopende levens leiden. De openingszin legt meteen een bom onder het verhaal: “Neither of the Grimes sisters would have a happy life, and looking back it always seemed that the trouble began with their parents’ divorce.” Dan ontvouwt zich een schijnbaar doorsnee verhaal waarbij beide zussen worden gevolgd in de keuzes die ze maken. Maar wat lang triviaal lijkt, krijgt gedurende het verhaal steeds meer gewicht. De karakters kruipen langzaam onder je huid. Zo langzaam, zo geniepig, dat ik even naar adem moest happen bij een passage op drie kwart van het boek. Het kwam volkomen onverwacht. Op slinkse wijze was ik het verhaal ingezogen en nu, eenmaal gevangen, zou het me niet meer los kunnen laten.

Hoe heeft Yates dat voor elkaar gekregen? Ten eerste maakt hij grote sprongen in de tijd. In een paar zinnen ben je soms ook een paar jaar verder. Yates is een meester in het schrappen. Wat hij vervolgens doet is haarfijn inzoomen op de sleutelmomenten in de levens van de zussen, waar bij hij de tijd neemt die nodig is om bij de hoofdpersonen in het hoofd (of onder de huid) te komen. Daar heeft Yates bij Emily meer ruimte voor nodig dan bij Sarah, al was het maar omdat je door de ogen van Emily de situatie van Sarah goed kan inschatten, zeker ook omdat Sarah die zelfreflectie amper lijkt te hebben. Als op een gegeven moment, in een schrijnende situatie, duidelijk wordt hoe het met Sarah gaat zijn het die kleine, fijnzinnige momenten waarop Yates zijn meesterschap toont. Zo zegt Emily op een gegeven moment: “you’re going to have to tell me a few things”. In zo’n zinnetje zit zo veel finesse. Het zegt namelijk ook dat er lange tijd te weinig is gezegd. Het zegt ook dat ze ondanks alles, ondanks jaren van weinig contact, ondanks de grote verschillen, altijd nog elkaar hebben. En tegelijk legt het gesprek wat volgt meteen een breekbaarheid bloot, een breekbaarheid die al tijden sluierend op de loer ligt.

Na dat moment wil je het boek in één ruk, ademloos uitlezen, ook al weet je, en dat wist je al na de openingszin, dat je weinig opbeurends meer mag verwachten. Terwijl je verder leest realiseer je je dat Yates tot in de nerven van het mens-zijn is doorgedrongen en als je nog niet zeker van was van zijn kunde, laat hij je alleen met een meesterlijke slotzin die nog wel even nadreunt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deserto dei Tartari, Il - Dino Buzzati (1940) 4,5

Alternatieve titel: De Woestijn van de Tartaren, 3 maart, 23:02 uur

De Vesting. Het fort waar luitenant Giovanni Drogo als ambitieuze jongeling terecht komt. Zijn eerste standplaats. In het noorden, ergens achter de uitgestrekte woestijn, ligt het land van de Tartaren. Iedereen in de Vesting wacht op de Tartaren, wacht tot ze het fort zullen aanvallen, tot er glorieuze tijden aanbreken. Zo ook Drogo. Maar hij wordt gewaarschuwd. Jaren geleden is er voor het eerste gezegd dat er grootse dingen te gebeuren staan, maar in al die jaren is er nooit iets van terecht gekomen. Vertrek zodra je kunt. Blijf hier niet.

Seizoenen komen en seizoen gaan op de Vesting. Buzzati schrijft erover in een prachtige, melancholische stijl, zoals bij de komst van de prille lente: “De zon was niet meer zo snel als voorheen, omdat zo graag onderging, maar begin aan het midden van de hemel een beetje te dralen, intussen, de opgehoopte sneeuw verzwelgend, en het had geen zin dat de wolken zich nog haastten vanaf de ijsvelden van het noorden: tot sneeuw waren ze toch niet meer in staat, alleen regen konden ze brengen, en die regen deed maar één ding: hij liet het laatste restje sneeuw smelten. Het mooie jaargetijde was weer aangebroken.” Buzzati schrijft weergaloos. Hij speelt met de fanatasie van de lezer. Als in diezelfde lente de velden bijvoorbeeld groen worden, en er kleine bloemetjes opkomen, schrijft Buzzati dat het “wel witte bloemetjes (zullen) zijn.” Door één woordje toe te voegen, door zullen te schrijven in plaats van de bloemetjes tot in detail te beschrijven, prikkelt Buzzati de lezer. Het creëert ruimte, ruimte voor de lezer om in te duiken, om er met zijn fantasie in te gaan zwemmen, om te bedenken dat Drogo de bloemetjes vermoedt, maar dat hij ze niet kan zijn, om te verbeelden dat het ook wel eens roze, paarse, gele bloemetjes kunnen zijn. Het is alsof Buzzati staat steeds boven zijn schrijven staat. Als hij fantaseert over de stad, ver weg van de Vesting, daar waar het gewone leven simpel zijn doodgewone gang gaat, dan doet hij dat afstandelijk en invoelbaar tegelijkertijd: “Net zulke wolken zeilen er op dit moment boven de verre stad; mensen die daar rustig lopen te wandelen, kijken er af en toe naar, blij dat de winter voorbij is, bijna allemaal hebben ze nieuwe of opgeknapte kleren aan, en jonge vrouwen dragen hoeden met bloemen en fleurige jurken."

Maar het is vooral het beklemmende leven binnen de muren van de Vesting waarin we ons als lezer bevinden. Buzzati zet Drogo binnen de muren om de lezer existentialistische vragen te stellen: wat betekent het om mens te zijn? Zonder doel, zonder oorsprong zijn we op onszelf aangewezen maar de vraag is, zoals ook op de achterflap van het boek staat: heeft de mens de moed om zijn eigen leven te bepalen? Of de vertaling naar het boek: Is Drogo in staat om de Vesting te verlaten?

De tijd dendert ook in de Vesting traag en zwaar door. Op een nacht denkt Drogo het gebrom van een liedje te horen, totdat hij beseft dat het “een verre waterval” moet zijn, “neerkletterend over de uitsteeksels van nabije rotsen”. Drogo beseft dat “we denken dat we omringd zijn door wezens gelijk aan onszelf, maar (dat) er niet anders dan vrieskou (is), stenen die een vreemde taal spreken.” Ja, het existentialisme laat zich af en toe van zijn meest moedeloze kant zien. Momenten van hoop lijken de tijd zo nu en dan te versnellen, wat ook het tempo van het verhaal verhoogd, maar achteraf, altijd achteraf, lijkt het allemaal te snel voorbij te zijn gegaan, zoals het lezen van het boek eigenlijk te snel ging. Ik heb genoten. Ook op momenten waarop de mismoedigheid hoogtij vierde. In de dezelfde nacht waar Drogo het gebrom van een liedje meende te horen, realiseert hij zich dat hij alleen is. De alinea die volgt is subliem: “De wind slaat tegen de prachtige jas van de officier en ook de blauwe schaduw op de sneeuw beweegt heen en weer als een vlag. De schildwacht staat roerloos. De maan kruipt voort, voort, traag maar zonder een moment te verliezen, ongeduldig wachtend op de dageraad. Bonke bonk klopt het hart in Giovanni Drogo’s borst."

Of Drogo uiteindelijk in staat is om de Vesting te verlaten? Lees het boek, zou ik zeggen. Je zult er geen spijt van krijgen.

» details   » naar bericht  » reageer