menu

Mijn Updates +
De Site / Gebruikers / Schrijf zelf eens wat

zoeken in:
avatar van Donkerwoud
geplaatst:
Stoplichtconversatie tussen fietsers. Een oudere man spreekt me aan als er auto's blijven komen: 'We staan al een halfuur te wachten. Kunnen ze die auto's niet in de grond stoppen!?' Ik kijk hem verbaasd aan. 'Meer groen en minder asfalt, dat is voor iederéén beter,' vervolgt hij. Dan ontdek ik pas waar hij op doelt. 'In Toronto hebben ze het verkeer namelijk netjes weggestopt in ondergrondse tunnels.' Voordat ik hem kan zeggen dat ze dat op plekken in Iran ook hebben gedaan, springt het stoplicht weer op groen. Ik wens hem een fijne middag en fiets voor alle andere fietsers uit over het lege oversteekpunt. Geen hinderlijke auto's meer om me tegen te houden.

avatar van Donkerwoud
geplaatst:
Niks leert mensen zo jong met teleurstelling omgaan als het muntensysteem dat twee mini-winkelwagentjes met elkaar verbindt. Op de stoeltjes ernaast zitten een jonge vrouw met een capuchon over haar hijab en ik. Achter ons hangt een prikbord waarop niet-erotische massages, puppy's/kitten ’s en hulp bij de schoonmaak wordt aangeboden. De vrouw en ik spreken niet met elkaar, maar ergens voel ik een connectie omdat we allebei snoepen van de gratis wifi. Mijn kappersafspraak is uitgelopen wegens het naderende Suikerfeest. Wie niet de Ramadan afsluit met een frisse coupe is kennelijk af, want mijn vaste Turkse kappertje zit vandaag stampvol met klanten. Voor het eerst sinds ik er kom.

De twee boodschappenkarretjes hebben een magnetische uitwerking op het kleine grut. Vrijwel onophoudelijk hoor ik schrille kinderkreetjes als er weer een nieuw kind aan de karretjes port, maar meestal strandt de begeerte als ze ontdekken dat er een muntstuk nodig is om het object van verlangen door de supermarkt te sjezen. Sommige kindjes kijken beteuterd en verdwijnen weer. Andere kindjes geven gewoon allebei de karretjes een fikse por. Er druipen zoveel kinderen onverrichter zake af, dat ik verbaasd ben als een meisje met zwart kroeshaar wél een muntstukje heeft. Ze hobbelt vervolgens vrolijk met haar winkelwagentje achter de winkelwagen van haar mamma aan. Het andere wagentje blijft eenzaam achter.

Maar zelfs klein geluk sluit toekomstige teleurstelling niet uit. Als de gelukkige een minuut of tien later terugkomt, krijgt ze het grijpertje wel weer in de opening van het andere wagentje, maar het muntstukje floept er niet meer uit Ze trekt en sjort er wat beduusd aan. Mijn sensoren als oppasoom springen aan en ik schiet haar te hulp. Of ze misschien wil dat ik met haar meeloop naar de helpdesk of ze het muntje eruit kunnen halen!? Ze wijst wat verlegen naar haar moeder, die bijna klaar is met afrekenen. Die komt even later langs maar vindt het bedrag niet belangrijk genoeg om veel tijd eraan te besteden. Het meisje sputtert nog wat tegen. Niet veel later staat er alweer een jongetje vruchteloos aan de mini-winkelwagentjes te sjorren. Ik besluit dat het tijd wordt om naar mijn kapper te gaan: genoeg kinderleed voor één dag.

avatar van Donkerwoud
geplaatst:
'En daarom laat ik jou nooit met de boodschappen spelen want je maakt alles kapot', zegt de jonge vader tegen zijn dochter, die net een gezinspak WC-papier van de grond raapt. Ze antwoordt: 'Maar wat maakt dat nou uit!? Het gaat tóch op de wéécéé!'

avatar van Donkerwoud
Mijn zus schreef vandaag een stuk over het jongetje met de allerliefste glimlach. Zo trots op die twee!

Ode aan mijn zoon

Mijn zoon, Adam, is 5 jaar oud. Ik moet me inhouden, omdat ik hem eigenlijk eindeloos zou willen kussen en knuffelen.

Als ik aan hem denk, moet ik direct lachen. Ik zie zijn zachte haartjes die altijd veel te snel groeien en dan weer een te dik en warm pak vormen. De onvermijdelijke worsteling die vervolgens bij de kapper volgt. De kleine, borstelige stekeltjes na afloop. Ik denk aan zijn zachte huid die werkelijk zachter is dan de huid van andere leeftijdgenootjes of misschien zelfs wel dan die van kleine pasgeboren baby’tjes. Sowieso is ‘zacht’ wel een woord dat Adam goed omschrijft. Zacht. Lief. Ik houd van die kleine handjes die steeds groter worden. De handjes die me zachtjes vastpakken en me meenemen naar een deur waar Adam doorheen wil of naar de televisie of de boekenkast, omdat Adam naar auto’s, tractoren of naar Kikker wil kijken. Die lieve handjes die zó belangrijk zijn, omdat hij er mee communiceert. De gebaren die Adam kan maken. Paard. Koe. Vos. Papa. Lief. Dat lieve, ook al zo zachte, stemmetje wat soms ook klinkt. Hoe mijn hart een sprongetje maakt als hij “mama” zegt. Zijn grote, blauwe, ogen die bij gebrek aan woorden zoveel aan ons vertellen. De goedheid en vriendelijkheid die Adam uitstraalt. Hoe heerlijk hij het vindt om grapjes uit te halen en zich te verkleden en een show te geven. Even dansen, even de moonwalk, even uitsloven. Zijn vaak stralende lach met tandjes die groot zijn en schots en scheef in zijn mondje staan.

Adam, die altijd wat extra tijd nodig heeft. Adam, waar het kwartje wat later valt. Adam, die ook ondeugend kan zijn en alle kanten op rent, behalve de door mij gewenste. Kleine Adam, die niet uitblinkt in taal of rekenen en dat ook nooit zal doen. Die Adam, waar ik zó ontzettend trots op ben.

Mijn Adam, die anders is dan andere kinderen.

Adam heeft namelijk SATB2.

booky
' ik zit in mijn bed te liggen ,
denkend aan een gedicht van mij....
tot ik al snel door heb,
dat het niet kan wat ik de eerste regel zei....'

avatar van Donkerwoud
Ergens op de labyrintische hoofdweg van Caïro, waar Mahmoud meerdere malen een minibuschauffeur aanhoudt om de weg te vragen, ruiken we een penetrante, zurige lucht. Eerst nauwelijks merkbaar, want de geur valt weg in een drukkende melange van uitlaatgassen, benzinelucht, chemische stoffen en ander milieuvervuilend ongeluk. 'De airco werkt niet', zegt Mahoud in het versimpelde steenkolenarabisch wat mijn moeder en ik begrijpen. Hij draait een paar keer vruchteloos aan de knop, maar de airconditioning van onze Nissan X-trail geeft geen sjoege. Mijn moeder, Mahmoud en ik zijn op weg naar onze eerste tussenstop op weg naar Luxor en Aswan: de stad Sohag. Eerder deze week zagen we op internet dat het in die regio ongewoon warm is voor deze tijd van het jaar, met temperaturen boven de vijfenveertig graden.

Al valt het vooralsnog mee als alle raampjes openstaan en mijn moeder flesjes water en frisdrank uitdeelt, die ze net heeft gekocht bij een tankstation. Mahmoud gooide daar de motorkap open om te kijken of hij iets opvallends kon zien, maar stopte toen een jongeman in legeruniform hem driftig uitfoeterde. Het is niet de bedoeling om een plek op te houden voor mechanisch onderhoud. Op de juiste route tussen Caïro en Sohag merkt Mahmoud op dat het woestijnlandschap 'typisch Egyptisch' is. Overal precies dezelfde zandduinen en electriciteitsmasten. Al passeren we een gele DHL-bus met een Nederlands kenteken onder een Egyptisch kenteken en aan alle kanten Nederlandstalige reclameteksten. Ik probeer snel een foto te maken van dit stukje Holland in Egypte, maar zie door het traliewerk achterin - een afscheiding voor de honden - hoe het voertuig rap uit mijn blikveld verdwijnt.

Op de bordjes staat Asyut, een regio die in de jaren negentig, toen mijn ouders en ik voor het eerst in Egypte kwamen, bekend stond om haar politieke aanslagen. Om de zoveel kilometer wordt het verkeer tegengehouden door de politie. Af en toe worden we ingehaald door een zwarte mercedes met leren bekleding. Tot driemaal toe zien we de bestuurder onderhandelen met politieagenten. Het oponthoud deert hem kennelijk niks, want we zien hem voor het laatst als hij ons weer plankgas inhaalt. Meer steekpenningen, boetes en/of het aanwenden van connecties tegemoet.

Onze provisorische airconditioning - meer föhn dan verfrissing - blaast broeierige woestijnlucht in de Nissan. Als we stoppen om een foto te maken van een schitterende zandduin, begint Mahoud te sputteren en te proesten. De fotocamera nog in zijn handen. Met een vies gezicht zegt hij dat er net een lading zand zijn mond in waaide. Maar hij kan nog lachen als we na uren door woestijnleegte gereden te hebben bij vruchtbare Nijlgrond uitkomen.

De omgeving rond Sohag is zo kleurrijk als het Egyptische platteland kan zijn. Of het de vrolijke, frisse kleuren zijn van palmbomen, landbouwgrond en de overal voelbare nabijheid van de Nijl-rivier. Of de plattelandsmensen in traditionele kleding, die net wat onbezorgder en minder opgejaagd lijken dan de randstedelingen die ik meestal ontmoet. Ook echt Egyptisch is het wanneer mijn moeder en ik - als buitenlanders - bij een grenscontrole worden tegengehouden door een clubje politieagenten. Er staat niet één agent tussen zonder overgewicht. Na veel gepraat, meelachen, onderdanig knikken en zenuwachtig gegrinnik komt de aap uit de mouw: we moeten onder politiebegeleiding mee naar de volgende controlepost, voor onze eigen veiligheid.

