menu

Mijn Updates +
De Site / Gebruikers / Schrijf zelf eens wat

zoeken in:
avatar van Donkerwoud
De ticketverkoper van het watermuseum in Yazd weet dat niet alles Engels is wat de klok slaat. Hij komt enthousiast naar ons toe: 'Ik heb geleerd Nederlands via dddzelfstudie.' Mijn moeder: 'Oh, heb je in Delft gestudeerd?' Hij antwoordt: 'In drieëntwintig dagen ik heb geleerd via dddzelfstudie. Ik spreek niet Engels maar Nederlands.' 'Wat heb je dan in Delft gestudeerd?' Ik kan het niet meer aanhoren en roep uit: ' Neeeee. Hij. Heeft. Zelf. Nederlands. Geleerd. Via. Een Zelfstudie!' Peyman schakelt maar over op het Farsi en vertelt wat ik al weet: hij heeft zelf Nederlands geleerd. Bij het afscheid doe ik mijn duim omhoog en zeg: 'Knap!' Ik fluister Peyman toe dat zijn Nederlands misschien beter is dan dat van mijn moeder.

Yazd laat zich het best omschrijven als een kluwen van steegjes, hofjes en poortjes. Het watermuseum geeft uitleg over een vernuftig irrigatiesysteem - het door UNESCO beschermde Qanad - wat water aanvoert door de hele stad. Bij ons hotel 'Silk Road' staat wederom een magnifieke moskee met twee gigantische minaretten, die na zonsondergang wordt beschenen met blauwe spotlights. Op loopafstand is er een andere moskee waarvan steeds een afzonderlijk stuk wordt opgelicht. (Hopelijk zijn de gelovigen volhardender dan de knipperlichtmoskee waarin ze hun rituelen verrichten.) Het plein voor deze moskee heeft een imposant licht- en waterspel met een fontein die steeds een straal verlicht.

In deze stad zijn de sporen van de geheimzinnige geloofsgemeenschap van de zoroastriers ruim vertegenwoordigd. Of het de 'eeuwige' vlam is die door een speciale afgezant aangewakkerd wordt. Of de toren in de heuvels waar men nog niet zo lang geleden menselijke lichamen neerlegde, opdat ze opgeruimd konden worden door de natuurlijke elementen. Het uitzicht over de stad is adembenemend mooi. Een zoveelste linguïst spreekt ons boven op de toren aan en legt ons uit dat deze generatie toch liever hun doden begraaft. Hij heeft ook nog wat te zeggen over 'onze' Peyman. Echt een knul uit Shiraz, met zijn lichtbruine huid en zijn groenige ogen. De mensen uit die stad zijn een tikkeltje laidback (lui!?) maar ontzettend sympathiek en behulpzaam. Hij verzekert ons dat Peyman alle meisjes kan krijgen.

avatar van Donkerwoud
Een Australisch jongetje van een jaar of vier en ik zijn gefascineerd door de goudvissen in het troebele zwembadwater. Hij is met zijn ouders net uit Dubai gekomen voor een paar dagen Iran. We wachten op een hotelmanager waar Basil Fawlty trots op kan zijn. Eerst zijn onze kamers overboekt, dan toch niet, dan weer wel. De gezette jongeman zegt om de haverklap ergens sorry om, maar hij is zo vriendelijk om ons thee met koekjes te geven. De kamer is net zo vreselijk als de ontvangst al deed vermoeden: een klein tweepersoonsbed neemt bijna de hele ruimte in beslag, terwijl er overal gaten in het plafond en in de muur zitten. Onze glazen 'voordeur' hangt aan een slecht afgewerkte stellage, met een foeilelijk mozaïekpatroon. Het moet afgesloten worden met een piepklein fietsslotje. Het binnenplaatsje kijkt recht in het helverlichte TL-licht van onze kamer, maar voor de privacy hangt er een viezig gordijntje voor het glas.

Maar het jongetje en ik zijn in vervoering om de goudvissen. Het mannetje komt met twee plastic dinosaurussen. Ik doe alsof mijn armen kaken zijn en 'bijt' hem. Hij schaterlacht. Als we samen naar de vissen kijken, komt de manager naast me staan. 'How is your room?', vraagt hij me. Ik antwoord: 'It's okay, but not really great' 'No, it's not.', zegt hij eerlijk. We raken met elkaar aan de praat. Deze Mahmoud is een zevenentwintigjarige IT-student. In een vorig leven schreef hij journalistieke stukjes, maar naar eigen zeggen kreeg hij toentertijd te vaak gezeik met de censor. De vissen heeft hij een paar dagen geleden gekocht. Het waren er eerst een stuk meer, maar ze gaan stuk voor stuk dood in het moerassige water. 's Avonds hoor ik het jongetje 'where are you, fishies?' in het bassin roepen.

avatar van Sol1
Sol1 (crew)
Eerst twee dinosaurussen meenemen en dan klagen dat er geen vissen meer zijn?
Ik zou er wat van gezegd hebben.

avatar van Donkerwoud
Bij 'nasir al mulk' (de roze moskee) in Shiraz zit een witte jongeman op een plastic stoeltje de toerist uit te hangen in zijn t-shirtje en korte broek. Mijn eerste gedachte: Nederlander! Hij spreekt inderdaad onze taal. In de moskee vergeet ik hem weer en ga ik op in de overweldigende kleurenpracht. Het zonlicht schijnt door de gekleurde stukken glas en weerspiegelt een haarscherpe reflectie van het kleuren- en vormenpatroon. Een jong Iraans koppel maakt foto's. Hij volgt zijn lief met de camera, terwijl zij in kleermakerszit gaat zitten, daarbij vouwt ze soms haar handen samen alsof ze bidt, of soms spreidt ze haar armen alsof ze één wordt met het kleurengeweld. Hun intieme spel met deze historische en religieuze plek vertedert me.

Buiten zit Peyman met een imam tussen een groep jonge vrouwen in zwarte chadors. Het is een soort ontmoetingsplek waar de geestelijke vragen beantwoordt over religieuze zaken, terwijl zijn assistentes hem bijstaan als de geestesnood een vrouwelijk oor behoeft. We raken aan de praat over het sharia-erfrecht en over het verschil tussen soennieten/sjiieten. Later ontmoeten we deze man en zijn vrouwelijke posse opnieuw bij de ontmoetingsplek in het voorportaal van een overdonderend mooie tombe. Waar de gebroken stukken glas een gefragmenteerd, spiegelend effect hebben.

Na ons bezoek aan 'de roze moskee' vertelt Peyman me iets ontstellends: de Nederlander in shorts blijkt aangesproken te zijn door de imam. Of hij er alsjeblieft rekening mee wil houden dat hij hier op een religieuze plek is en dat het gewaardeerd wordt als men zich aan de kledingregels houdt. De Nederlander is het er niet mee eens, want hij gelooft nergens in, dus heeft hij ook het recht om zich te kleden hoe en waar hij dat wil. Hij wordt trouwens verder met rust gelaten. Geen boete. Geen reprimande. Geen onvertogen woord. Alleen Perzische hartelijkheid. Peyman is er zichtbaar een beetje beduusd van: hoe kan iemand zó onbehouwen zijn als men hem alleen met hartelijkheid bejegent!?

