De Site / Gebruikers / Schrijf zelf eens wat
zoeken in:
4
geplaatst: 4 september, 08:22 uur
God in Dordt (4)
We hebben elkaar twee keer ontmoet. Buiten scheen er nog steeds een stralend zonnetje en de marktkraampjes van het festival waren reeds opgezet, maar ik zwierf alleen rond door het #DordrechtsMuseum. De twee oudere vrouwen van zojuist verdwenen uit mijn gezichtsveld om eerst samen een koffie te drinken in het museumcafé. Ik accepteerde gretig de audiotour als de enige aanwezigheid in de stilte om mijn zelfverkozen rust in te kaderen onder diens auditieve begeleiding. Maar al bij het allereerste schilderij ging het mis. Ik hield het apparaatje voor een QR-code en er gebeurde niets. Ietwat gefrustreerd probeerde ik het nog een keer. En weer gebeurde er niets.
Ik voelde me opgelaten toen hij de ruimte binnen kwam lopen en mijn gefrustreerde pogingen zag om het geluidsapparaatje in werking te krijgen. Betrapt! Tot mijn gruwel begon hij ook nog hardop tegen me te spreken: 'De audiotour werkt hier niet, meneer. Je kunt er pas in de vierde kamer gebruik van maken.' Een suppoost voelt toch een beetje als een corrector die onaangepaste mensen probeert bij te sturen om ongewenste uitspattingen te voorkomen. Misschien was het de ultieme vernedering toen hij me toevertrouwde: 'Jij bent niet de enige bezoeker die denkt dat de audio hier begint. De hele dag door denken mensen hetzelfde.' In de ogen van de suppoost ben ik net als al die onhandige anderen.
Hij liep weer door naar de volgende kamer. Eindelijk was ik weer alleen met de schilderijen, maar niet heel veel later kwam er een mevrouw naar binnen lopen. Ook zij zette het geluidsapparaatje tegen het bordje en raakte evenzeer gefrustreerd dat er niks leek te gebeuren. Nu was het mijn beurt om enigszins zelfgenoegzaam te zeggen: 'De audiotour begint pas in de vierde kamer, mevrouw.' Het voelt immers beter als je een ander corrigeert dan wanneer je gecorrigeerd wordt.
Ik zou mijn verhaal nu kunnen vervolgen over de prachtige collectie van het Dordrechts Museum. Alleen al de vaste collectie met prachtige werken als 'De raaf die beroofd wordt van de veren waarmee hij zich had getooid' (1708) van Abraham Busschop of de vele landschapsschilderijen die zijn geïnspireerd op de Dordtse schilder Aelbert Cuyp (1620 - 1691). Of de werken van de geboren Dordtenaar en getogen Parijzenaar Ary Scheffer, die een invloedrijke figuur werd in de Romantische beweging. En natuurlijk schilderijen van George Hendrik Breitner, Ferdinand Bol, Jan Veth, Rembrandt, Marlene Dumas en vele anderen. Ook nog de tijdelijke tentoonstelling 'From Dusk Till Dawn' als een sfeervolle reis door de kunstzinnige donkerte van een 17e-eeuwse nacht, met al haar verschillende kleurschakeringen en historische context.
Maar ik maak een reis door de tijd en vertel over onze volgende ontmoeting. Toen we elkaar een stukje beter leerden kennen. Op een andere plek.
Wordt vervolgd
(Het is me dit keer niet gelukt om God erin te krijgen, maar voor de gelovige mens is Hij er toch altijd.)
We hebben elkaar twee keer ontmoet. Buiten scheen er nog steeds een stralend zonnetje en de marktkraampjes van het festival waren reeds opgezet, maar ik zwierf alleen rond door het #DordrechtsMuseum. De twee oudere vrouwen van zojuist verdwenen uit mijn gezichtsveld om eerst samen een koffie te drinken in het museumcafé. Ik accepteerde gretig de audiotour als de enige aanwezigheid in de stilte om mijn zelfverkozen rust in te kaderen onder diens auditieve begeleiding. Maar al bij het allereerste schilderij ging het mis. Ik hield het apparaatje voor een QR-code en er gebeurde niets. Ietwat gefrustreerd probeerde ik het nog een keer. En weer gebeurde er niets.
Ik voelde me opgelaten toen hij de ruimte binnen kwam lopen en mijn gefrustreerde pogingen zag om het geluidsapparaatje in werking te krijgen. Betrapt! Tot mijn gruwel begon hij ook nog hardop tegen me te spreken: 'De audiotour werkt hier niet, meneer. Je kunt er pas in de vierde kamer gebruik van maken.' Een suppoost voelt toch een beetje als een corrector die onaangepaste mensen probeert bij te sturen om ongewenste uitspattingen te voorkomen. Misschien was het de ultieme vernedering toen hij me toevertrouwde: 'Jij bent niet de enige bezoeker die denkt dat de audio hier begint. De hele dag door denken mensen hetzelfde.' In de ogen van de suppoost ben ik net als al die onhandige anderen.
Hij liep weer door naar de volgende kamer. Eindelijk was ik weer alleen met de schilderijen, maar niet heel veel later kwam er een mevrouw naar binnen lopen. Ook zij zette het geluidsapparaatje tegen het bordje en raakte evenzeer gefrustreerd dat er niks leek te gebeuren. Nu was het mijn beurt om enigszins zelfgenoegzaam te zeggen: 'De audiotour begint pas in de vierde kamer, mevrouw.' Het voelt immers beter als je een ander corrigeert dan wanneer je gecorrigeerd wordt.
Ik zou mijn verhaal nu kunnen vervolgen over de prachtige collectie van het Dordrechts Museum. Alleen al de vaste collectie met prachtige werken als 'De raaf die beroofd wordt van de veren waarmee hij zich had getooid' (1708) van Abraham Busschop of de vele landschapsschilderijen die zijn geïnspireerd op de Dordtse schilder Aelbert Cuyp (1620 - 1691). Of de werken van de geboren Dordtenaar en getogen Parijzenaar Ary Scheffer, die een invloedrijke figuur werd in de Romantische beweging. En natuurlijk schilderijen van George Hendrik Breitner, Ferdinand Bol, Jan Veth, Rembrandt, Marlene Dumas en vele anderen. Ook nog de tijdelijke tentoonstelling 'From Dusk Till Dawn' als een sfeervolle reis door de kunstzinnige donkerte van een 17e-eeuwse nacht, met al haar verschillende kleurschakeringen en historische context.
Maar ik maak een reis door de tijd en vertel over onze volgende ontmoeting. Toen we elkaar een stukje beter leerden kennen. Op een andere plek.
Wordt vervolgd
(Het is me dit keer niet gelukt om God erin te krijgen, maar voor de gelovige mens is Hij er toch altijd.)
0
geplaatst: 4 september, 20:11 uur
Gewoon de ballen om zo in die automaat te gaan liggen.
Enkel iemand die openlijk voor zwakte kiest.
Zoals jij.
-
Ook zo dol van hoe ik Nijntje indoe.
Vaart wel.
De unbothered game is hilarisch.
-
Mondje.
Blijft mij vergelijken met Mondriaan.
Vind mezelf meer Vermeer.
Enkel iemand die openlijk voor zwakte kiest.
Zoals jij.
-
Ook zo dol van hoe ik Nijntje indoe.
Vaart wel.
De unbothered game is hilarisch.
-
Mondje.
Blijft mij vergelijken met Mondriaan.
Vind mezelf meer Vermeer.
4
geplaatst: 5 september, 10:51 uur
God in Dordt (5)
De vroegere ornitholoog kreeg een glinstering in zijn ogen toen hij me bij het ontbijt aanraadde om de kapel te bezoeken. Ik logeerde in de pods van Stadsklooster Dordt, waar ik makkelijk naar het stadscentrum van Dordrecht kon lopen. Het had me al warme contacten opgeleverd met de Oekraïner in de pod naast mij. Na mijn omzwervingen door een zonnig Dordrecht (nog wel...), besloot ik om terug te keren naar het klooster om toch te kijken of de vogelkenner de belofte waar kon maken. Wat is er beter dan religieuze bezinning als rustpuntje tijdens vele nieuwe indrukken?
In eerste instantie was ik niet bepaald onder de indruk: de ruimte was toch meer een veredelde kantine dan een kapel. Er was een automaat voor snoep en frisdrank, een koffiezetapparaat, een grote boekenkast vol religieuze geschriften en diverse banken en stoelen om op neer te zakken. Ik zag een deur naar de eigenlijke kapel en dat oogde iets imposanter als een plek van religieuze aanbidding. Niet de overweldigend mooie ruimte die ik had gehoopt, maar in mijn verbeelding toch een plek waar Gods grootheid kan worden bejubeld. Diverse muziekinstrumenten stonden voor een groot televisiescherm opgesteld. Eromheen tientallen stoeltjes voor kapelbezoekers. Je krijgt in elk geval het gevoel dat men hier gezellig samen het Hogere kan bezingen.
Voor mij is christendom iets uit het eigen verleden. Het is verbonden met architectuur, kunstgeschiedenis en schoonheid. Maar ook met het huis van mijn katholieke grootouders uit Zeeuws-Vlaanderen, dat gevuld was met Mariabeeldjes en diverse beeltenissen van de heiland. Ik hoop dat ik hiermee niemand beledig, maar voor mij is het christelijke geloof als een tijdmachine naar mijn eigen verleden. Naar iets wat geen rol meer heeft in mijn eigen leven en toch raakt aan een nostalgisch verlangen. Als een verlangen naar een Nederland dat geleefd is voor mijn geboorte en waarin mijn eigen ik nog gevormd moest worden.
Misschien dat ik daarom ook zo verliefd was op 'Het Huis van Gijn' als een hartstochtelijke tijdscapsule naar zulke voorbije tijden. In de vroege morgen liep ik er met mijn blauwe reiskoffertje binnen omdat mijn weekend in Dordrecht ten einde was. #HuisVanGijn is een warm bad waarin je met weinig tekst en uitleg ondergedompeld wordt in de verschillende geschiedenissen die in dat pand hebben plaatsgevonden. Van overweldigende jurken met felle kleuren tot met goudleer beklede wanden en overal familiewapens of geschiedkundige verwijzingen. Kleurrijke schimmen naar geleefde levens voor het mijne.
Zalig! Alleen al het rustgevende geluid van diverse klokjes, koekoeksklokken, wandklokken en staande klokken die door elkaar heen tikken, luiden, vogeltje doen verschijnen of ratelen. Ik sloot mijn ogen om ervan te genieten en hoorde toen opeens iemand zeggen: 'Jij was gisteren toch ook in het Dordrechts Museum?'
Wordt vervolgd
De vroegere ornitholoog kreeg een glinstering in zijn ogen toen hij me bij het ontbijt aanraadde om de kapel te bezoeken. Ik logeerde in de pods van Stadsklooster Dordt, waar ik makkelijk naar het stadscentrum van Dordrecht kon lopen. Het had me al warme contacten opgeleverd met de Oekraïner in de pod naast mij. Na mijn omzwervingen door een zonnig Dordrecht (nog wel...), besloot ik om terug te keren naar het klooster om toch te kijken of de vogelkenner de belofte waar kon maken. Wat is er beter dan religieuze bezinning als rustpuntje tijdens vele nieuwe indrukken?
In eerste instantie was ik niet bepaald onder de indruk: de ruimte was toch meer een veredelde kantine dan een kapel. Er was een automaat voor snoep en frisdrank, een koffiezetapparaat, een grote boekenkast vol religieuze geschriften en diverse banken en stoelen om op neer te zakken. Ik zag een deur naar de eigenlijke kapel en dat oogde iets imposanter als een plek van religieuze aanbidding. Niet de overweldigend mooie ruimte die ik had gehoopt, maar in mijn verbeelding toch een plek waar Gods grootheid kan worden bejubeld. Diverse muziekinstrumenten stonden voor een groot televisiescherm opgesteld. Eromheen tientallen stoeltjes voor kapelbezoekers. Je krijgt in elk geval het gevoel dat men hier gezellig samen het Hogere kan bezingen.
Voor mij is christendom iets uit het eigen verleden. Het is verbonden met architectuur, kunstgeschiedenis en schoonheid. Maar ook met het huis van mijn katholieke grootouders uit Zeeuws-Vlaanderen, dat gevuld was met Mariabeeldjes en diverse beeltenissen van de heiland. Ik hoop dat ik hiermee niemand beledig, maar voor mij is het christelijke geloof als een tijdmachine naar mijn eigen verleden. Naar iets wat geen rol meer heeft in mijn eigen leven en toch raakt aan een nostalgisch verlangen. Als een verlangen naar een Nederland dat geleefd is voor mijn geboorte en waarin mijn eigen ik nog gevormd moest worden.
Misschien dat ik daarom ook zo verliefd was op 'Het Huis van Gijn' als een hartstochtelijke tijdscapsule naar zulke voorbije tijden. In de vroege morgen liep ik er met mijn blauwe reiskoffertje binnen omdat mijn weekend in Dordrecht ten einde was. #HuisVanGijn is een warm bad waarin je met weinig tekst en uitleg ondergedompeld wordt in de verschillende geschiedenissen die in dat pand hebben plaatsgevonden. Van overweldigende jurken met felle kleuren tot met goudleer beklede wanden en overal familiewapens of geschiedkundige verwijzingen. Kleurrijke schimmen naar geleefde levens voor het mijne.
Zalig! Alleen al het rustgevende geluid van diverse klokjes, koekoeksklokken, wandklokken en staande klokken die door elkaar heen tikken, luiden, vogeltje doen verschijnen of ratelen. Ik sloot mijn ogen om ervan te genieten en hoorde toen opeens iemand zeggen: 'Jij was gisteren toch ook in het Dordrechts Museum?'
Wordt vervolgd
0
geplaatst: 5 september, 18:07 uur
Nooit geen ontbloot gezien.
Dat weet je niet, je bent geen journalist.
Mijn baan is onder andere het bestuderen van jouw anus.
-
Verzonken in de wasem rond de straatlantaarn.
Action man op travel inspectie.
Intentie van de intensiteit ophogen.
-
Eentje voor het slapengaan nog dame.
Bloemenpoort in schaduw zacht.
Sterrenpracht als machtsvertoon.
Dat weet je niet, je bent geen journalist.
Mijn baan is onder andere het bestuderen van jouw anus.
-
Verzonken in de wasem rond de straatlantaarn.
Action man op travel inspectie.
Intentie van de intensiteit ophogen.
-
Eentje voor het slapengaan nog dame.
Bloemenpoort in schaduw zacht.
Sterrenpracht als machtsvertoon.