Geen van de politiewagens (met gewapende agenten aan boord) lijkt echter iets op te hebben met verkeersregels. Het slaat alles als één van de politie-begeleiders met volle snelheid gaat spookrijden, terwijl een overladen vrachtwagen hem tegemoet komt. Mahmoud kiest om hem te volgen, maar neemt toch voor de zekerheid wat gas terug. Gelukkig zijn er geen tegenliggers. Iets verderop dondert een staalplaat van een truck, vlak voor onze Nissan X-trail.

Maar de derde politiejeep brengt ons toch heelhuids bij de Saayidi-familie waar we de nacht doorbrengen. Wordt vervolgd...

avatar van Donkerwoud
Voor iemand met een weerzin tegen vuurwapens word ik de laatste dagen omringd door (meestal enigszins corpulente) mannen met geweren. Onder politiebewaking worden we in het dorpje Rehayna - in de omgeving van Sohag - afgezet bij het huis van Mahmoud's vrienden. 'Onze' Mahmoud is close met een andere Mahmoud die een café runt in 6 october, een buitenwijk van Alexandrië. In eerste instantie zou deze vriend meerijden, maar door omstandigheden is hij verhinderd. Wel blijft het aanbod open om bij diens familie te logeren als tussenstop naar Luxor.

De tweeënzeventigjarige pater familias zit ons al op te wachten op de zandgrond voor zijn familiehuis. Het huis is schitterend, maar wordt aan beide zijden door ommuurde karkassen van huizen in aanbouw ingeklemd. (Later blijkt dat hier straks óók familie gaat wonen.) Het voelt wat onwenning dat het huis een stuk lager ligt dan de straat, waardoor we het verkeer zien passeren boven een soort ravijn. Mijn moeder merkt een paar keer op dat ze het een eng idee vindt dat, als iemand de macht verliest over het stuur, zijn auto of truck een doodsmak naar beneden kan maken. Zo de tuin in.

Naast het zandweggetje dat toegang geeft tot het terrein, ligt een straathond aan de lijn. Kinderen in de buurt gooien steeds steentjes naar het arme beest dat vals terugblaft. Mijn moeder is er niet de hondenvriend naar om deze misstand ongemoeid te laten en zegt er iets van, maar het wordt weggelachen. Onze gastheer is een vriendelijke oud-zakenman die trots in het Engels met ons probeert te communiceren. Over zijn reizen naar Frankrijk en Engeland. ('For shopping! For shopping!') Over dat hij nooit in Nederland is geweest, maar wel weet waar het land vooralom bekend staat. ('Tulips! Tulips!') Tegenover onze gastheer zit een man van middelbare leeftijd, ook in witte Galabiya. Hij lacht mee en zegt soms iets met een plat-Egyptisch accent. Een jongeman van midden/eind twintig brengt thee, koffie en frisdrank rond. Hij heet Mohammed en doet een masterstudie Engels, maar heeft nog steeds moeite met de taal omdat hij te weinig Engelstalige gesprekpartners kent. Al zou het volgens Mahmoud ook zomaar kunnen omdat hij te verlegen is om de taal te spreken.

Op zeker moment loopt er een man naar beneden met een mutsje en een groot geweer. Hij gaat bij ons zitten terwijl hij het vuurwapen tussen zijn benen klemt. 'Ik ben bang voor je geweer!', zegt mijn moeder in haar Arabisch. 'Wees niet bang, wees niet bang', antwoordt hij. 'Wil je het soms vasthouden!?' Toch liever niet. Mohammed sproeit inmiddels de zandgrond nat met een tuinslang. We schrikken op als hij de straal recht op de aangelijnde hond zet, maar er wordt ons verzekerd dat het beestje keft van plezier.

We horen later van Mahmoud dat de man met het geweer een bewaker is die altijd en overal met zijn vuurwapen rondloopt. Als hij weg is komt de meute kinderen weer terug naar beneden. Natuurlijk niet zonder dat één van hen nog een steen naar de blaffende hond gooit. Mijn moeder zegt tegen onze gastheer: 'Wat jammer dat die man met het geweer er niet meer is.' En ze doet 'pieuw, pieuw' met haar vingers. De kinderen komen echter onze kant op en ik zeg lachend tegen haar: 'Dat zijn vast kinderen van deze familie en dan zeg jij dat er op ze geschoten moet worden.' 'Niet op ze, ernaast of in de lucht.' 'Alsof ze die nuance nu begrijpen.' De kinderen horen inderdaad bij deze familie.

Vanaf dat moment heb ik een vijftal jongetjes om me heen kringelen die alles van me willen weten, maar niet altijd mijn gebroken Arabisch kunnen ontcijferen. En ik kom er ook niet altijd uit als ze meer willen weten dan de logische dingen, zoals: leeftijd, huwelijkse staat, andere familie, etc. Als ze bijvoorbeeld een soort vechtsport met elkaar gaan doen en van mij willen weten of ik wil zeggen wat ze aan het doen zijn. Of als ze me op sleeptouw meenemen omdat er ergens op een onderverdieping wifi zou zijn en ik uiteindelijk meegenomen word naar de hoek van een straat. Toch maar naar een coffeeshop, waar net de wedstrijd Egypte-Nigeria wordt gespeeld op het televisiescherm en Mohammed Salah een aantal goals scoort. Samen lachen om elkaars onbegrip is ook een vorm van communicatie, zullen we maar zeggen.

Het meest bijzonder vind ik het contact wat we in de avond leggen met de vrouwen van de familie. Mahmoud vertelde ons dat Sa'idi (de mensen uit Opper-Egypte) strikter zijn dan Fellahin (landbouwers) of bedoeïenen. Bij deze familie lijkt het in eerste instantie ook alsof de vrouwen volledig uit beeld blijven. Rond etenstijd ontmoeten we de vrouwen dan toch als ze naar beneden komen om ons te halen. Geen ongemak of spelregels, maar ik kan ze gewoon de hand schudden en ook zij blijken hoogst geïnteresseerd in die twee merkwaardige buitenlanders. We lopen met hen langs het overheerlijke verse brood dat een week moet rijzen voor consumptie - het heet zonnebrood en is nog gloeiend heet als we het later eten bij de avondmaaltijd. In de gemeenschappelijke huiskamer hangt een prettige, onbezorgde sfeer en het blijft ongelofelijk hoe gastvrij deze mensen zijn naar volslagen onbekenden. Ik eet hier waarschijnlijk de lekkerste maaltijd van mijn vakantie.

Morgen staat de politiebewaking weer klaar voor onze tocht naar Luxor, dus we kunnen het helaas niet te laat maken. Wordt vervolgd...

avatar van Donkerwoud
'Ancient Egyptians considered literacy as more important than social status or reputation.'

'Die minibus met Duitsers komt over vijf minuten', zegt de officier bij een grenscontrole tussen Sohag en Luxor. We zitten bij een wachtpost onder een kleine overdekking. Het is de bedoeling dat iemand met ons meerijdt over de snelweg, maar ze willen voor logistiek gemak onze Nissan koppelen aan de minibus. Naast ons staat een pantservoertuig met in de schutterskoepel een jongeman achter een mitrailleur. 'Vijf Egyptische minuten, of vijf Hollandse minuten?', vraagt mijn moeder. 'Nee, nee, nee', verzekert de officier ons, 'ze komen er echt zo aan. Geen probleem, geen probleem!'

Eerder die dag reden we met twee politie pickup's naar het 'Sohag National Museum'. Men is naar verluidt achtentwintig jaar bezig geweest om in Sohag, net als in Luxor, een volwaardig faraonisch museum te krijgen. In alle eerlijkheid heeft de klassieke oudheid niet mijn bijzondere interesse, maar dit museum heeft een leuke chronologische opbouw van de verschillende farao-dynastieën naar de Kopten en eindigend bij de Islam. Al raakt het plakkaat 'on writing' me omdat het een aansprekend idee is dat (schrijf-) kunst in zo'n hoog aanzien staat, dat het in alle facetten van de oud-Egyptische cultuur terugkwam. Bij ons vertrek komen een oudere man met stok en een jonge vrouw op ons af. Of we met hem op de foto willen voor de FB-pagina. Hij doet alsof hij een interessante lezing geeft en wij kijken er geïnteresseerd bij, terwijl zijn vrouwelijke collega een paar foto's maakt met haar mobieltje.

Bij de wachtpost worden de vijf 'Egyptische minuten' een kwartier en het kwartier wordt een halfuur. 'We doen het voor zíjn veiligheid,' zegt de officier, 'omdat deze snelweg niet veilig is voor buitenlanders.' In het verleden zijn in deze regio aanslagen gepleegd op toeristen en overal is de aanwezigheid van politie/leger voelbaar. De officier veegt over zijn gebruinde arm en zegt: 'Uw zoon begint erg rood te worden? Heeft u zonnebrandcrème voor hem?' Op een gegeven moment waait de hete woestijnlucht een petje van het hoofd van een jonge kadet. Hij heeft haast om het één of het ander, dus loopt door zonder zijn hoofddeksel te pakken. Uit verveling raap ik het petje op, vanonder de rupsbanden van het pantservoertuig, en geef het aan de legerofficier, die erbij grinnikt. Een paar minuten later staat de kadet vertwijfeld bij de plek waar zijn petje zou liggen.

Een uur later vindt mijn moeder dat het genoeg is geweest. 'U kunt gaan, maar het is volledig uw eigen verantwoordelijk,' zegt de legerofficier tegen haar. Een tikkeltje geïrriteerd, want het is eigenlijk niet de bedoeling. Toch geeft hij Mahmoud het nummer van iemand die in een cafetaria langs de snelweg (bij het dorpje Qena) op ons wacht. Natuurlijk voor onze veiligheid. Onverwacht springen er alsnog een aantal politieagenten in een pick-up truck. Eén van hen gooit een steen naar een zwangere zwerfhond. Mijn moeder doet snel haar autoraampje open en roept naar de mannen: 'Wat is dat!? Niet doen, niet doen!' Mahmoud mompelt een beetje verontwaardigd naar haar: 'Wie denk je wel dat je bent!? De koningin!?'