Maar mijn moeder en ik hebben ook nog veel te leren. We eten die avond in een restaurant. Het ene gerecht is een soort soep dat je met brood erbij moet eten, terwijl het andere gerecht met rijst wordt gegeten. Ik ben verbaasd als er een stamper bij wordt geleverd, dus roep ik het vriendelijke meisje van de bediening erbij voor verdere uitleg. Die haalt de kok erbij en we krijgen een lesje in onze maaltijd eten. Mijn moeder hoeft de stamper niet; ze eet het vlees gewoon bij haar rijst. Ik eet mijn gerecht met brood, maar het meisje van de bediening komt terug en vraagt of ik er toch rijst bij wil. Als ik een paar happen heb genomen dringt het opeens tot ons door: ik eet het gerecht van mijn moeder en mijn moeder eet mijn gerecht. Maar in plaats van dat iemand ons op onze fout wijst, lost het personeel het zo op dat er van beide kanten geen gezichtsverlies komt.

avatar van Donkerwoud
De flitse blitskikker van overdag ('I'm an Iranian hipster') valt lastig te rijmen met dezelfde jongen die ons 's avonds meeneemt naar zijn vrijwilligerswerk in een Soefi-klooster. In Persepolis en Necropolis zien we Peyman als een wereldse jongen met een goed zakelijk instinct, die continu in de gaten houdt of er nieuwe toeristen zijn die een rondleiding behoeven of vervoer nodig hebben. Iemand belt of hij een groep Fransen kan begeleiden in hun tocht langs dit culturele erfgoed? Helaas, hij spreekt de taal niet, maar misschien kent hij weer een ander die uitkomst kan bieden!? Niet dat de jongen ons met zijn zaakjes tekort doet, want hij weet precies waar en wanneer hij met zijn laserpennetje op de interessantste plekken moet schijnen. Efficiënt, zakelijk en professioneel.

Hoewel mijn kennis van het Perzische rijk zich helaas beperkt tot het beeld dat '300' en 'Prince of Persia' er ooit van gaven, komt het toch tot leven in de verhalen van Peyman. Hij zegt ons bij binnenkomst: 'Denk je in dat jij één van de vele buitenlandse bezoekers bent die de koning van het Perzische rijk gaan bezoeken.' Het is een overweldigende ervaring. De levensgrote standbeelden (half bebaarde man, half leeuw) bij de ingang. De ruïnes die voor een groot deel intact zijn gebleven. De gedetailleerde muurgravures vol met kleine details, zoals de nerveuze bediende - zijn pols staat gespannen omdat hij een kruik moet bezorgen bij de koning - die gekalmeerd wordt door een andere bediende die een kalmerende hand uitsteekt. Of de leeuw die zijn kaken in een gazelle zet, waarbij diens snorharen en manen haar voor haar zijn uitgetekend. Misschien is dat perfectionistische vakwerk van duizenden jaren terug voor mij imposanter dan de grootsheid van de plek.

Op een bankje bij de Bazar Vakili begint een man tegen me te praten in het Duits. Niet gedacht dat ik ooit mijn steenkolenduits moet aanwenden om te spreken over Europese filosofen als Nietzsche, Míchel Foucault, Spinoza en Schoppenhauer. Deze Iraanse meneer liep na zijn studie filosofie tegen het probleem aan waar meer filosofiestudenten ter wereld tegenaan lopen: hij kon geen baan in die richting vinden. Hij werkt tegenwoordig bij een bank; blij met zijn vaste inkomen maar onteveden met hoe ver zijn arbeid van z'n eigenlijke passies afstaat. En wat zou hij graag Europa eens zien.

Ons gesprek wordt verstoord door een eigenzinnig mannetje met een ziekenfondsbrilletje, met een opgevouwen krantje in zijn handen. Uit het niets ratelt hij: 'Volgens de Encyclopædia Britannica is het noorden van Nederland - historisch gezien - rijker dan het zuiden. Een ongelijkheid die nog steeds doorwerkt in de moderne tijd. Jullie grootste exportproduct bestaat uit tulpen.' Echt luisteren naar mij doet hij niet. Uit beleefdheid laat ik hem begaan, maar het wordt vervelend als hij mijn mening vraagt over Israël, Palestina, de Verenigde Staten en Saudi-Arabië. Als ik opsta en de twee heren groet, kijkt de filosofisch ingestelde bankbediende me wat beteuterd aan. Die had zijn Duits verder willen oppoetsen door dit gesprek met een westerling.

De andere Peyman vliegt van zijn sjiitische soefi-klooster naar ons hostel om ons op te pikken voor een feestmaaltijd. Mensen van verschillende rangen en standen verzamelen zich bij elkaar om een avondmaaltijd te nuttigen. Tussen mijn disgenoten hoor ik vaak iemand 'Peyman' zeggen, roepen of verzuchten. De jongen holt van hot naar her om hlazen, schalen en bekers naar de tafels te brengen. Een tafelgenoot begint tegen me te praten. Hij is zelf Shirazi, maar heeft een groep vrienden uit Isfahan uitgenodigd om deze speciale dag te vieren. Dan begint hij me in gebrekkig Engels te ondervragen over legale drugs in Nederland!? En als hij me vraagt of ik een glas van een zoet fruitdrankje wil, zegt hij erbij: 'Unfortunately it's no alcohol.'

Als de meeste disgenoten verkassen, komen er groepen armere mensen naar het overgebleven voedsel. Ik zie de spastische jongeman die we vlak voor onze binnenkomst zagen bedelen op straat. Een haveloos ogende man verzamelt alle dadels en druiven in een plastic zak. Weer een ander verzamelt botjes voor de straatdieren. Een andere man gaat tegenover me zitten en eet zijn maaltijd, terwijl hij steeds hartelijk naar zijn eigen eten wijst. Of ik toch niet een hapje wil!? Ik voel me wat bezwaard dat ik heb zitten bunkeren op een extra schaaltje linzen bij de maaltijd.

En dan komt Peyman me weer halen. Voor de tombe zie ik hem glimmen van trots, omdat hij zijn islamitische geloofsovertuiging kan overbrengen via zijn handelingen. Iedereen spreekt hem aan en hij praat altijd beleefd terug. Een steunpunt voor de gemeenschap. Hij straalt rust, geluk en tevredenheid uit.

avatar van psyche
psyche (crew)
Donkerwoud

Je snapt natuurlijk onderhand wel dat we na jouw terugkomst dit óok gebundeld in handen willen.
Gesigneerd graag

avatar van Donkerwoud
psyche schreef:
Donkerwoud

Je snapt natuurlijk onderhand wel dat we na jouw terugkomst dit óok gebundeld in handen willen.
Gesigneerd graag


Ik ben helaas al een hele dag terug. Zongebruind, dat wel.

avatar van Donkerwoud
Iran blijft verrassen. Op onze laatste dag met Peyman bezoeken we een Perzische privé-tuin aan de rand van Shiraz. Het is in het bezit van zijn tante uit Bahrein. Een bergbeekje kabbelt langs de verschillende plateau's met bloemen, planten, speeltoestellen en een leeg zwembad. We ontmoeten een heleboel vrolijk kakelende dames die hun haar blond hebben geverfd. (Een enkeling heeft haar Perzische neus laten corrigeren met plastische chirurgie.)

Hoe anders was de sfeer bij ons tweede bezoek - eerder die dag - aan Peyman's kloostergemeenschap. De serene, religieuze plek waar we spraken met een hoogopgeleid meisje uit Teheran, die soms in retraite gaat om zichzelf spiritueel bij te laden voor haar wereldse bestaan. Ze verscheept met haar familiebedrijf stenen naar Amerika; één van de vijf producten die door de strenge sancties heenkomen. (Net als saffraan trouwens.) Ook op deze religieuze plek alleen hartelijkheid en gastvrijheid, waaronder een gerimpeld oud besje dat ons aansprak in haar beste Engels. En van alle kanten kwamen er natuurlijk mensen om ons thee aan te bieden.

