menu

Mijn Updates +
De Site / Gebruikers / Schrijf zelf eens wat

zoeken in:
avatar van Pythia
Leuk, mooi, raak

avatar van liv2
liv2 (crew)
Vooral het beeld van de kleine Rick die, aanvankelijk wild zwaaiend met zijn schop, tot de conclusie komt dat, na het zien van wollige piemels, de zijne, alsook zijn billetjes, niet door buitenstaanders moeten bekeken worden. Zijn zusje die hem met de handdoek afschermt terwijl hij waarschijnlijk op 1 been staat te hinken om toch maar die zwembroek uit te krijgen en die onderbroek aan, zo snel mogelijk...

Echt een mooi beeld.

avatar van Donkerwoud
Van mijn FB-tijdlijn:

Niet gedacht dat ik dit ooit zou typen: ik was zondag in de kerk voor een ochtenddienst. Het enthousiasme van onze christelijke gastheren, Kamiel en Medhad, werkte in ieder geval aanstekelijk. Ze wilden ons 'hun' Mar Mina laten zien: een koptische kloostergemeenschap in de woestijn. Het blijft een enge gedachte dat er in Egypte recentelijk bloedige aanslagen zijn gepleegd op christelijke doelwitten, maar op zich zijn de veiligheidsmaatregelen stevig genoeg om iig het gevoel te geven dat ze het onder controle hebben.

Hier geen zondagsrust of zwarte kousen; Mar Mina is een vitale en bruisende plek. Het oogt architectonisch plezant, met grootse kerkgebouwen, lieflijke kapelletjes en praktisch ingerichte bijgebouwen. Overal weids ogende, goed geasfalteerde boulevards, waaromheen genoeg plekken zijn om je terug te trekken tussen het natuurgroen of de bloemenpracht.

Maar het fijnste is dat de rustieke, lome sfeer van deze locatie ook invloed lijkt te hebben op de aanwezige gelovigen: mensen zijn hier opvallend opgewekt. Ze hangen wat rond bij de boetiekjes waar je zelfgemaakt ijs of lokaal geteelde groenten kunt kopen. Ze bidden, steken kaarsjes aan of maken foto's bij 'heiligen' of religieuze iconen.

Zelfs de religieuze diensten, die logischerwijs wat zwaarder zijn door de religieuze lading ervan, voelen luchtig. Er wordt erdoorheen gelachen en gepraat, en mensen kijken niet vreemd op als anderen later binnenkomen of de dienst vroegtijdig verlaten. En niemand wijst elkaar op specifieke bid-techieken waar men nog iets meer bonuspunten mee kan opbouwen voor een transitie naar de eeuwigheid.

Het chaotische Egypte met claxonnerende auto's en krioelende mensenmassa's heeft voor mij zeker haar eigen charme, maar soms is de rust op een plek als Mar Mina ook prettig. En met zulke enthousiaste gidsen als Medhad en Kamiel kom je zeker niets tekort!

https://scontent-cai1-1.xx.fbcdn.net/v/t1.0-9/20245738_10213671967337167_3627719894751843544_n.jpg?oh=1003b6e4324b977602e1f897c986c118&oe=59EBE315

avatar van Donkerwoud
Van mijn FB-tijdlijn:

Michael Palin noemde de Corniche van Alexandrië eens 'like Cannes with acne'. Voor mij is dat de beste typering voor de specifieke schoonheid van Egypte's tweede grootste stad. Alexandrië heeft ergens nog de koloniale grandeur van een metropool naar Westers model, maar het is mettertijd ingehaald door vervallen gebouwen en mensen- en autostromen. Dat contrast - vergankelijkheid tegenover levendigheid- roept elk bezoek weer een gevoel op van opwinding.

Zo is het met 'Steigenberger Cecil Hotel' alsof je in een tijdmachine stapt en terugreist naar de jaren vijftig. Het begint al met een krakkemikkige draaideur, die nog voortgeduwd moet worden door de bezoekers. Het leek Mahmoud Abd Ellatef een leuk idee om één van de deurtjes tegen te houden, waardoor ik per ongeluk door bleef duwen tegen de bips van een verschrikte Ayman Tawfik. Hij werd net niet gelanceerd.

En dan kom je binnen in een foyer waar nog net geen piccolo in een roodkleurig uniform rondwandelt. Het oogt als een schim van iets wat ooit overweldigend geweest moet zijn, maar waar het interieur nu vooral overvol en gedateerd voelt. Een groot museumstuk. Toch heeft het iets als je dan bij de koperen liften komt, die traag naar boven of beneden kakken, terwijl je bij elke nieuwe verdieping een dikke laag Oosters tapijt voorbij ziet komen.

Maar het uitzicht over Alexandrië en de Middellandse Zee is absoluut fenomenaal. De vliegerende jongetjes vanaf hun daken en de plezierjachtjes die op de golven meedeinen. De mensen die in het onderliggende park neerstrijken om bij te komen van hun werkdag. De koppeltjes die met elkaar langs de zee zitten (wat zou hun verhaal zijn: zijn ze netjes verloofd of getrouwd, of zien we hier spannende liaisons!?) De claxonnerende, botsende, racende en voor elkaar uitwijkende auto's in de spits.

Ik ben verliefd op deze imperfecte stad en haar mensen.

https://scontent-cai1-1.xx.fbcdn.net/v/t1.0-9/20621110_10155674682424703_1118895670736422724_n.jpg?oh=e1a2f45e85ea3173341e537ac0204d28&oe=5A34C1F1

avatar van Donkerwoud
Een tweeluik:

15 juli

Naar de barbier (en terug). Langs de snelweg bij onze compound zit een kapperszaakje verstopt. Niet dat je het etablissement als zodanig zou herkennen, want de ingang wordt afgeschermd door een bomenrij en je moet er een grote zandheuvel voor op rijden. Ook zit een theedrinkende, waterpijp rokende bedoeïenenfamilie naast een witte pick-up truck. De laadruimte is afgeladen met kleine kinderen.