5
geplaatst: 6 september, 13:25 uur
God in Dordt (slot)
Ik koester de ontmoetingen met vreemdelingen. De wonderlijke en grappige mensen met wie ik vluchtig contact wist te leggen in mijn eigen zwerftocht door een nieuwe stad. Sommige van hen werden zelfs terugkerende personages in mijn verhaal, zoals de oude bekende die mij in #HuisVanGijn uit mijn nostalgische mijmeringen haalde: 'Jij was gisteren toch ook in het Dordrechts Museum?', hoorde ik hem zeggen. De suppoost die mij in dat andere museum zag worstelen met de QR-code.
We raakten met elkaar aan de praat over het roulatiesysteem waarbij suppoosten afwisselend werken in het Dordrechts Museum, Hof van Nederland en Huis van Gijn. Ik kreeg ook een privétour langs de vertrekken waar Juffrouw Fijn van Draat (wat een schitterende prozaïsche naam!) na de dood van Simon van Gijn het huis bleef onderhouden. Hij wees me naar een andere kamer met de woorden: 'Dit vergeten mensen vaak. Het is eigenlijk het mooiste.' En daar was niks aan gelogen, want de indrukwekkende 17e-eeuwse Goudleerkamer is absoluut één van de hoogtepunten. Naderhand vertelde hij over zijn Turks-Koerdische achtergrond en ik over mijn eigen band met Egypte. Toen hij zijn voornaam zei, riep dat bij mij herkenning op: 'Ik ken een heleboel bedoeïenen met die naam.'
Een vreemdeling vindt een thuis in de gastvrijheid van anderen. Gidsen die mij helpen vooral hún stukje Dordrecht te laten zien. Zo denk ik met warme gevoelens terug aan de Oekraïense buurman in de pod naast mij. Zou hij daar op vakantie zijn zoals ik? Of zou hij er langer verblijven in een tijdelijke opvangplek? Ik heb het hem niet kunnen vragen, maar zijn hartelijkheid is me bijgebleven. Je kunt zelfs connecties leggen als je niet dezelfde taal spreekt. Hij nodigde me uit om met hem te eten, maar ik had andere plannen. Tegenover het Stadsklooster zat namelijk een Afrikaans restaurant waar ik eindelijk eens jollof-rijst kon proberen.
In #RuthsChopBar maakte de mede-eigenaar (en tevens Ruth's echtgenoot) met al zijn klanten een vriendelijk praatje. Tegenover mij zat een groep jonge vrouwen met een Afrikaanse achtergrond. Ze discussieerden met elkaar in het Engels over wat de verschillende bijbelgeschriften zeggen over make-up en sieraden. Het werd een verhitte discussie en ik hoorde één dame verzuchten in perfect Nederlands: 'We moeten ook weer geen SGP'ers worden, joh.' Ik was geneigd om het in deze discussie met haar eens te zijn.
Ik had niet de pretentie om God te vinden in Dordrecht, zelfs daar blijven Zijn wegen even ondoorgrondelijk als overal. Maar het is fijn om als een volslagen onbekende ergens aan te komen en te worden meegenomen in het perspectief van anderen. Als een buitenstaander een stukje zien van hún werkelijkheid. Het leert je iets over de plek waar je bent én over jezelf. Of God bestaat, ligt bij de gelovige mens, maar ik geloof heilig in de kracht van menselijke connecties. Geschiedenis is altijd bezig om toekomst te worden.
Einde
Ik koester de ontmoetingen met vreemdelingen. De wonderlijke en grappige mensen met wie ik vluchtig contact wist te leggen in mijn eigen zwerftocht door een nieuwe stad. Sommige van hen werden zelfs terugkerende personages in mijn verhaal, zoals de oude bekende die mij in #HuisVanGijn uit mijn nostalgische mijmeringen haalde: 'Jij was gisteren toch ook in het Dordrechts Museum?', hoorde ik hem zeggen. De suppoost die mij in dat andere museum zag worstelen met de QR-code.
We raakten met elkaar aan de praat over het roulatiesysteem waarbij suppoosten afwisselend werken in het Dordrechts Museum, Hof van Nederland en Huis van Gijn. Ik kreeg ook een privétour langs de vertrekken waar Juffrouw Fijn van Draat (wat een schitterende prozaïsche naam!) na de dood van Simon van Gijn het huis bleef onderhouden. Hij wees me naar een andere kamer met de woorden: 'Dit vergeten mensen vaak. Het is eigenlijk het mooiste.' En daar was niks aan gelogen, want de indrukwekkende 17e-eeuwse Goudleerkamer is absoluut één van de hoogtepunten. Naderhand vertelde hij over zijn Turks-Koerdische achtergrond en ik over mijn eigen band met Egypte. Toen hij zijn voornaam zei, riep dat bij mij herkenning op: 'Ik ken een heleboel bedoeïenen met die naam.'
Een vreemdeling vindt een thuis in de gastvrijheid van anderen. Gidsen die mij helpen vooral hún stukje Dordrecht te laten zien. Zo denk ik met warme gevoelens terug aan de Oekraïense buurman in de pod naast mij. Zou hij daar op vakantie zijn zoals ik? Of zou hij er langer verblijven in een tijdelijke opvangplek? Ik heb het hem niet kunnen vragen, maar zijn hartelijkheid is me bijgebleven. Je kunt zelfs connecties leggen als je niet dezelfde taal spreekt. Hij nodigde me uit om met hem te eten, maar ik had andere plannen. Tegenover het Stadsklooster zat namelijk een Afrikaans restaurant waar ik eindelijk eens jollof-rijst kon proberen.
In #RuthsChopBar maakte de mede-eigenaar (en tevens Ruth's echtgenoot) met al zijn klanten een vriendelijk praatje. Tegenover mij zat een groep jonge vrouwen met een Afrikaanse achtergrond. Ze discussieerden met elkaar in het Engels over wat de verschillende bijbelgeschriften zeggen over make-up en sieraden. Het werd een verhitte discussie en ik hoorde één dame verzuchten in perfect Nederlands: 'We moeten ook weer geen SGP'ers worden, joh.' Ik was geneigd om het in deze discussie met haar eens te zijn.
Ik had niet de pretentie om God te vinden in Dordrecht, zelfs daar blijven Zijn wegen even ondoorgrondelijk als overal. Maar het is fijn om als een volslagen onbekende ergens aan te komen en te worden meegenomen in het perspectief van anderen. Als een buitenstaander een stukje zien van hún werkelijkheid. Het leert je iets over de plek waar je bent én over jezelf. Of God bestaat, ligt bij de gelovige mens, maar ik geloof heilig in de kracht van menselijke connecties. Geschiedenis is altijd bezig om toekomst te worden.
Einde
0
geplaatst: 7 september, 19:43 uur
Ik ben moeilijk tevreden te stellen.
Gezwalkt in sci-fi overwegingen.
‘Het is door haar dat ik er rekening mee ben gaan houden dat men verregaand inapt kan zijn.’
-
Ik vind mezelf geweldig, maar het boeit me niet.
Ik ben de most high in zekere capaciteit.
Ja en verder zijn we natuurlijk ordinaire hufters.
-
Je kunt alleen wel met ons lachen van hier tot Tokyo.
‘Ja wow, fietsen.’
Ik blijf hoe dan ook feesten en metal muziek luisteren.
Gezwalkt in sci-fi overwegingen.
‘Het is door haar dat ik er rekening mee ben gaan houden dat men verregaand inapt kan zijn.’
-
Ik vind mezelf geweldig, maar het boeit me niet.
Ik ben de most high in zekere capaciteit.
Ja en verder zijn we natuurlijk ordinaire hufters.
-
Je kunt alleen wel met ons lachen van hier tot Tokyo.
‘Ja wow, fietsen.’
Ik blijf hoe dan ook feesten en metal muziek luisteren.
1
geplaatst: 7 september, 20:15 uur
‘Best een kutleven als ik het zo lees.’
Elke maand een scheur in de kalender.
Nachtenlang in zwang verzanden.
-
Een pirouette rond een guillotine.
Echte schets fenomeen obsceen.
Het brute mes ging heen meteen.
-
Ritsel wil dat je krijgt in life.
Fat bike honk by sly design.
Gewoon super nice.
Elke maand een scheur in de kalender.
Nachtenlang in zwang verzanden.
-
Een pirouette rond een guillotine.
Echte schets fenomeen obsceen.
Het brute mes ging heen meteen.
-
Ritsel wil dat je krijgt in life.
Fat bike honk by sly design.
Gewoon super nice.
1
geplaatst: 7 september, 20:38 uur
https://i.postimg.cc/VLCZyJ3M/IMG-4019-Copy.jpg
Doe jezelf een plezier.
Ga ver van hier.
Wachtwoord in jail bij restoraties opgeslagen.
-
Ben op de run van de heat bank.
We moeten het een beetje appropriate houden.
Voor een night out.
-
‘Zie hoe het zich steeds meer schikt naar je wil.’
Weet je ook eens wat een lauwe leuk is.
Niks te duchten van de ochtendzon.
Doe jezelf een plezier.
Ga ver van hier.
Wachtwoord in jail bij restoraties opgeslagen.
-
Ben op de run van de heat bank.
We moeten het een beetje appropriate houden.
Voor een night out.
-
‘Zie hoe het zich steeds meer schikt naar je wil.’
Weet je ook eens wat een lauwe leuk is.
Niks te duchten van de ochtendzon.
0
geplaatst: 9 september, 21:18 uur
Zij den dwazen.
Zie je in het sanitarium.
Open hunter nocturn season.
-
Oh wauw, einde of.
Oh wauw, de muur.
Oh wauw, wat vreemd.
-
Begint met bewegen.
‘Nee, niemand moet denken dat ik met mijn handen bij mijn hoofd ga zitten.’
Oh wauw, dat ze gingen bitchen.
Zie je in het sanitarium.
Open hunter nocturn season.
-
Oh wauw, einde of.
Oh wauw, de muur.
Oh wauw, wat vreemd.
-
Begint met bewegen.
‘Nee, niemand moet denken dat ik met mijn handen bij mijn hoofd ga zitten.’
Oh wauw, dat ze gingen bitchen.
0
geplaatst: 12 september, 22:10 uur
Ze zijn boos omdat ze dees niet hebben doorlopen.
Onontkoombaar dat ik own vanuit de private sector.
Van ‘ozempic’ krijg ik ‘oh zo’n pik’, maar nee, verder gebruik ik het niet.
-
‘Dat verwacht ik wel van haar, ja, met die kleinkunst shit van d’r.’
Yeah that’s it, that’s it.
Engelengezang door imposante hallen
-
Cyber thrill is special handsome.
Angry smile wat aangedreven
Markante avond januari 2020.
Onontkoombaar dat ik own vanuit de private sector.
Van ‘ozempic’ krijg ik ‘oh zo’n pik’, maar nee, verder gebruik ik het niet.
-
‘Dat verwacht ik wel van haar, ja, met die kleinkunst shit van d’r.’
Yeah that’s it, that’s it.
Engelengezang door imposante hallen
-
Cyber thrill is special handsome.
Angry smile wat aangedreven
Markante avond januari 2020.
4
geplaatst: 13 september, 09:32 uur
Ik schreef een ode aan de bibliotheek. Hieronder de eerste alinea’s:
Enkele maanden geleden ben ik na zo’n twintig jaar weer lid geworden van de bibliotheek. In die afgelopen twintig jaar heb ik wel eens een kortstondig abonnement van de online bieb gehad om even uit te proberen, maar dit keer was mijn lidmaatschap een weloverwogen keuze om verschillende redenen. Op basis van de afgelopen twee maanden kan ik vol overtuiging zeggen dat ik mezelf de rest van mijn leven (dat hopelijk nog even duurt) lid zie zijn van de bibliotheek en ik sla mezelf voor mijn kop dat ik niet veel eerder lid ben geworden. Dit is dan ook een ode aan de bieb.
Zolang ik me kan herinneren kwam ik als kind iedere paar weken in de bieb om weer acht nieuwe boeken te lenen. Dat waren vooral spannende boeken, maar ik las ook heel veel non-fictie over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het was altijd verschrikkelijk als ik mijn acht boeken al binnen een week uit had en ik moest wachten totdat mijn moeder weer tijd had om met me naar de bieb te gaan. Ik moet als kind echt honderden boeken verslonden hebben, allemaal gevonden in de uitgebreide collectie van de bibliotheek.
Verademing
Als tiener vond ik de middelbare school verschrikkelijk en spijbelde ik om naar de bieb te gaan om daar boeken te lezen waar ik wel uitdaging in vond. Zo begon ik rond mijn zestiende geïnteresseerd te raken in filosofie en kon ik in de bieb uren lezen over alle wilde ideeën die kunnen ontspruiten aan het menselijk brein. Mijn middelbare school en moeder waren er iets minder blij mee, maar wat een verademing was het voor mij dat er een plek was waar ik toch nog een beetje geprikkeld kon worden. Je zult, net als ik, ook wel denken: allejezus wat een ongelooflijke nerd. Ter uwer geruststelling: ik spijbelde ook wel gewoon om stiekem sigaretten te roken en naar de McDonald’s te gaan, hoor.
Lees hier het hele stuk (leestijd: 8 minuten)
Enkele maanden geleden ben ik na zo’n twintig jaar weer lid geworden van de bibliotheek. In die afgelopen twintig jaar heb ik wel eens een kortstondig abonnement van de online bieb gehad om even uit te proberen, maar dit keer was mijn lidmaatschap een weloverwogen keuze om verschillende redenen. Op basis van de afgelopen twee maanden kan ik vol overtuiging zeggen dat ik mezelf de rest van mijn leven (dat hopelijk nog even duurt) lid zie zijn van de bibliotheek en ik sla mezelf voor mijn kop dat ik niet veel eerder lid ben geworden. Dit is dan ook een ode aan de bieb.
Zolang ik me kan herinneren kwam ik als kind iedere paar weken in de bieb om weer acht nieuwe boeken te lenen. Dat waren vooral spannende boeken, maar ik las ook heel veel non-fictie over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het was altijd verschrikkelijk als ik mijn acht boeken al binnen een week uit had en ik moest wachten totdat mijn moeder weer tijd had om met me naar de bieb te gaan. Ik moet als kind echt honderden boeken verslonden hebben, allemaal gevonden in de uitgebreide collectie van de bibliotheek.
Verademing
Als tiener vond ik de middelbare school verschrikkelijk en spijbelde ik om naar de bieb te gaan om daar boeken te lezen waar ik wel uitdaging in vond. Zo begon ik rond mijn zestiende geïnteresseerd te raken in filosofie en kon ik in de bieb uren lezen over alle wilde ideeën die kunnen ontspruiten aan het menselijk brein. Mijn middelbare school en moeder waren er iets minder blij mee, maar wat een verademing was het voor mij dat er een plek was waar ik toch nog een beetje geprikkeld kon worden. Je zult, net als ik, ook wel denken: allejezus wat een ongelooflijke nerd. Ter uwer geruststelling: ik spijbelde ook wel gewoon om stiekem sigaretten te roken en naar de McDonald’s te gaan, hoor.