(Maar ik ben vooral trots op mijn moeder die iedereen op z'n falie geeft als het om dierenleed gaat, zelfs de Egyptische autoriteiten.)

Midden in de woestijn tussen Sohag en Luxor staat een verkeersbord 'verboden te bellen'. Al is het een raadsel aan wie het gericht is, want we hebben alledrie geen telefoonbereik meer. Hoeven we ook niet meer die contactpersoon van de politie te bellen als we per ongeluk de verkeerde afslag nemen en via de andere kant Luxor binnenrijden. Na een schitterende tocht door het woestijnlandschap - die zandachtige bergen!- komen we aan bij een truckerscafé in niemandsland. Mahmoud hoort een bliepje en krijgt een SMS binnen van onze Sa'idi gastfamilie. Of we veilig zijn aangekomen en een goede reis hebben gehad. De contactpersoon van het de politie bellen we niet meer terug. Het zal heus voor onze eigen bestwil zijn, maar het reist toch fijner zonder de bevoogdende leiding van de autoriteiten.

avatar van Donkerwoud
Vanaf het dakterras van 'Panorama Café' hebben we twee dagen op rij uitzicht over de Vallei der Koningen. Voor de heuvels staan enkele workshops waar Horussen van albast en Ra's van steen worden gefabriceerd, die (vaak wat opdringerige) straatverkopers proberen te slijten bij de ingangen van toeristische bezienswaardigheden. 'Tourists want to have panorama view', zweert de eigenaar als we hier de eerste keer komen. Mahmoud ziet meer in het eigenlijke café, een verdieping lager, waar de airconditioning ronkt en de gordijnen het zonlicht tegenhouden. Koel en afgeschermd tegen het doordringende, felle zonlicht. Al is het bolvormige raamwerk zo ontworpen dat ook hier een panoramisch uitzicht mogelijk is over de vallei. Deze sfeervolle (maar ietwat donkere) ruimte hangt vol met zwart-wit portretfoto's van 20e eeuwse iconen: Oum Khaltoum, Faten Hamama, Bob Marley. Uit de speakers klinken krakerige Arabische smartlappen over verloren liefdes en andere grillen van het smachtende mensenhart. Dit café/restaurant is precies de juiste plek - bitterzoet en nostalgisch naar een Egypte wat niet meer bestaat - om onze avondmaaltijd te nuttigen terwijl de zon ondergaat boven de geërodeerde grootsheid van het farao-tijdperk.

Of het de vallei der koningen/koninginnen is of de tempels van Hatsjepoet, Ramesesseum en Medinat Habu, overdag klinkt Mahmoud's schelle stemgeluid en zijn gelach overal. Hij legt contact met bijna iedere soldaat, opzichter, reisleider of rondhangende persoon die we tegenkomen bij de bezienswaardigheden. Hij heeft voor iedereen een grappige woordspeling of korte gespreksuitwisseling klaar. Al kruipt de Egyptische bureaucratie ook op deze plekken waar het niet gaan kan. Anders dan de tomaatrode witmensen die gedwee hun gidsen volgen, is ons drietal moeilijker te plaatsen. Een echte toerist (ik) met een vrouw die hier woont en werkt (mijn moeder) en een jongeman (Mahmoud) die in vlekkeloos Egyptisch-Arabisch het voortouw neemt.

Het gedonder begint bij de Vallei der Koningen als een dikke man, in het zo kenmerkende witte uniform van de politie, Mahmoud tegenhoudt bij de ingang. Heeft deze Egyptenaar wel een vergunning aangevraagd om met buitenlanders naar bezienswaardigheden te kijken!? Eerst praat Mahmoud met de man mee, maakt grapjes met hen en probeert vooral bij hem in het gevlei te komen, maar de man blijft volhardend en weigert hem de toegang. 'Laat het dan maar zitten, ik blijf bij de auto,' verzucht Mahmoud geërgerd en hij wil al weglopen.

Het zou natuurlijk absurd zijn als de jongen in zijn eigen land niet wordt toegelaten tot een iconisch monument, dus komt mijn moeder tussenbeide. 'Jullie zijn getrouwd!?', brult de onvriendelijke poortwachter en het zal niet de eerste keer zijn dat ze Mahmoud inschatten als echtgenoot, illegale reisleider of toyboy. Oftewel: hij is vast iemand met een financieel belang bij deze westerlingen. 'Nee,' zegt Mahmoud, 'ik reis mee namens een rijke zakenman met connecties en mag zijn vrouw niet alleen achterlaten.' Het duurt niet lang of het onvriendelijke sujet kiest eieren voor z'n geld en laat Mahmoud toch doorlopen, want het kan zomaar zo zijn dat hij straks nog hooggeplaatsten op z'n dak krijgt.

Maar het oponthoud is snel vergeten als de controleurs vergeten onze kaartjes te checken en we bij elk graf naar binnenlopen. Eigenlijk hadden we toegang tot drie, maar we doen er uiteindelijk vijf. Voor het lege graf van Toetanchamon hebben we geen pit meer en zijn imposante dodenmasker ligt toch in Caïro. Het absolute hoogtepunt - en waar we een speciaal en duurder kaartje voor hebben - is de tombe van 'Sety 1'. Op de andere plekken zijn veel toeristen, maar hier zijn mijn moeder en ik praktisch alleen. Voor het maken van foto's in deze tombe is een speciaal ticket nodig (500 euro en op locatie aangevraagd in Caïro) omdat men de verspreiding van dit beeldmateriaal streng wil reguleren. Mijn moeder zou mijn moeder niet zijn als ze zich hierdoor tegen zou houden. Ze smokkelt haar camera mee en maakt stiekem haar gebruikelijke stortvloed aan foto's.

En toch zit het me niet lekker als ik onderaan een trapje een galabiya meen te zien, die als een schim weer verdwijnt. 'Mamma, kappen met die foto's', fluister ik haar toe, 'er is hier iemand die op ons let.' Maar als ik nog eens naar de tunnelruimte onderaan de trap kijk, zie ik niemand meer. Even twijfel ik aan mijn waarneming, maar dan hoor ik opnieuw gestommel en ga ik opnieuw naar mijn moeder. 'Doe die camera nú weg, want dan hoef je straks niet opeens te betalen. Klik. Klik. Klik. En dan stormt er een bewaker in galabiya op ons af, die mijn moeder op heterdaad betrapt.

Maar gelukkig kan bijna iedereen hier afgekocht worden en gaan er enkele bewakers met een behoorlijk geldbedrag naar huis. En mijn moeder heeft haar foto's van die schitterende, mysterieuze plek met een vleugje extra spanning. Iedereen blij.

avatar van Donkerwoud
Krokodillen in Aswan (1)

Hamo House is niet het Mövenpick Hotel. Al zou gastheer Hamada dat graag anders zien. Als mijn moeder een gids leest van Lonely Planet, zegt hij: 'I want Hamo House in here!' Op het dak van het vroegere huis van zijn vader, dat tegenwoordig dienst doet als hostel waar vooral buitenlandse gasten komen, wijst Hamada op de imposante hoteltoren van het Zwitserse concern. Hij vraagt in gebroken Engels en met geaffecteerde stemgeluid: 'You want take picture and people see Hamo House like Mövenpick.' Het ene moment zegt hij dat de plek vol zit met toeristen terwijl hij het andere moment wil dat iederéén weet heeft van zijn hostel.

Maar het is vooral even schrikken als we de eerste keer het pontje over de Nijl nemen. (Zei booking.com niet dat het hostel een parking heeft voor de deur!?) Onze nieuwe gastheer is een Nubische meneer in bruine galabiya, die een weekendtas voor ons draagt over de modderige zandpaadjes op Elephantine Island. Het wordt snel duidelijk dat we niet dezelfde luxe hoeven te verwachten als in Nile Valley Hotel, ons vorige verblijf in Luxor. Een mens went snel aan copieuze ontbijten om de dag mee te beginnen en een uurtje afkoelen in het zwembad om het mee te eindigen. Voor Hamo House moeten we al eerst door een doolhof met hindernissen om überhaupt bij ons hostel aan te komen. Overal hangen bordjes met de naam van ons hostel, maar veel duidelijkheid over de precieze route verschaffen ze niet. Het belooft in ieder geval niet veel goeds voor ons nieuwe onderkomen.

Misschien heb ik het nu ook een klein beetje over mezelf, maar sommige mensen hebben de eigenschap om precies het verkeerde te zeggen of te doen waar een sociale situatie om vraagt. Hamada voelt als gastheer niet aan wat zijn gasten willen, maar is wel steeds hinderlijk aanwezig omdat hij gastvrij probeert te zijn. Die dynamiek wordt eigenlijk al pijnlijk duidelijk als we amper onze spullen neergezet hebben en hij me naar het huiskamertje haalt om naar een opgezette krokodil te kijken. Hamada vertelt er trots bij dat zijn vader het beest, een jaar of dertig geleden, zelf heeft gevangen. Ik zeg al in gebroken Arabisch 'Nee hoeft niet, nee hoeft niet' als hij het ding van de muur haalt en voor mijn gezicht houdt. Het beest is provisorisch opgezet en de naden houden nog net de dode stukken vlees bij elkaar, die op sommige punten al beginnen te splijten. Uit het binnenste ervan komt een walm van verrotting en dood.

De blik van walging en ontzetting op mijn gezicht is voor Hamada geen teken dat hij deze krokodil weg moet houden bij zijn gasten. Integendeel, hij wenkt mijn moeder en roept enthousiast: 'Come here. Picture. Picture.' Voor ik kan weigeren schuift hij het dode beest alsnog in mijn armen en mijn moeder maakt een paar foto's waarop ik - mijn ongemak en gruwel verbijtend - schamper glimlach terwijl ik poseer. Die eerste dag meen ik dat die walgelijke lijkengeur nog steeds in de lucht hangt.