Eenmaal in de piepkleine ruimte is de barbier al bezig met een klant. Af en toe komen de kinderen naar binnen stormen om mijn aandacht te vragen. De kapper loopt geërgerd naar buiten met zijn scheermesje om de belhamels weg te jagen. Al snel is hij klaar met zijn vorige klant, die enthousiast foto's van het resultaat maakt met z'n mobieltje. De meneer is zichtbaar opgetogen met zijn nieuwe snor.

Mijn beurt. Het is voorbij voor ik er erg in heb.

Buiten staat een tiental kinderen naar mij te zwaaien, dus ik geef ze allemaal een high-five. Ze schateren het uit. De volwassen bedoeïenen lachen mee vanaf hun vloerkleed.

Ik loop langs de snelweg terug naar de compound. Het blijft wennen om tegen het verkeer in te lopen, terwijl niemand zich aan de snelheidsregels houdt. Een oudere man met één tand meent dan ook dat 'mister, mister' vervoer nodig heeft in deze penibele verkeerssituatie. Hij weet wel iemand met een auto, maar ik sla het aanbod af.

Ik ben weer geschoren én ik leef nog.

6 september

Terug van de barbier (2) Weer gekapt, geschoren, gecoiffeerd en met eau de cologne besprenkeld bij mijn favoriete barbier, een bedoeïene langs de snelweg. Weer met doodsdrift in mijn donder de mijn kant op zoevende automobielen getrotseerd, terwijl ik terugliep naar de rust van ons eigen hof van Eden: Fadyland. Het leek een niet noemenswaardige odyssee huiswaarts, maar in Egypte dient men immer waakzaam te zijn voor de confrontatie met dood en verval. Altijd.

Ik weet niet of ik hem het eerst zag of rook, maar mijn vrolijke gemoed van zo-even sloeg plotsklaps om in een adrenalinestoot. Mijn sneaker raakte namelijk bijna het karkas van een dode hond die in het steengruis lag. Waarschijnlijk doodgereden. Een groot stuk van zijn vlees was door de maden weggevreten en door het ontstane gat was inmiddels ook zijn ribbenkast zichtbaar. Maar erger nog dan het walgelijke aangezicht, was de penetrante lijkenlucht, die als een klap in mijn gezicht kwam en waardoor ik even tot mezelf moest komen om weer verder te kunnen.

Verderop kon ik weer glimlachen, toen een bedoeienenman (in sober wit gekleed) met zijn aandoenlijke dochtertje (in een soort trouwjurk met glittertjes) stond te wachten op iets of iemand. Maar die doordringende, penetrante stervensgeur, die als een soort muur naar je toe komt, bleef me de verdere terugweg bij. Ik heb het overleefd, ik ben weer gladgeschoren, maar ergens langs de snelweg ligt iets wat ooit een hond was, weg te rotten.

avatar van Donkerwoud
Wederom een tweeluik:

Dagje Alexandrië (1)

Op deze foto kon ik eindelijk weer lachen. Die morgen waren we in het immigratiekantoor in Alexandrië, waar bureaucratie behalve bloedirritant óók inefficiënt, corrupt en mensonterend blijkt. Veel Syrische vluchtelingen in te weinig adem- en bewegingsruimte; een kluwen van mensenlichamen die bij het loket proberen te komen, terwijl ze volledig afhankelijk zijn van de grillen van norse, onbehulpzame ambtenaren. Wachten, wachten, wachten, met een gemiddelde wachttijd van drie uur.

Onze neef Mohammed wist met het nodige duw- en trekwerk bij de juiste loketten uit te komen. Hele families blokkeerden de doorgangen. Soms moest hij een voordringer wegduwen bij het loket. Ik hobbelde wat confuus achter Mohammed aan; mijn paspoort in mijn knuistjes vasthoudend om dat te kunnen tonen als ze toch echt een gezicht bij de pasfoto wilden hebben.

Op een bepaald moment werd ik een kantoor ingeduwd met een hogergeplaatste overheidsfunctionaris, die, getuige zijn volle postuur, goed kon boeren on top of the food chain. We waren vooraf al gewaarschuwd: stel jezelf bij het immigratiekantoor zo nederig mogelijk op, en de kans bestaat dat hogergeplaatste ambtenaren welwillend zijn om je probleem serieus te nemen. Dat advies bleek geen overbodige luxe.

Ik kwam net binnen en de man krijste al naar een jonge Chinese/Taiwanese vrouw tegenover hem. 'Je paspoort is over een uur klaar, wíj kunnen niks voor je doen, ga weg hier, je houdt nu iedereen op!' Naast de jonge vrouw zat een andere meneer die haar ook tot kalmte maande, maar ze begon gefrustreerd terug te schreeuwen om zoveel onrecht. 'Hij schreeuwt tegen me, ik wil niet dat hij tegen me schreeuwt!' (wees nederig, dein mee, glimlach lief!)

We vertrokken zonder iets opgelost te hebben. (Ingewikkeld verhaal, maar het komt erop neer dat het ons op deze plek meer geld zou gaan kosten dan op het vliegveld.) We zagen de jonge vrouw op de terugweg nog steeds bij het loket staan. Ze huilde.

Dagje Alexandrië (2)

Ons Gothic spookverhaal begon in een lift. We waren uitgenodigd door Tarek en zijn vrouw Val in een bekende hoofdstraat van Alexandrië (Fouad Street). Hun appartement op de bovenste verdieping heeft een gigantisch dakterras en een kijktoren met uitzicht over het Alexandrijnse straatgewoel. Aan hun appartement zit een dienstverdieping met bediendekamers en een aparte ingang met wenteltrap voor de vroegere werklieden. Uit een tijd dat de klassen, rangen en standen nog keurig van elkaar gescheiden waren en het gepeupel in letterlijke zin niet door dezelfde deur mocht als de aristocratie.