Lees hier het hele stuk (leestijd: 8 minuten)
0
geplaatst: 14 september, 22:49 uur
Grootse onthullingen doe je niet in tekst maar face to face voor de full experience.
Kunnen ergens wel een gaatje prikken voor een meeting misschien.
Prachtige vrouwen zijn mijn portion.
-
In de wieg gelegd voor zulks vertier.
Eentje maar nooit genoeg.
Ik kan dat maken ik mag dat lozen.
-
Yes.
Ben niet de next big thing.
Ik ben de last big thing.
Kunnen ergens wel een gaatje prikken voor een meeting misschien.
Prachtige vrouwen zijn mijn portion.
-
In de wieg gelegd voor zulks vertier.
Eentje maar nooit genoeg.
Ik kan dat maken ik mag dat lozen.
-
Yes.
Ben niet de next big thing.
Ik ben de last big thing.
5
geplaatst: 16 september, 21:21 uur
De deuren naar het oneindige (1)
Onze trip naar Caïro begon bij een gesloten deur. Eerst was er lichte paniek toen de GPS ons naar een achterafstraatje leidde en Sahura Pyramid View Inn nergens was te bekennen. (Eén ding klopte wel met de online beschrijving: we zagen inderdaad de piramide van Sahoere. Ook waren er diverse paardenstallen, zoals beloofd.) Zijn we naar de verkeerde locatie geleid? Of zijn we gescamd en bestaat het hostel helemaal niet? Van die duistere gedachten als je zoekende bent naar een veilige plek van bestemming in een onbekende omgeving.
De commotie trok een volwassen man en een jongetje zonder t-shirt. Je kon vagelijk de familieband zien aan hun soortgelijke kapsel: vader en zoon. Ze liepen met ons mee naar verschillende poorten, maar van Sahura Pyramid View Inn leken ze allebei niet te hebben gehoord. Op een gegeven moment werden we naar een dichte poort geleid. Het jongetje met het ontblote bovenlijf klom helemaal naar boven en riep iets naar een persoon aan de andere kant. We hoorden een vrouwenstem aan de andere kant. Zij schoof een soort naambordje onder de poort door, met de naam van het hostel erop. Gevonden!
Maar de poort zat nog net zo dicht als ervoor. Het begon inmiddels vervelend te worden. We hadden nood aan een toilet en een plek om ons even op te frissen. In elk geval een bevestiging dat onze reservering inderdaad was aangekomen en we een veilige uitvalsbasis hadden om de omgeving van Caïro te verkennen. De vader en de zoon leken te delen in ons verlangen om voorbij de poort te raken, want opeens klonk er rumoer aan de andere kant van de poort. Iemand probeerde met een koevoet om de deur open te krijgen. Het lukte niet.
De verwarring was compleet toen er een auto aan kwam rijden. Een man van midden dertig stapte uit en hij wilde het slot openen met een sleutel. Helaas kreeg hij de deur niet (meer?) open. Zou het slot gemolesteerd zijn door onze hulpvaardige vrienden? Hij zei boos tegen Mahmoud: 'Hebben jullie iets met het slot gedaan?' Daarna richtte hij zijn toorn op de vader en de zoon. De altijd handige Mahmoud vloog uit de auto om de eigenaar van ons hostel te helpen met het slot. We hadden in elk geval de juiste deur gevonden, maar we moesten nog een manier vinden om binnen te komen.
Wordt vervolgd
Onze trip naar Caïro begon bij een gesloten deur. Eerst was er lichte paniek toen de GPS ons naar een achterafstraatje leidde en Sahura Pyramid View Inn nergens was te bekennen. (Eén ding klopte wel met de online beschrijving: we zagen inderdaad de piramide van Sahoere. Ook waren er diverse paardenstallen, zoals beloofd.) Zijn we naar de verkeerde locatie geleid? Of zijn we gescamd en bestaat het hostel helemaal niet? Van die duistere gedachten als je zoekende bent naar een veilige plek van bestemming in een onbekende omgeving.
De commotie trok een volwassen man en een jongetje zonder t-shirt. Je kon vagelijk de familieband zien aan hun soortgelijke kapsel: vader en zoon. Ze liepen met ons mee naar verschillende poorten, maar van Sahura Pyramid View Inn leken ze allebei niet te hebben gehoord. Op een gegeven moment werden we naar een dichte poort geleid. Het jongetje met het ontblote bovenlijf klom helemaal naar boven en riep iets naar een persoon aan de andere kant. We hoorden een vrouwenstem aan de andere kant. Zij schoof een soort naambordje onder de poort door, met de naam van het hostel erop. Gevonden!
Maar de poort zat nog net zo dicht als ervoor. Het begon inmiddels vervelend te worden. We hadden nood aan een toilet en een plek om ons even op te frissen. In elk geval een bevestiging dat onze reservering inderdaad was aangekomen en we een veilige uitvalsbasis hadden om de omgeving van Caïro te verkennen. De vader en de zoon leken te delen in ons verlangen om voorbij de poort te raken, want opeens klonk er rumoer aan de andere kant van de poort. Iemand probeerde met een koevoet om de deur open te krijgen. Het lukte niet.
De verwarring was compleet toen er een auto aan kwam rijden. Een man van midden dertig stapte uit en hij wilde het slot openen met een sleutel. Helaas kreeg hij de deur niet (meer?) open. Zou het slot gemolesteerd zijn door onze hulpvaardige vrienden? Hij zei boos tegen Mahmoud: 'Hebben jullie iets met het slot gedaan?' Daarna richtte hij zijn toorn op de vader en de zoon. De altijd handige Mahmoud vloog uit de auto om de eigenaar van ons hostel te helpen met het slot. We hadden in elk geval de juiste deur gevonden, maar we moesten nog een manier vinden om binnen te komen.
Wordt vervolgd
4
geplaatst: 18 september, 08:22 uur
De deuren naar het oneindige (2)
Ze kijken op ons neer als stille getuigen van een ver verleden. Onveranderlijk in een veranderlijke wereld. Zouden ze oordelen over ons? Of geamuseerd toezien? De piramide van Sahoere was een stille getuige van een wonderlijk fenomeen: drie Nederlanders in een Toyota Fortuner stonden voor een gesloten poort, terwijl de woedende eigenaar van een hostel naarstig probeerde om een slot open te krijgen. Twee werkers bij de stallen ernaast, een vader en zijn zoon, hadden de deuren gemolesteerd met een koevoet. De handige Mahmoud was uit de auto gehaast om het geduw en getrek te begeleiden met iets meer beleid, maar uiteindelijk moest de gehate koevoet er toch weer bij worden gehaald. De afgebrokkelde piramide uit 2500 voor Christus moet zich verkneukeld hebben om zoveel emotie en rumoer over zoiets futiels als een gesloten poort. Na veel gewrik en gevloek gaven de deuren eindelijk mee.
Mensen zijn veranderlijk. Het hostel openbaarde zich. Het bestond! De eigenaar van Sahure Pyramid View Inn sloeg om als een blad aan een boom. Onze blik viel op een goed onderhouden grasveld met kleine bedoeïenenhuisjes in de kenmerkende ronde vormen. We zagen een speelse straathond ('Kalb Baladi' in het Arabisch) ravotten in het gras. De onstuimige puppy heette Fustuq, naar de bekende Syrische notensoort. Net zagen we Hatem nog zijn frustratie afreageren op de twee werkers van de buren, maar hij ontpopte zich tot een zorgzame en beminnelijke gastheer. Hij bood zijn diepe excuses aan voor de frustrerende episode aan de poort en legde ons uit dat hij door privéomstandigheden uit zijn doen was. Eindelijk konden we ons avontuur in en rond Caïro beginnen.
De Rode Piramide had mij in slechtere tijden leren kennen. Een jaar of zes geleden. Ik was in diens nauwe gangen geklommen om één te worden met de faraonische grootsheid, maar de trap van 60 à 65 meter bleek zijn tol te eisen van mijn ongetrainde lichaam. Terug omhoog kreeg ik een klap door de combinatie van mijn slechte conditie en de gebrekkige luchtcirculatie. Mijn vriend Mohamed Atef moest me toentertijd ondersteunen om de klim omhoog te volbrengen. Ik kwam totaal bezweet uit het trapgat omhoog. De geschrokken wachters maanden mij om even te gaan zitten en op adem te komen. Later zou mijn moeder zeggen: 'Je gezicht is helemaal blauw, Kaj.' Deze herinnering ging door me heen toen ik op een hete nazomerdag de stellage naar de Rode Piramide beklom. Mogelijk niet het meest verstandige idee om me opnieuw aan die beklemmende klim te wagen.
Wordt vervolgd
Ze kijken op ons neer als stille getuigen van een ver verleden. Onveranderlijk in een veranderlijke wereld. Zouden ze oordelen over ons? Of geamuseerd toezien? De piramide van Sahoere was een stille getuige van een wonderlijk fenomeen: drie Nederlanders in een Toyota Fortuner stonden voor een gesloten poort, terwijl de woedende eigenaar van een hostel naarstig probeerde om een slot open te krijgen. Twee werkers bij de stallen ernaast, een vader en zijn zoon, hadden de deuren gemolesteerd met een koevoet. De handige Mahmoud was uit de auto gehaast om het geduw en getrek te begeleiden met iets meer beleid, maar uiteindelijk moest de gehate koevoet er toch weer bij worden gehaald. De afgebrokkelde piramide uit 2500 voor Christus moet zich verkneukeld hebben om zoveel emotie en rumoer over zoiets futiels als een gesloten poort. Na veel gewrik en gevloek gaven de deuren eindelijk mee.
Mensen zijn veranderlijk. Het hostel openbaarde zich. Het bestond! De eigenaar van Sahure Pyramid View Inn sloeg om als een blad aan een boom. Onze blik viel op een goed onderhouden grasveld met kleine bedoeïenenhuisjes in de kenmerkende ronde vormen. We zagen een speelse straathond ('Kalb Baladi' in het Arabisch) ravotten in het gras. De onstuimige puppy heette Fustuq, naar de bekende Syrische notensoort. Net zagen we Hatem nog zijn frustratie afreageren op de twee werkers van de buren, maar hij ontpopte zich tot een zorgzame en beminnelijke gastheer. Hij bood zijn diepe excuses aan voor de frustrerende episode aan de poort en legde ons uit dat hij door privéomstandigheden uit zijn doen was. Eindelijk konden we ons avontuur in en rond Caïro beginnen.
De Rode Piramide had mij in slechtere tijden leren kennen. Een jaar of zes geleden. Ik was in diens nauwe gangen geklommen om één te worden met de faraonische grootsheid, maar de trap van 60 à 65 meter bleek zijn tol te eisen van mijn ongetrainde lichaam. Terug omhoog kreeg ik een klap door de combinatie van mijn slechte conditie en de gebrekkige luchtcirculatie. Mijn vriend Mohamed Atef moest me toentertijd ondersteunen om de klim omhoog te volbrengen. Ik kwam totaal bezweet uit het trapgat omhoog. De geschrokken wachters maanden mij om even te gaan zitten en op adem te komen. Later zou mijn moeder zeggen: 'Je gezicht is helemaal blauw, Kaj.' Deze herinnering ging door me heen toen ik op een hete nazomerdag de stellage naar de Rode Piramide beklom. Mogelijk niet het meest verstandige idee om me opnieuw aan die beklemmende klim te wagen.
Wordt vervolgd
4
geplaatst: 20 september, 13:19 uur
De deuren naar het oneindige (3)
Zij zien ons veranderen. Politieke machtswisselingen en ideologieën. Veranderende steden, vervoersmiddelen, kledingstijlen en technologische ontwikkelingen. Soms moeten we ingrijpen zodat zij niet afbrokkelen, maar de piramides blijven als zwijgzame kolossen kijken naar het gewoel van de mens. Maar ik wil graag geloven dat ze ook een stukje meekrijgen van de veranderingen in mijn eigen leven. Toen ik ooit als jongetje van negen/tien afdaalde in de beklemmende gangen van de piramide van Cheops en angstige fantasieën kreeg over moorddadige mummies. Of toen ik als midden dertiger (overgewicht, slechte conditie) met grote moeite omhoog kwam uit de Rode Piramide, omdat ik vocht tegen het zuurstofgebrek. Mijn gezicht was blauw.
En toch begon het te kriebelen toen ik opnieuw bij de ingang stond van de Rode Piramide. Het geeft een kick als je beneden staat. De vorige keer had ik een selfie van mezelf gemaakt. Helemaal alleen. Alleen jij op een plek die ooit is ingericht om de groten der aarde te bewaren voor in de oneindigheid. Op mijn 41e waagde ik me toch weer aan de afdaling, deze keer beter getraind en iets meer gewend aan fysieke inspanning. De nauwe ruimtes bemoeilijken het klimmen, dus je moet bukkend naar beneden over ongelijke traptreden. Onderweg passeerde ik een Poolse toeriste die omhoog klom en zij zei tegen mij: 'Je moet omgekeerd naar beneden gaan, dat werkt makkelijker.' De achterwaartse klim ging inderdaad een stuk sneller.
Achterwaarts klimmen heeft als nadeel dat je niet ziet wat er achter je gebeurt. Tijdens mijn tocht naar beneden hoorde ik opeens hondengeblaf en gestommel. Een surrealistisch beeld bekroop me dat Egyptische zwerfhonden de bewakers te slim af waren en hun weg hadden gevonden naar het eeuwenoude graf. Ik vond het zowel een amusante gedachte als dat het enige huiver opriep. Wat zou ik aantreffen? Ik keek nogmaals naar achteren en zag drie jonge mannen in de opening staan. Ze bleven beleefd staan en ik passeerde hen. We zeiden gedag. Zoals vaker is de fantasie levendiger dan de werkelijkheid: geen honden, maar speels kattenkwaad op zo'n statige plek. Ik was weer alleen in de tombe.
De zwaarte van de tijd hangt rond je. Aan de ene kant de claustrofobie en de beklemming van een plek die voor een groot deel is afgesloten van de buitenwereld, maar aan de andere kant ook een gevoel van rust en verstilling. De plakkerige, warme lucht maakt de ruimte broeierig. Mijn reisgezel Dimitri had nog energie om op een kleine trap te klimmen, maar ik spaarde mijn krachten voor de grote klim naar boven. Als de Rode Piramide mij kon zien dan zag hij dat de cardio in de fitness effect heeft, dat ik zonder moeite terug naar boven klom. Onderweg passeerde ik een andere toerist en zei haar: 'Climb backwards, that's easier.' Ze negeerde me. Met een gezonde blos stapte ik terug in de frisse lucht. De veertiger heeft een betere conditie dan de dertiger.