Hamada's onhandigheid en zijn geensterren-hostel nemen niet weg dat Hamo House op een bijzondere plek staat. Elephantine Island is strikt gescheiden tussen een gedeelte waar Mövenpick een groot stuk grond heeft met haar eigen faciliteiten (zwembaden, sportvelden, grastuinen, terrassen, etc) en het gedeelte waar de oorspronkelijke Nubische bevolking woont. In deze 'Nubian Village' in authentieke stijl doet men alles om een graantje mee te pikken van de lucratieve toeristenindustrie. Net als Hamada hebben andere Nubiërs hun kleiwoning verbouwd tot hotel, restaurant of spulletjeszaak. Men heeft hier het dorp verfraaid met gedetailleerde wandtekeningen vol plaatselijke folklore en veel van de huisjes hebben frisse, gezellige kleuren. Hoewel we als buitenlanders veel aandacht krijgen, dringt niemand zich hinderlijk aan ons op en iedereen groet vriendelijk terug. Af en toe blijft er een groepje buurtkinderen kleven, maar voor ze hinderlijk worden is er altijd een volwassene die hen terugfluit.

Hamo House brengt de buitenstaander midden op een plek waar de toeristenindustrie en de commercie hun weg vinden naar het (ooit) geïsoleerde dorpsbestaan. Wat deze Fawlty Towers aan de Nijl niet heeft aan luxe of westers gemak, is dat zowel Hamada als zijn hostel iets ongepolijsts en iets innemends hebben. De eigenheid van deze plek is absoluut nog niet uitgewist, maar de plaatselijke bevolking doet (soms op het onhandige af) pogingen om hun eigen leven financieel beter te maken. De Nubische Egyptenaren die we spreken zijn in ieder geval trotse mensen die weten wie ze zijn, wat ze willen en hoe ze deze nieuwe situatie naar hun hand kunnen zetten.

En misschien dat ik beter de geur van die stinkende krokodil vergeet en denk aan het uitzicht over Kitchener's Island. Aan de overkant van de Nijl ligt een botanische tuin waar overdag felukka's en motorboten langsvaren. Na zonsondergang worden verschillende felle kleuren - rood, paars, geel, oranje, blauw, groen - op de eeuwenoude bomen geprojecteerd. Voor optimaal uitzicht klim ik bijna dagelijks op de ongelijke traptreden van Hamo House en geniet ervan hoe deze lichtjesparade (á la Disneyland) overgaat in de stadsverlichting van Aswan. Bij Mövenpick kom je in ieder geval niet zo dicht bij deze schoonheid.

avatar van HALVE TAMME.
Over een x aantal jaar al jouw korte verhalen (of degene met de meeste likes)
laten bundelen bij een self-publisher Donkerwoud

Zou zo maar goed ontvangen kunnen worden You'll never know until you
try it

avatar van Donkerwoud
Haha, bedankt!

avatar van Donkerwoud
Krokodillen in Aswan (2)

Sinds de aanleg van de Aswan-dam zwemmen er geen krokodillen meer in het Egyptische deel van de Nijl. Dat komt goed uit voor de vele felukka's, motorboten en zeilschepen die voorzien in waterplezier. Vooral het verhaal dat de Nubisch-Egyptische protestzanger Mohammed Mounir soms langsvaart met zijn gevolg, spreekt tot mijn verbeelding. Zijn schip zou fel verlicht zijn met neon-verlichting en door de speakers zou samenzang en getokkel klinken van zijn muzikale troupe. Volgens de Nubisch-Egyptische hosteleigenaar van Ibiza - hij heeft vijftien jaar in Spanje gewoond - meren ze soms aan op Elephantine Island. Elke keer dat ik een flard bootverlichting zie of harde muziek hoor, hoop ik dat we ook getuige zijn van deze mythische gebeurtenis.

Voor Hamo House drijft Hamada's bootje met een buitenboordmotor van het merk Yamaha. Het ruime sop kiezen met onze lieve en goedbedoelende gastheer is een hilarische belevenis op zich. Het kost hem al veel pijn en moeite om zijn vaartuig bij een provisorische steiger (lees: een wal met losliggende stenen) te krijgen. Dan volgt elke keer hetzelfde procédé: hij gebruikt een stuk hout om weg te bomen van de kant, want langs de wal is het ondiepe water overwoekerd met waterplanten en losliggende stenen. In het diepere water zit Hamada al aan het aantrektouw van zijn motor te sjorren, maar door de sterke stroming wordt hij steeds teruggeduwd. Voordat hij zijn motor aankrijgt botst het bootje weer tegen de kant, waardoor hij snel - en in lichte paniek - zijn peddel moet pakken om weer af te zetten. Mahmoud kan het niet aanzien en kiest bij toekomstige boottripjes óf om ons vanaf de kant uit te lachen óf om dan maar snel zelf de eerste stappen te doen als Hamada er nog niet is. Die arme Hamada raakt echter alleen nog meer in paniek als er zich een nieuwe kapitein aandient op zijn vaartuigje.

De mythische Mohammed Mounir zie of hoor ik niet, maar ik heb wel een andere onverwachte ontmoeting. Onderweg naar een tempelcomplex en een museum op Elephantine Island worden we tegengehouden door Ahmed. Ook deze twintigjarige jongeman haakt in op de toeristenindustrie en heeft een kleding- en sieradenzaak annex coffeeshop. Het is een behoorlijke wandeling en het nazomerweer maakt dorstig, dus gaan we op de terugweg langs bij wat hij 'The Crocodile House' noemt. Ahmed heeft zijn etablissement smaakvol ingericht met zit- en wandtapijten en overal hangt, staat of ligt verkoopwaar voor de toerist. De slimme onderhandelaar weet alsnog enkele kettingen te verkopen aan mijn moeder, die ze natúúúrlijk niet zou kopen want veel te duur.

Het valt me steeds op dat ik geplons en gespetter hoor. Het zweet loopt over mijn lichaam en ik stel me zo voor dat een familielid van deze jongeman afkoeling vindt onder een douche of in een bad. Dat zou nu wel verdomde lekker zijn! We willen terug naar Hamo House, maar mijn moeder ziet onder aan de trap twee kleine krokodillen in een afgesloten aquarium. 'Zijn die echt!?' vraagt mijn moeder. In eerste instantie denk ik dat ze net zo opgezet zijn als dat vieze stinkbeest van Hamada, maar ze lijken inderdaad te bewegen. En dan begint één van de twee krokodillen een stuk vis tegen de glazen wand te slaan, alsof zijn slachtoffer leeft en nog vermoord moet worden.

Het blijkt dat er in het Nasser-meer nog krokodillen zitten en de jongeman en zijn vader hebben er één of meer gevangen voor de toeristenindustrie. 'En wat doe je dan als ze opgroeien, of is dit een kleine soort?' vraag ik wat verbaasd aan Ahmed, want zo vaak kom ik niet op bezoek bij iemand die krokodillen houdt. 'Nee,' zegt Ahmed 'we houden ze gewoon hier in The Crocodile House. Kijk maar eens boven, daar zit hun moeder.' Daar zie ik een soort badkuip met een stuk tralies eroverheen, waar een krokodil van zeker één meter me ligt aan te gapen. Af en toe gaan haar kaken omhoog en zie ik haar vlijmscherpe tandjes.

Vorig jaar maakte ik foto's van mezelf met een tandeloos leeuwenwelpje met één oog. Dit soort onverwachte ontmoetingen met exotische beesten roepen in eerste instantie een kinderlijke opwinding op, maar dan realiseer ik me achteraf wat een zinloos dierenleed er schuilgaat achter dit soort acties. Terug beneden vraagt Ahmed of we extra willen betalen voor de dure vis die hij moet kopen voor zijn krokodillen. We betalen hem toch weer.

avatar van Donkerwoud
Zelfs mijn Egyptische zwembad - mét opblaaskrokodil - kan niet op tegen Nederlandse pannekoeken eten met Adam. Maar gelukkig schreef Tara Mai een mooi stuk over hun ziekenhuisbezoek en haar nieuwe baan als gezinshuisouder.

BUH

De periode voor ik start in het Gezinshuis was/is sowieso al vrij druk, maar daar kwam nog onverwacht veel ziekenhuisbezoek voor Adam bovenop.

Vanochtend kreeg hij bijvoorbeeld een EEG. Kortom: er werden elektroden met lange draadjes eraan op zijn hoofd geplaatst. We waren met in totaal vier volwassenen en kleine Adam. Een enorme (liefdevolle!), maar ook vooral onvermijdelijke, worsteling volgde. Er vlogen armen en benen in de lucht (van Adam, niet heel letterlijk). Tranen. Snot (wel letterlijk). In mijn wanhoop om hem rustig te krijgen heb ik vanalles tegen hem gezegd, bijvoorbeeld "we gaan zo pannenkoeken eten. Even stil nog". Ik huilde stilletjes van binnen. Ik vond het allemaal best naar en dramatisch, maar wat nodig is, is nodig en wat is dat is. Na een strijd van ongeveer 40 minuten was het klaar. De draden werden verwijderd en Adam stond daar met een knalrood hoofd en haartjes die alle kanten op leken te staan. Hij veegde binnen een seconde wat tranen weg, haalde even diep adam en zei toen uiterst kalm en met een verwachtingsvolle blik:

"buh?!".*

Na de pannenkoeken en de tocht naar school, ben ik naar het Gezinshuis gegaan voor verdere voorbereidingen. Er werd me verteld dat één van de kids, een jochie van 10 jaar oud, had gezegd dat ik wel superlief moet zijn. Want, zo had hij geconstateerd, ieder ander had zo'n kind als Adam toch allang weggegooid. Ik moest dus wel een geweldig en geduldig persoon zijn.

Toen ik in de auto op weg naar huis zat, huilde ik. En ditmaal niet zo stilletjes. Wat een mooie, licht dramatische, grappige, eerlijke en rare dag is het en wat kijk ik uit naar mijn gezinshuisouderschap!

Nog 6 dagen...

* buh is Adam's woord voor pannenkoeken, omdat hij het woord pannenkoeken niet kan uitspreken .

avatar van Donkerwoud
Op de luchthaven kijkt mijn broertje op als ik mijn rugzak bij hem wegpak. 'Whoa,' zegt hij. 'Ik herkende je niet eens meer.' Waarop ik zeg: 'Ben ik zo zongebruind dat je me nu al aan het etnisch profileren bent!?' Maar hij is me toch niet helemaal vergeten. Onderweg naar huis wijst hij naar een auto die voor ons rijdt. 'Kijk eens welke drie letters van het alfabet daarop staan!?' Ik zie KAJ uit mijn gezichtsveld verdwijnen. Het is fijn om weer thuis te zijn.