Ook de lift - een krullerige ijzeren kooiconstructie met een houten lift erin - bleek een relikwie uit de vorige eeuw. Hetzelfde gold natuurlijk voor de veiligheidsvoorschriften van wat men vermag van een hedendaagse lift. Een liftjongen van drieënzestig schoot met ons mee naar binnen. Hoe sfeervol en bijzonder deze liftervaring ook was, maar het archaïsche vehikel kraakte en boemelde langzaam omhoog, terwijl het niet per se een geruststellend gevoel is als de verschillende verdiepingen aan je voorbij trekken.

Zomaar uit het niets stopte de lift. Een paar seconden bleef hij in het luchtledige hangen, terwijl het gevoel bekroop dat er iets niet helemaal in de haak was. En toen begon de lift opeens langzaam terug naar beneden te gaan. Iets sneller. Nog iets sneller. Heel snel. De liftjongen schoot naar het liftpaneel en zette een soort noodrem in werking die de neerwaartse gang abrupt stopte. Eerlijk is eerlijk: ik vond het erg leuk, maar mijn moeder was iets minder enthousiast over dit onverwachte stuk spanning en sensatie.

Eenmaal boven werden we hartelijk onthaald door Val, die ons rondleidde langs de vele hoogtepunten van hun flatverdieping. Haar éénjarige voetbalspelertje (Adam) hobbelde ook met ons mee, een tikkeltje bang dat zijn mamma weg zou gaan zonder hem. Net als de lift is hun grandioze appartement een nostalgische tijdscapsule, met een ruime woonkamer vol met antiek meubilair en oude landschapsschilderijen. Door de wijde ramen had je uitzicht over het stadscentrum van Alexandrië, met haar combinatie van vergane glorie en de bruisende mensenmassa's. We waren in de vervallen bediendekamers die op zichzelf niet zo bijzonder zijn, maar waarvan het feit dat ze bestaan nog iets meer de aristocratische grandeur van dit appartement accentueren.

Onze dag in Alexandrië begon verschrikkelijk met het bureaucratische labyrint in het immigratiekantoor. Onze dag eindigde verrukkelijk op een magnifiek dakterras in het hart van deze metropool.

https://scontent-cai1-1.xx.fbcdn.net/v/t1.0-9/21731163_10155789271289703_976132327755807685_n.jpg?oh=23dc1b4d683638cdaa535500d810d223&oe=5A5B6D39

avatar van Donkerwoud
De afgelopen 10/15 jaar kom ik de GVD-man wel eens tegen in en rond het openbare vervoer van Den Haag. Hij is een oudere man met een uilenbrilletje en een morsige regenjas als van Colombo of de Cock. Op het oog ziet hij er niet bijzonder vreemd uit, maar mijn fascinatie naar hem ontstond toen hij me eens aansprak. ‘Ze zijn tegenwoordig te laat. Altijd te laat. Ze houden zich niet aan hun duidelijke tijdsschema’s. Godverredomme!’ Ik probeerde hem nog wat verlegen te sussen, maar hij verdween alweer in zijn redeloze vervloekingen. ‘Godverredomme! Godverredomme! Godverredomme!'

Een andere keer zat ik in bus 21 en hoorde ik zijn onmiskenbare 'Godverredomme' toen hij uitstapte. De buschauffeur vertrouwde zijn gesprekspartner toe dat de vuilbekte clochard een bekend gezicht is voor alle tram- en buschauffeurs in Den Haag. Elke werkdag opnieuw stapt hij ergens in en rijdt ergens anders heen, stapt daar weer ergens in en rijdt dan weer ergens anders heen. Als een alternatieve vorm van dagbesteding. Ondertussen alles en iedereen (God, de HTM, de dienstdoende chauffeurs) verdommend omdat 'ze' hem altijd ergens te laat brengen.

En toch hoop ik dat er mensen in zijn leven zijn die door zijn gefrustreerde redeloosheid heen prikken, die hem het gevoel geven dat ook hij - iemand die alles en iedereen vervloekt- er toch mag zijn. Ik hoop het echt.

avatar van Pythia
Donkerwoud schreef:
Wederom een tweeluik:
Dagje Alexandrië (1)
Dagje Alexandrië (2)
Het lijkt erg op het Egypte van Nagieb Mahfoez

avatar van Donkerwoud
Jaaaaa....al zal de buurvrouw van mijn moeder - een gepensioneerde professor - zeggen dat het Alexandrië uit haar jeugd op niks meer lijkt op wat het nu is i.v.m. overbevolking en de toegenomen invloed van de politieke islam.

avatar van Pythia
Ik vind met name de situatie in het immigratiekantoor die je beschrijft, treffend lijken op een scène in een boek van Mahfoez. Ik denk in "De dief en de honden". Dat is kennelijk weinig veranderd in al die jaren.
Voor het overige, m.n. politiek, zal het wel onherkenbaar veranderd zijn.

avatar van Donkerwoud
Wat grappig, ik wilde zelfs een kort verhaal van Mahfoez uit 'Taveerne de Zwarte Kat' erin verwerken. Een magisch-realistisch verhaal over een ambtenaar die erbij wordt gehaald als er ergens een rattenplaag uitbreekt, maar door de bureaucratie en de corruptie blijkt de man vooral zelf een rat te worden. Hij krijgt zelfs een roze staartje en snorhaartjes.

avatar van Pythia
De 'Taveerne' ligt hier toevallig op de stapel te lezen boeken, ooit opgeduikeld in een kringloopwinkel voor 0,50 cent. Het ligt nu bovenop.
Uit 'De Noorse Rat' :
"Is het niet mogelijk dat er enigszins wordt overdreven?"
"Nee, nee, de feiten zijn zo ernstig, dat overdrijving uitgesloten is".


avatar van Donkerwoud
Daarom vind ik het jammer dat ik geen Arabisch kan lezen (wel verstaan) omdat Mahfoez ook onwijs speelt met volkstaal en dialect. Schijnt voor 'gewone Egyptenaren' ook heel geestig en herkenbaar te zijn.

