menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Theunis. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2019, februari 2019, maart 2019, april 2019, mei 2019, juni 2019, juli 2019, augustus 2019, september 2019, oktober 2019, november 2019, december 2019, januari 2020

Gods Wegen Zijn Duister en Zelden Aangenaam - Bob den Uyl (1975) 4,5

afgelopen maandag om 22:31 uur

stem geplaatst

» details  

Wayward Bus, The - John Steinbeck (1947) 4,0

Alternatieve titel: De Verdwaalde Bus, 16 januari, 23:50 uur

stem geplaatst

» details  

Winner Take Nothing - Ernest Hemingway (1933) 3,5

9 januari, 12:25 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Pearl, The - John Steinbeck (1947) 4,0

Alternatieve titel: De Parel, 4 januari, 23:23 uur

stem geplaatst

» details  

Burning Bright - John Steinbeck (1950) 3,5

Alternatieve titel: De Felle Gloed, 2 januari, 21:03 uur

stem geplaatst

» details  

Otmars Zonen - Peter Buwalda (2019) 4,0

1 januari, 20:19 uur

stem geplaatst

» details  

On Earth We're Briefly Gorgeous - Ocean Vuong (2019) 3,5

Alternatieve titel: Op Aarde Schitteren We Even, 19 december 2019, 10:04 uur

Een zoon schrijft een brief aan zijn moeder. Een brief die ze waarschijnlijk nooit zal lezen. Het is een brief vol rampspoed van een pijnlijk verleden. Herinneringen aan dramatische tijden. Littekens uit het verscheurde Vietnam. Nieuwe drama’s in het bevooroordeelde, verslaafde Amerika. Een zoektocht naar identiteit, naar een plek om thuis te zijn, terwijl je ontworteld bent en moeite hebt om op een nieuwe plek te aarden. Schrijven, woorden op papier zetten, Engelse woorden, onbegrepen door zijn moeder, bieden wellicht enig houvast. De schrijver zoekt ze in alle gedaantes.

Het boek leest amper als een verhaal. Zo schrijft Vuong ook tegen het einde: “Ik vertel je niet zozeer een verhaal als wel een schipbreuk – de drijvende brokstukken, eindelijk leesbaar”.

Die schipbreuk maken het voor de lezer niet gemakkelijk om mee te varen, om aan te haken. Niet zelden dreef ik tussen de brokstukken, me wanhopig proberend ergens aan vast te klampen. Soms, voor een aantal pagina’s wist ik mij te drijven, maar te vaak wilde ik loslaten.

Toch is het niet voor niets dat boek door veel anderen wel bemind wordt. Vuong is ook niet zozeer op zoek geweest naar een verhaal. Dat ik zoekende was is mijn probleem als lezern. Ergens las ik: “Ik heb nooit een ‘lijvig werk’ willen maken, maar ik wilde onze lijven, ademend en onverklaard, in het werk bewaren”. Hierin is de schrijver goed in geslaagd. Als je je even laat onderdompelen in bepaalde scènes kom je heel dichtbij en weet je dat de schrijver is geslaagd in zijn opzet om zijn herinneringen te bewaren, ook al weet hij dat het nooit helemaal zal lukken. Nergens komt dit zo duidelijk naar voren als in deze passage: “En toch verzet het fysieke feit van je lichaam zich zelfs hier, terwijl ik je schrijf, tegen mijn pogingen om het in beweging te krijgen. Zelfs in deze zinnen leg ik mijn handen op je rug en zie ik hoe donker ze zijn tegen de niet te veranderen witte achtergrond van je huid. Zelfs nu zie ik de plooien van je middel en heupen terwijl ik de gespannenheid eruit kneed, de kleine wervels van je ruggengraat, een rij ellipsen die door geen stilte vertaald kunnen worden. Zelfs na al die jaren verbaas ik me over het contrast tussen jouw huid en die van mij – zoals ik me verbaas over een blanco pagina wanneer mijn hand, die een pen vasthoudt, begint te bewegen door het ruimtelijke veld ervan, in een poging erop in te werken zonder het aan te tasten. Maar door te schrijven tast ik het aan. Ik verander, verfraai en conserveer je tegelijkertijd”.