Wordt Vervolgd
Zij zien ons veranderen. Politieke machtswisselingen en ideologieën. Veranderende steden, vervoersmiddelen, kledingstijlen en technologische ontwikkelingen. Soms moeten we ingrijpen zodat zij niet afbrokkelen, maar de piramides blijven als zwijgzame kolossen kijken naar het gewoel van de mens. Maar ik wil graag geloven dat ze ook een stukje meekrijgen van de veranderingen in mijn eigen leven. Toen ik ooit als jongetje van negen/tien afdaalde in de beklemmende gangen van de piramide van Cheops en angstige fantasieën kreeg over moorddadige mummies. Of toen ik als midden dertiger (overgewicht, slechte conditie) met grote moeite omhoog kwam uit de Rode Piramide, omdat ik vocht tegen het zuurstofgebrek. Mijn gezicht was blauw.
En toch begon het te kriebelen toen ik opnieuw bij de ingang stond van de Rode Piramide. Het geeft een kick als je beneden staat. De vorige keer had ik een selfie van mezelf gemaakt. Helemaal alleen. Alleen jij op een plek die ooit is ingericht om de groten der aarde te bewaren voor in de oneindigheid. Op mijn 41e waagde ik me toch weer aan de afdaling, deze keer beter getraind en iets meer gewend aan fysieke inspanning. De nauwe ruimtes bemoeilijken het klimmen, dus je moet bukkend naar beneden over ongelijke traptreden. Onderweg passeerde ik een Poolse toeriste die omhoog klom en zij zei tegen mij: 'Je moet omgekeerd naar beneden gaan, dat werkt makkelijker.' De achterwaartse klim ging inderdaad een stuk sneller.
Achterwaarts klimmen heeft als nadeel dat je niet ziet wat er achter je gebeurt. Tijdens mijn tocht naar beneden hoorde ik opeens hondengeblaf en gestommel. Een surrealistisch beeld bekroop me dat Egyptische zwerfhonden de bewakers te slim af waren en hun weg hadden gevonden naar het eeuwenoude graf. Ik vond het zowel een amusante gedachte als dat het enige huiver opriep. Wat zou ik aantreffen? Ik keek nogmaals naar achteren en zag drie jonge mannen in de opening staan. Ze bleven beleefd staan en ik passeerde hen. We zeiden gedag. Zoals vaker is de fantasie levendiger dan de werkelijkheid: geen honden, maar speels kattenkwaad op zo'n statige plek. Ik was weer alleen in de tombe.
De zwaarte van de tijd hangt rond je. Aan de ene kant de claustrofobie en de beklemming van een plek die voor een groot deel is afgesloten van de buitenwereld, maar aan de andere kant ook een gevoel van rust en verstilling. De plakkerige, warme lucht maakt de ruimte broeierig. Mijn reisgezel Dimitri had nog energie om op een kleine trap te klimmen, maar ik spaarde mijn krachten voor de grote klim naar boven. Als de Rode Piramide mij kon zien dan zag hij dat de cardio in de fitness effect heeft, dat ik zonder moeite terug naar boven klom. Onderweg passeerde ik een andere toerist en zei haar: 'Climb backwards, that's easier.' Ze negeerde me. Met een gezonde blos stapte ik terug in de frisse lucht. De veertiger heeft een betere conditie dan de dertiger.
Wordt Vervolgd
1
geplaatst: 21 september, 20:49 uur
Het zijn virtuele projecties van het internet.
Waarom zouden ze meer zijn.
Ed Sheeran.
-
Ze stammen echt af van eenden en horses.
Dat ze nu naar mij ligt te smachten is een gebaar van haar naar het leven zelf.
Ze heeft directie in haar leven gevonden.
-
Wijven die naar mij kijken als zij een serieuze ‘twang’ in hun zijn hebben aangeboord.
Eindelijk losgeweekt van marginale interne patronen.
Kan ook zo lekker koken.
Waarom zouden ze meer zijn.
Ed Sheeran.
-
Ze stammen echt af van eenden en horses.
Dat ze nu naar mij ligt te smachten is een gebaar van haar naar het leven zelf.
Ze heeft directie in haar leven gevonden.
-
Wijven die naar mij kijken als zij een serieuze ‘twang’ in hun zijn hebben aangeboord.
Eindelijk losgeweekt van marginale interne patronen.
Kan ook zo lekker koken.
4
geplaatst: 22 september, 18:24 uur
De deuren naar het oneindige (4)
Hatem ziet de toekomst voor zich. Achterin Sahure Pyramid View Inn staat een nieuw te bouwen hotel. Op z'n Egyptisch gebouwd: stukje bij beetje, elke keer als er geld binnenkomt een nieuwe verdieping of verdere uitwerking. Nu nog een onaf karkas van rudimentaire vormen, ongeverfde kamers, stof en nieuwe mogelijkheden. Enthousiast neemt hij ons mee naar de bovenste verdieping. Opeens wordt de 'Pyramid View' werkelijkheid als je daadwerkelijk uitkijkt over de Piramide van Sahoere. Er gaat een zwembad komen en een gigantisch waterreservoir. Het enige obstakel vormt nog de hondenkennel van een Britse vrouw, waar zo'n vijfentwintig honden beginnen te blaffen als je het hotel betreedt. Hij gaat de westerling erop aanspreken als er daadwerkelijk gasten naar het hotel komen.
De piramides zien de ondernemende mens hun handeltjes bouwen rond hun aanwezigheid. Het faraonische verleden roept ondernemerszin en trots in mensen op. Het beweegt om het nieuwe vorm te geven rond de grootsheid van het oude. Op onze allereerste volle dag gaan we naar het Egyptische museum. Veel over gehoord. Veel zin in. Het absolute hoogtepunt van mijn reis naar Egypte. Met een extraatje: Farida komt ook langs. Deze dochter van de kleurrijke Ashraf Fathalla (jager, entrepreneur, wereldreiziger, Renaissanceman) komt speciaal voor ons naar het museum. Zij is al een keer of 5/6 naar het GEM gekomen om mensen rond te leiden. Trots op dit megaproject dat de Egyptische oudheid weer voor nieuwe generaties onder de aandacht brengt.
Het Egyptisch Museum is groot. Héél groot. De vervoering begint al op het moment dat je over het immense plein aankomt bij de ingang. Overal zijn er hiërogliefen verwerkt in het design. Mijn belezen reisgezel Dimitri weet zelfs enkele teksten op te lezen. Het blijkt dat zijn kennis over hiërogliefen een stuk verder gevorderd is dan ik wist. Na de obligate selfies en groepsfoto's, lopen we de lobby in. Ook hier word je bevangen door de grootsheid van de ruimte. De imposante architectuur vol welvingen en onbereikbaar hoge plafonds maakt de mens nietig en nederig. Alleen al het besef dat hier op een drukke dag tienduizenden mensen aanwezig kunnen zijn...
En bij de entreehal houdt het gevoel van overweldigende grootsheid niet op. Bij binnenkomst moet je naar boven op een reusachtige trap waarop standbeelden, delen van tempels, sarcofagen en obelisken zijn geplaatst. Je bent nog niet eens in het museum zelf, maar er is zoveel wat de aandacht trekt. Voor even één zijn met de grootsheid van een beschaving die zo ver afstaat van de onze en toch zo dichtbij komt. Waar beginnende ondernemers zoals Hatem hun nieuwe kansen en mogelijkheden zien. Wij zullen allemaal op een dag ophouden te bestaan, maar we zullen onze sporen achterlaten. Het oude vermengen met het nieuwe. Steeds opnieuw en opnieuw.
Wordt vervolgd
Hatem ziet de toekomst voor zich. Achterin Sahure Pyramid View Inn staat een nieuw te bouwen hotel. Op z'n Egyptisch gebouwd: stukje bij beetje, elke keer als er geld binnenkomt een nieuwe verdieping of verdere uitwerking. Nu nog een onaf karkas van rudimentaire vormen, ongeverfde kamers, stof en nieuwe mogelijkheden. Enthousiast neemt hij ons mee naar de bovenste verdieping. Opeens wordt de 'Pyramid View' werkelijkheid als je daadwerkelijk uitkijkt over de Piramide van Sahoere. Er gaat een zwembad komen en een gigantisch waterreservoir. Het enige obstakel vormt nog de hondenkennel van een Britse vrouw, waar zo'n vijfentwintig honden beginnen te blaffen als je het hotel betreedt. Hij gaat de westerling erop aanspreken als er daadwerkelijk gasten naar het hotel komen.
De piramides zien de ondernemende mens hun handeltjes bouwen rond hun aanwezigheid. Het faraonische verleden roept ondernemerszin en trots in mensen op. Het beweegt om het nieuwe vorm te geven rond de grootsheid van het oude. Op onze allereerste volle dag gaan we naar het Egyptische museum. Veel over gehoord. Veel zin in. Het absolute hoogtepunt van mijn reis naar Egypte. Met een extraatje: Farida komt ook langs. Deze dochter van de kleurrijke Ashraf Fathalla (jager, entrepreneur, wereldreiziger, Renaissanceman) komt speciaal voor ons naar het museum. Zij is al een keer of 5/6 naar het GEM gekomen om mensen rond te leiden. Trots op dit megaproject dat de Egyptische oudheid weer voor nieuwe generaties onder de aandacht brengt.
Het Egyptisch Museum is groot. Héél groot. De vervoering begint al op het moment dat je over het immense plein aankomt bij de ingang. Overal zijn er hiërogliefen verwerkt in het design. Mijn belezen reisgezel Dimitri weet zelfs enkele teksten op te lezen. Het blijkt dat zijn kennis over hiërogliefen een stuk verder gevorderd is dan ik wist. Na de obligate selfies en groepsfoto's, lopen we de lobby in. Ook hier word je bevangen door de grootsheid van de ruimte. De imposante architectuur vol welvingen en onbereikbaar hoge plafonds maakt de mens nietig en nederig. Alleen al het besef dat hier op een drukke dag tienduizenden mensen aanwezig kunnen zijn...
En bij de entreehal houdt het gevoel van overweldigende grootsheid niet op. Bij binnenkomst moet je naar boven op een reusachtige trap waarop standbeelden, delen van tempels, sarcofagen en obelisken zijn geplaatst. Je bent nog niet eens in het museum zelf, maar er is zoveel wat de aandacht trekt. Voor even één zijn met de grootsheid van een beschaving die zo ver afstaat van de onze en toch zo dichtbij komt. Waar beginnende ondernemers zoals Hatem hun nieuwe kansen en mogelijkheden zien. Wij zullen allemaal op een dag ophouden te bestaan, maar we zullen onze sporen achterlaten. Het oude vermengen met het nieuwe. Steeds opnieuw en opnieuw.
Wordt vervolgd
3
geplaatst: 23 september, 12:53 uur
De deuren naar het oneindige (5)
Het is zo verleidelijk om Egypte te zien als een land dat is blijven steken in het verleden. Achterwaarts. Weinig ontwikkeld. Kijk maar naar het straatvuil en het bizarre rijgedrag! Zelf merk ik ook dat mijn oriëntalistische blik iets te vaak terugkeert naar dat wat niet werkt of twijfels bij mij oproept. Nu vind ik het lelijke en het ongepolijste zelfs terug in mijn eigen beschouwingen over Loosduinen, dus dat zegt vast ook iets over mij. Maar ik probeer me er wel bewust van te blijven dat Egypte een gecompliceerd en gelaagd land is. In het Grand Egyptian Museum (het GEM) voel je namelijk de trots waarmee Egyptenaren zich het faraonische verleden toe-eigenen, als een positieve kracht om aan de toekomst te werken. De vermenging van oud en nieuw als een manier om de uitdagingen van de moderne tijd tegemoet te treden.
Neem bijvoorbeeld Farida Ashraf. We stonden bovenaan de gigantische trap waar we diverse faraonische monumenten waren gepasseerd. Door de ramen zie je de Piramide van Cheops liggen. Dimitri begon een beetje nerveus te raken: 'We zijn nog in de entreehal, niet eens in het museum zelf. Het wordt nu wel echt tijd om door te lopen.' Een paar treden onder ons stond mijn moeder nog steeds haar befaamde foto's te maken. Het GEM is zo overweldigend groot dat je zo een uur kwijt bent in de hal. Dimitri ging ons voor naar het museum en ik besloot nog even te genieten van het uitzicht van de Grote Piramide. Ik voel minder de behoefte om het te bezoeken, maar het blijft een magnetisch bouwwerk.
Na enige tijd vonden mijn moeder, Mahmoud, Farida en ik elkaar. Zij maande ons om meteen te beginnen bij de tentoonstelling over Toetanchamon. Maar, waarschuwde ze, weet wel dat alle andere museumobjecten tegenvallen als je eenmaal het absolute hoogtepunt hebt gezien. We besloten onze Egyptische expert te volgen naar de topstukken van de collectie. Ik ben geen persoon van superlatieven, dat vind ik zelfs een beetje plat. Maar net als in het vorige deel kan ik alleen maar bombastisch spreken over de restanten van Toetanchamon. De oriëntalist in mij denkt verlekkerd aan de ontdekkingen die vroegere archeologen als Howard Carter uit het zand wisten te halen. Al die pracht en praal van een vroegere beschaving. De macht van de ontdekker.
Maar het GEM veegt dat koloniale narratief van tafel met hun overweldigende collectie. Het gaat te ver om alles afzonderlijk te benoemen, maar ik werd in 't bijzonder geraakt door de opstelling van gigantische sarcofagen die ooit in het graf stonden van Toetanchamon. Farida wees me erop dat ze als een soort matroesjka-poppen steeds uit kleinere onderdelen bestaan. Dimitri was ook weer teruggekeerd om tekst en uitleg te geven bij sommige hiërogliefen. Zo in het GEM zie je hoe groot de begrafenisrituelen voor farao's moeten zijn geweest. Alles om een stukje van jezelf te bewaren voor het oneindige.
Wordt vervolgd
Het is zo verleidelijk om Egypte te zien als een land dat is blijven steken in het verleden. Achterwaarts. Weinig ontwikkeld. Kijk maar naar het straatvuil en het bizarre rijgedrag! Zelf merk ik ook dat mijn oriëntalistische blik iets te vaak terugkeert naar dat wat niet werkt of twijfels bij mij oproept. Nu vind ik het lelijke en het ongepolijste zelfs terug in mijn eigen beschouwingen over Loosduinen, dus dat zegt vast ook iets over mij. Maar ik probeer me er wel bewust van te blijven dat Egypte een gecompliceerd en gelaagd land is. In het Grand Egyptian Museum (het GEM) voel je namelijk de trots waarmee Egyptenaren zich het faraonische verleden toe-eigenen, als een positieve kracht om aan de toekomst te werken. De vermenging van oud en nieuw als een manier om de uitdagingen van de moderne tijd tegemoet te treden.