avatar van Donkerwoud
Dat we geïntoxiceerd door de binnenstad zwalken in onze zoektocht naar een vervoermiddel huiswaarts. Dat er plotseling een lange man uit een donkere steeg opduikt, met een uitgestoken hand onze kant op. Arjen voelt de bui al hangen en fluistert in mijn oor: ‘No way dat we de alcoholverslaving van die zwerver gaan subsidiëren.’ De man begint te spreken in gebroken Nederlands, waarbij ik alleen ‘kattenvoer, kattenvoer’ versta. Arjen vertrouwt het niet en zegt: ‘Hij gaat zich straks de vinkentering zuipen, met zijn kattenvoer.’ Ik pak een twee-euromunt uit mijn portemonnee. Arjen schaterlacht: ‘Een goedgelovige lulhannes als jij trapt nu eenmaal overal in.’ Maar als ik me buk om de man het geld te geven, meen ik even de staalblauwe ogen van een Siameesje te zien schijnen van tussen zijn revers. Ik knipper met mijn dronken ogen en het pluizige dotje is weer weg, maar belangeloos het goede doen heeft mijn voorkeur boven wantrouwen naar een vreemde.

avatar van Donkerwoud
Ik moest mijn stinkdier een naam geven. Geert Wilders is eigenlijk meer iets voor een fret, een marter of een bunzing, en dus heb ik hem maar Thierry Baudet genoemd. Als ik 's avonds achter mijn laptop zit, voel ik de priemende oogjes van Thierry in mijn rug staren. Op andere momenten toon ik zelf mijn affectie door hem in een ferme houdgreep te nemen. Hij stribbelt vaak tegen, maar ik weet zeker dat hij uiteindelijk zelf het meeste geniet.

Thierry is een gewoontedier: nieuwe mensen of nieuwe dieren blieft hij meestal niet. Toen ik eens opperde om er een konijn bij te nemen, ging hij recalcitrant in een hoekje zitten, stak zijn staartje in de lucht en blies een gruwelijke zwavellucht uit zijn poepgaatje. Het zijn die momenten waarop ik het soms wat moeilijk met hem heb; dat ik denk dat we er samen wel weer uitkomen, maar dat je nochtans vastzit aan zijn stekelige temperament. Misschien moet ik er een bouvier bij kopen en hem Theo Hiddema noemen? Of een Annabel Nanninga?

avatar van LimeLou
Donkerwoud schreef:
Ik moest mijn stinkdier een naam geven. Geert Wilders is eigenlijk meer iets voor een fret, een marter of een bunzing, en dus heb ik hem maar Thierry Baudet genoemd. Als ik 's avonds achter mijn laptop zit, voel ik de priemende oogjes van Thierry in mijn rug staren. Op andere momenten toon ik zelf mijn affectie door hem in een ferme houdgreep te nemen. Hij stribbelt meestal tegen, maar ik weet zeker dat hij er uiteindelijk nog het meeste van geniet.

Thierry is een gewoontedier: nieuwe mensen of nieuwe dieren blieft hij meestal niet. Toen ik eens opperde om een konijn erbij te nemen, ging hij recalcitrant in een hoekje zitten, stak zijn staartje in de lucht en blies een gruwelijke zwavellucht uit zijn poepgaatje. Het zijn die momenten waarop ik het soms wat moeilijk met hem heb; dat ik denk dat we er samen wel weer uitkomen, maar dat je nochtans steeds vastzit aan dat stekelige temperament. Misschien moet ik er een bouvier bij nemen en hem Theo Hiddema noemen? Of een Annabel Nanninga?


Een fabeltje maken op basis van Nederlandse politici? Ik geloof dat je daarmee best wel wat boeken zou kunnen verkopen.

avatar van Donkerwoud
Haha ja, die worden er genoeg geschreven.

avatar van Donkerwoud
We reizen door de georkestreerde mensenstromen in een geglobaliseerde wereld. Naar het vliegveld gebracht worden door een Iraaks-Nederlandse taxichauffeur, die Egypte kent omdat zijn ouders er een huis hebben gekocht. In het vliegtuig worden we aangesproken door een moeder en een dochter uit een Afghaans-Nederlandse familie. Op het toilet in Turkije hoor ik twee Egyptische Nederlanders in het Arabisch tegen elkaar keuvelen over ditjes en datjes. Bij de gate in Istanbul helpt een Duits-Iraanse mevrouw ons of we bij de juiste gate zitten. Het enige moment van communicatieve vervreemding komt op Schiphol: als iedeeen staat te frunniken met de geautomatiseerde paspoortcontrole.

En dan begint de Iraanse man die achter me in het vliegtuig zit naar Teheran, iets te zingen. Een volksliedje, een tranentrekker uit lang vervlogen dagen of Koranrecitaties!? Het klinkt misschien door het Hollywoodbombast en mannengeweld heen dat uit mijn oordopjes komt, maar deze plotselinge verstoring ontroert me. Al versta ik niet waarover de beste man zingt, maar door zijn melodieuze Farsi is er geen betekenis nodig om bij mij een gevoel van smartelijkheid over te brengen.