De pogingen die de schrijver onderneemt om alle herinneringen op papier te krijgen maken het verhaal, of de brokstukken, hier en daar wat eenzijdig. Slechts zelden stijgt hij even boven de eigen herinneringen uit om de context te schetsen. Als dat wel lukt is het zeer treffend en tegelijk wonderschoon: “Een nieuwe immigrant zal binnen twee jaar ondervinden dat de salon uiteindelijk een plek is waar dromen de verkalkte kennis worden van wat het betekent om wakker te zijn in Amerikaanse botten – met of zonder staatsburgerschap; pijn lijdend, giftig en onderbetaald.”

Ja, daar ligt de kracht. Hopelijk lukt het de schrijver ooit om de brokstukken bijeen te rapen voor een lijviger werk. Dan zou hij opnieuw mijn aandacht als lezer kunnen krijgen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Dit Was het Nieuws Niet. Grote Verhalen Die het Journaal Nooit Halen - Rob Wijnberg e.a. (2018) 4,0

8 december 2019, 15:31 uur

In het eerste verhaal schetst Rob Wijnberg, medeoprichter van De Correspondent, waar de waarde van dit boek ligt. Treffend laat hij zien dat we zo verslaafd aan nieuws zijn dat we zelden stil lijken te staan bij de geringe relevantie van de actualiteit. “Dagelijks gaan bijna tien miljoen Nederlanders probleemloos naar hun werk. Maar pas als er een auto van de weg raakt of een trein ontspoort, is het nieuws.” Missie van de journalisten De Correspondent (en de verhalen in dit boek) is samen op zoek te gaan naar begrip in de wereld, zodat de wereld veranderd kan worden. Vooruitgang. Daarvoor is de waan van de dag slechts een begin of de uitkomst van een onderliggend proces.

Niet iedere bijdrage in het boek zal voor iedereen even interessant zijn. Het ene verhaal is sterker, doortastender dan het andere. Voor mij sprongen er een aantal uit. Zo toont Jesse Frederik aan hoe de overheid steeds meer onze vijand in plaats van onze vriend lijkt te worden. Wetten worden voor één procent van de mensen gemaakt, lijken voornamelijk uit wantrouwen te bestaan, waardoor bijvoorbeeld mensen die eenmaal in de schuld belanden, er amper uit kunnen komen, doordat ze een vicieuze cirkel van bureaucratie terecht lijken te komen.

Vera Mulder volgde de Brabantse populist Nol Roos. Hoe sterk lijkt amateuristische politiek op lokaal niveau op de algehele tendens in Nederland, in Europa? Bij iedere vorm van kritiek op zijn manier van politiek bedrijven zijn de reacties hetzelfde: “politieke correctheid, makkelijk gekwetst zijn, dingen te serieus nemen, gezeik”. Elk inhoudelijk argument wordt zo achteloos verworpen.

Mark Chavannes beschrijft de saaie, gezapigheid van het Nederlandse, parlementaire debat. De politieke fracties zijn “klein en talrijk”, coalities zijn steeds moeilijker te vormen en “wetgeving is vooral een verlengstuk van het afgesproken beleid”. Er mist ambitie, er mist visie en de “relletjes over personen en uit de hand gelopen projecten” voeren vaak de boventoon. Armoede. Verderop in het boek komt Wijnberg daar zelf op terug als hij uiteenzet hoe de politiek gestopt is met burgers overtuigen van bepaalde idealen, maar dat des te meer bezig is om te verwoorden en uit te voeren “wat een bepaald deel van het electoraat (‘doelgroep’) denkt en wil”. Zijn conclusie is dat de waarheid als product wordt gezien, een “vorm van behoeftebevrediging en zelfbevestiging. (…) Het beoogt verlossing noch vooruitgang, noch verandering, alleen verzadiging”. En tegen het einde van het boek stelt Rutger Bregman in het verlengde van zijn collega’s dat we op dit moment juist een overheid nodig hebben die niet afwacht, maar die in actie komt, een richting kiest. Hoe kunnen we anders op een goede manier het klimaatprobleem aanpakken? Hij toont aan dat veel grote successen, waaronder alle ontwikkelingen vanuit Silicon Valley, zijn begonnen of in leven zijn gehouden door subsidies vanuit de overheid. We hebben gezag nodig dat risico’s durft te nemen, dat durft te investeren in de toekomst.