Terug bij de wereldse geneugten in deze paradijselijke tuin, is het genieten van de fijne, onbezorgde sfeer. De vrouwen zijn verreweg in de meerderheid dan de mannen, en ze zijn ook het meest aanwezig. Het wordt dan ook snel duidelijk van wie de anders zo serieuze Peyman zijn gevatheid heeft geërfd: zijn moeder is hilarisch. Als mijn eigen moeder voor de zoveelste keer de anekdote vertelt dat ik als kleuter een maand heb rondgelopen met rood haar (handig: een pot verf over je hoofd gooien), dan reageert P's moeder meteen. Ze zegt oniraans ad rem en direct: 'En daarom ben je nu kaal!?' Ik zit me te verbijten omdat ik mijn scherpe opmerkingen liever even achterwege laat, maar dan dient er zich een opportuun moment aan. Peyman's vader zegt tegen mijn moeder: 'Tara looks like you.' Ik zeg meteen wat ik al een hele tijd denk: 'And you look like Robert de Niro.' Heeft deze distinguished gentleman gelukkig vaker gehoord. En Peyman's grappige tienerzusje zegt: 'Ik ben mooier dan Peyman want ik ben een meisje.'

We verlaten de Perzische tuin als een zee van peroxide-blond voorover gebogen zit om met elkaar te kaarten. Ik vraag Peyman: 'Zouden de vrouwen van je familie ook hun hoofddoek dragen als het niet verplicht was?' Nee, natuurlijk niet. En toch merk ik later dat Peyman's niet-religieuze ouders nog altijd een band hebben met de spirituele kant van de islam. Ze komen zelf nauwelijks bij het soefi-klooster van Peyman, maar ze spreken met respect en een zeker ontzag over zijn inzet bij de moskee. Vader Mahdy toont trots een foto- en videocollage van zijn recente bezoek aan een religieus festival in het Iraakse Karbala. In eerste instantie verzekert hij ons 'just holiday' maar hij blijkt volgend jaar misschien terug te willen. Het spirituele doet 'm kennelijk toch iets.

Maar hun huis staat open voor mensen uit de hele wereld. Mijn mond valt open van verbazing als ik een grote wereldkaart zie in Peyman's slaapkamer. Hij heeft een web uitgezet met lijnen, pasfoto's, namen van mensen en specifieke regio's. Het zijn er zoveel dat het lijnenpatroon van reizigers naar Iran een onontwarbaar kluwen is geworden. Er hangen briefjes onder van enthousiaste Iran-reizigers en zijn boekenkast staat vol toeristische souvenirs uit andere landen. (Of er een pyramide'tje bij kan komen!?) Als deze jongen de wereld (nog) niet kan rondreizen, dan heeft hij in ieder geval al deze mensen uit verschillende windstreken meegenomen op zijn tours langs de schitterende hotspots in Iran.

avatar van Donkerwoud
De laatste Iraanse ontmoetingen op en rond het 'Naqs-e Jahan Square' in Isfahan. (1)

Moe van de autoreis uit Shiraz struinen we door de omringende bazaars, op zoek naar een restaurant of eethuis. Een propper ziet ons naar het balkon van een restaurant staren, maar we denken dat het een coffeeshop is en lopen door. De jongeman vliegt op ons af, praat ons om met zijn dikke Amerikaanse accent. 'This restaurant is so good. I would marry her if I could, but unfortunately I don't have enough money.' Het is een aardig restaurant, met een mooi balkon en afgesloten glazen compartimenten waar je met enkele andere gasten in kunt zitten. Eenmaal binnen brengt de garçon ons de menukaart, en we zoeken onze gerechten uit. Maar er komt niemand meer onze kant op. Na twintig minuten is het genoeg geweest: we vertrekken lichtelijk geïrriteerd en nog even hongerig als bij binnenkomst. De twee obers zijn druk met elkaar in gesprek, terwijl het restaurant verder zo goed als leeg is. De propper komt naar ons toe en vraagt: 'Guys, did you have a good meal?' Hij is even verbaasd als wij. 'I'm so sorry, their English is not that good. Let me come with you.', zegt hij, maar we besluiten naar ons vaste restaurant te gaan. Dat is goedkoper én daar krijg je tenminste je maaltijd.

Hoewel het in 'Palikan Restaurant' ook weer niet helemaal loopt zoals verwacht. De manager komt naar ons toe en vertelt dat er drie studentes zijn met een studie-opdracht. Ze moeten in het Engels vragen stellen aan buitenlandse toeristen. Het interview moet opgenomen worden met een videocamera. Probleempje: ze spreken bijna geen Engels. Een van hen heeft daarom vragen als 'what's your favorite Iranian meal?' of 'how long will you stay in Iran?' op een bord geschreven. Eerst wordt mijn moeder ondervraagd door twee bloednerveuze, stamelende jongedames. Ze stellen allebei exact dezelfde reeks vragen aan haar. Ik voel het al aankomen, maar de twee interviewsters moeten mij ook aan de tand voelen. Ik zeg dat ik geen zin heb, maar één van hen werpt haar vrouwelijke charmes in de strijd: 'Please, do it for me? Please?' Zucht. Op de vraag 'Are Iranian people friendly?' zeg ik: meestal wel, maar soms zit je in een restaurant en word je opeens lastig gevallen door vervelende studentes. Of ze me begrijpt weet ik niet, maar ze lacht er zenuwachtig om. Als ze bij 'What's your favourite Iranian meal?' komt, wordt net onze maaltijd op tafel gezet, dus antwoord ik: 'Hopefully this one!?'

Maar het eerste meisje hakkelt en stuntelt zich er met flair doorheen. Haar medestudente blijft echter om de haverklap hangen en kijkt me dan aan alsof ze een hertje is dat recht in de koplampen staart. Ik begrijp er niks van. Bij de laatste vraag vliegt ze van haar stoel en begint speels de ober te slaan. Hij hield het bordje met de vragen vast tijdens ons interview, maar die hield het af en toe weg uit haar gezichtsveld, zodat ze gedwongen werd om 'echt' te praten met deze enge buitenlander. Hopelijk hebben ze in de toekomst geen bord meer nodig om contact te leggen met buitenlanders, want ze doen een opleiding in toerisme...

avatar van liv2
liv2 (crew)
Tegen dat je terug in Nederland bent is je eerste boek een feit ....

avatar van Donkerwoud
Onze laatste dag in Iran. Alsof dat gegeven nog niet melancholisch genoeg is, komen we in een hipsterig koffiehuisje terecht waar alles droefheid uitstraalt. Van het zweverige synthesizergejengel uit de speakers tot replica's van expressionistische schilderijen met droevige motieven. Het is dat de vriendelijkheid van de besnorde garçon nog enig lucht in het geheel brengt. Hij spreekt bijna geen Engels, maar doet zijn best om behulpzaam te zijn.

Op de terugweg naar het hotel lopen we voor de laatste keer door de haag met kerstverlichting. In het midden ervan staan grote bloempotten in de vorm van gevleugelde leeuwen. Zoals altijd staan er fotograferende jongeren - meestal koppeltjes - die zichzelf op beeld vastleggen tussen het lichtspektakel. Een hindernisbaan om vooral niet dat ene fotomoment te verstoren door met mijn logge toeristenlichaam ertussen te komen. Ik denk terug aan het jongetje dat bij de kaak van een leeuw ging staan, zijn handjes tot klauwtjes maakte, en toen 'rawrrr rawrrr rawrrr' riep.

De laatste keer dat ik mezelf met doodsverachting op een zebrapad begeef. Iran mag dan een poging tot verkeersveiligheid doen met stoplichten die zowaar functioneren, maar de weg oversteken blijft een wilde gok. Het gaat steeds net goed. Uitwijkende auto's. Piepende remmen. Trotse mensenlichamen die het autoverkeer tarten: raak mij dan, kom op! Maar zelfs tussen deze brokkenpiloten kruipt de Perzische hoffelijkheid waar het niet gaan kan, zoals die keer dat iemand vol op zijn rem ging staan om ons te laten passeren. De auto's achter hem lieten middels een kakofonie van getoeter weten wat zij ervan vinden.