Eerste ontmoetingen. Wanneer ik onze (tijdelijke) driver voor het eerst ontmoet, is zijn eerste observatie: 'Why are you angry?' Hij klinkt bijna verontschuldigend naar mij toe. Hij brengt ons in het holst van de nacht bij de begraafplaats van Khomeini een schitterende moskee met daaromheen een goed verzorgd park. Een spastische meneer strompelt naar me toe. Ik meen met mijn beste Arabisch te horen in zijn Farsi dat hij bedelt om eten. Hij bevestigt dat vermoeden met een lepelgebaar. Ik zeg in mijn steenkolenarabisch terug dat ik geen eten voor hem heb. Of hij me verstaan heeft weet ik niet, maar hij glimlacht me vriendelijk toe en loopt daarna verder naar een groepje schoonmakers.

avatar van Donkerwoud
Het is even schrikken als we ons door een krioelende mensenmenigte bewegen om bij de metro te komen, en als blijkt dat de metro's hier gescheiden compartimenten hebben: voor mannen en voor vrouwen. In onze haast hebben mijn moeder en ik maar gekozen voor het mannen-gedeelte, in de hoop dat een buitenlandse vrouw wel tussen de mannen kan en mag verkeren. Dat blijkt gelukkig inderdaad niet een enorm probleem te zijn. (Al snel werd onze toeristenfantasie van 'wij zijn de enige westerlingen in Iran' echter gebroken. Er stond namelijk een Nederlands koppel pal naast ons. Evenmin blij om ons te zien, natuurlijk.) En in deze overvolle coupé vol mannen leren we al het enorme verschil tussen Teheran en Caïro. Niemand dringt zich op wat voor manier ook op aan mij of (vooral) aan mijn moeder. Integendeel, bij het uitstappen wringen de mannen om haar heen zich in bochten om maar niet per ongeluk in contact te komen met een vrouw. Het is niet de enige keer die dag dat we een veilig, hartelijk gevoel ervaren.

Mensen in het straatbeeld van Teheran ogen ook relaxed. Of het de vele straatschoonmakers, onderhoudsmedewerkers en tuinmannen zijn die - dag en nacht - bezig zijn om de straten schoon, plezant ogend en goed geordend te houden. Of de vele mondaine mensen die zich stijlvol kleden en zich door het straatbeeld bewegen. Of de oudere Iraniërs die ons graag staande houden om te vertellen over hun klassieke ambachten als het weven van zijdeportretten. En overal is er wel ergens iemand die om onze mening vraagt over Iran, omdat ze het naar vinden dat hun land onverminderd negatief wordt geportretteerd in Westerse media.

Eerste toeristische trekpleister: het Golestan-paleis. Een combinatie van een boomrijk stadspark en historische gebouwen uit de tijd van de Kadzjaren. Overal schitterende muurschilderingen, met sfeerschetsen en felle kleurtjes. Het wordt druk bezocht door zowel mede-toeristen (grrr) als Iraniërs uit de hogere middenklasse of upperclass. Ook hier een fijne en gemoedelijke sfeer, met uitzondering van één negatieve confrontatie met de no pictures-meneer in het spiegelpaleis. Zijn jongere, vrouwelijke collega gaf mijn moeder nog een knipoog toen ze zei: 'You can make one picture, here.' Maar haar collega was onverbiddelijk. Bij de eerste klik vliegt hij op mijn moeder af en begint tegen haar te schreeuwen: 'No pictures, no pictures, there is the exit!' Overigens laat weer een andere collega ons binnen bij een exhibitie waar we niet voor hebben betaald.

Toch weer een stukje Egypte én Holland. Eerst worden we bij de bazaar door een enthousiaste, oudere man meegenomen naar een winkel voor geweven zijdeportretten. Van beeltenissen van bekende Westerse figuren, landschappen, nagemaakte foto's en schattige diertjes, tot aan religieuze taferelen zoals de Ka'aba. (En een schunnige afbeelding uit de Penthouse; het idee dat iemand dus urenlang hiermee bezig is geweest!?) Op een afbeelding staat niemand minder dan de Egyptische president Gamel Abdel Nasser, maar de oudere man blijft beweren dat het de vroegere shah is. Zijn baas geeft uitsluitsel: het is Nasser. 1-0 voor mij.

Ergens anders in de bazaar maken we iets ongelofelijks mee. Een tapijtverkoper neemt ons mee naar zijn winkel. Op zich niet heel bijzonder. Hij is hartelijk, geeft ons wat uitleg bij de verschillende stijlen en weefvormen. Opeens blijkt zijn oom een tapijtenwinkel aan het einde van het Noordeinde te hebben. De tapijtverkoper trekt een Nederlandstalig magazine uit een bureaula en zijn oom staat tussen twee bekenden van ons: Mohammed, de Egyptisch-Nederlandse visboer, en Yoshe, de Turks-Nederlandse eigenaar van Firat. De wereld is klein, ook in Iran.

avatar van Sol1
Sol1 (crew)
Goed stuk.

Kleine off-topic:
omdat ze het naar vinden dat hun land onverminderd negatief wordt geportretteerd in Westerse media
Losse gedachte naar aanleiding daarvan: het is wat storend om te zien dat de bevolking automatisch op één hoop dreigt te worden gegooid met (voormalige) bestuurders of politici. Ik heb het daarbij altijd gênant gevonden als de plaatselijke bevolking denkt verplicht te zijn aan een bezoeker van hun land daarover tekst en uitleg te verschaffen.

Dat van het Noordeinde is een aardige toevalstreffer. Ik heb ondertussen wel een beeld voor ogen dat Donkerwoud in een compleet Oosters ingericht huis woont.

avatar van Donkerwoud
Haha. Niet echt. Combinatie van Hollandse kneuterigheid (IKEA, xenos, etc) met figures en posters uit 90's geek culture.

avatar van Sol1
Sol1 (crew)
Donkerwoud,
Was je het standbeeld(je) van Hafez al tegengekomen in de naar hem genoemde straat in Teheran?
Zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Hafez#/media/File:Hafez_statute_at_Tehran%27s_Hafez_street.jpg

avatar van Donkerwoud
Vlak voor vertrek zag ik het Ben Affleck-vehikel Argo, waarin het verhaal verteld wordt van de bestorming op de Amerikaanse ambassade in Teheran. Tegenwoordig is deze historische plek een museum. Op de muren eromheen zijn schitterende spotprenten getekend om het Amerikaanse imperialisme op de hak te nemen. Een pistool dat de stars and stripes op de Amerikaanse vlag als schietschijf gebruikt. Het vrijheidsbeeld als een uitgemergeld karkas. Exploderende helikopters en ander oorlogstuig. Het grappigste detail is een Amerikaanse vlag die op het wegdek is getekend, waardoor er steeds vieze autobanden over dit nationalistische symbool rijden.