En verder zijn er meerdere uiteenlopende stukken over, om maar een paar te noemen: een innoverende voetbaltrainer, de opkomst van kwallen in onze wateren, het leven in een verzorgingshuis en de vluchtelingencrisis. Het is een prikkelend boek, het gaat verder dan de waan van de dag. Het maakt kritisch, optimistisch, angstig en zet je vooral aan het denken. Het verlokt tot beweging. Maar het is behalve een platform voor meer begrip, meer kennis, ook een boek dat af en toe politiek wordt. Soms wordt de lezer verlokt en meegenomen met ideeën over hoe het anders kan. Is dat slecht? Nee, wat mij betreft niet. Iets meer idealisme en visie is niet ongewenst in een wereld waar al zoveel geduid wordt en zo weinig gezegd wordt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Grote Verwachtingen: In Europa, 1999-2019 - Geert Mak (2019) 4,5

5 december 2019, 10:34 uur

Tijd is de vriend en de vijand van de historicus. Vanuit de overzichtelijke zetel van het heden is al datgene wat in het verre verleden gebeurde een gegeven. Verbindingen dienen zich aan, oorzaak en gevolg vloeien in elkaar over en decennialange vraagstukken hebben in een paar pagina’s een antwoord gevonden. Hoe dichter echter de tijd de historicus nadert, hoe troebeler het zicht. Feiten en gebeurtenissen laten zich nog soepel beschrijven, maar consequenties zijn steeds moeilijk te overzien. Geert Mak zelf weet dit maar al te goed. Al vroeg in het boek beschrijft hij over de slimme geschiedenisstudent uit 2069 die over onze tijd zal gaan schrijven. Hij zou zo graag meekijken met hem. Wat schrijft hij over de tijd van nu? We ondergaan onze tijd, we doen wat we doen en de toekomst zal haar oordeel over ons vellen.

De voorganger op deze In Europa eindigde hoopvol, optimistisch. Het ging overal goed. Er lag een nieuwe eeuw vol voorspoed voor ons. We konden eindelijk afscheid nemen van de treurnis van de 20e eeuw. Slechts sporadisch werd er over het klimaat gesproken, mensen konden niet voorstellen dat ze een mobiele telefoon nodig zouden hebben, om van het terrorisme, de stroom van vluchtelingen en de bankencrisis nog maar te zwijgen. Toch waren de zaadjes al gepland, maar waren het slechts enkelingen die iets konden vermoeden van wat komen zou. En dan is het toch de overzichtelijke blik van de historicus die het heden kan verklaren en misschien is dat wel het rijke van dit boek. Het beslaat de periode van 1999 tot nu, 2019. Natuurlijk slechts een zucht in de lange geschiedenis die Europa rijk is, maar het is een belangrijke zucht, een diepe ademhaling. Onze wereld is drastisch aan het veranderen, het zijn interessante tijden waar die geschiedenisstudent zich in 2069 met zekerheid zal gaan buigen. Geert Mak wil hem op weg helpen, wil hem, door het schrijven van dit boek, een inkijkje geven in het Europa van nu en van de afgelopen twintig jaar en hij hoop daarmee ons ook te helpen om zicht te krijgen op de tijd waarin we leven, om enige orde in de chaos te scheppen.