Neem bijvoorbeeld Farida Ashraf. We stonden bovenaan de gigantische trap waar we diverse faraonische monumenten waren gepasseerd. Door de ramen zie je de Piramide van Cheops liggen. Dimitri begon een beetje nerveus te raken: 'We zijn nog in de entreehal, niet eens in het museum zelf. Het wordt nu wel echt tijd om door te lopen.' Een paar treden onder ons stond mijn moeder nog steeds haar befaamde foto's te maken. Het GEM is zo overweldigend groot dat je zo een uur kwijt bent in de hal. Dimitri ging ons voor naar het museum en ik besloot nog even te genieten van het uitzicht van de Grote Piramide. Ik voel minder de behoefte om het te bezoeken, maar het blijft een magnetisch bouwwerk.
Na enige tijd vonden mijn moeder, Mahmoud, Farida en ik elkaar. Zij maande ons om meteen te beginnen bij de tentoonstelling over Toetanchamon. Maar, waarschuwde ze, weet wel dat alle andere museumobjecten tegenvallen als je eenmaal het absolute hoogtepunt hebt gezien. We besloten onze Egyptische expert te volgen naar de topstukken van de collectie. Ik ben geen persoon van superlatieven, dat vind ik zelfs een beetje plat. Maar net als in het vorige deel kan ik alleen maar bombastisch spreken over de restanten van Toetanchamon. De oriëntalist in mij denkt verlekkerd aan de ontdekkingen die vroegere archeologen als Howard Carter uit het zand wisten te halen. Al die pracht en praal van een vroegere beschaving. De macht van de ontdekker.
Maar het GEM veegt dat koloniale narratief van tafel met hun overweldigende collectie. Het gaat te ver om alles afzonderlijk te benoemen, maar ik werd in 't bijzonder geraakt door de opstelling van gigantische sarcofagen die ooit in het graf stonden van Toetanchamon. Farida wees me erop dat ze als een soort matroesjka-poppen steeds uit kleinere onderdelen bestaan. Dimitri was ook weer teruggekeerd om tekst en uitleg te geven bij sommige hiërogliefen. Zo in het GEM zie je hoe groot de begrafenisrituelen voor farao's moeten zijn geweest. Alles om een stukje van jezelf te bewaren voor het oneindige.
Wordt vervolgd
3
geplaatst: 24 september, 19:49 uur
De deuren naar het oneindige (6)
In de grootsheid van het verleden ziet de mens mogelijkheden voor de toekomst. Het Grand Egyptian Museum is een plek waar een nieuw en trots Egypte een nieuwe vorm krijgt. Zelfbewust is het juk van het kolonialisme afgeworpen voor een land met een indrukwekkend verleden én toekomst. Samen met onze vriendin Farida keek ik naar de magnifieke constructie van sarcofagen van verschillende groottes, die in elkaar grijpen als een soort matroesjka-pop. Het zette Farida aan tot een filosofische overpeinzing: 'Vind je ook niet dat er iets van het goddelijke van de farao's is achtergebleven in datgene wat ze hebben achtergelaten? Ook al geloven we dan zelf niet meer in hun Goden.' De vraag overviel me, maar het intrigeerde wel. Ik antwoordde haar: 'Volgens mij is dat vaak zo met religieuze objecten. Ze zijn zo gemaakt dat we ons nietig en klein voelen tegenover iets dat groter is dan onze eigen levens. Iets wat blijft voortbestaan als wij er niet meer zijn.'
Farida sputterde tegen en zei: 'Ik heb niet gezegd dat deze objecten ons klein maken, maar dat er iets van het Goddelijke bewaard is gebleven.' Toen wees ik haar op het GEM zelf, de plek waar al deze kunstschatten en historische artefacten bewaard zijn gebleven. Ik zei tegen haar: 'Maar kijk bijvoorbeeld naar dit museum. Het maakt ons in de meest letterlijke zin klein. De reusachtige zalen. De gigantische entreehal. Het feit dat hier op een goede dag tienduizenden bezoekers kunnen rondlopen. Het ontwerp van deze plek is niet heel anders dan religieuze plekken als kathedralen, moskeeën of de piramiden zelf.' Ze leek akkoord te gaan met mijn antwoord, maar dat zul je haar zelf moeten vragen.
Als jongetje van 8/9 zag ik het gouden masker van Toetanchamon voor het eerst in het oude Egyptische museum aan het Tahrirplein. Een iconische beeltenis op een even zo iconische plek waar ooit de droom oplaaide voor een vrijer Egypte, maar kleine Kaj was daar op het moment allemaal niet zo mee bezig. Hij zag hoe het faraonische verleden werd uitgestald in een labyrintische plek waarin de vele voorwerpen stof verzamelden. Het museum was toen al dringend toe aan vernieuwing. En toch herinner ik me nog zo goed dat ik als mannetje tussen de andere verwachtingsvolle toeristen stond om een glimp op te vangen van het overdadige gouden masker. Ik zag mezelf terug in het spiegelende glas van de vitrine als een mannetje op zoek naar zichzelf. Nog onwetend dat Egypte zo'n grote rol zou spelen in mijn volwassen leven. Ya Habibti Ya Masr!
Zoals zoveel andere toeristen was het jongetje alleen geïnteresseerd in de farao's. Hij kon toen nog niet weten dat het goddelijke zich op zoveel andere manieren manifesteert, zoals in de koptische geschiedenis van het land. Een dag na mijn bezoek aan het GEM, zou ik voor het eerst de wijk Mokattam zien. Het goddelijke openbaart zich op vreemde manieren. Soms is er zelfs afval voor nodig...
Wordt vervolgd
(Foto's van Cora Peters)
In de grootsheid van het verleden ziet de mens mogelijkheden voor de toekomst. Het Grand Egyptian Museum is een plek waar een nieuw en trots Egypte een nieuwe vorm krijgt. Zelfbewust is het juk van het kolonialisme afgeworpen voor een land met een indrukwekkend verleden én toekomst. Samen met onze vriendin Farida keek ik naar de magnifieke constructie van sarcofagen van verschillende groottes, die in elkaar grijpen als een soort matroesjka-pop. Het zette Farida aan tot een filosofische overpeinzing: 'Vind je ook niet dat er iets van het goddelijke van de farao's is achtergebleven in datgene wat ze hebben achtergelaten? Ook al geloven we dan zelf niet meer in hun Goden.' De vraag overviel me, maar het intrigeerde wel. Ik antwoordde haar: 'Volgens mij is dat vaak zo met religieuze objecten. Ze zijn zo gemaakt dat we ons nietig en klein voelen tegenover iets dat groter is dan onze eigen levens. Iets wat blijft voortbestaan als wij er niet meer zijn.'
Farida sputterde tegen en zei: 'Ik heb niet gezegd dat deze objecten ons klein maken, maar dat er iets van het Goddelijke bewaard is gebleven.' Toen wees ik haar op het GEM zelf, de plek waar al deze kunstschatten en historische artefacten bewaard zijn gebleven. Ik zei tegen haar: 'Maar kijk bijvoorbeeld naar dit museum. Het maakt ons in de meest letterlijke zin klein. De reusachtige zalen. De gigantische entreehal. Het feit dat hier op een goede dag tienduizenden bezoekers kunnen rondlopen. Het ontwerp van deze plek is niet heel anders dan religieuze plekken als kathedralen, moskeeën of de piramiden zelf.' Ze leek akkoord te gaan met mijn antwoord, maar dat zul je haar zelf moeten vragen.
Als jongetje van 8/9 zag ik het gouden masker van Toetanchamon voor het eerst in het oude Egyptische museum aan het Tahrirplein. Een iconische beeltenis op een even zo iconische plek waar ooit de droom oplaaide voor een vrijer Egypte, maar kleine Kaj was daar op het moment allemaal niet zo mee bezig. Hij zag hoe het faraonische verleden werd uitgestald in een labyrintische plek waarin de vele voorwerpen stof verzamelden. Het museum was toen al dringend toe aan vernieuwing. En toch herinner ik me nog zo goed dat ik als mannetje tussen de andere verwachtingsvolle toeristen stond om een glimp op te vangen van het overdadige gouden masker. Ik zag mezelf terug in het spiegelende glas van de vitrine als een mannetje op zoek naar zichzelf. Nog onwetend dat Egypte zo'n grote rol zou spelen in mijn volwassen leven. Ya Habibti Ya Masr!
Zoals zoveel andere toeristen was het jongetje alleen geïnteresseerd in de farao's. Hij kon toen nog niet weten dat het goddelijke zich op zoveel andere manieren manifesteert, zoals in de koptische geschiedenis van het land. Een dag na mijn bezoek aan het GEM, zou ik voor het eerst de wijk Mokattam zien. Het goddelijke openbaart zich op vreemde manieren. Soms is er zelfs afval voor nodig...
Wordt vervolgd
(Foto's van Cora Peters)
0
geplaatst: 25 september, 10:07 uur
De ‘no offence’ gap met de nek snap.
We werden getraind als mannen.
Haar vlezige killoknaller prammen pronken in het vale schijnsel van de maan.
-
Waarom de komende weken of maanden zo niet de komende dagen cruciaal kunnen zijn.
Ik had altijd al de beste love life van allen met de L van leerzaam.
Deze omstreden kolonisten van weleer weten echt wel wat goed.voor is voor de mens.
-
Ze kon heel lang een hele dikke krijgen maar pakte ‘m nooit.
Nu is ie verschrompeld en alleen.
Niet langer beschikbaar voor haar.
We werden getraind als mannen.
Haar vlezige killoknaller prammen pronken in het vale schijnsel van de maan.
-
Waarom de komende weken of maanden zo niet de komende dagen cruciaal kunnen zijn.
Ik had altijd al de beste love life van allen met de L van leerzaam.
Deze omstreden kolonisten van weleer weten echt wel wat goed.voor is voor de mens.
-
Ze kon heel lang een hele dikke krijgen maar pakte ‘m nooit.
Nu is ie verschrompeld en alleen.
Niet langer beschikbaar voor haar.
0
geplaatst: 25 september, 16:43 uur
‘Ik zal je uit de droom helpen, het is te verhelpen.’
Kleine smile gaat vuil bij getroebleerd aangezicht.
Voor de sublieme levenspartner gezwicht.
-
Heb verschillende prostituees bezocht in mijn leven.
Met allen heb ik gesproken over jou.
Ben wel degelijk iemand die blessings kan gaan uitdelen in het bordeel.
-
Boygold Precious de majestueuze dekhengst met mijlen aan ervaring:
Ben ik niet.
Maar gepaste voorbereidingen zijn getroffen met betrekking tot het leven dat ik voor mezelf en voor anderen voor ogen heb.
Kleine smile gaat vuil bij getroebleerd aangezicht.
Voor de sublieme levenspartner gezwicht.
-
Heb verschillende prostituees bezocht in mijn leven.
Met allen heb ik gesproken over jou.
Ben wel degelijk iemand die blessings kan gaan uitdelen in het bordeel.
-
Boygold Precious de majestueuze dekhengst met mijlen aan ervaring:
Ben ik niet.
Maar gepaste voorbereidingen zijn getroffen met betrekking tot het leven dat ik voor mezelf en voor anderen voor ogen heb.
0
geplaatst: 25 september, 19:55 uur
Besef: ik ben niet Yoda.
Khadaffi met oma.
Dan maar berecht wegens te echt.
-
‘Tja, dat is het spelletje.’
Ben deze zondag in de banken te vinden.
Je kunt me daar ontmoeten als je wil.
-
Funny Secrets Vol. 4.
En vergeet dus niet
voor diegene die meende
dit spel te moeten gaan spelen.
Als je dit spel speelt
je triomfeert
of je vergaat.
Khadaffi met oma.
Dan maar berecht wegens te echt.
-
‘Tja, dat is het spelletje.’
Ben deze zondag in de banken te vinden.
Je kunt me daar ontmoeten als je wil.
-
Funny Secrets Vol. 4.
En vergeet dus niet
voor diegene die meende
dit spel te moeten gaan spelen.
Als je dit spel speelt
je triomfeert
of je vergaat.
3
geplaatst: 26 september, 12:44 uur
De deuren naar het oneindige (7)
Toeristen zijn raar in hun verlangen om vreemde plekken te bezoeken in een zoektocht naar avontuur en authenticiteit. Het waren de jaren negentig toen ik als negenjarige met mijn ouders voor het eerst naar Egypte ging. Het was de plek waar ik de piramide van Cheops voor het eerst zag en het gouden dodenmasker van Toetanchamon. Maar wat me vreemd genoeg óók is bijgebleven, is dat we in een taxi zaten naar de 'afvalwijk' Mokattam Village. Op die plek werken de 'Zabbaleen' (in het Arabisch: afvalverzamelaars) aan een grootschalig recyclingsysteem waarbij ze in de metropool afval verzamelen en weer hergebruiken voor andere doeleinden. De taxichauffeur weigerde ons mee te nemen. Er was net een grote aardbeving geweest in de omgeving van Caïro, met honderden doden. Te gevaarlijk. Waarom willen Westerlingen toch altijd het lelijke zien? Het jongetje kreeg Mokattam Village nooit te zien.
Het onkenbare blijft trekken. Niet lang geleden las ik 'Wat Ik Van Je Weet' (2023) van Éric Chacour, waarin Mokattam Village een prominente plek heeft in een vertelling over een jonge christelijke dokter uit een welgestelde familie die daar een hulppost begint. Het is een zedenroman over iemand uit een geprivilegieerde positie die, met de beste bedoelingen, iets op wil zetten om de lokale gemeenschap verder te helpen. Via zijn protège Ali komt hij er op een gruwelijke manier achter hoe weinig hij eigenlijk van hen kan begrijpen. Chacour schreef een bitterzoete vertelling over wereld die elkaar raken en toch gescheiden blijven, omdat de rijken hun eigen spelregels hebben om de macht te behouden. In die zin geef ik de taxichauffeur uit mijn jeugd wel een beetje gelijk: wat doen Westerse toeristen in Mokattam Village!?