Alhoewel...

Die toevallige supermarktontmoeting met een goede kennis van vroeger roept zo veel gelukzalige herinneringen op aan mijn jongere zelf. Toen ik jonger, slanker en sportiever was en vooral veel meer haar op mijn hoofd had. Ik zwaai met een brede glimlach naar haar in afwachting van dat moment van herkenning. Ze kijkt me vertwijfeld aan, prevelt nauwelijks verstaanbaar 'dag, dag', en maakt dat ze zo snel mogelijk verdwijnt uit het gangpad. De tijd is onverbiddelijk.

booky
' Ik was op weg in mijn Suzuki,
naar de kapper voor een nieuwe 'looky'....
Hij zei: ik ben over 10 minuten klaar ,
dan doe ik daarna jouw haar....
lees jij ondertussen maar een 'booky'...

avatar van Donkerwoud
'We lijkûh wel een stel dronkûh juffe', schelt haar plat-Haags door de tram. Ze kwam net met twee collega's (eind twintig, begin dertig) naar binnen met haar fiets. 'Nou ja, we sijn natúúrlijk óók juffe!' Ze staat bij de sta-ruimte terwijl de twee andere onderwijzeressen achter mij zitten. Ik blijf minutenlang op dezelfde bladzijde hangen en sla passief-agressief mijn boek dicht. Tegen zoveel juffenplezier is mijn concentratie niet opgewassen. En als ze dan ook nog met haar fiets mijn kant op komt!?

Al heeft een mens geen literatuur nodig voor wonderlijke verhalen. 'Nee, nee, nee', hoor ik achter me. 'Saskia mag waarschijnlijk niet mee van Jan.' 'Hoe bedoel je? Ze hoeft alleen maar dronken in te stappen en wij zorgen dat ze weer veilig bij de juiste halte eruitgaat.' 'Nou, Jan weet hoe Saskia is. Ze zijn al vanaf hun zestiende bij elkaar, maar vorig jaar hadden ze dus effe een time-out van elkaar.' 'En toen heb Saskia het één en ander uitgespook, nou, gelijk heb ze ook!' 'En Jan is ook wel een beetje een bad boy, weet je. Niet zo één met een vies en ongeschoren baardje, maar hij heeft iets over zich. Een bepaalde uitstraling.' 'Hier, kijk dan effe naar z'n profielfoto.' 'Òòòòh wat een knappe man, ik snap dus meteen wat je bedoelt.' 'Ze valt ook wel een beetje op van die foute types. Ze heeft een foute vent als Jan gewoon nodig.'

Het boek zit nog steeds ongelezen in mijn rugzak, maar ik voel een beetje mee met Saskia. Niet alleen een relatie met een eikel. Niet alleen collega's die publiekelijk roddelen over haar relatieleed. Maar óók nog een verveelde tramreiziger die nu een mening heeft over haar liefdesleven.

booky
' Lusteloos ben ik op de bank beland,
en begin maar wat te zappen,
met de mobiel in de andere hand ,
lig ik ook nog zinloos te app ' en. ..
Is This all we want. ...? '

avatar van PQV00
Mijn huidige twee Daddies (Robert en Alex) heb ik op donderdag 2 februari 2017 voor het eerst in het echt ontmoet, toen zij na een urenlange vertraging arriveerden in Cebu City (ja, hier in de Filippijnen wordt officieel vaak het woord ‘City’ toegevoegd aan de naam van een plaats) voor het begin van hun vakantie in de Filippijnen. Kennelijk was voor hun vertrek op woensdag 1 februari vanaf Schiphol sprake geweest van een computerstoring, waardoor de gegevens van degenen die zich bij de balies van hun luchtvaartmaatschappijen hadden aangemeld niet konden worden doorgegeven aan de incheckbalies bij de gates. Hun vliegtuig van Cathay Pacific vertrok daardoor met een vertraging van anderhalf uur waardoor zij met nog 12 anderen hun aansluitende vlucht van de dochteronderneming vanaf Hongkong naar Cebu City misliepen. Cathay Pacific boekte allen om op een vlucht van Philippine Airlines naar Manila en van daaruit op een vlucht naar Cebu City. Al met al kwamen zij niet om half een ’s middags maar rond zes uur ’s avonds pas aan. Zij hadden voor mij, woonachtig in Bislig City op het eiland Mindanao, een vlucht geboekt op 1 februari van Davao City naar Cebu City en een kamer voor 1 nacht in hetzelfde hotel waar wij met ons drieën zouden verblijven, zodat ik hen die middag bij het vliegveld kon opwachten. Vanwege de vertraging stuurden zij via mij ’s morgens uit Hongkong een bericht bestemd voor de receptie van het hotel om de kamer die zij hadden geboekt bij voorbaat aan mij te geven zodat ik daarin mijn bagage kwijt kon (en dus verhuisde ik van kamer 207 naar 304). Gelukkig hadden zij mij ook geld gestuurd, dat nodig was om de bus Bislig City naar Davao City te betalen plus al het taxivervoer in Davao City en Cebu City en natuurlijk om die woensdag en donderdag te kunnen eten en drinken.
Het idee om hen Daddy Robert en Daddy Alex te noemen was van mij afkomstig en daarmee begon ik binnen een maand nadat ik voor het eerst met hen in contact was gekomen. Een ouder persoon zomaar met de voornaam aanspreken wordt hier in de Filippijnen niet als beleefd beschouwd. Hen dan maar ‘tiyo’ of ‘tito’ (oom) noemen, hetgeen veel wordt gedaan, vond ik nog te afstandelijk. En elke implicatie van Daddy in de zin van ‘sugar daddy’ werp ik verre van mij. Daarmee zou immers van mij gedacht of verwacht worden dat ik bereid zou zijn om voor financiële ondersteuning hunnerzijds seksuele tegenprestaties te leveren. Zij hadden halverwege 2016 het plan opgevat om een vakantie te ondernemen naar de Filippijnen. Volgens hen was nergens in Nederland een uit prospectus boekbare vakantie beschikbaar of het zou een rondreis moeten zijn met privéchauffeurs. Dus zochten en vonden zij een chatsite (door velen ook gebruikt als een soort datingsite) met voornamelijk Filippijns publiek. Na een account aangemaakt te hebben kwamen zij al spoedig in contact met enkele Filippijnse jongeren, toevallig (of niet toevallig?) allen ook afkomstig uit en/of nog verblijvend in Bislig City en allen net als zij ‘gay’. Vandaar dat zij meer dan eens de vraag hebben gesteld of er misschien iets niet in orde was met het leidingwater in Bislig City. Een van de jongemannen, Gilbert, is een student aan de universiteit van Mindanao, wonend in Davao City. Hij wordt, zoals ik heb begrepen, inmiddels voor wat betreft zijn studie accountancy en levensonderhoud op aansporing van R & A ondersteund door een andere ‘pleegzoon’, ene Matt uit de USA, die zij tot in 2016 met diens studie financieel hebben geholpen en die toen zijn MBA aan de Harvard University heeft behaald. De Daddies waren van plan al degenen die zij via deze site spraken ook in werkelijkheid te ontmoeten. Half augustus boekten zij daarom een door henzelf samengestelde reis met hotels via een reisagent in Nederland gespecialiseerd in de Filippijnen. Maar zij zochten eigenlijk iemand die hen op hun reis kon begeleiden, een soort toeristische gids en indien nodig tolk. Gilbert die ik ken van de high school in Bislig City waar hij enkele jaren boven mij zat, maakte mij op hen attent en zo kwam ook ik met hen in contact. Ik bood mij aan om hen te begeleiden mits zij uiteraard alle kosten voor mij voor hun rekening zouden nemen plus mij ook nog voor mijn diensten zouden betalen. Overigens, in eerste instantie deed ik voor alsof ik 19 jaar was. Wij werden het al snel eens over de financiën.