Eenmaal in de ambassade hebben de tekenaars die punkachtige symboliek doorgezet. Een dikke 'American Joe' als helikopterpiloot die venijnig door zijn vliegeniersbril loenst, terwijl er een vette sigaar uit zijn mondhoek bungelt. Uitgemergelde kinderen in verschillende conflictgebieden. Vredesduiven die in obese meeuwen veranderen. Alle visuele (en ideologische) agressie kan niet verhullen dat we ook hier alleen vriendelijke Iraniërs ontmoeten. Het meest opzienbarend: een groep militairen die, trots, poseert voor de befaamde portretten van mijn moeder.

De metro naar Darband voelt een stuk prettiger. We hebben weer leuke gesprekken met Engelssprekende Iraniërs. Ons eerste bezoek is aan het paleizenterrein van de Shah. Overal tussen het natuurschoon staan koppeltjes met hun dure telelenzen foto's van elkaar te schieten. Jonge vrouwen gooien herfstbladeren over zichzelf heen. Koppeltjes staan op bruggetjes om hun samen-zijn te vereeuwigen, tegen de achtergrond van mooie bomenpartijen en kabbelende riviertjes. Erg idyllisch.

Wij bezoeken alleen 'het Zomerpaleis' i.v.m. de lange afstanden tussen de verschillende gebouwen. Hier heeft de befaamde shah van Perzië gewoond. Zijn inrichting is opvallend Westers, met veel Europese schilderijen (twee Hollanders!) en modern 'westers' meubilair zonder veel franje of opsmuk. Vooral zijn speelkamer - met snookertafel en levensgroot schaakspel - spreekt tot mijn verbeelding. Maar de shah is niet meer, getuige de twee reusachtige benen die nog voor zijn paleis staan. Tijdens de revolutie is er een reusachtig standbeeld van de vroegere heerser aan gruzelementen geslagen. Al is er bij de dagjesmensen weinig weerzin tegen dit woelige tijdperk. Eerder nostalgie.

Als wij niet bij mijn zus komen, dan is er wel een berg in Iran waar we haar ontmoeten. Op deze plek hebben verschillende eet- en drinkgelegenheden zich gevestigd aan de voet van een berg. Een architectonische vrolijkheid van gebouwen die op en rond de hoogteverschillen zijn gebouwd, terwijl ze beschenen worden door kleurige feestverlichting, en die meestal versierd zijn met bloemen en planten. Over de trappen sijpelt bronwater naar beneden. Het enige vrachtverkeer komt in de vorm van pakezeltjes die hun goederen op en neer brengen.

Onderweg naar boven ontmoeten we een buslading Iraki's die Arabisch met ons communiceren. Ook in ons restaurant, op het hoogste punt, worden we bediend door een Iraaks-Iraans jongetje. Dat wij drieën (mijn zus, mijn moeder en ik) elkaar zouden treffen in een niet-Egyptische setting waar we Arabisch moeten spreken. Tara's Iraanse avontuur eindigt voor deze keer, want als ik dit schrijf is ze onderweg huiswaarts. Ik weet nu al dat mijn tijd hier ook te kort gaat zijn.

avatar van Donkerwoud
Sol1 schreef:
Donkerwoud,
Was je het standbeeld(je) van Hafez al tegengekomen in de naar hem genoemde straat in Teheran?
Zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Hafez#/media/File:Hafez_statute_at_Tehran%27s_Hafez_street.jpg


Niet bewust, maar er is een onwijs rijke beeldcultuur. Overal staan standbeelden of hangen er foto's en prenten.

avatar van Donkerwoud
Ik ben niet de domme toerist! Ik ben niet de domme toerist! Ik ben niet de domme toerist! Onder de bezielende leiding van onze nieuwe vriend, Peyman, zijn we vandaag van Teheran naar Kashan gereden, met een tussenstop in Qom. Onderweg zien we de silhouetten van heuvelruggen in de heiige lucht (smog?) aan ons voorbijtrekken. Het is even schrikken om na de hippe, mondaine hoofdstad terecht te komen in een meer conservatief gedeelte. Hier geen jonge vrouwen met designerkleding die zelfverzekerd de publieke ruimte domineren, maar mannen met baarden en vrouwen met lichaamsbedekkende chador.

Tegenover het uniforme en zwart/witte van baard-, kleding- en zedelijkheidsstijl, staat de overweldigende pracht van deze plek. De open ruimtes. De complexe versieringen. De mensenmassa's die spiritueel opgaan in hun rites en religieuze handelingen. Ook hier is de sfeer geenszins gespannen of intimiderend - al wordt het me even te kwaad als er een begrafenisprocessie voorbijkomt. Sta je dan als hoogontwikkelde wereldburger (geen toerist!) te kijken naar het leed van anderen. De schreiende, ontroostbare vrouw die achter de massa aanloopt. Ik voel me er heel ongemakkelijk bij.

Maar ik ben niet de domme toerist! Van Kashan heb ik vooralsnog niet veel meegekregen. De reden. Peyman en mijn moeder zitten aan de vruchtensmoothies, terwijl ik nog iets uit mijn koffer moet pakken. Enthousiast ren ik naar de trap om te delen in de frisse versnaperingen, maar opeens begint er iemand tegen me te praten. Ik denk: 'Al die vriendelijkheid van de locals steeds, nu is het mooi geweest!' Dus ik luister niet en vlieg de stenen trap op. Laat de beste man iets gezegd hebben in de trant van 'Pas op de deurpost, die hangt laag...' Deze wereldburger knalt met zijn wereldwijze bakkes tegen het cement en heeft nu een mooie Iraanse bult op zijn voorhoofd. MAAR IK BEN NIET DE DOMME TOERIST!!!l

avatar van Donkerwoud
Het historische hart van Kashan's bazaar is uitgestorven. Twee poesjes (een grijzige en een pikzwarte) drinken uit een fontein in het midden van de ruimte. Boven ons schiet er zo nu en dan een duif voorbij. Wij zitten in deze surreële setting wat bij te kletsen, als er een oud mannetje op Peyman afkomt. Deze zonderlinge concierge draagt een gekreukt overhemd en heeft een slobberbroek aan. In zijn handen houdt hij een zwarte doek vast, met daarop een A4'tje geplakt met een profielfoto van een andere man op leeftijd. Het blijkt te gaan om een pas gestorven winkelier en de doek dient ter informatie voor diens vroegere clientèle. Of Peyman wil helpen met het ophangen ervan.