Mokattam Village is een surrealistische plek. Overal vuilniszakken, stapels met karton en zwaar beladen trucks vol afval. Mahmoud ergerde zich aan de labyrintische straatjes en steegjes, waar je nauwelijks ruimte had om uit te wijken. Soms werd de doorgang voor langere tijd geblokkeerd door een opstopping. De drukkende geur van afval en afvalverwerking hangt in de lucht. Op een gegeven moment had Mahmoud er plezier in toen hij een afbeelding van de heiland tegenkwam op de achterkant van een truck. Met zijn kenmerkende grijnslach zei hij 'Ishish' naar de tekening. We wisten toch zeker wel dat machtige God nooit zijn eigen zoon kan zijn!? Ishish. Ishish. Ishish.
Het aparte aan Mokattam Village is dat de inwoners hier hun dagelijkse leven doorbrengen tussen het afval. Zonder het alomtegenwoordige vuilnis zou dit zo een andere volkswijk in Egypte kunnen zijn: kapperszaakjes, slagerijen met vlees in de buitenlucht, bakkerijen met uitgestald brood en cafés om thee te drinken of shisha te roken. Toch zou het goddelijke zich ook hier weer openbaren. De tocht leidde naar een onverwachte plek van bezinning. Waar het geloof in het oneindige tot grootse architectuur zou leiden. En ik zou zelf ontroerd raken door een bijzonder initiatief.
Wordt vervolgd
Toeristen zijn raar in hun verlangen om vreemde plekken te bezoeken in een zoektocht naar avontuur en authenticiteit. Het waren de jaren negentig toen ik als negenjarige met mijn ouders voor het eerst naar Egypte ging. Het was de plek waar ik de piramide van Cheops voor het eerst zag en het gouden dodenmasker van Toetanchamon. Maar wat me vreemd genoeg óók is bijgebleven, is dat we in een taxi zaten naar de 'afvalwijk' Mokattam Village. Op die plek werken de 'Zabbaleen' (in het Arabisch: afvalverzamelaars) aan een grootschalig recyclingsysteem waarbij ze in de metropool afval verzamelen en weer hergebruiken voor andere doeleinden. De taxichauffeur weigerde ons mee te nemen. Er was net een grote aardbeving geweest in de omgeving van Caïro, met honderden doden. Te gevaarlijk. Waarom willen Westerlingen toch altijd het lelijke zien? Het jongetje kreeg Mokattam Village nooit te zien.
Het onkenbare blijft trekken. Niet lang geleden las ik 'Wat Ik Van Je Weet' (2023) van Éric Chacour, waarin Mokattam Village een prominente plek heeft in een vertelling over een jonge christelijke dokter uit een welgestelde familie die daar een hulppost begint. Het is een zedenroman over iemand uit een geprivilegieerde positie die, met de beste bedoelingen, iets op wil zetten om de lokale gemeenschap verder te helpen. Via zijn protège Ali komt hij er op een gruwelijke manier achter hoe weinig hij eigenlijk van hen kan begrijpen. Chacour schreef een bitterzoete vertelling over wereld die elkaar raken en toch gescheiden blijven, omdat de rijken hun eigen spelregels hebben om de macht te behouden. In die zin geef ik de taxichauffeur uit mijn jeugd wel een beetje gelijk: wat doen Westerse toeristen in Mokattam Village!?
Mokattam Village is een surrealistische plek. Overal vuilniszakken, stapels met karton en zwaar beladen trucks vol afval. Mahmoud ergerde zich aan de labyrintische straatjes en steegjes, waar je nauwelijks ruimte had om uit te wijken. Soms werd de doorgang voor langere tijd geblokkeerd door een opstopping. De drukkende geur van afval en afvalverwerking hangt in de lucht. Op een gegeven moment had Mahmoud er plezier in toen hij een afbeelding van de heiland tegenkwam op de achterkant van een truck. Met zijn kenmerkende grijnslach zei hij 'Ishish' naar de tekening. We wisten toch zeker wel dat machtige God nooit zijn eigen zoon kan zijn!? Ishish. Ishish. Ishish.
Het aparte aan Mokattam Village is dat de inwoners hier hun dagelijkse leven doorbrengen tussen het afval. Zonder het alomtegenwoordige vuilnis zou dit zo een andere volkswijk in Egypte kunnen zijn: kapperszaakjes, slagerijen met vlees in de buitenlucht, bakkerijen met uitgestald brood en cafés om thee te drinken of shisha te roken. Toch zou het goddelijke zich ook hier weer openbaren. De tocht leidde naar een onverwachte plek van bezinning. Waar het geloof in het oneindige tot grootse architectuur zou leiden. En ik zou zelf ontroerd raken door een bijzonder initiatief.
Wordt vervolgd
2
geplaatst: 26 september, 19:37 uur
Deze schreef ik in 2016.
Dit is:
HET SCHAAP
DAT
EIGEN
LIJK
GEEN
LEEUW WILDE ZIJN
Gloedvol knallend vlamt de oorsprong der alle warmte in vol ornaat illuminerend op een nagenoeg onbedekt hemeldek welke in een enkele oogopslag onmiskenbaar elk waarneembaar profilerend aangezicht in onverstoorde opgang liet excelleren op een dag waar het schijnende zijn voorlopig even geen enkele externe belemmering op wat voor manier dan ook zou laten prevaleren.
Zoveel was dan ook te zien aan de mate van blauw waar het uitgespannen bovenvlak zich deze dag mee voltrekt. Geen enkele argeloze vorm van vanzelfsprekende vaststelling tolererend, zou het vandaag onbeschaamd het volwaardig kleurrijk schouwspel ongesluierd de gehele buitenlucht laten beslaan.
Zo ook het uitbundig groen van het bevlekt begroeid benedengelegen, vanuit vogelzicht bekeken. Beide partijen verkeerden deze dag zowaar natuurlijk ongenaakbaar in volledige openbaring. Eerder was dit op een bepaalde manier mis gegaan, daar waar een kribbig geschil de oppervlakte had opgeëist, toen de een de ander had gevraagd de toon te matigen; beiden waren zij vervolgens in staat van verdoffing de mist in gegaan.
Een wederzijdse schroomvalligheid tot gevolg, maar zo niet vandaag.
Al zou niets van dit alles enig verschil maken voor de leeuw, die in het natuurgebied beneden doorgaans vredig zijn bestaan beleefde. Een eventueel delicate kruisbestuiving tussen gevloerde begroeiing tegenover prominent overtrekkend firmament had voor hem geen enkele betekenis.
Al enige tijd had de leeuw het voor hem gepaste voedsel niet meer tot zich kunnen nemen. Maar hier had hij een oplossing voor gevonden. Een ongebruikelijke voltrekking voor een statig bestiale apparitie van zijn kaliber, maar voor het tijdsbestek gegeven onverminderd effectief. Het enige waar de leeuw echt waarde aan kon hechten was de serene vanzelfsprekendheid van zijn solitair bestaan.
Zolang dat behouden kon blijven kon al het secundair bijkomende hem allemaal niet zoveel schelen. En zoals bij elk nieuw ontwaken sprak hij ook dit hoopvol ochtendgloren gedurende het frisse aandienen van een vers etmaal voor zichzelf de wenselijke verwachting uit dat ook dit weer een dag mocht zijn zonder gekkigheid.
Dit was gebruikelijk geworden nadat een bijzonder ongewone verstoring zich op een dag had aangediend. Een vogel was in het gebied verschenen en enige tijd had zich een voor de leeuw uitermate enerverend euvel voorgedaan. De vogel was begonnen met een zekere rotgang van boom naar boom te sjezen, waarbij de leeuw maar niet kon bevatten wat de betekenis van dit tafereel zou kunnen zijn.
Laat staan dat hij de tumultueuze gang van de vogel ook maar enigszins kon volgen. Dacht hij dat de vogel zich aan de geheel rechterzijde tussen de bladeren en takken had gepositioneerd, schoot de vogel vervolgens aan de linkerzijde omhoog, om zich met aanzienlijke snelheid weer tussen de beschutting van een ander boom te nestelen.
Voor de leeuw leek dit een eeuwigheid door te gaan en de prangende vraag hoe en wanneer de rust ooit weer zou wederkeren begon harder en harder te branden met stil verlangen. Uiteindelijk na een minuut of twintig waar dit scenario in gelijkmatige circulatie door bleef razen schoot de vogel wederom omhoog, zoals deze al ontelbare keren zo had gedaan. Maar deze keer bleef de vogel stijgen.
En met toenemende opluchting keek de leeuw toe hoe de vogel zich steeds meer tot een stip deed verschijnen. En eindelijk de uitgestrektheid van de horizon verkoos boven het spaarzame rijtje bomen wat hij zojuist enige tijd had aangedaan. De vogel verdween, de kalmte keerde weder.
Het was dit incident dat de leeuw behoedzamer had gemaakt voor alle mogelijke gevaren. Misschien kwam dezelfde vogel nog wel terug, en deed deze iets anders; wie weet kwam er wel een andere vogel, en deed deze hetzelfde. Of misschien kwam er wel iets totaal anders, tot dan toe volstrekt ondenkbaar, alles was nu mogelijk.
Bij voorkeur verkeerde de leeuw in totale rust ergens in het midden voor de centraal gelegen halve cirkelvormige begroeiing waar hij zijn vaste stekje had gemaakt. Hier lag hij het liefst hele dagen, zodat hij zich vredig kon onderdompelen in of zelfs vermengen met de natuurlijke ambiance van de omgeving tot een soort serene trance zijn geest overnam.
Elke kleine externe verstorende vibratie dreigde hem uit deze voor hem uitermate aangename staat van geest te halen, en was in die zin bijzonder ongewenst.
Maar ook vandaag leek het helaas onvermijdelijk te blijken. De leeuw kende exact de verschillende gradaties van gevaar aan de hand van een sonisch spoor voortslepend waar minuscule repping van takjes en blaadjes een zeer helder beeld schetsen van het niveau van dreiging momenteel aan de orde.
Er kraakten blaadjes, er knapten takjes, er braken steeltjes, er stierven zaadjes. Een vreemdsoortig gesmak kruipt nader.
Inmiddels was het beeld onmiskenbaar duidelijk: iets had zich volkomen vrij van elke subtiliteit een entering van het domein toegekend, en een heuse indringer bewoog zich nu schaamteloos binnen de omheining van wat de leeuw toch het liefste zou zien als zijn hoogstpersoonlijk privégebied.
Eventjes om de hoek gekeken zien wij de ongenode gast alvast onnozel voortstrompelen met een bizarre air over zich van ‘kijk ik ben een schaap’. Schijnbaar geheel onwetend manoeuvreerde hij zich naar het vaste stekkie van de leeuw.
Enkele stappen verder en het is zover. De leeuw en het schaap staan nu oog in oog. Enkele seconden van uiterst ongemakkelijke stilte en de leeuw spreekt: ‘wat is dit Godverdomme, wat moet dit met deze simpele boerderij kneuter, een geit of zo, wat doe je hier.’
Al hakkelend laat het schaap van zich horen in respons: ‘ik uhhh, kwam even wat doen.’
Waarop wederom seconden van stilte in ongemak volgen tot het schaap wijselijk besluit enkele stappen naar achter te zetten en zo voorlopig weer even verdwijnt achter de beschutting waarlangs hij verscheen.
Enkel in het meest uitzonderlijke geval zou de leeuw ooit spreken, het was allerminst zijn meest favoriete bezigheid.
De mate van levensgevaar waarin het schaap verkeerde lijkt voor nu nog niet in zijn gedachten te spelen. Eveneens het feit dat het een stuk verstandiger was geweest de positie van de leeuw vooraf vast te stellen voor hij zomaar het terrein binnen zou bewegen.
Want wat kwam het schaap nou eigenlijk doen. Dat kunnen we wel even uit de sluiers lichten. Om onbekende redenen had deze het plan opgevat om op de leeuw te gaan jagen. Als een soort spelletje, niet daadwerkelijk. Maar wel merkbaar, zo zou spoedig blijken.
Ongeacht de onfortuinlijke start van het geheel was het schaap nimmer de intentie toegedaan het gedoe een halt toe te roepen, en ging deze eigenlijk vrolijk verder. De trefbare locatie van de leeuw nu bekend, wist hij nu hoe de leeuw langs achteren te naderen. Doorgaans altijd al zijn geprefereerde wijze van aanpak.
En zo bewoog hij zich naar de achterzijde van de halve cirkel waartegen de leeuw zijn favoriete plekje zich bevond, om door de bosjes de leeuw te naderen waarop de voltalligheid van zijn voorgenomen intentie zich volledig zou voltrekken.
Het idee was om de leeuw als een heus roofdier, de pretenderende predator, te besluipen. Zonder dat de leeuw hier iets van zou merken. En net voor het moment waar men gewoonlijkerwijs de hals zou verscheuren zou het schaap stoppen en het resterende imaginair voortzetten, dit alles om een bepaald soort vreemde voldoening bloedig te behalen.
En zo zou het geheel zich dan ook spoedig voltrekken.
Al bij de eerste aanloop hoorde de leeuw het schaap naderen zodra deze de eerste struiken raakte. In het geheel niet op de hoogte van het feit dat zelfs wanneer hij netjes geschoren, met een minder ruw voorkomen zou trachten zo zachtjes mogelijk te handelen, dit nog steeds een onbegonnen zaak zou zijn geweest.
Maar de leeuw wilde rust, niets anders dan dat. Verder met niets of niemand iets te maken. Net als toen met de vogel besloot hij het voor nu maar te laten begaan, en wel te zien wanneer en hoe het zou eindigen.
En het schaap zou oorspronkelijk slechts eenmalig zijn plannetje in werking zetten. Maar al gauw bleek het een verslavende werking te herbergen, en het scenario voltrok zich net als toen met de vogel keer op keer.
Elke keer als het schaap vlak achter de leeuw stond, was de leeuw hier haarfijn van op de hoogte. Maar hiervan had het schaap geen enkel benul. Het leek allemaal vlotjes te lukken, dus hij zette het nog even door.
En de leeuw verliet zijn stekkie niet of nauwelijks, zoals hij het liefst verkeerde. Geen idee hebbend wat de intenties van het schaap nou eigenlijk precies inhielden, hoopte hij ook deze keer weer dat het gewoon zo snel mogelijk allemaal weer naar normaal zou wederkeren.
Tot dan op een gegeven moment dat moment kwam waar de hang naar voedsel zich te machtig manifesteerde, en de leeuw zich genoodzaakt zag naar de achterzijde van het gebied te bewegen om zichzelf op zijn spitsvondig geheel eigen wijze te voederen.
De leeuw staat op om zich voort te bewegen. Al spoedig tijdens de gang naar de voorgenomen locatie merkt hij dat iets hem volgt. Weer hoort hij het krakend potentieel krakeel dat dicht op zijn perceptie lijkt te willen verblijven.