Ik zal niet meer het gezang onder de brug horen. Het smartelijke Farsi waarmee men onverzettelijk een samenzang vindt om de totalitaire autoriteit mee te tarten. Vanmorgen hebben we over de droge rivierbedding gelopen. Een rits zwaanvormige boten ligt alvast klaar in de rivier voor als het water weer gaat stromen. En stromen gaat het, want om de zoveel tijd worden de sluizen weer opengezet om de rivier voor even te vullen met water. Het water droogt altijd weer op, maar Peyman verzekerde bij ons vorige bezoek dat de mensen in Isfahan blijer worden als de rivier stroomt. En dat maakt Iran voor mij zo speciaal. Ik ben maar een toeschouwer en passant - een toerist (brrr) - maar er knettert hier iets. Khomeini en Khameni staren nog overal op je neer, maar zelfs als absolute buitenstaander wordt duidelijk dat hun macht niet meer vanzelfsprekend is. In de schunnige grapjes die mensen maken over de machtshebbers. In de open, vrije omgangsvormen tussen mannen en vrouwen. In de vrouwen die zich zelfverzekerd door het straatbeeld bewegen. In de interesse die mensen hebben in de wijde wereld buiten Iran.

Op de allereerste dag kwamen we in een ander hipstercafeetje in Teheran een jonge serveerster tegen met meer blond haar dan hoofddoek. Ik wist niet wat ik zag. Mijn moeder vroeg in haar naïviteit: 'Moet je dit dragen? Of wil je het zelf?' Het moest niet en ze droeg de hijab uit vrije wil, zei ze. Nu snap ik haar pas: de sluizen zijn opengezet, maar het is wachten tot het water definitief blijft liggen. Vast een kwestie van tijd.

Ik schrijf dit terwijl een vriendelijke taxichauffeur ons terugrijdt naar het vliegveld van Teheran. Hij had een thermosfles met thee meegenomen voor ons. Gewoon uit vriendelijkheid. Zojuist hebben we via de videofunctie op z'n telefoon gezwaaid naar zijn vrouw en hun twee bloedjes van kinderen. Ik ga de mensen en het mooie land missen.

avatar van Donkerwoud
In 'Modern Times' (1936) zit het grapje dat Charlie Chaplin een vlag opraapt en per ongeluk wordt aangezien voor een demonstrerende vakbondsleider. Hij krijgt een schare volgelingen achter zich aan, die uit elkaar worden gedreven door de ordediensten. Dat gevoel krijg ik als mijn zus, Tara , een demonstratiebord in mijn handen schuift en tegen me zegt: 'Hier, houd dit maar omhoog.' We zijn bij een demonstratiemars tegen politiegeweld naar aanleiding van de dood van Mitch Henriquez. Meer vanuit nieuwsgierigheid en interesse, dan dat ik een brandend verlangen voel om me hiermee te verzetten tegen het staatsapparaat.

Even daarvoor stoof mijn balorige neefje, Adam, glimlachend langs de aanwezigen, terwijl ik hem aan zijn capuchonnetje moest bijsturen als hij afstevende op slootwater, drukke weg of trambaan. Ook ontging me niet de ironie dat gezien de aanleiding van deze manifestatie - een protest tegen etnisch profileren en politiegeweld- mijn neefje vooral extatisch blij was met al het blauw. Van ME-busjes, arrestatiewagens en politieauto’s met sirenes, tot motoragenten, politie te paard en zelfs een sloepje met een paar agenten erop. Een oudere motoragent keek met een grote glimlach naar deze jonge bewonderaar, die nog niet met leuzen kwam als: ‘Ik wil niks; ik kan niks; ik ga bij de politie’ of ‘Haal die nazi’s van de straat’. Adam zwaaide juist het groepje motoragenten gedag toen we wegliepen, en zei daarbij met een zacht stemmetje: ‘Dáháág’

Maar voordat de mars begint komt Adam's pappa hem toch maar halen en krijg ik dus het kartonnen demonstratiebord in handen. Ik doe niet mee met het scanderen van opruiende teksten – de reden is simpel: ik sta niet achter de felle toon – maar af en toe hijs ik wél het bord omhoog als er een camera in de buurt komt of als het moment er naar is. Tara en ik slenteren soms per ongeluk langs de familie van Mitch Henriquez, die vlak achter een arrestantenwagen loopt om vanaf die plek het vreedzame protest te leiden. We passeren zo ongeveer iedereen die er te passeren valt, maar proberen respectvol achter de familie te blijven. Dit lukt niet altijd.

Twee specifieke momenten grijpen mij aan. Het eerste moment is als de groep stilstaat bij het hoofdkantoor van de politie, aan de Burgemeester Patijnlaan, om een krans neer te leggen en een minuut stilte in acht te nemen, ter nagedachtenis aan alle mensen die zijn omgekomen door politiegeweld. Vanuit één van de nabijgelegen flats klinkt er opeens snoeihard het geluid van een radiocommercial doorheen, omdat een kinderachtige buurtbewoner het niet kan hebben dat deze groep gebruik maakt van hun demonstratierecht. Het nare pestkoppengedrag waarmee men dit soort burgerrechtenevenementen vaker lam probeert te leggen omdat het kennelijk irritatie oproept waar het schuurt.

Als de mars is gelopen en het spektakel is gaan liggen, blijft er een harde kern over die bereid is te luisteren naar de persoonlijke, politieke verhalen van de sprekers. Dan pas voel ik écht de urgentie en het belang van dit samenzijn. Het is koud en nat, en op zeker moment stort er zelfs hagel op ons neer, maar een grote groep trotse, zelfbewuste en stoere Nederlanders blijft voor deze happening in kou en ontij staan. Voor mij staan politiegeweld en etnisch profileren nog steeds mijlenver af van mijn eigen ervaringen met justitie, ook vandaag weer. ('Dáháág’) Of ik met mijn aanwezigheid iets heb bijgedragen weet ik niet, maar dat hoeft misschien ook helemaal niet. Mijn neefje heeft in ieder geval de dag van zijn leven gehad.

avatar van sinterklaas
Inmiddels bezig met mijn vijfde boek... Hier een stukje. (Ongeredigeerd) (Kan schokkend zijn)

Het dagelijkse uitzicht bestond uit een kale veld, woonwagens, een olifant, een giraffe, een tijger in een kooi... met daarachter enkele portiekwoningen en aan de andere kant een oude fabriek die al sinds de val van het ijzeren gordijn niet meer in gebruik is. In de verte werd er geöefend met snerpende violen en enkele blaasinstrumenten... Het was een grijze dag... geronk van een compressor die draaide op stroom die gepikt is van een telefoonpaal aan de rand van het veld. Het weer maakte Kub er niet vrolijker op... Hij zat onder een parasol zijn sigaretje te roken en staarde in de leegde... Zowel de uitzicht als een plek in zijn familie. De spelende jongste zonen en dochters van hem en zijn nicht Ludmilla verzachtte soms de pijn... Ludmilla was binnen bezig de was aan het schrobben op een wasrooster... Samen hadden ze 29 kinderen... van vier tot zesendertig... maar dat was momenteel niet genoeg. Er ontbrak er eentje... Sinds drie weken. Kub begon te snikken en Ludmilla stond hem voor de zoveelste keer bij.
'Onze Svetlata'...
Een zoontje van zes merkte hun op... Rende naar ze toe en hoopte zijn verscheurde stel op te vrolijken met een liedje op zijn trekfluit. Maar tevergeefs. In de verte schold en vloekte de zeventienjarige zoon wanneer de olifant een grote bruine hoop had gecreëerd.... En de leeftijdscategorie van rond de 10 jaar waren degene die muziek maakten.... de jongsten waren zich niet bewust hoe ernstig de situatie was en speelden geruisloos verder.
Enkele kippen slenterden alle kanten op.