Mak begint met het leggen van verbindingen van verleden naar heden, hoe de Tweede Wereldoorlog generaties heeft beïnvloed, hoe Amerika generaties heeft gefascineerd, hoe de vrije markt ons politieke denken infiltreerde om al snel te belanden bij die historische 11e september. Zoals in het vorige In Europa laat Geert Mak ook nu Europeanen hun verhaal vertellen. Dat werkt opnieuw goed omdat gebeurtenissen van wereldbelang opeens zichtbaar worden in de kleine levens van mensen. Zo schrijft de Deen Aydin, Iraniër van oorsprong, dat kinderen na 9/11 niet meer naar etnische afkomst keken. “Geen Pakistani, geen Iraniërs, geen Irakezen, nee: we zijn moslims”. De Irak oorlog volgde en dan is er de blik van de historicus: “De Irakese inval van 2003 was tot op zekere hoogte te vergelijken met de onbezonnen Russisch-Japanse oorlog van 1904. Een eeuw later viel het Westen opnieuw van een voetstuk, vanaf grote hoogte, met alle gevolgen van dien.” Nieuwe termen ontstonden, ook in Nederland: “’krachtig’, ‘ferm’, ‘eigen’ tegenover ‘week’, ‘soft’, ‘politiek correct’ en ‘multicultureel’. Handelaars in angst grepen hun kans”. Mak deed het denken aan Heinrich Böll die schreef over oude en beladen etiketten uit de jaren dertig. Hoeveel zijn we in een eeuw opgeschoten, vraag je je als lezer af.

Mak gaat meerdere landen en thema’s af. Hij zoomt in op de vluchtelingen- en de bankencrisis, op Oost Europa, Rusland, Duitsland, Groot Brittannië met haar Brexit. Verschillen inzichten verhelderen huidige strubbelingen. Een kleine greep:

“Vanuit het Westen werd de val van de Muur vooral gezien als overwinning van het liberalisme, als ‘the end of history’. Voor veel Europeanen in het voormalige Oostblok – met name Polen en Hongaren – was de ineenstorting van het Sovjet-imperium echter in de eerste plaats een nationalistisch feest, een nieuw begin voor duizend en één nationale ambities. Vergeet niet, veel Midden-Europese landen leefden tot 1918 onder het Oostenrijks-Hongaarse Rijk of onder de Ottomanen, daarna onder het nazi-imperium, na de Tweede Wereldoorlog onder de Sovjets.” Mak schrijft niet voor niets dat we niet moeten vergeten, want is dat niet wat er gebeurd? Vergeten we niet te veel? Is dan gek dat ze niet opnieuw ingekaderd willen worden?

Mak zoomt in op de vluchtelingen, laat de duizelingwekkende aantallen van doden zien en maakt ze mens, geeft ze namen, leeftijden en reden van dood en je vraagt je af hoe die geschiedenisstudent oordeelt over de huidige generatie die dit heeft laten gebeuren.

En dan de Brexit. Hoe kijkt Europa naar de Britten en andersom en hoe was dit vanuit een historisch oogpunt? “De Britten beschouwden zichzelf sinds 1945 (…) als overwinnaars. (…) Dit soort triomfantelijke gevoelens kende de rest van Europa nauwelijks. De oprichting van de EU werd daar gezien als een belangrijk onderdeel van een vredes- en verzoeningsproces. (…) Voor het Verenigd Koninkrijk was de EU vooral een handelsblok met een verguld randje, gevoelsmatig bleven de Britten er altijd met één been buiten.” Natuurlijk, er zijn meer aspecten die van belang zijn, maar is vanuit dit oogpunt een Brexit nog wel zo onbegrijpelijk? En in hoeverre gaat het in de huidige loopgravendiscussies aan de overkant van het Kanaal over deze gevoelens?