Of hij ziet het ineens op z’n snelst van het ene bosje naar het andere bosje rennen, alsof het schaap zelf in de veronderstelling verkeert dat hij dan met zo’n snelheid over een afstand van zo’n vijf meter bewoog dat deze de gangbare waarneming overstijgt.
Eenmaal aangekomen in de bebossing begint de leeuw met zijn uitzonderlijke voedingspatroon, en al gauw treffen hij en het schaap elkaar een tweede keer oog in oog, haast tand om tand, wanneer de leeuw met zijn geslepen gebit de bladeren van de struiken afscheurt en hij ineens het schaap treft op het moment dat hij met zijn bek vol bladeren rakelings langs de hals van het schaap beweegt.
Ook nu zeggen beide weer niets.
Ook nu besluit de leeuw het schaap te negeren, eenmaal zijn maag voldaan aan de bladeren gaat hij terug naar zijn plek. Om ook nu nog altijd het dribbelend getrippel waar te nemen dat onbesuisd bezijden zijn sporen verblijft.
Eenmaal terug op zijn stekkie zet het schaap onverstoord zijn ritueel van besluiping gemengd met buitensporige fantasie denkbeelden door.
We zijn nu zo’n vijftien dagen, een week of twee verder. En de leeuw is de wanhoop nabij. Hij heeft geduldig afgewacht maar het wil maar niet stoppen, het schaap wil maar niet vertrekken en zijn onbevattelijke activiteiten staken.
Het is nu dat de leeuw het besluit neemt dat hij datgeen zal doen wat hij al die tijd heeft getracht te vermijden. De wanhoop is hem werkelijk nabij, tranen wellen haast op in zijn ogen. Nog één enkele keer dat het schaap hem van achter besluipt en hij zal het schaap doden, exact zoals het schaap al die tijd had gedroomd de leeuw te doden.
Eigenlijk vies van het schaap op elk mogelijke manier, en vreemd genoeg niet beschikkend over het natuurlijke karakter ooit iets of iemand te doden zal hij voor deze ene keer uit pure noodzaak dan eindelijk buiten zijn comfortabel gekende zelf treden en naar anticipatie binnen een tijdsbestek van luttele seconden de aanval richting achterwaarts in gang zetten en het schaap met een ferme beet in de halsslagaders zo snel en pijnloos mogelijk buitenspel zetten, binnen nog enkele seconden zou hij vervolgens zijn vaste plek hernemen en eindelijk na ogenschijnlijk eindeloze tijd zou de rust weer wederkeren in het gebied dat hij in gevoel van gezegendheid zijn thuis noemde.
En dan.
Het schaap nadert de leeuw illusionair ongemerkt nog een laatste keer, hij verstoort de eerste takjes en blaadjes in zijn laatste en gekende gang van zaken.
Wanneer twee handen plots zijn lijf vastgrijpen.
Twee kale mannen in een afgetrapte combi zijn in de tussentijd het terrein opgereden, beide in beige jas en vuile grijzige broek, verdacht identiek. Zou zomaar een eeneiige tweeling kunnen zijn.
‘Deze is wel heel erg verdwaald’ zeggen ze tegen elkaar.
‘Hoe komt een schaap nou weer hier verzeild.’
Een van de kale mannen tilt hem op en verstijfd wordt het schaap in de laadruimte van de combi getild.
‘Wat ist jongen, bende ziek’ zegt de kale man als hij het schaap heeft neergezet. In zijn handen een losgekomen pluk wol.
‘Zo even kijken wat er aan de hand is’ zegt de een tegen de ander als zij de cabine van de wagen betrekken om van het terrein af te rijden.
Even later, eenmaal aangekomen, komt puntje al snel bij paaltje en uit de mouw verschijnt het bekende aapje.
Het schaap blijkt in werkelijkheid helemaal geen schaap. Het schaap is eigenlijk een hulpeloos huppelend hertje.
Eentje die op een of andere manier het waanzinnige plan had opgevat zich voor te doen als de wolf in schaapskleren, uit het bekend verhaal. Een heus roofdier in schaapachtige attire om op zekere wijze de bedenkelijkheid van zijn bestaan te compenseren.
Eenmaal ontdaan van zijn valse vacht blijkt er nog minder van het hertje over dan voorheen. De onvermijdelijke kale plekken maken het meer dan ooit een nogal troosteloos aangezicht.
In de slotfase wordt het hertje voor zijn eigen bestwil ergens in een behoorlijk eenzaam nogal uitgestrekt veld gedropt. Overal waar hij kijkt is niets dan ongerepte vlakte. En heel ver durft hij hier niet te gaan. In de verte is de omheining in het geheel niet te spotten, en dat jaagt het hertje enkel vrees aan.
Wat als er zich schrikdaad blijkt te bevinden, of een drukke snelweg, of beide. Een omheining van schrikdraad aan een drukke snelweg. Voor het hertje bestond er niet langer ooit nog een andere optie dan tot in lengte van dagen op dit veld te verblijven om het veilig gekende gras te grazen.
Terug nabij het natuurgebied vragen de kale mannen aan elkaar: ‘heb jij de leeuw eigenlijk nog gevoerd onlangs?’ Waarop de een zegt tegen de ander: ‘ja, volgens mij een paar dagen geleden nog, kan nog wel eventjes wachten.'
En voor de leeuw is alle rust dan eindelijk weer eventjes wedergekeerd.
Voor nu.
Dit is:
HET SCHAAP
DAT
EIGEN
LIJK
GEEN
LEEUW WILDE ZIJN
Gloedvol knallend vlamt de oorsprong der alle warmte in vol ornaat illuminerend op een nagenoeg onbedekt hemeldek welke in een enkele oogopslag onmiskenbaar elk waarneembaar profilerend aangezicht in onverstoorde opgang liet excelleren op een dag waar het schijnende zijn voorlopig even geen enkele externe belemmering op wat voor manier dan ook zou laten prevaleren.
Zoveel was dan ook te zien aan de mate van blauw waar het uitgespannen bovenvlak zich deze dag mee voltrekt. Geen enkele argeloze vorm van vanzelfsprekende vaststelling tolererend, zou het vandaag onbeschaamd het volwaardig kleurrijk schouwspel ongesluierd de gehele buitenlucht laten beslaan.
Zo ook het uitbundig groen van het bevlekt begroeid benedengelegen, vanuit vogelzicht bekeken. Beide partijen verkeerden deze dag zowaar natuurlijk ongenaakbaar in volledige openbaring. Eerder was dit op een bepaalde manier mis gegaan, daar waar een kribbig geschil de oppervlakte had opgeëist, toen de een de ander had gevraagd de toon te matigen; beiden waren zij vervolgens in staat van verdoffing de mist in gegaan.
Een wederzijdse schroomvalligheid tot gevolg, maar zo niet vandaag.
Al zou niets van dit alles enig verschil maken voor de leeuw, die in het natuurgebied beneden doorgaans vredig zijn bestaan beleefde. Een eventueel delicate kruisbestuiving tussen gevloerde begroeiing tegenover prominent overtrekkend firmament had voor hem geen enkele betekenis.
Al enige tijd had de leeuw het voor hem gepaste voedsel niet meer tot zich kunnen nemen. Maar hier had hij een oplossing voor gevonden. Een ongebruikelijke voltrekking voor een statig bestiale apparitie van zijn kaliber, maar voor het tijdsbestek gegeven onverminderd effectief. Het enige waar de leeuw echt waarde aan kon hechten was de serene vanzelfsprekendheid van zijn solitair bestaan.
Zolang dat behouden kon blijven kon al het secundair bijkomende hem allemaal niet zoveel schelen. En zoals bij elk nieuw ontwaken sprak hij ook dit hoopvol ochtendgloren gedurende het frisse aandienen van een vers etmaal voor zichzelf de wenselijke verwachting uit dat ook dit weer een dag mocht zijn zonder gekkigheid.
Dit was gebruikelijk geworden nadat een bijzonder ongewone verstoring zich op een dag had aangediend. Een vogel was in het gebied verschenen en enige tijd had zich een voor de leeuw uitermate enerverend euvel voorgedaan. De vogel was begonnen met een zekere rotgang van boom naar boom te sjezen, waarbij de leeuw maar niet kon bevatten wat de betekenis van dit tafereel zou kunnen zijn.
Laat staan dat hij de tumultueuze gang van de vogel ook maar enigszins kon volgen. Dacht hij dat de vogel zich aan de geheel rechterzijde tussen de bladeren en takken had gepositioneerd, schoot de vogel vervolgens aan de linkerzijde omhoog, om zich met aanzienlijke snelheid weer tussen de beschutting van een ander boom te nestelen.
Voor de leeuw leek dit een eeuwigheid door te gaan en de prangende vraag hoe en wanneer de rust ooit weer zou wederkeren begon harder en harder te branden met stil verlangen. Uiteindelijk na een minuut of twintig waar dit scenario in gelijkmatige circulatie door bleef razen schoot de vogel wederom omhoog, zoals deze al ontelbare keren zo had gedaan. Maar deze keer bleef de vogel stijgen.
En met toenemende opluchting keek de leeuw toe hoe de vogel zich steeds meer tot een stip deed verschijnen. En eindelijk de uitgestrektheid van de horizon verkoos boven het spaarzame rijtje bomen wat hij zojuist enige tijd had aangedaan. De vogel verdween, de kalmte keerde weder.
Het was dit incident dat de leeuw behoedzamer had gemaakt voor alle mogelijke gevaren. Misschien kwam dezelfde vogel nog wel terug, en deed deze iets anders; wie weet kwam er wel een andere vogel, en deed deze hetzelfde. Of misschien kwam er wel iets totaal anders, tot dan toe volstrekt ondenkbaar, alles was nu mogelijk.
Bij voorkeur verkeerde de leeuw in totale rust ergens in het midden voor de centraal gelegen halve cirkelvormige begroeiing waar hij zijn vaste stekje had gemaakt. Hier lag hij het liefst hele dagen, zodat hij zich vredig kon onderdompelen in of zelfs vermengen met de natuurlijke ambiance van de omgeving tot een soort serene trance zijn geest overnam.
Elke kleine externe verstorende vibratie dreigde hem uit deze voor hem uitermate aangename staat van geest te halen, en was in die zin bijzonder ongewenst.
Maar ook vandaag leek het helaas onvermijdelijk te blijken. De leeuw kende exact de verschillende gradaties van gevaar aan de hand van een sonisch spoor voortslepend waar minuscule repping van takjes en blaadjes een zeer helder beeld schetsen van het niveau van dreiging momenteel aan de orde.
Er kraakten blaadjes, er knapten takjes, er braken steeltjes, er stierven zaadjes. Een vreemdsoortig gesmak kruipt nader.
Inmiddels was het beeld onmiskenbaar duidelijk: iets had zich volkomen vrij van elke subtiliteit een entering van het domein toegekend, en een heuse indringer bewoog zich nu schaamteloos binnen de omheining van wat de leeuw toch het liefste zou zien als zijn hoogstpersoonlijk privégebied.
Eventjes om de hoek gekeken zien wij de ongenode gast alvast onnozel voortstrompelen met een bizarre air over zich van ‘kijk ik ben een schaap’. Schijnbaar geheel onwetend manoeuvreerde hij zich naar het vaste stekkie van de leeuw.
Enkele stappen verder en het is zover. De leeuw en het schaap staan nu oog in oog. Enkele seconden van uiterst ongemakkelijke stilte en de leeuw spreekt: ‘wat is dit Godverdomme, wat moet dit met deze simpele boerderij kneuter, een geit of zo, wat doe je hier.’
Al hakkelend laat het schaap van zich horen in respons: ‘ik uhhh, kwam even wat doen.’
Waarop wederom seconden van stilte in ongemak volgen tot het schaap wijselijk besluit enkele stappen naar achter te zetten en zo voorlopig weer even verdwijnt achter de beschutting waarlangs hij verscheen.
Enkel in het meest uitzonderlijke geval zou de leeuw ooit spreken, het was allerminst zijn meest favoriete bezigheid.
De mate van levensgevaar waarin het schaap verkeerde lijkt voor nu nog niet in zijn gedachten te spelen. Eveneens het feit dat het een stuk verstandiger was geweest de positie van de leeuw vooraf vast te stellen voor hij zomaar het terrein binnen zou bewegen.
Want wat kwam het schaap nou eigenlijk doen. Dat kunnen we wel even uit de sluiers lichten. Om onbekende redenen had deze het plan opgevat om op de leeuw te gaan jagen. Als een soort spelletje, niet daadwerkelijk. Maar wel merkbaar, zo zou spoedig blijken.
Ongeacht de onfortuinlijke start van het geheel was het schaap nimmer de intentie toegedaan het gedoe een halt toe te roepen, en ging deze eigenlijk vrolijk verder. De trefbare locatie van de leeuw nu bekend, wist hij nu hoe de leeuw langs achteren te naderen. Doorgaans altijd al zijn geprefereerde wijze van aanpak.
En zo bewoog hij zich naar de achterzijde van de halve cirkel waartegen de leeuw zijn favoriete plekje zich bevond, om door de bosjes de leeuw te naderen waarop de voltalligheid van zijn voorgenomen intentie zich volledig zou voltrekken.
Het idee was om de leeuw als een heus roofdier, de pretenderende predator, te besluipen. Zonder dat de leeuw hier iets van zou merken. En net voor het moment waar men gewoonlijkerwijs de hals zou verscheuren zou het schaap stoppen en het resterende imaginair voortzetten, dit alles om een bepaald soort vreemde voldoening bloedig te behalen.
En zo zou het geheel zich dan ook spoedig voltrekken.
Al bij de eerste aanloop hoorde de leeuw het schaap naderen zodra deze de eerste struiken raakte. In het geheel niet op de hoogte van het feit dat zelfs wanneer hij netjes geschoren, met een minder ruw voorkomen zou trachten zo zachtjes mogelijk te handelen, dit nog steeds een onbegonnen zaak zou zijn geweest.
Maar de leeuw wilde rust, niets anders dan dat. Verder met niets of niemand iets te maken. Net als toen met de vogel besloot hij het voor nu maar te laten begaan, en wel te zien wanneer en hoe het zou eindigen.
En het schaap zou oorspronkelijk slechts eenmalig zijn plannetje in werking zetten. Maar al gauw bleek het een verslavende werking te herbergen, en het scenario voltrok zich net als toen met de vogel keer op keer.
Elke keer als het schaap vlak achter de leeuw stond, was de leeuw hier haarfijn van op de hoogte. Maar hiervan had het schaap geen enkel benul. Het leek allemaal vlotjes te lukken, dus hij zette het nog even door.