Terwijl iedereen buiten zijn ding deed hadden Kub en Ludmilla zichzelf opgesloten in hun woonwagen... Zoals bijna elk willekeurig moment van de dag... Prints van vermissingsberichten lagen op tafel... van de week waren twee zoons met hun Pick Up in en rondom de stad afgereden om overal zo'n vel papier rond te plakken. Het portret was hetzelfde als de ingelijste foto aan de muur.
'Ons meisje...'
Ludmilla barste weer los en Kub offerde zijn verdriet op om er voor haar nicht te zijn. Buiten hoorden ze inene luidruchtige kreten en gevloek...

...Een groep Neo-Nazi's hadden het veld betreden met stokken, knuppels en breekijzers om eens huis te houden.
'Oprotten uit deze stad... uit dit land!' brulde er eentje. De groep zigeunerjongens in de leeftijdsgroep van 14 tot 36 verzamelden zich en maakten zich klaar voor de strijd. Dit is alweer de zoveelste keer dat ze werden gehinderd door buitenstaanders... Als het de Neo Nazi's niet waren dan waren het corrupte agenten... dat laatste daar moesten ze voor vrezen. Echter was de vermissing van hun zusje al iets wat krachten had losgemaakt bij de zigeunerjongens. Ze waren al bemachtigt met kapmessen, speren, planken en andere slag, stoot of steekwapens... zelfs fakkels Zonder verder dialoog gingen de beide partijen in de aanval. Maar de zigeuners werden onderschat... Enkele ervan kregen een flinke opsodemieter met een slagwapen... maar dat overtrof niet de uitrusting van hun tegenpartij... een kale kop werd met hakenkruis en al eraf gehakt... een buik werd opengehaald en waar de fakkels voor nodig waren... Eentje spuwde vuur, met behulp van zijn fakkel en vloeistof... en er twee neo-nazi's vlogen in de fik. Ze rende krijsend alle kanten op... en vervolgens weerklonken er twee schoten... en vielen ze neer. De resterende neo-nazi's zette het hem, na dit schouwspel op het rennen... Weer enkele knallen... Vakkundig werden ze één voor één doodgeschoten nog voordat ze het terrein konden verlaten.
De buurman... van "De Clan zonder naam" op het terrein ernaast zat in zijn wachterstoren met een Dragunov Sniper.
De olifant raakte in paniek en sprong en rende in het rond ter hij aan de kettingen vast zat. De tijger brulde vanuit zijn kooi... en de zoon die de dieren bijhield (genaamd Pavlov) rende vloekend en scheldend achter de ontsnapte giraffe aan terwijl hij een verdovingspijl in zijn geweer probeerde te doen. De giraffe rende door de Nvotyni zonen en dochters heen... deze moesten wegduiken of springen... De giraffe rende het terein af... Pavlov richtte en schoot... Mis. Hij vloekte. Kub die scheldend en vloekend zijn woonwagen verliet... naar Pavlov... en hem een fikse klap voor zijn kop gaf. Twee andere zoons genaamd Jany en Pety die in hun pickup sprongen en met een brullend en ronkend geluid achter de giraffe... die inmiddels al de hoek om was geslagen raceten... Ludmilla die Kub bijstond.... die inmiddels bezig was om Pavlov's huid vol te schelden...
Het verdovingsgeweer... Jany en Pety waren inmiddels al uit het zicht verdwenen.
'GODVERDOMMY! KLOOTZAKY!!!' Bulderde Kub en hij viel krijsend op zijn knieën... Ludmilla en de jongste kinderen stonden hem bij.

Met het brullende geluid van de Chevrolet Pickup scheurden Jany en Pety door de achterbuurten van Praag om de Giraffe proberen te overmeesteren.
Het beest had inmiddels al een hoop schade aangericht en Jany moest regelmatig een haal aan zijn stuur geven om enkele gecrashte of ingetrapte auto's te ontwijken...
'Het verdovingsgeweer!' riep hij naar Pety...
'Eeeeh...! Kurwa!'
Scherpe bocht om... piepende en rokende banden... De twee broers vroegen zich af wat Pavlov die giraffe te eten had gegeven... Straks dan zou dat beest het centrum betreden en dan zijn de rapen gaar... en ja... ook iets als sirenes...
'Zatraceně!!!' vloekte Jany. De politiewagens hadden al de achtervolging ingezet. Op een willekeurige plekje zag het er zo uit: Eerst rende er een giraffe voorbij... waarbij enkele terrasgangers van een willekeurige buurtcafé automatisch in hun drankglas begonnen te kijken... vervolgens de brullende pickup van Jany en Pety... en daarna een stuk of wat politiewagens.
Jany en Pety scheldend en vloekend in de cabine... uit een zijstraat kwam een tram gereden... De pick up reed er volop in... Bloed en ingewanden vlogen in het rond of draaide met de wielaandrijvingen van de pick up mee... die vast zat in het half dubbelgevouwde tramstel. Aan alle kanten kwamen de politiewagens aanschieten om het geheel te omsingelen...

Kub schreeuwde en krijsde van verdriet, wanneer hij met zijn bloedjes in het circustent van 'De Clan zonder naam' achter de tv zat... De TV was van een oud West-Duits model... en enkele strepen waren regelmatig te bekennen. Het nieuws vertelde over een losgelopen giraffe die niet te vangen was... en dus nu vermist is...
'EERST MIJN DOCHTER!' schreeuwt Kub... '...en nu Jodila!'
Zo heette de giraffe dus.
De buurman en zijn verdere gezin zonder naam stonden de Nvotyni clan, bitter van de rouw, bij.

En toen het ritueel... Pavlov werd gestraft. Jany en Pety waren niet teruggekomen... Op hun knieën zat hij met zijn ontbloot bovenlijf in de kring van de Nvotyni clan... Kub smoorde allemaal rituele leuzen en hield een stuk merkijzer in de vuurton... Wanneer hij heet was drukte hij de strafmerk op de rug van Pavlov... Hij schreeuwde niet... hij zoog zijn pijn weg met zijn tanden op elkaar. Vele andere zoons hebben er ook inmiddels al twee of drie... Er zijn slechts twee van de veertien dochters die een brandmerk hebben... (Spoilers)

avatar van sinterklaas
Piemel (spreek uit als Pjeemel) kreeg het verwachte telefoontje van zijn opdrachtgever uit Parijs. Stap 1: Kluis 133, Praha hlavní nádraží, Stap 2: Een Triade genaamd Blood Incence. Stap 3: Een Chinees restaurant genaamd “China”. Oui oui... Voor de lompe klusjes werd Piemel meestal ingeschakeld... Hij moest dus alle leden van Blood Incence doodschieten. Hij klapte zijn telefoontje dicht en gooide hem in een prullenbak. Inmiddels wist hij wel waar het centraal station van Praag lag... Hij heeft daar al enkele keren eerder een aflevering uit een kluis gehaald. Het was laat in de avond... Twee voormalige Oostbloktramstellen aan elkaar gekoppeld reden voorbij alvorens hij de weg overstak... De snelwegviaduct onder.
'Putain!' scholdt hij.
De automobilisten reden hier als idioten. Na enkele bochten arriveerde hij, via een park, het station. Hij liep het stationshal binnen. 'Wat een armoedige boel' dacht hij... Zeker als hij het met het hypermoderne Gare du Nord vergeleek. Een omroepvrouw sprak regelmatig.... Eerst in het Tsjechisch en vervolgens in het Engels. Vaak over waar welke trein op welk perron zou arriveren. Nadat hij enkele gangen had bewandeld bereikte hij de lockerroom. Nummer 133... Hij toetste de code in die hij zojuist had opgekregen. Met een stalen klak ging de kleurdeurtje op een kier staan. Een koffer...