De bankencrisis wordt natuurlijk ook behandeld. Hoe is het gekomen dat we de grote verantwoordelijkheid van bedrijven van doorslaggevend belang voor ons welzijn in de handen hebben kunnen geven van narcistische, op winst beluste managers? Komt Trump dan helemaal uit de lucht vallen? Als je moet constateren dat in Nederland het aantal zelfdodingen na 2008 van negen naar elf per honderdduizend inwoners is gestegen en als ook in andere landen vanaf 2008 het aantal zelfmoorden met duizenden is gestegen, is het niet ondenkbaar dat de crisis hier een grote rol in heeft gespeeld. “Het was een van de psychologische gevolgen van het neoliberalisme: in het geweld van de vrije markt werd het leven van een mens klein en futiel. En die gevoelens konden vaak worden samengevat in een paar woorden: ‘Laten we naar huis gaan. Naar huis, terug naar de goede dagen van weleer.’ Naar iedere leider die beloofde zijn kiezers naar huis te brengen werd graag geluisterd. Alleen bestond dat huis nergens meer.” Als je dan verderop moet lezen dat er uiteindelijk niet veel is veranderd, dat een nieuwe crisis niet uit te sluiten is, dan vraag je je af hoe lang het nog moet duren voordat de vrije markt definitief bankroet raakt. “Door bij de bankencrisis de schuldenlast behendig te verschuiven naar belastingbetalers werd een kwestie uit de private sector opeens een publieke zaak, en dat niet alleen: ze werd daarmee ook nog eens in allerlei nationale keurslijven geperst. (…) De oude geesten, na 1945 met zoveel moeite weggeduwd, waren weer helemaal terug.” Slik.

Mak schrijft vernietigend over bestuurlijk Europa en verwijt de politici een “westerse blindheid”. “Iedere natie is een historisch product, een ‘verbeelde gemeenschap’ van talloze herinneringen en verhalen, een lotsverbondenheid van gedeelde ervaringen, generatie na generatie, een solidariteit door de tijd heen.” Hoe vaak is daar rekening mee gehouden in Europese regelgeving? De vraag stellen is het beantwoorden. Het verklaart ook, tragisch genoeg, de massale opkomst van het populisme, overal in Europa.

Over de, laat ik het zo maar noemen, waarheidscrisis: “Het is niet meer liegen, het is meer: feiten doen er niet meer toe”. Over hoe Amsterdam, een van de winnaars van de globalisering, kampt met de uithollende gevolgen van de globalisering. “Het cement van de stad begon los te raken, mysterie, verrassing, verbondenheid verdwenen, mijn oude Amsterdam loste langzaam op. E rond het jubelende hart groeiden langzaam ringen van bitterheid.” Mak zoomt in op Friesland, op zijn woonplaats Jorwert om maar aan te tonen dat overal, tot in de diepste krochten van de provincie, het systeem zich lijkt op te dringen vergetend waar het werkelijk over gaat. Leeuwarden werd culturele hoofdstad van Europa, maar voor een inbreng van de Friezen was weinig ruimte. Pas toen het programma niet rond kwam, kwamen de Friezen in actie. Nu vooral vanuit eigen beweging, iets waar het eerder aan ontbrak.

Aan het einde van de boek blijven vooral veel vragen over. Hoe nu verder? Met het klimaat? Met het neoliberalisme? De EU? Het zijn vragen die we met elkaar moeten beantwoorden en waar veel scenario’s mogelijk zijn. De geschiedenisstudent uit 1969 zal met antwoorden komen. Geert Mak heeft zijn werk gedaan. “Zo ligt Europa er nu bij. (…) “Het wordt (…) de hoogste tijd om afscheid te nemen. Vanaf nu weet u, lezer, meer dan ik.” Dan sluit hij passend af, in Boedapest, met een cognacje, proostend op de toekomst. De historicus is weer in het heden beland en moet de tijd afwachten, leven met het onzekere heden. Hij laat mij, de lezer achter. Vanaf nu, weet ik meer dan hij. En ik vraag peinzend af wat het is dat ik nu weet.

» details   » naar bericht  » reageer