avatar van PQV00
Laten we elkaar niets wijsmaken. Het is bekend dat veel oudere, blanke mannen naar landen in Oost- en Zuidoost-Azië op vakantie gaan voor de seks. Ik vroeg mij af of ook zij van mij verwachten dat mijn ‘diensten’ zich tot in hun bed zouden uitstrekken en zij zich dus wel mijn ‘sugar daddies’ beschouwden. We hadden wel wat foto’s uitgewisseld en dus kon ik mij een beeld vormen over hun uiterlijk. Beiden grijs en al ver over de 60, maar in de Filippijnen wordt anders aangekeken tegenover iemand op leeftijd. Ik was blij en opgelucht toen zij eindelijk op het vliegveld in zicht kwamen. Ik moest niet eraan denken dat zij mij zouden hebben laten zitten zonder middelen om naar huis (in Bislig City) terug te keren. Nadat de koffers van de rolband waren gekomen volgde onze begroeting, een hartelijke omhelzing alsof we elkaar al jaren kenden, en liepen we richting de taxi’s. In het hotel moesten even hun paspoorten worden genoteerd maar de sleutel van de kamer lag al klaar. Eerst zijn we samen ergens gaan eten en toen terug naar de kamer waar zij onder de douche gingen om zich op te frissen na de lange reis. Ik ging na hen onder de douche zodat ik klaar was voor de nacht. Zij pakten voor mij cadeautjes uit en ik was aangenaam verrast over hun gulheid. Ook maakten zij meteen duidelijk dat zij geen andere intenties met mij hadden dan overeengekomen als reisgids, hoewel ze mij in hun woorden een ‘sinfully attractive boy’ vonden, dat het eenpersoonsbed in de kamer mijn slaapplaats zou zijn en het tweepersoonsbed voor hen. Dat zou ook het geval zijn in de hotels in de volgende plaatsen die we zouden aandoen. Die kamerindeling wat bedden betreft hadden zij via de reisagent bedongen.
Wat het hotelpersoneel van onze situatie dacht, weet ik niet. Toeval of niet, in het hotel waar wij verbleven zagen wij nog drie andere blanke mannen van middelbare leeftijd (West-Europeanen, Amerikanen of Australiërs) die elk vergezeld gingen van een Filippijns meisje dat misschien net meerderjarig was. Ook zij werden door niemand vreemd of scheef aangekeken. En in de Filippijnen zie je regelmatig oudere blanke mannen met een jonge Filippijn of Filippijnse rondlopen. Als het geen liefde of genegenheid van de jongere voor de oudere is, dan in ieder geval wel het gevoel je geborgen en verzorgd te weten, iets waaraan velen, jong en oud, in de Filippijnen gebrek hebben en dat gold ook voor mij. Inmiddels waren Daddy Robert en Daddy Alex al ervan op de hoogte dat ik op dat moment slechts 16 jaar en bijna 6 maanden jong was. Aan de hand van de foto’s van mij hadden zij geen geloof gehecht aan mijn 19 jaar en een foto van een identificatie gevraagd. In eerste instantie om mij een genoegen te doen noemden zij mij al voor de vakantie ook ‘Son’ en meer en meer voelde ik mij als zodanig in hun gezelschap, wanneer een arm om mijn schouder of om mijn middel werd geslagen.
Van 2 februari tot 14 februari verbleven wij in Cebu City, waar zij ook kennis maakten met een van de andere jongemannen van de chatsite en hem uitnodigden enkele tripjes met ons mee te gaan. Maar de meeste tijd had ik hen voor mij alleen. Daddy Alex was het meest benieuwd naar de taal en had al snel zich het een ander meester gemaakt, gewoonweg omdat bepaalde woorden hem bekend in de oren klonken vanuit het Indonesisch. In beide talen, het Indonesisch en Filipino (Tagalog), betekent ‘mata’ oog, ‘anak’ kind (nakomeling) en ‘kanan’ rechts. Andere woorden hebben slechts een klein klankverschil: ik = aku (Ind.) en ako (Fil.); steen = batu (Ind.) en bato (Fil.); spijker = paku (Ind.) en pako (Fil.). En daarom moest ik oppassen wanneer ik met anderen in zijn bijzijn Filipino sprak met mijn landgenoten. Als kon hij dan niet alles letterlijk verstaan, hij kon vaak uit enkele woorden opmaken waarover het gesprek werd gevoerd. Door Daddy Robert werd ik herhaaldelijk gecorrigeerd ten aanzien van mijn Engels om mij te ontwennen van wat hij ‘verfoeilijk koloniaal dialect’ noemde (het Amerikaans Engels, terwijl volgens hem slechts één soort Engels bestaat; alle overige vormen zijn dialect). En het was Daddy Alex die begon mij het volgens hen correct Nederlands bij te brengen, dat, zoals mij inmiddels is opgevallen, afwijkt van wat ik hier in Nederland ook op de televisie hoor spreken.

avatar van PQV00
Op 14 februari (ja, Valentijnsdag) vlogen wij naar Davao City voor een verblijf tot de tweeëntwintigste. Daar hebben wij Gilbert ontmoet en hem ook enkele malen meegenomen, zoals voor een dag in een seaside resort op Samal Island. Na Davao City moest nog Bislig City worden aangedaan, de woonplaats van mijn familie en de herkomst van al die anderen. Op mijn voorstel reden we daarheen in een taxi, die ik voor ons geregeld had via een kennis die voor een taxibedrijf werkt en tegen een schappelijk bedrag de rit wilde uitvoeren (en hen enkele dagen later weer naar Davao City wilde terugbrengen). Ook in Bislig City werd nog kennisgemaakt met een jongeman, die ik al kende. Zowel de Daddies als ik waren aangenaam verrast toen wij bij binnenkomst in mijn ouderlijke woning tegenover de deur een groot plakkaat aantroffen waarop wij drieën welkom werden geheten, met foto’s van ons vergroot afgebeeld. Mijn Daddies waren echter zichtbaar ontsteld bij het zien van de woning van mijn familie. In 2006 vond een grote brand plaats in Bislig City waarbij zowat een gehele woonwijk in vlammen opging. Velen raakten daarbij dakloos, zoals ook ons gezin. Op een destijds nog onbebouwd terrein vlakbij het marktcentrum en het jeepney-station (een ‘squatter area’) bouwden velen toen eigenhandig een nieuw onderkomen want op de overheid hoef je hier niet te rekenen. Van planken, golfplaten en nipa (palmbladeren als dakbedekking). Geen stromend water binnenshuis en dus ook geen toilet of douchemogelijkheid. De overheid zorgde wel voor een centrale aansluiting op het elektriciteitsnet waarvandaan aftakkingen met submeters werden gemaakt en een soort centrale wasplaats voor leidingwater (drinkwater) en openbare douchegelegenheid. Dit was voor mijn Daddies te veel van het slechte. Die eerste avond hebben zij ons, allen van de familie, dus ook mijn broers en zussen die niet meer thuis woonden, compleet met aanhang en kroost mee uit eten genomen en in het hotel met mij enkele zaken doorgenomen. Ten eerste was daar het feit, dat ik die maand februari gewoon uit school was weggebleven. De school kostte te veel en dat konden mijn ouders eigenlijk niet opbrengen. En mijn verdiensten zouden dus welkom zijn. In die paar dagen In Bislig City (tot 26 februari) hadden zij samen met mijn moeder en mij een onderhoud met het hoofd van mijn high school, slaagden erin mij opnieuw geplaatst te krijgen (moest wel het een en ander inhalen) en betaalden voor de rest van het jaar het schoolgeld vooruit. Voor mijn moeder, mij en henzelf openden zij bij een Filippijnse bank rekeningen zodat voor hen gemakkelijker betalingen naar ons toe zouden kunnen plaatsvinden. De Filippijnen kennen een bijna uitsluitende contant-economie en het geld dat zij mij stuurden ging dan via Western Union of World Remit. Ik kreeg van hen de opdracht in de stad rond te kijken naar een geschikte echte woning, een huis van steen met een vast dak, zoals ze zeiden, zodat we niet na elke tyfoon nieuw nipa nodig hadden. Zij hebben mij echt het gevoel gegeven dat ik hun zoon ben en meteen maar ook mijn familie daarin betrokken.

avatar van PQV00
Het viel mij zwaar op zondag 26 februari afscheid van hen te nemen, omdat zij voor de laatste nacht teruggingen naar Davao City, waarvandaan op maandag hun vliegtuig vroeg zou vertrekken (de afstand tussen Bislig City en Davao City bedraagt zo’n 200 kilometer en duurt per bus ongeveer 5 uur, per taxi 3½ uur). Zwaar, vooral omdat ik niet wist of ik hen ooit zou terugzien en indien ja, wanneer. Ze beloofden stellig spoedig terug te komen en die belofte hebben ze gehouden, meer dan eens zelfs.
Ik vond na enig zoeken een huis in Bislig City dat aan hun voorwaarden voldeed, een wat in Nederland een bovenwoning of etagewoning zou worden genoemd. Van steen, met een vast dak, stromend water, een eigen toilet en douche en voldoende elektriciteit in huis. En dat werd hoog tijd omdat de plaatselijke overheid plotseling haast maakte met reeds lang voorheen aangekondigde maatregelen de ‘squatter area’ op te ruimen en wat daar was neergezet plat te gooien. De huurprijs viel mee en ik kreeg meteen het geld gestuurd voor de eerste maand huur en de vooruitbetaling van de laatste maand (zoals hier de gewoonte is). En daarna ontving ik elke maand een toelage van hen, voor het huis (huur + elektriciteit en water), voor mezelf (onder andere schoollunches en persoonlijke zaken) en voor ons eten. Ze zijn inmiddels een aantal keren hier geweest en we hebben het huurhuis verlaten omdat zij voor ons een huis hebben gekocht. Dat staat officieel op mijn naam als eigenaar, maar zij hebben het betaald en mij voor het aankoopbedrag via een notariële akte een hypotheek gegeven dat ik op papier en via bankoverschrijvingen moet terugbetalen, van de huur die mijn ouders aan mij betalen (van het geld dat zij van hen krijgen toegestuurd) en van de toelage die ik nog steeds krijg. Waarom op deze manier? Ten eerste omdat voor hen als niet-Filippijnen grondbezit in de Filippijnen niet is toegestaan en ten tweede als een soort investering voor mijn toekomst, waaraan ik langs een omweg zelf bijdraag. Nu zijn de prijzen van huizen hier in de Filippijnen en zeker in Bislig City niet te vergelijken met die in Nederland, hoewel je hier eerder met miljoenen te maken hebt. Vergeet echter niet dat 1 euro gelijk staat aan meer dan 60 Filippijnse pesos. Overigens hebben zij wel eerst enkele wijzigingen in het huis laten aanbrengen voordat wij erin konden wonen en voordat zij bij ons wilden logeren. Er moest natuurlijk een voorziening voor warm water komen (zowel in de keuken als in de doucheruimte), dat hier in de Filippijnen wordt gerealiseerd met een elektrische verwarming van het leidingwater. Ook in hotelkamers wordt het douchewater op deze wijze verwarmd, in de ogen van de Daddies een levensgevaarlijke situatie omdat daarmee elektriciteit en water zowat met elkaar in contact worden gebracht. Daarnaast een aansluiting voor een wasmachine en droger, niet standaard voorzien in elke Filippijnse woning. Dit huis heeft ook een kamer die bedoeld is voor mijn Daddies en tegenwoordig noemt iedereen binnen de familie hen Daddy Robert en Daddy Alex, zelfs mijn kleine nichtjes en neefjes. Juspher, mijn jongste neefje van drie, heeft inmiddels Daddy Alex volledig rond zijn kleine pink gewikkeld.
Het mooiste was tot nu toe het feit dat zij aanwezig waren bij mijn ‘graduation’, eind april van dit jaar. Mijn beide ouders en mijn beide Daddies die juichten en klapten toen ik mijn diploma in ontvangst mocht nemen. Hun beloning was mijn vakantie in Europa, maar daarover meer een volgende keer.