'Merde!' dacht hij. 'Verotte klere zooi!'
Hij moest alles met een papieren kaart opzoeken. Google Maps zou sporen achterlaten. Al die onleesbare straatnamen... Maar waar ligt dan dat verdomde Restaurant genaamd China? Hij had nog een uur de tijd... Elke keer weer datzelfde gezeik. Het zou ergens in Praag 1 moeten zijn... Het stond op de kaart aangekruist. Hij liep naar een Taxi en gaf de dichtbijzijnde straat op.
Praag 1... Het centrum. Half 12 's Avonds. 'Godverdomme' dacht hij, 'een broeinest van mensen. Hoe kan ik hier dan zo even fatsoenlijk een stuk of acht van die Triadeleden afschieten?'
Hij betaalde de taxichauffeur en liep het centrum in. Een kerstmarktje, hordes toeristen, vele selfiesticks, voorbijrijdende trams... Het maakte hem verontrustend... Maar dat heeft hij bij bijna elke missie... Maar uiteindelijk liepen de missies die hij tot nu toe had gehad wel met een sisser af. En wat zit er nou in de koffer? Hoe gaat hij dit aanpakken? Er moet ongetwijfeld een vermommingsmasker en een wapen inzitten... Dat kan niet anders. Maar... waar zal hij in hemelsnaam die koffer gaan openen?

Hij haalde opgelucht adem wanneer hij een buurt betrad die een stuk rustiger was. Het was donker... Weinig mensen op straat... Een rij geparkeerde auto's... Sissende gaslantaarns aan de muren. Hij bedacht zich in welke hoek of steeg of gelegenheid, de koffer zou gaan openen. Hij keek nog een keer op de kaart. Het Chinese Restaurant was enkele straten verderop. Hij dook een steeg in... Snel in het rond kijken... Koffer openen... En precies wat hij dacht... Twee pistolen met compensators, om de terugslag te verminderen... een pruik en een zonnebril. Nog een keer in het rond kijken... Pruik opdoen... Zonnebril opdoen... De zonnebril had een infrarood functie. Netjes... De pistolen zo zacht mogelijk doorladen en samen met extra munitie in zijn binnenzak steken... koffer in een vuilcontainer gooien... en verder... Op gevoel wist hij het Chinese restaurant te vinden. Aan de gevel te zien moest dit wel een hele rare Chinese restaurant zijn. Alleen kon hij de tekst niet lezen... Hij keek op zijn horloge... en zijn blik viel vervolgens op een limousine tegenover het pand. Ze zijn er... Nou... Daar gaan we dan... Wanneer hij een blik door het raam werpt ziet hij daar het groepje aan tafel zitten... allemaal strak in het pak... met zo'n vette opperleider erbij... En wat verorberen ze? Vandaar dus... Maar dat pikte hij niet. Hij liep naar de ingang... de deur openen, geklingel van windorgeltjes en zijn schietijzers trekken... Dit pikte hij dus ECHT niet! En het moest snel... Alarmerende woorden in het Chinees... De crew die probeert weg te duiken... die dikke die zich omdraait en Piemel die het vuur opent. Het leek wel op de beginscene van The Killer. Gegil en geschreeuw onder aanwezige klanten... Drie van die leden die werden doorzeeft... en enkele die met hun getrokken pistolen of machinepistolen terug schieten... Potscherven, glas, stukjes hout en dergelijke vlogen in het rond... Het aquarium dat te barsten ging en waarbij het water met vissen en al zich over de vloer verspreidde. Piemel's handelingen die hij had geleerd van het vreemdelingenlegioen kwamen goed van pas. Hij raakte er weer eentje... terwijl hij achterover vloog loste hij nog een salvo die een rij gaten in het plafond creëerde. Hij zag net dat een kok ook een duit in een zak deed door met een shotgun uit de keuken te stormen en enkele gaten te creëeren waar Piemel zich enkele seconden geleden nog bevond... Hij sprong achter een pilaar... Ook de ober bleek bewapend te zijn met een Dessert Eagle.
'Putain...' dacht Piemel... Met het zweet op zijn voorhoofd lukte het hem om die kok voor zijn sodemieter te schieten... Zijn koksmuts viel, terwijl hij werd doorzeefd, van zijn hoofd... In een flits schoot hij die ober ook nog door zijn kop. Nu die resterende Blood Incence leden nog... die hem probeerden te raken... Enkele moves... van pilaar naar omgevallen tafel... enkele schoten... weer twee doden... De sledes die naar achteren bleven haken... Magazijnen op de grond laten kletteren terwijl de houtspinters en andere brokken hem om de oren vliegen en hij zijn trommelvliezen moest zien te koesteren van de oorverdovende knallen. Nieuwe magazijnen erin... Kogels in de kamers van beide pistolen... Inmiddels waren er al een paar van die Blood Inocence gasten dichterbij getreden... Hij dook tevoorschijn en pompte er eentje een stuk of wat kogels door zijn darmen... en eentje door zijn kop... Weer wat moves... enkele keren schieten... En toen waren ze allemaal dood... en zijn kogels op... Een Chinees gitaar en fluitmuzakje speelde nog op de achtergrond... resterende scherven vielen op de vloer en Piemel kreeg tranen in zijn ogen toen hij zijn aandacht op de maaltijd richtte... 'De barbaren...' dacht hij... Op de tafel lag een verschroeide herdershond met een appel in zijn bek. Het huilen had Piemel in het legioen afgeleerd... maar als het om honden ging... Merde, waar is die dikke...
Hij hoorde gekrijs achter hem... en hij kon net wegduiken van een lange stalen blad... Het was die dikke opperhoofd, met een zwaard... Hij zwaaide op een rituele wijze in het rond om Piemel klaarblijkelijk bang te willen maken en voor te bereiden op zijn onherroepelijke dood. Daarna vloog hij weer in de aanval... Piemel kon de uithalen ontwijken... dankzij zijn training... hij pakte iets van tafel... haalde zelf ook uit en... Raak...
Een klein cocktailparapluutje stak in de nek van die dikke... Het zwaard kletterde op de grond en de man smoorde enkele persende geluidjes... Hij schokte een beetje en trok het parapluutje uit zijn nek... Het bloed sproeide als water uit een hoge drukspuit uit zijn nek... Piemel pakte een nog volle pistool van een van de gangleden, richte de vizier tussen de ogen van die dikke vent en haalde de trekker over. Die was dood. Uit woede om die hond schoot hij de rest van het magazijn leeg in zijn bast en gooide het pistool weg.
Nu wegwezen.
Het voordeel van een restaurant die door de mafia wordt gerund is... de politie wordt niet zo snel gebeld.

avatar van Donkerwoud
sinterklaas schreef:
Inmiddels bezig met mijn vijfde boek... Hier een stukje. (Ongeredigeerd) (Kan schokkend zijn)


Wat gaaf! Maar ik hoop inderdaad dat je in de uiteindelijke versie werk maakt van alineaverdeling en interpunctie.

avatar van Donkerwoud
Onze groep bediscussieert nog de make-up van Dionne Stax, terwijl de laatste minuut van het nationale aftelmoment is ingegaan. Digitale televisie: de beelden lopen achter op de tijdsweergave op onze telefoons, dus 2018 is eigenlijk al een feit als we de timer volgen.Toch is het in Woerden muisstil. Iemand springt op om de champagnefles en bijbehorende glazen te halen - het nieuwe jaar verwelkomen met een drank die ik de rest van het jaar probeer te vermijden. Het Woerdense siervuurwerk barst los (ja, zelfs daar!) als ik als laatste mijn attribuut om mee te proosten in handen krijg gedrukt. Net te laat, want de anderen tikken hun glaasjes al tegen elkaar. Maar zijn we in werkelijkheid niet allemaal te laat voor dit moment!?