Als we terug op het bankje zitten, gooit de man een paar keer zijn sandaal naar de poezen. Hij schreeuwt naar ze en beweegt woest met zijn armen. Ik vind het vooral zielig voor de wegvluchtende poezen, maar voor de uitleg van de man heb ik begrip: de Perzische tapijten op de bankjes zijn peperduur, en dus zijn kattenpis of krabpartijen ongewenst. Dit weerhoudt de beste man er echter niet van om deze potentiële vandalen dagelijks hun eten te geven. Iemand moet het doen.

De man biedt ons een kop thee aan, maar begint daarna vooral te ratelen over zijn laagbetaalde rotwerk en over zijn geldgebrek. Peyman op bepaald moment: 'He's now complaining about his wife!' (Zou de liefde tussen de oude man en z'n vrouw net zo'n geval zijn van aantrekken en afstoten als naar die straatpoezen!?) Toch komt er opeens thee onze kant op. Al heb ik er niet veel later spijt van dat ik het heb opgedronken, want de man loopt naar de stinkende fontein, en spoelt er twee schoteltjes in af...

avatar van Donkerwoud
In Abyaneh ontmoeten we de tienjarige Ali met zijn vader. Vroeger was dit een afgesloten dorpsgemeenschap, maar nu is het een openluchtmuseum voor toeristen. Lieflijke kleine kabouterhuisjes in stemmig rood. De dorpelingen verkopen plaatselijke kleding of gerechten, terwijl ze rondlopen in traditionele klederdracht, zoals de wijde pofbroek waaraan men de huwelijkse status van een man kan aflezen.

Ali's vader keert platte stukken aardappel op en neer op een gloeiend hete plaat, totdat ze een tikkeltje zijn aangebrand. Zonder vet of boter. Hij doopt de schijven eerst in een emmer water voordat hij ze op het vuur bakt. Er hangt een gemoedelijke, fijne sfeer bij de stand van Ali en zijn vader. Er zit een Iraanse familie op de onbewerkte houtblokken om op te zitten. Ze lachen en praten, en de moeder gaat rond met een zakje vol gedroogd fruit. Als zij weggaan, gaan we op hun plek zitten.

Peyman, mijn moeder en ik hebben een Australische backpacker meegenomen uit Kashan. 'Jij lijkt op Lucky Luke!', zegt de kleine Ali tegen onze backpacker, die na een paar maanden India en Iran inderdaad flinke baardgroei heeft gekregen. We gaan met Ali op zoek naar andere strip- en tekenfilmhelden die we allemaal kennen. Bij Donald Duck doet het jongetje kwaakgeluiden. Mickey Mouse en Tin Tin (Kuifje) kent hij natuurlijk ook. Het is even doorvragen of hij Astérix en Obelix kent, maar als onze entertainer doet alsof hij een zware menhir optilt, weten we genoeg.

Boven hun werkplaats hangt een adelaar van hout. Ali zegt dat hij net als zijn vader 'chak chak chak' doet en hij bootst het houtbewerken na. Ali laat trots een houten uitsnede zien waarvan ik geen idee heb wat het is (een symbool in het Farsi?), maar het ziet er netjes en verzorgd uit. Op de vraag wat Ali later wil studeren, zegt zijn vader met klem: 'Niks religieus, niks religieus, dat wordt ons hier opgelegd, maar we zijn geen religieuze mensen.' Ali is duidelijker over zijn studiekeuze dan ik op zijn leeftijd was; hij wil gaan studeren aan 'The Department of Microbiology'. En hij haalt goede cijfers op school, dus hij maakt een goede kans.

Dan valt het Ali opeens op dat mijn plastic theekopje bol staat bij de randen. Ik heb de onhebbelijke tic om aan dingen te friemelen. 'Smaakt het kopje zo lekker?', vraagt Ali aan mij. Ik moet erom lachen en zeg tegen Peyman: 'In Nederland zeggen we dat een man die nerveus ergens aan pielt, een partner nodig heeft.' Het was niet mijn bedoeling, maar hij vertaalt dit aan Ali. Die antwoordt: 'Ik ken nog wel iemand voor je in ons dorp.'

avatar van Donkerwoud
Toen Shah Abbas I de Grote de Sjeik Lutfallahmoskee liet bouwen, kon hij niet weten welke absurditeiten er plaats zouden vinden in de verre toekomst. Deze mooie moskee ligt aan Naqsh-e Jahan Square/Image of lthe World Square; het tweede grootste plein ter wereld. De historische plek is een imposant staaltje architectonisch vernuft. Op het plafond is een zonnewijzer te zien in de vorm van een pauwenstaart, die het zonlicht volgt naar gelang het tijdstip van de dag. Overal valt er precies de juiste hoeveelheid licht naar binnen om de binnenruimte mee te beschijnen, terwijl het spaarzame licht mijn aandacht stuurt naar de zwierig gekaligrafeerde Koran-passages op de tegels. Het is de zoveelste moskee in Iran waar ik word overvallen door een gevoel van verwondering om de esthetische perfectie.