avatar van PQV00
Dank zij hun inzet om mijn studie voort te zetten en hun aanzienlijke financiële bijdragen richting mijn familie en mij was het mij gelukt ten minste de high school met goed gevolg te beëindigen en mijn diploma in ontvangst te mogen nemen. Mijn Daddies vonden het vanzelfsprekend dat zij voor die gelegenheid erbij zouden zijn. Samen met mijn ouders zaten zij in het publiek en juichten en klapten om het hardst toen ik het podium betrad voor de uitreiking. En naderhand wordt een dergelijke prestatie natuurlijk op Filippijnse wijze gevierd: met veel eten.
Diezelfde avond kreeg ik de verrassing te horen: we, de Daddies en ik, zouden de volgende dag naar Davao City gaan en vandaar naar Manila vliegen waar inmiddels voor enkele nachten een hotel voor ons was geboekt. Natuurlijk wilde ik weten waarom Manila het reisdoel werd. Zij wilden daar de Nederlandse ambassade bezoeken om na te gaan hoe en onder welke voorwaarden ik Nederland zou kunnen bezoeken. Ter informatie: wie naar de Filippijnen reist krijgt bij aankomst een gestempeld visum in het paspoort waarmee je 30 dagen in het land mag blijven. Je kunt daarvoor via de Filippijnse ambassade een visum aanvragen voor langere tijd maar dan zou je naar Den Haag moeten reizen, de kosten voor het visum moeten betalen, je paspoort achterlaten en een week later het paspoort weer komen ophalen. Dat is omslachtig, vonden ook Robert en Alex. Bovendien kun je hier in de Filippijnen naar een officieel kantoor gaan en tegen betaling je visum laten verlengen zonder te hoeven wachten op teruggave van je paspoort een week later.
Nederland behoort tot de zogenaamde Schengen-landen die afspraken hebben gemaakt over het vrije en niet-vrije verkeer van personen. In de Nederlandse ambassade in Manila werd mijn Daddies al snel duidelijk dat de regels in feite in iedere persoon een potentiële illegale immigrant zien en het daarom ieder moeilijk, bijna onmogelijk, wordt gemaakt om zelfs maar op vakantie te gaan naar Nederland (of andere Schengen-landen, hoewel sommige van die landen inmiddels de regels wel ruimer uitleggen, maar niet Nederland). Vreemd genoeg vormen Japanners de uitzondering op de regel tegen Aziaten, zelfs Chinezen hebben een visum nodig. Hoewel ik aan alle voorwaarden kon en/of wilde voldoen, ook daartoe de middelen had, weigerden de Daddies daaraan hun medewerking te verlenen en stonden wij al snel weer buiten. Vergeet niet: geen van beiden bezit de Nederlandse nationaliteit (meer), maar wonen er wel. Daddy Robert wist raad en leidde ons naar de Britse ambassade. Het Verenigd Koninkrijk maakt geen deel uit van de Schengen-landen maar kent een vrij verkeer van personen met landen binnen de EU. Binnen legde hij zijn paspoort neer bij de balie van de receptie en vroeg iemand van de immigratiedienst te spreken. Na een blik in het paspoort knikte de man achter het loket en sprak Robert aan met woorden die ik niet kon thuisbrengen. Binnen vijf minuten werden wij naar een kamer verwezen, legde Robert de bedoeling van het verzoek om een visum uit (drie maanden Europa, waaronder Engeland) en gaf de dame ook mijn paspoort en een pasfoto (voor hun administratie). Er werd enkel de vraag gesteld of hij zich financieel garant wilde stellen voor mij en de zaak was geregeld. De aanvraag werd ingevuld, Robert, Alex (als zijn echtgenoot) en ik tekenden en ongeveer een uur later stonden we weer buiten, ik met een visum in mijn paspoort. Alex zei nog dat er een derde mogelijkheid bestond: een vliegreis naar Rabat (Marokko, waar je als Filippijn ook gewoon bij aankomst een visum kunt krijgen), per bus of taxi naar Tanger en van daaruit al dan niet legaal oversteken naar Spanje. Eenmaal in Spanje zouden de Daddies geen problemen hebben met hun Britse paspoorten en zouden zij wel een (illegale) weg vinden me in hun gezelschap Nederland binnen te krijgen, aangezien bij de grensovergangen toch nauwelijks werd gecontroleerd, anders dan op luchthavens. Tot die wanhoopsdaad hoefden we gelukkig niet over te gaan.

avatar van PQV00
En zo vlogen wij met ons drieën in juli met Singapore Airlines van Davao City naar Londen (Heathrow) voor mijn vakantie van drie maanden in Europa. Ik mocht van hen een jaar ‘niets doen’ om mij te oriënteren op mijn volgende studie, dat gelet op mijn interesse en kundigheid IT zou zijn. Daarvoor komen meer studieplekken op de wereld in aanmerking en het wordt aan mij overgelaten een daarvan te kiezen waar ik mij het beste ‘thuis’ zou voelen. In Engeland werd ik hartelijk welkom geheten door de kinderen van mijn Daddies (Robert’s zoon is getrouwd met Alex’s dochter) en hun kinderen. Nou ja, ze hebben in het verleden al eerder met ‘pleegzonen’ van hun vaders kennisgemaakt. Daar, in de woning die kennelijk al honderden jaren van de familie is, werd mij veel duidelijk over Daddy Robert en de wijze waarop hij in de Britse ambassade werd aangesproken. We zijn tien dagen daar gebleven en hebben zowel in Oxford als Cambridge rondgekeken en geïnformeerd wat betreft mijn studie. Mocht mijn keuze op het Verenigd Koninkrijk vallen, dan kon ik rekenen op de steun van mijn nieuwe familie aldaar. Toen vertrokken we naar Nederland waar ik, wonder boven wonder, zonder problemen de paspoortcontrole kon passeren. Na een treinreis van iets meer dan twee uur (zij hadden voor mij ook zo’n kaart voor het openbaar vervoer bij zich) kwamen wij aan in Enschede. Ze wonen in een ruim appartement, waar een (slaap)kamer helemaal vol staat met boekenkasten. Maar ook hun ‘werkplek’ in de woonkamer met de PC en telefoon is omgeven door boekenkasten. Wonen en leven in Nederland (en in Engeland) is zo verschillend van in de Filippijnen. Maar deze zomer kon ik mij, dank zij de temperaturen buiten, bijna ‘thuis’ voelen, hoewel ik mij bij mijn Daddies altijd al thuis gevoeld heb.
Er is door vooral Alex flink gewerkt aan mijn kennis van de Nederlandse taal, grammaticaal en qua spelling, waarin ik mij nu aardig red, dacht ik. De uitspraak met typisch Nederlandse klanken (zoals de ‘ij’, ‘aa’ en ‘sch’) laat nog wat te wensen over. In noodgevallen kan ik gelukkig ook in Nederland overgaan op het Engels en wil ik met mijn Daddies iets bespreken dat een ander niet mag verstaan, zoals in winkels, kan ik mij inmiddels ook in het Filipino (Tagalog) uiten, maar ook het Indonesisch is mij niet geheel vreemd.
Buitenlandse studenten zijn hier aan de Universiteit Twente ook welkom, dat kon ik via het internet achterhalen. En voor iemand die zich richting IT wil bekwamen is toch vooral Engels de voertaal. Mocht ik hier willen studeren, kan ik eenvoudig bij mijn Daddies ‘op kamers’ gaan wonen, haha. Gelet op de woonomstandigheden en beschikbare gerieflijkheden (zoals doucheruimtes met warm water en wasmachines!) zou mijn voorkeur momenteel uitgaan naar een studie in Europa boven een in de Filippijnen, waar het wonen op kamer zeker niet zo comfortabel is. Bovendien wil ik ook wel eens een ‘winter’ met sneeuw, ijs en koude meemaken in plaats van een regenseizoen met tyfoons.
De Daddies hadden van tevoren al tegen mij gezegd dat zij enkele jaren geleden waren gestopt met het thuis zelf koken en sindsdien of magnetronmaaltijden kochten of iets ophaalden dan wel lieten bezorgen. Koken nam gewoon te veel tijd in beslag. Welnu, we hebben in deze afgelopen tijd alles gedaan: gekookt (kan ik ook, geleerd van mijn moeder, die volgens Alex heerlijk kan koken en over haar kunsten in de keuken zal ook ik niet klagen), magnetronmaaltijden gegeten, uit eten gegaan, gehaald bij ‘Wok to go’ of laten bezorgen (pizza). Waaraan ik wat eten betreft nog het meest moest wennen was driemaal daags afwennen rijst te eten. Men zegt dat een echte Filipino niet buiten zijn drie rijstmaaltijden per dag kan (vooropgesteld dat hij/zij al de middelen bezit om driemaal daags te eten), maar ook in de Filippijnen hebben andere eetgewoonten hun intrede gedaan. Ik kan je verzekeren dat mijn lichaam hier niets te kort is gekomen.