Gelukkig nieuwjaar, lieve mensen!

avatar van Donkerwoud
Bij de snelafrekenbalie die om een hoekje overloopt in de sigarettencorner, staat een oudere witte man met een bloemetje tegen de rij in. Het kassameisje pakt mijn zak met witte puntjes om af te rekenen, als het heerschap buldert: ‘Ik sta hier al tien minuten te wachten en er zijn zelfs twee van je collega’s langsgekomen, en die hebben ook niks eraan gedaan.’ Het geschrokken meisje stamelt: ‘Ja maar meneer, u staat bij de kassa van de supermarkt zelf en moet eigenlijk daar bij de sigarettencorner zijn.’ Ze wijst naar een plek waar inmiddels een rijtje mensen staat.

‘Maar ik kan hier toch óók afrekenen?’ zegt de man en als ze ja zegt smijt hij een handjevol euro’s op de counter: ‘Hier, dit is exact het bedrag wat ik moet betalen.’ Maar het dappere kassameisje geeft zich nog niet gewonnen; als de gefrustreerde zijn rug naar haar toekeert en weg wil lopen, roept zij hem met schrille stem na: ‘Maar meneer, dit gaat zomaar niet, die bloemen moeten eerst nog gescand worden…’

De man draait zich briesend om: ‘Willen jullie me gek maken ofzo!? Toen ik hier kwam stond zélfs de meneer die jij nu aan het afrekenen bent er nog niet!’

En op dat moment knapt er iets in mij. Noem het een gevoel van morele superioriteit. Noem het mijn eigen irritatie omdat ik in zijn frustratie wordt genoemd. Noem het een plotseling opstekende behoefte aan haantjesgedrag. Noem het empathie naar een jonge vrouw die gesard wordt door een klant die zich iets te veel de koning waant.

‘Wat kan deze caissière eraan doen dat ú in de verkeerde rij gaat staan!?’

Mijn stem klinkt luider dan ik van mezelf ken en ik zie - met sardonisch genoegen- dat hij van zijn stuk gebracht is door deze onverwachte interventie.

‘En waar bemoeit ú zich eigenlijk mee!?’, zegt hij niet helemaal onterecht, en ik antwoord: ‘Omdat ík nu op ú sta te wachten terwijl ík ook maar alleen af wil rekenen.’ Ik meen een geamuseerde trek om de lippen en een schittering te zien in de ogen van een man die achter me staat.

Alsof er niks gebeurd is begint de caissière éindelijk mijn boodschappen af te rekenen, terwijl ik zelfvoldaan kijk naar hoe de vreemdeling afdruipt met zijn ruikertje. Een heleboel emotie om niks meer of minder dan tien minuten op de vroege zondagmiddag. En toch voelt het zo bevredigend...

avatar van sinterklaas
Bij De Site > Algemeen > Feedback, klachten en andere opmerkingen:

boeken Cazimir Maximillian

Het Grote Boek part: bendetelkwijt verschijnt halverwege november

avatar van Donkerwoud
Dat moment waarop een vriendelijk oud besje in een rolstoel bedelt om geld, want ze kan haar boodschappen vandaag niet betalen. Ergens ben ik al sceptisch, maar ik ben in een goede bui en graai in mijn muntjesverzameling om haar wat te geven. Ik geef haar iets meer dan een euro. Drie keer raden wie vanaf de bierafdeling roept of ik vijf importbiertjes aan kan geven!? Er kan trouwens ook nog tabak van vijfenhalve euro vanaf. Tsja...

avatar van Donkerwoud
En dan zie ik mijn eigen vertedering weerspiegeld op het gezicht van een jonge vrouw met een hoofddoek die, net als ik, moet glimlachen om de schattigheid tussen een vader en zijn dochtertje. Het begint net te regenen, maar dat lijkt het duo een eind voor ons niet te deren. ‘Walahi pappa, ik weet zelf wel de weg terug naar huis te vinden,' zegt ze tegen haar vader, die dan zijn vingers voor zijn ogen houdt, en doet alsof zij even de leiding mag nemen. Opzichtig stiekem kijkt hij nog steeds of ze de juiste koers aanhoudt. Zijn dochter heeft het door en schreit met haar hoge stemmetje: ‘Neeeee pappa! Ik wil het écht zelf doen.’ Dan wil dochterlief een paar stappen verder de hoek richting hun huis opgaan, maar pappa stuurt haar precies de verkeerde kant op. Als ze speels verontwaardigd stil blijft staan, tilt hij haar vervolgens de lucht in en zwaait zijn schaterlachende dochter een paar keer in het rond. Voor een paar onbekenden op straat is het even geen Hollands kloteweer meer.

avatar van Donkerwoud
Voor wie de liefde niet is gekomen of onlangs stuk liep, voor wie deze dag vooral zorgen oproept, of voor wie l'amour anderszins niet in de commerciële mal van een Valentijnsdag past: het is niet de liefde die blind maakt, maar het geritualiseerde toneelspel dat het ongrijpbare tot een banale karikatuur maakt. De mooiste ervaringen in het leven hebben geen stempel, kader of uitleg nodig: die zijn er soms wel en soms niet. Morgen is er weer een nieuwe dag.

avatar van eRCee
Amen.

avatar van Donkerwoud
Koortsige dromen (1)

Ik droomde dat mijn vaste bibliotheek was verbouwd op de dag dat ik mijn neefje in zijn loopfietsje er mee naartoe nam. Alle boeken, films, CD's en andere media-objecten stonden onder andere categorieën. Veel specifieker, dus niet 'spanning' of 'arthouse' of 'drama', maar bijvoorbeeld: 'in dit type film speelt een man die zijn gezin wil beschermen tegen mogelijk onheil, maar hij brengt ze juist in gevaar omdat hij hierin doorslaat.' Het lukte me niet meer om nog iets naar mijn gading te vinden, met al die beklemmend specifieke aanduidingen.

Ergens wist ik een oude zwart/wit-film te vinden en een documentaireserie (titels niet gespecificeerd), maar het was niet goed genoeg. Adam begon ook steeds chagrijniger te worden, omdat een bibliotheek niet de meest inspiratievolle plek is voor een vierjarige. Niet dat het ook maar iemand anders leek te hinderen: zij wisten wel wat ze mee moesten nemen naar de balie waar ik steeds naar terug bleef kijken. Een oudere vrouw vertelde me zelfs hoe fijn ze het vond dat de nieuwe opzet haar zoveel meer ruimte bood om nieuwe boeken te vinden.

Ik zocht en zocht en zocht, en ook de bibliotheek zelf werd steeds meer een labyrint. Op een gegeven moment raakte ook de in- en uitgang uit beeld en zag ik alleen nog mensenstromen die op en neer bewogen. Gingen ze ergens heen of kwamen ze ergens vandaan? Wilde ik me bij hen aansluiten of moest ik dat dus juist niet doen? Adam was ondertussen niet meer te harden en hij begon te razen en te tieren zoals alleen een verveelde vierjarige dat kan.

