Nav de discussie
hier, waarin een nawoord van de schrijver aangehaald wordt om intenties achter het geschrevene te duiden:
Wat vinden we over het algemeen van voor- of nawoorden van de schrijver? Voegt het iets toe aan het boek? Lees je het of sla je het over? Wat maakt een 'goed' voor- of nawoord (en wat niet)?
Zelf ben ik er niet dol op, maar sla het ook nooit over. Ik zie het toch als onlosmakelijk onderdeel van het hoofdwerk, zelfs als het (zoals vaak) jaren na dato is toegevoegd. Met name bij oude literatuur valt me wel vaak een wat hautaine toon op, de schrijver die als professor onderwijst hoe zijn werk gelezen moet worden. Dit meestal naar aanleiding van minder lovende kritieken. Dieptepunten in recent gelezen voorwoorden zijn:
Joseph Conrad - Lord Jim: de schrijver gaat in zijn korte voorwoord in op 2 kritiekpunten die hij heeft vernomen; 1) dat het door Marlow vertelde zeemansverhaal te lang zou zijn om op 1 nacht te kunnen vertellen en 2) dat de vermeend Italiaanse vrouw die het verhaal morbide vond, dan vast geen Italiaanse zou kunnen zijn. Het is volgens mij nog serieus bedoeld ook....
Doris Lessing - The Golden Notebook: met 15 pagina's sowieso veel te lang, uitleggerig en een hoop gejammer dat niemand het boek begrepen heeft zoals het bedoeld was.
Het beste voorwoord dat ik recent las is van Alejo Carpentier - The Kingdom of This World. Hij gaat daarbij in op het fantastische in de literatuurgeschiedenis en het verschil in omgang daarmee in verschillende culturen. Hiermee schetst hij de context waartegen hij de roman schreef die wel wordt gezien als een vroege vorm van magisch realisme. Zo'n soort voorwoord, daar heb ik als lezer wat aan.