avatar van PQV00
Ook mijn geest kon zich verruimen en dan doel ik niet op het gebruik van zekere middelen, die hier in ‘coffeeshops’ verkrijgbaar zijn. President Duterte zou acuut een astma-aanval krijgen wanneer hij dat zag, of naar het dichtstbijzijnde vuurwapen grijpen. De Daddies hebben mij duidelijk gemaakt dat je ‘coffeeshops’ niet in het bijzonder voor een lekkere kop koffie binnengaat. Nee, ik doel op de vele boeken in huis waaruit ik een keus kon maken. Daarbij moest ik mij (helaas) beperken tot het Nederlands en het Engels want van de andere beschikbare talen heb ik geen kennis. Gelukkig voerde Engels qua aantal de boventoon, dus dat leverde geen probleem op. De meest bijzondere dag van deze vakantie was wel toen ik in augustus 18 werd, eindelijk meerderjarig. Of ik vanaf dat moment ook enkel volwassen beslissingen neem is nog maar de vraag.
Het was het idee van Alex om mij aan te melden bij BoekMeter, waarvan ook hij tot ergens in januari van dit jaar deel uitmaakte en zich toen uitschreef. Zijn doel met betrekking tot mij: me te bekwamen in het vertalen van Engels naar Nederlands om zodoende de Nederlandse taal beter te beheersen en waar ik wilde met berichten te reageren. Ik hoop dat ik daarin ben geslaagd en geen ‘modderfiguur’ heb geslagen.
Tja, aan alles komt een einde, net als telkens de bezoeken van de Daddies aan de Filippijnen. Op 3 oktober vlogen wij terug naar Londen om nog bijna een week in Engeland bij de familie te logeren en daar passende ‘pasalubong’ te kopen. Daarmee wordt een geschenk bedoeld dat je aan bij voorbeeld je familie geeft na terugkeer van een reis. Dat betekent flink wat geuren voor mijn moeder, zussen en schoonzussen, andere cosmetica voor hen, maar ook geuren voor papa en mijn broers (ik ben de jongste van zeven, drie broers en twee zussen zijn nog in leven). Presentjes voor de kinderen (speelgoed en/of leuke kleren). Gelukkig mogen we elk 30 kg in het vliegtuig naar de Filippijnen meenemen en hebben de Daddies niet zoveel nodig omdat de meeste zomerkleren gewoon in Bislig City in de kast hangen of liggen. Dus is er ook plaats voor een stapel boeken voor mij! Voor onderweg in het vliegtuig en om daar te lezen.
Op 9 oktober met Singapore Airlines uit Londen (Heathrow) vetrokken. Na iets meer dan 13 uur werkelijke vliegtijd in Singapore aangekomen (waar het half acht ’s morgens was). Overstappen op een vlucht naar Davao City, waar we tegen een uur in de middag plaatselijke tijd arriveerden. Daar stond taxichauffeur Zandro, inmiddels zo ongeveer de vaste vervoerder geworden, ons al op te wachten voor de rit naar Bislig City. Mijn ouders en de kleine Juspher waren blij ons terug te zien, nou ja, Juspher misschien meer blij vanwege Daddy Alex. Cadeautjes werden uitgedeeld en uitgepakt. Het huis rook plotseling anders van de walm van zoveel verschillende geursporen door elkaar, net een cosmeticazaak. Voor degenen die nog niet aanwezig waren maar die avond, met aanhang en kroost, zouden komen eten (en waarschijnlijk gewoontegetrouw een ‘pasalubong’ verwachtten) werden de presentjes even terzijde gelegd. Ik zag dat de koelkast goed gevuld was, dus mama had waarschijnlijk die morgen boodschappen gedaan. Alledrie moesten we even bijkomen van de lange vliegreis en wennen aan het tijdsverschil (+ zeven uur in vergelijking met de zomertijd in het VK, + 6 uur met zomertijd in Nederland). Voor het overige was in huis niets veranderd, maar dat was daarvoor ook niet nodig geweest. Mijn kamer en die van mijn Dads waren schoon, de bedden opgemaakt en onze aangrenzende badkamers fris. Het huis heeft 2 heel grote en twee kleinere slaapkamers. De twee grote slaapkamers (een voor mijn ouders en een voor mijn Dads) hebben elk een eigen toilet/douchegelegenheid, hetgeen je in Nederland een badkamer zou noemen, de twee kleinere slaapkamers (een voor mij, de ander een logeergelegenheid, tevens de kamer waar was gestreken en gevouwen wordt) delen een toilet/douchegelegenheid. Zoals gezegd hebben de Dads in elke douchegelegenheid en in de keuken een installatie op elektriciteit voor warm tapwater laten aanleggen, voor ons gezin een voorheen ongekende luxe.

avatar van PQV00
Eergisteravond (10 oktober) hebben we met ons allen buiten in de tuin gegeten, lekker druk pratend en natuurlijk moest ik alles over Europa vertellen, alle verschillen met de Filippijnen. Vooral het verschil met de contant-economie was voor hen nauwelijks te bevatten. Je betaalt toch met geld? Heb je geen geld, kun je ook niet betalen. Hoewel ook steeds meer de mogelijkheid wordt geboden om met je ATM-card (de bankpas) in winkels te betalen is het nog niet echt ingeburgerd, net zo min als het gebruik van een elektronische kredietkaart. Gek genoeg heeft het met contanten betalen (behalve voor betalingen via het internet) ook de voorkeur van mijn Dads, misschien wel de reden waarom zij het in de Filippijnen zo prettig vinden? Geld halen uit de automaat van een bank en dat dan gebruiken voor je aankopen. Je kunt dan ook nooit meer uitgeven dan dat je bij je hebt, houdt Daddy Alex me voor. Ik heb hen in Nederland ook niet anders dan met geld zien afrekenen. Wie een Filippijns inkomen heeft kan onmogelijk in Nederland (of Europa) rondkomen. Alles is daar (omgerekend) veel duurder. Wie een Nederlands (of Europees) inkomen heeft kan royaal zijn in de Filippijnen. Neem je (buiten Metro Manila) een taxi dan is het begintarief 40 pesos en gaat de teller telkens met 6 pesos omhoog. 61 pesos = 1 euro. Voor de taxirit van het vliegveld van Davao City naar het centrum van Bislig City (een afstand van net onder de 200 km) betalen de Dads 4500 pesos (74 euros) en geven daarop Zandro nog een behoorlijke fooi.
Tijdens hun eerste vakantie in de Filippijnen, we waren nog in Cebu City, had ik last van iets aan mijn lichaam, dat al langere tijd daarvoor was ontstaan. Zij merkten het op en na lang aandringen vertelde ik wat er aan de hand was. Het zat op een zekere ongemakkelijke plek, altijd door kleding bedekt, en daarom ook niet direct iets dat je zo maar aan anderen laat zien (aan de achterzijde van mijn rechterdij, tegen de bil aan). Alex stond erop het te bekijken en uiteindelijk gaf ik toe. Omdat ik, zelfs door de stof van mijn kleding heen, had lopen krabben was daar een flinke wond ontstaan. Hij zei dat hij de plek liever wilde ontsmetten (altijd iets bij de hand in zijn reisapotheek) en dacht aan een bacteriële infectie waarvoor ik naar een dokter zou moeten, misschien wel een of twee hechtingen nodig had om de wond netjes te sluiten. Tegen desinfecteren en een pleister had ik geen bezwaar, wel ten aanzien van een dokter. Waarom? wilde hij weten. Dokters zijn duur, antwoordde ik. Niets mee te maken, je gaat, zei hij en daarbij had ik mij neer te leggen. Dan ga je hier in de Filippijnen niet naar een ‘huisdokter’. Nee, je gaat naar de ‘emergency room’ van het ziekenhuis. Daar word je bij ‘triage’ ondervraagd, worden standaard waarden genoteerd (hartslag, bloeddruk, gewicht) en leg je uit wat het probleem is. Daarop word je verwezen naar een ‘specialist’. Zo ook bij mij een dermatoloog. In de wachtkamer zaten al vele patiënten toen wij binnenstapten en mijn naam werd onderaan een lange lijst toegevoegd met 25 voor mij. We mochten plaatsnemen om te wachten. Wachten? vroeg Alex, geef je telefoonnummer op en ze kunnen je terugbellen wanneer je bijna aan de beurt bent. Vanaf het hotel zijn we binnen 10 minuten hier. Een dergelijke reactie had de receptioniste waarschijnlijk nooit eerder gehoord. Toch noteerde ze mijn gsm-nummer waarna we de wachtkamer verlieten. Enkele uren later, vlak na de lunch werd ik gebeld en gingen we terug naar het Chong Hua ziekenhuis. Er zaten nog steeds mensen in de wachtkamer maar wij konden meteen doorlopen. Toen de dokter mij onderzocht waagde ik in het Filipino op te merken wat Daddy Alex had gezegd, waarop de dokter boos in het Filipino uitviel dat HIJ de dokter was en HIJ de diagnose zou stellen. Alex schoot in de lach en we, de dokter en ik, keken hem verbaasd aan. Hij zei in het Engels: U heeft gelijk, u bent de dokter en daarom wilde ik niets zeggen, maar ik was het die dacht aan een bacteriële infectie. Waarop de dokter reageerde: Ja, aan deze zijde (rechts) wel, maar hier (links) niet. Alex had dus aan een paar woorden van de dokter en diens toon opgemaakt waarover het gesprek ging. En vreemd genoeg accepteerde de dokter ZIJN mening wel, maar die van MIJ (als herhaling van Alex’s) niet. En de rekening bestond uit triage, dokter + medicijnen (twee soorten antibiotica en twee zalven), alles door de Dads betaald. Binnen een week moest Daddy Alex naar hetzelfde ziekenhuis om zijn linkervoet te laten behandelen omdat enkele blaren (niet gewend lange afstanden op sloffen te lopen?) daarop aan het ontsteken waren en niet wilden sluiten. Dat heeft hem veel meer dan mijn rekening gekost, omdat ze voor de zekerheid tevens enkele bloedmonsters (bloedbezinksel en glucose) wilden afnemen. Met ons beiden is alles weer in orde gekomen nog voordat de vakantie was afgelopen.

avatar van Donkerwoud
Zonder meer mooie stukken tekst (de auteur kan schrijven!) maar ik kan me niet helemaal aan de indruk onttrekken dat één van de 'daddies' het woord voert...

avatar van PQV00
Donkerwoud
Eerlijkheidshalve: ten dele. Voor de correcties in stijl en zinsbouw, tevens als les voor mij. En natuurlijk ook voor de censuur (geef niet te veel persoonlijke zaken weer). Maar het verhaal is van mijzelf. Houd alsjeblieft rekening ermee dat ik pas vanaf februari 2017 met de Nederlandse taal werd geconfronteerd, hoewel wij toen voornamelijk Engels spraken. Maar kennelijk hebben we alledrie 'iets' met talen, hoe meer hoe liever. En dan is het nu voor mij werkelijk tijd om te gaan slapen. Net over enen in de nacht.

avatar van Pythia
Having fun, ags50?

avatar van PQV00
Pythia
Ang akong ngalan mao si Patrick, dili si Alex. Dili ako makatabang kung dili ka motuo niana.

Gast
geplaatst: vandaag om 09:16 uur

geplaatst: vandaag om 09:16 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.