Vanachter een open ruimte in een boekenkast sprak iemand me vermanend toe, ze zei iets van: 'Hoe kun je dit maken? Met een vierjarige op een plek zijn waar het verplicht is om met elkaar een fijne, rustige omgeving te creëren.' Deze naamloze, gezichtsloze persoon - die ik me nog steeds herinner als vrouw - riep een woede in me op. Hoe durf je te oordelen over mij! Weet jij niet hoe moeilijk het is om op een kind te passen! Alsof ik er iets aan kan doen dat ik de weg kwijt ben terwijl hij opgefokt raakt! En toen werd ik wakker...

avatar van Donkerwoud
Koortsige dromen (2)

Vannacht was ik vakken aan het vullen toen iemand van een Amerikaans televisieprogramma me benaderde. Of ik mee wilde werken aan hun nieuwe format: iemand moet op de schouders zitten van een marginale celebrity, terwijl hij en ik langs een drukke highway in L.A. moeten fietsen. De reis bestaat uit drie etappes, maar bij elke ronde mag de bekendheid beslissen of hij/zij verder fietst. Bij de eerste ronde een luxe avondmaal, maar bij elke nieuwe ronde krijgt de deelnemer duurdere drank, betere bediening, meer exclusieve gerechten, etc

Ik slaap op de schouders van een onbekende rockster. Hij heeft lang, zwart haar en een ketting in de vorm van een schedel. Mijn grootste angst is dat we omvallen, maar ik huiver meer bij de gedachte dat hij straks op mijn schouders moet. Kan ik hem wel houden, of donderen we straks omver als ik de fietser ben? En hoe absurd eigenlijk: dat ik slaap terwijl hij fietst en we toch samen in evenwicht blijven. Af en toe wijkt mijn rockster uit als er een auto met volle snelheid langs scheurt. Eén keer komt hij door het verkeer op het grindpad terecht; we zwalken een beetje.

Naast de highway ligt een idyllisch azuurblauw meer. De rockster en ik wisselen van rol en hij mag op mijn schouders zitten. Over de highway en het meer wordt een verduidelijkend landschapskaartje geprojecteerd, waarop de resterende afstand is te zien en kleine fotootjes oplichten van de volgende etappes. Nog tientallen kilometers in het vooruitzicht, maar het fietsen gaat me verrassend goed af. Op de voice-over klinkt de stem van de rockster. Hij houdt het bij de eerste etappe voor gezien, want - ook al vindt hij me een beste jongen- ik doe niet hard genoeg mijn best. Zijn vrouw en kind wachten thuis op hem. Hij zal om die reden ook niet meer met ons mee-eten. Maar heus: hij gunt me het beste.

Dan volgt de aankondiging van de volgende aflevering, waarin het nieuwe koppel met een waterscooter over het azuurblauwe meer mag racen. Het ziet er niet alleen toffer uit, maar zij komen ten minste in het water terecht als de één de ander niet kan houden. Als de steek van jaloezie wegebt, lach ik om deze herinnering aan mijn idiote droom.

avatar van psyche
psyche (crew)
Donkerwoud schreef:
Dat moment waarop een vriendelijk oud besje in een rolstoel bedelt om geld, want ze kan haar boodschappen vandaag niet betalen. Ergens ben ik al sceptisch, maar ik ben in een goede bui en graai in mijn muntjesverzameling om haar wat te geven. Ik geef haar iets meer dan een euro. Drie keer raden wie vanaf de bierafdeling roept of ik vijf importbiertjes aan kan geven!? Er kan trouwens ook nog tabak van vijfenhalve euro vanaf. Tsja...



avatar van Donkerwoud
Lach maar, ik kom haar nog wel eens tegen; meestal bedelend. Ach ja, ik laat haar maar doen.

avatar van Donkerwoud
Tegen sluitingstijd in het winkelcentrum op het Savornin Lohmanplein. Bij de boekhandel wordt een oudere man onder politiebescherming naar de draaideuren begeleid. Aan zijn linkerarm ondersteund door een mannelijke diender en aan zijn rechterarm door een vrouw van middelbare leeftijd. ‘Les Pays Bas…douze points!’, hoor ik de breed glimlachende agent tegen de bedremmeld kijkende meneer zeggen. Een grijsharige mannelijke agent werpt nog een snelle blik op de boekencollectie in de etalage, terwijl de enige politievrouw haar kletspraatje houdt met een burger.

Achter de merkwaardige colonne loopt een jonge vrouw met sneakers, een bomberjack en een zwart petje op haar hoofd. Ze schreeuwt in haar mobiele telefoon: ‘Waar blijf je nou, lul!? Het is al bijna sluitingstijd!’ Wanneer ik de hoek omga, botst een mevrouw bijna tegen me op en we kijken elkaar verschrikt aan - wie er precies wie laat schrikken blijft onbekend. Voor de zekerheid laat ik haar voorgaan en gaan we elk weer onze eigen weg. Ondertussen haalt de jonge vrouw me in en briest ze venijnig tegen haar onzichtbare gesprekspartner: ‘Bacardi Cola!?’

In de supermarkt gaat een tienerjongen al met een dweilmachine door het gangpad waar ik moet zijn. Het grootste deel van de vloer is kleddernat, maar een kleine, droge strook achter de jongeman laat nog ruimte om hem niet te hinderen in zijn schoonmaakpogingen. Lachend volg ik hem, grijp snel mijn product uit het schap en zet toch een paar stappen op de natte ondergrond. Als ik mijn excuses aanbied zegt hij geen boe of bah, maar hij roept zijn collega erbij om een praatje met hem te maken.

Die avond krijg ik glimpen te zien van de grotere verhalen achter sommige van deze mensenlevens. Kleine en prikkelende stootjes informatie, net genoeg zodat het verlangen om ze te bevatten én onbevredigend én onvervuld blijft. Wat nog rest is alleen mijn fantasie om die overgebleven leemtes mee op te vullen.

avatar van Donkerwoud
De twaalfjarige Kaj was verguld van trots toen de man achter het loket hem zijn bioscoopkaartje gaf voor Space Jam, terwijl hij er beleefd bij zei: 'Alstublieft, meneer!' De tweeëndertig jarige Kaj gloeit even van binnen als de buschauffeur hem tien eurocent teruggeeft voor het kaartje, terwijl hij er beleefd bij zegt: 'Alsjeblieft, jongen!'

avatar van Donkerwoud
Taalspelletjes in de tram. Het meisje met een oranje veiligheidshesje en haar vriendinnetje zijn ontsnapt aan het toeziend oog van de juffrouw. Ze doen een rijmspelletje met elkaar: Pattie, Vettie, Lettie, Slettie, Nettie, Mettie. 'Zullen we een taal met elkaar verzinnen?', zegt het meisje met de paarse wollen trui en het roze broekje. Oenemade. Oenemede. Unkie dunkie. Flonkie, plonkie, slonkie. Af en toe klinken er wat aanwijzingen van de juf door de tram, maar de twee hebben haar lekker niet nodig bij hun ritmische samenspel.

avatar van Donkerwoud
Het meisje met het ravenzwarte haar zegt tegen een ander meisje dat haar jongere kloon lijkt: 'Jill, jij mag straks óók met Luana spelen.' Jill antwoordt haar: 'Maar dat wil ik helemáál niet!" Ze sputtert en moppert, terwijl ze wat aan het jasje begint te trekken van haar oudere zus. 'Maar ze hóeft ook geen vriendinnen te zijn met Luana.' zegt hun moeder wijselijk. De vrouw is in alles de uitvergrote versie van haar twee dochters, maar ze heeft make-up en haar teint is zonnebankbruin. Hoe drie mensen op elkaar kunnen lijken en tegelijk toch zo verdeeld zijn over Luana. Zou het echt een kwelling zijn om met dat meisje te moeten spelen?

Gast
geplaatst: vandaag om 17:32 uur

geplaatst: vandaag om 17:32 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.