De enige religieuze handelingen die op deze plek worden verricht, zijn de toeristen die er hun vakantiefoto's schieten voor het thuisfront. Klak. Klak. Klak. Vlak na onze binnenkomst komt er een buslading Chinese toeristen binnen. Clichés zijn er natuurlijk om ontmanteld te worden, maar deze groep toeristen maakt een hoeveelheid foto's waar mijn fotolustige moeder nog een puntje aan kan zuigen. Peyman schijnt een paar seconden met zijn groene laserpen hun richting op en zegt: 'I can ruin their pictures with this.' Doet hij niet, natuurlijk.

De fotomanie wordt lichtelijk bevreemdend als deze groep toeristen een aantrekkelijke jonge vrouw in het vizier krijgt. Ze staat op een plek waar het zonlicht naar binnen valt en daarmee haar etherische aanwezigheid accentueert in het halfduister. Haar handen zijn gevouwen in een serene bidhouding. Het is zeker een mooi beeld, maar de fotocamera's blijven tien minuten tot een kwartier klikken om 'haar' mee terug te nemen naar China. Niemand zegt wat. Af en toe houdt ze haar armen in een ontspannen houding, om daarna weer in de bidhouding te gaan staan.

Ondertussen zijn mijn moeder, Peyman en ik óók lustig aan het fotograferen. Op een andere plek maakt mijn moeder een plaatje van Peyman die tegen een tegelmuur leunt, terwijl hij daarbij ook verlicht wordt door het binnenvallende zonlicht. Ik roep schaterlachend naar de groep toeristen: 'Come here, take a picture of him!' Een afgedwaalde Chinese toeriste glimlacht om mijn grap.

Weer ergens anders maakt mijn moeder een foto van mij in het binnenvallende zonlicht. Een andere Chinese toeriste vraagt vriendelijk of ze ook foto's van mij mag maken en ik stem toe. Als ik met mijn rug tegen de tegelmuur sta en de grote groep fotografen in mijn blikveld zie, verschijnt er een angstbeeld: straks draait die meute zich om en dwingt mij om hun nieuwe fotomodel te worden. Klak. Klak. Klak.

avatar van Donkerwoud
Ontmoetingen in Isfahan. Hoe grandioos Naqsh-e Jahan Square/Image of the World Square (en haar omgeving) ook is, maar ik geniet het meest van de onverwachte gesprekken met Iraniërs. Een straatjongetje probeert zijn gedroogde fruit aan ons te verkopen. Ik zeg tegen Peyman: 'He's so cute, can I keep him?' Het meisje van de bediening glimlacht verlegen als ze terugkomt om te vragen of ze het juiste taartje heeft gebracht. Het meisje dat op de foto probeert te komen, maar steeds wordt afgewimpeld door mijn moeder. Ze heeft een nieuwe strategie: haar schattige peuterbroertje.

Een master-student (met twee vrienden) benadert me voor een onderzoek naar mijn opvattingen over de discriminatie van minderheidsgroepen in Iran. Als hij vraagt waarom ik voor Iran heb gekozen, antwoord ik: 'Mijn moeder wilde dat.' Ze lachen alledrie schaapachtig. Een vlotte Iraanse draait even de rollen om als ze vraagt of ze een paar foto's van mij mag maken. Een oudere man parkeert zijn fiets naast het bankje waar ik op zit en begint een uur met me te praten. Deze oud-docent letterkunde heeft niet echt vrienden in Isfahan, maar soms fietst hij naar het plein om zijn Engels te perfectioneren door dit soort gesprekken met toeristen. Zo maakt hij wat van de wereld mee terwijl hij nooit buiten Iran is geweest.

Ons gesprek wordt verbroken door een PhD-studente, die wil dat we een enquête invullen. Haar onderzoek draait om de ervaringen van buitenlanders met 'ethnic food' en 'food activities' in relatie tot de Iraanse keuken. Het slot van de vragenlijst verbaast me enigszins. Are you male, female, non-cisgender, or unsure? Ik vraag haar of deze lijst is opgesteld door een Iraanse universiteit, en of ze weet wat non-cisgender betekent? Ze blijkt het onderzoek te doen voor een Australische universiteit. De term non-cisgender begrijpt ze natuurlijk, maar hoe kan iemand unsure zijn over een geslacht!?

Onze Isfahaanse avond eindigt onder een brug. Khaju is een plek waar groepen mensen verzamelen om klassieke liederen met elkaar te zingen. De architectuur ervan is zodanig dat geluid van de ene naar de andere kant galmt. Het geeft een bijzonder sfeervol effect, zeker in combinatie met het smartelijke Farsi. Vooral een oudere man legt een hartverscheurend mooi timbre in zijn zang. Een familie uit Teheran waarschuwt ons: 'Weet wel dat hier soms subversieve liederen gezongen worden, dan wordt de brug ontruimd door de politie.' We zien op de terugweg mannen in uniform naar de plek lopen. Ontspannen lachend.

avatar van Donkerwoud
Ik ontdek op eigen houtje dat er niet veel valt te beleven in Varzaneh. De wifi werkt niet en ik distantieer me bewust van de andere Nederlanders in het guesthouse. (grrr) Het plattelandsdorpje kent een eigen conservatieve traditie waarin de vrouwen lange, witte chadors aanhebben; als spookverschijningen. Ik loop bijna een stilstaande motorfiets omver als er een claxonnerende auto achter me verschijnt. Niemand reageert. Maar een gevoel van ongemak blijft hangen. Zijn de strenge, godsvruchtige blikken van de mannen met baarden op mij gericht? Zien ze in deze onhandige buitenlander een mogelijk gevaar? Ik besluit terug te gaan naar mijn veilige bastion van Westersheid: het guesthouse met backpackers en mede-toeristen. Dan blijft er een tienermeisje in wit gewaad staan. Ze roept van de andere kant van de weg: 'Mister, mister. Where are you from? How are you? Have a fine day!' Ze verdwijnt weer achter een houten deur. Ik glimlach om hoe dat ene moment van menselijke interactie mijn eigen paranoia doorbreekt.

Gast
geplaatst: vandaag om 14:05 uur

geplaatst: vandaag om 14:05 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.