En de leeuw verliet zijn stekkie niet of nauwelijks, zoals hij het liefst verkeerde. Geen idee hebbend wat de intenties van het schaap nou eigenlijk precies inhielden, hoopte hij ook deze keer weer dat het gewoon zo snel mogelijk allemaal weer naar normaal zou wederkeren.
Tot dan op een gegeven moment dat moment kwam waar de hang naar voedsel zich te machtig manifesteerde, en de leeuw zich genoodzaakt zag naar de achterzijde van het gebied te bewegen om zichzelf op zijn spitsvondig geheel eigen wijze te voederen.
De leeuw staat op om zich voort te bewegen. Al spoedig tijdens de gang naar de voorgenomen locatie merkt hij dat iets hem volgt. Weer hoort hij het krakend potentieel krakeel dat dicht op zijn perceptie lijkt te willen verblijven.
Of hij ziet het ineens op z’n snelst van het ene bosje naar het andere bosje rennen, alsof het schaap zelf in de veronderstelling verkeert dat hij dan met zo’n snelheid over een afstand van zo’n vijf meter bewoog dat deze de gangbare waarneming overstijgt.
Eenmaal aangekomen in de bebossing begint de leeuw met zijn uitzonderlijke voedingspatroon, en al gauw treffen hij en het schaap elkaar een tweede keer oog in oog, haast tand om tand, wanneer de leeuw met zijn geslepen gebit de bladeren van de struiken afscheurt en hij ineens het schaap treft op het moment dat hij met zijn bek vol bladeren rakelings langs de hals van het schaap beweegt.
Ook nu zeggen beide weer niets.
Ook nu besluit de leeuw het schaap te negeren, eenmaal zijn maag voldaan aan de bladeren gaat hij terug naar zijn plek. Om ook nu nog altijd het dribbelend getrippel waar te nemen dat onbesuisd bezijden zijn sporen verblijft.
Eenmaal terug op zijn stekkie zet het schaap onverstoord zijn ritueel van besluiping gemengd met buitensporige fantasie denkbeelden door.
We zijn nu zo’n vijftien dagen, een week of twee verder. En de leeuw is de wanhoop nabij. Hij heeft geduldig afgewacht maar het wil maar niet stoppen, het schaap wil maar niet vertrekken en zijn onbevattelijke activiteiten staken.
Het is nu dat de leeuw het besluit neemt dat hij datgeen zal doen wat hij al die tijd heeft getracht te vermijden. De wanhoop is hem werkelijk nabij, tranen wellen haast op in zijn ogen. Nog één enkele keer dat het schaap hem van achter besluipt en hij zal het schaap doden, exact zoals het schaap al die tijd had gedroomd de leeuw te doden.
Eigenlijk vies van het schaap op elk mogelijke manier, en vreemd genoeg niet beschikkend over het natuurlijke karakter ooit iets of iemand te doden zal hij voor deze ene keer uit pure noodzaak dan eindelijk buiten zijn comfortabel gekende zelf treden en naar anticipatie binnen een tijdsbestek van luttele seconden de aanval richting achterwaarts in gang zetten en het schaap met een ferme beet in de halsslagaders zo snel en pijnloos mogelijk buitenspel zetten, binnen nog enkele seconden zou hij vervolgens zijn vaste plek hernemen en eindelijk na ogenschijnlijk eindeloze tijd zou de rust weer wederkeren in het gebied dat hij in gevoel van gezegendheid zijn thuis noemde.
En dan.
Het schaap nadert de leeuw illusionair ongemerkt nog een laatste keer, hij verstoort de eerste takjes en blaadjes in zijn laatste en gekende gang van zaken.
Wanneer twee handen plots zijn lijf vastgrijpen.
Twee kale mannen in een afgetrapte combi zijn in de tussentijd het terrein opgereden, beide in beige jas en vuile grijzige broek, verdacht identiek. Zou zomaar een eeneiige tweeling kunnen zijn.
‘Deze is wel heel erg verdwaald’ zeggen ze tegen elkaar.
‘Hoe komt een schaap nou weer hier verzeild.’
Een van de kale mannen tilt hem op en verstijfd wordt het schaap in de laadruimte van de combi getild.
‘Wat ist jongen, bende ziek’ zegt de kale man als hij het schaap heeft neergezet. In zijn handen een losgekomen pluk wol.
‘Zo even kijken wat er aan de hand is’ zegt de een tegen de ander als zij de cabine van de wagen betrekken om van het terrein af te rijden.
Even later, eenmaal aangekomen, komt puntje al snel bij paaltje en uit de mouw verschijnt het bekende aapje.
Het schaap blijkt in werkelijkheid helemaal geen schaap. Het schaap is eigenlijk een hulpeloos huppelend hertje.
Eentje die op een of andere manier het waanzinnige plan had opgevat zich voor te doen als de wolf in schaapskleren, uit het bekend verhaal. Een heus roofdier in schaapachtige attire om op zekere wijze de bedenkelijkheid van zijn bestaan te compenseren.
Eenmaal ontdaan van zijn valse vacht blijkt er nog minder van het hertje over dan voorheen. De onvermijdelijke kale plekken maken het meer dan ooit een nogal troosteloos aangezicht.
In de slotfase wordt het hertje voor zijn eigen bestwil ergens in een behoorlijk eenzaam nogal uitgestrekt veld gedropt. Overal waar hij kijkt is niets dan ongerepte vlakte. En heel ver durft hij hier niet te gaan. In de verte is de omheining in het geheel niet te spotten, en dat jaagt het hertje enkel vrees aan.
Wat als er zich schrikdaad blijkt te bevinden, of een drukke snelweg, of beide. Een omheining van schrikdraad aan een drukke snelweg. Voor het hertje bestond er niet langer ooit nog een andere optie dan tot in lengte van dagen op dit veld te verblijven om het veilig gekende gras te grazen.
Terug nabij het natuurgebied vragen de kale mannen aan elkaar: ‘heb jij de leeuw eigenlijk nog gevoerd onlangs?’ Waarop de een zegt tegen de ander: ‘ja, volgens mij een paar dagen geleden nog, kan nog wel eventjes wachten.'
En voor de leeuw is alle rust dan eindelijk weer eventjes wedergekeerd.
Voor nu.
1
psyche (crew)
geplaatst: 27 september, 12:25 uur
Dat is heel iets anders Snuifdoos met een opmerkelijke stijl wat betreft woordgebruik.
Dit kan ik volgen, wat ik met je andere werk moeilijk vind. Fijn slot zo
Dit kan ik volgen, wat ik met je andere werk moeilijk vind. Fijn slot zo

3
geplaatst: 27 september, 13:27 uur
De deuren naar het oneindige (8)
De wereld die wij achterlaten. Een paar jaar geleden maakte ik zelf een filmpje van een plastic zak die op de Piramide van Cheops was gewaaid. Het beeld maakte me droevig. De farao's lieten in hun korte tijd op aarde monumentale bouwwerken achter die de tijd doorstonden. Meer recente generaties laten overal sporen achter van wat wij niet meer nodig hebben. Overal afval. Plastic in de oceanen. Een ongezonde ophoping van gevaarlijke stoffen en de bijbehorende milieuschade. De meeste gebruiksobjecten zijn gemaakt om snel weer vervangen te worden, zonder daarbij oog te hebben voor de toekomst. Een levenshouding die drukt op onze gezondheid én de staat van de wereld.
En toch zijn er mensen die afval gebruiken om iets nieuws te creëren. Zoals de 'zabaleen' (in het Arabisch: afvalverzamelaars) die overal in Caïro vuilnis inzamelen voor een geraffineerd systeem van recycling en hergebruik. Misschien is het ooit begonnen uit bittere noodzaak. Misschien is het ook imperfect in de uitvoer. Maar het is te makkelijk om hun werk- en leefomgeving in Manshiyat Naser neer te zetten als alleen maar vies of primitief. Zij hebben namelijk óók een bijzonder systeem van recycling opgezet dat, nog voor klimaatverandering zo'n groot agendapunt werd, inzet op afvalverwerking als levensfilosofie. Niet het afbreken van de wereld, maar iets nieuws eraan toevoegen door het oude te vermengen met het nieuwe. Op hun eigen manier hebben ze de deuren naar het oneindige opengezet.
De labyrinthische tocht langs afvalhopen en vuilniswagens leidt naar een plek van bezinning. Het grotklooster van St. Simon "The Tanner" Monastery kijkt uit over het drukke gewoel van de Zabaleen. Naar verluidt gaan zij dag en nacht door met hun werkzaamheden. De kerk is uitgehouwen uit de rotsen en bevat Bijbelse gravures om de kerkelijke verhalen te vertellen. Het wonderlijke is dat je op die plek het gevoel krijgt van een omgeving met een lange geschiedenis, maar de grotkerk werd feitelijk pas in de jaren zeventig gebouwd. Zo recent voelt het niet als je daar rondloopt.
De Koptische gemeenschap laat schitterende kloosters en kerken achter voor de eigen gelovigen. De grotkerk is hierop geen uitzondering, zoals de materialen van de berg zijn verwerkt om een eenheid te creëeren tussen de omgeving zelf en een geloofsplek. Ik weet te weinig over de Koptische geloofsleer om hier dieper op in te gaan, maar voor mij als leek past deze rotskerk goed bij de filosofie van de zabaleen. Het hergebruiken van bestaand materiaal om iets nieuws te scheppen dat blijft voortbestaan. Gebruiksvoorwerpen hebben van zichzelf een waarde en dienen niet zomaar terzijde geschoven te worden. We kunnen er allemaal wat van leren.
In het hart van Manshiyat Naser zou ik de herinnering terugvinden aan een gestorven vriendin.
Wordt vervolgd
De wereld die wij achterlaten. Een paar jaar geleden maakte ik zelf een filmpje van een plastic zak die op de Piramide van Cheops was gewaaid. Het beeld maakte me droevig. De farao's lieten in hun korte tijd op aarde monumentale bouwwerken achter die de tijd doorstonden. Meer recente generaties laten overal sporen achter van wat wij niet meer nodig hebben. Overal afval. Plastic in de oceanen. Een ongezonde ophoping van gevaarlijke stoffen en de bijbehorende milieuschade. De meeste gebruiksobjecten zijn gemaakt om snel weer vervangen te worden, zonder daarbij oog te hebben voor de toekomst. Een levenshouding die drukt op onze gezondheid én de staat van de wereld.
En toch zijn er mensen die afval gebruiken om iets nieuws te creëren. Zoals de 'zabaleen' (in het Arabisch: afvalverzamelaars) die overal in Caïro vuilnis inzamelen voor een geraffineerd systeem van recycling en hergebruik. Misschien is het ooit begonnen uit bittere noodzaak. Misschien is het ook imperfect in de uitvoer. Maar het is te makkelijk om hun werk- en leefomgeving in Manshiyat Naser neer te zetten als alleen maar vies of primitief. Zij hebben namelijk óók een bijzonder systeem van recycling opgezet dat, nog voor klimaatverandering zo'n groot agendapunt werd, inzet op afvalverwerking als levensfilosofie. Niet het afbreken van de wereld, maar iets nieuws eraan toevoegen door het oude te vermengen met het nieuwe. Op hun eigen manier hebben ze de deuren naar het oneindige opengezet.
De labyrinthische tocht langs afvalhopen en vuilniswagens leidt naar een plek van bezinning. Het grotklooster van St. Simon "The Tanner" Monastery kijkt uit over het drukke gewoel van de Zabaleen. Naar verluidt gaan zij dag en nacht door met hun werkzaamheden. De kerk is uitgehouwen uit de rotsen en bevat Bijbelse gravures om de kerkelijke verhalen te vertellen. Het wonderlijke is dat je op die plek het gevoel krijgt van een omgeving met een lange geschiedenis, maar de grotkerk werd feitelijk pas in de jaren zeventig gebouwd. Zo recent voelt het niet als je daar rondloopt.
De Koptische gemeenschap laat schitterende kloosters en kerken achter voor de eigen gelovigen. De grotkerk is hierop geen uitzondering, zoals de materialen van de berg zijn verwerkt om een eenheid te creëeren tussen de omgeving zelf en een geloofsplek. Ik weet te weinig over de Koptische geloofsleer om hier dieper op in te gaan, maar voor mij als leek past deze rotskerk goed bij de filosofie van de zabaleen. Het hergebruiken van bestaand materiaal om iets nieuws te scheppen dat blijft voortbestaan. Gebruiksvoorwerpen hebben van zichzelf een waarde en dienen niet zomaar terzijde geschoven te worden. We kunnen er allemaal wat van leren.
In het hart van Manshiyat Naser zou ik de herinnering terugvinden aan een gestorven vriendin.
Wordt vervolgd
0
geplaatst: 28 september, 09:04 uur
https://i.postimg.cc/2SWWK9hJ/42E09EB3-E11F-40F1-858B-BE031F1BAA78.jpg
Weet nog dat ik bovenstaand verhaal destijds op sociale media had geplaatst en zo’n pussy gelijk ging reageren met:
‘Vallen de drugs nog een beetje goed?’
Lange tijd hebben mensen al mijn prestaties af willen doen als bijeffecten van gebruik dus vandaar de naam Snuifdoos.
Weet nog dat ik bovenstaand verhaal destijds op sociale media had geplaatst en zo’n pussy gelijk ging reageren met:
‘Vallen de drugs nog een beetje goed?’
Lange tijd hebben mensen al mijn prestaties af willen doen als bijeffecten van gebruik dus vandaar de naam Snuifdoos.
4
geplaatst: 28 september, 12:18 uur
De deuren naar het oneindige (9)
Ze vond mijn stukjes altijd leuk. Ik hoorde van een Amerikaanse vriendin dat Astrid Eikelboom had verteld over de mooie dingen die ik schreef op Facebook. Toch heeft het nooit goed gevoeld om iets te schrijven toen ze plotseling overleed. De dood is te groot. Te persoonlijk. De nabestaanden verdienen rust om hun verlies op een eigen manier te verwerken. Ik heb het nooit gedurfd om te reflecteren op het verlies van één van de kleurrijkste mensen uit mijn leven. Tot ik in de wijk van de Zabbaleen (ín het Arabisch: afvalverzamelaars) een plek tegenkwam waar zij zelf ook is geweest. De herinnering aan haar persoon werd opnieuw tastbaar in een winkeltje waar oude spullen worden gerecycled tot nieuw materiaal.
Astrid omarmde het leven. Zij was de soort mens die in gezelschap het middelpunt vormt als een gangmaker en een grappenmaker. Iemand die alles eruit wist te halen wat erin zat, terwijl ze anderen aanstak met haar optimisme en vrolijkheid. In haar aanwezigheid tijdens onze tripjes naar Marsa Matruh werd het blauw van de Middellandse Zee nog iets helderder. De Noordzee is net zo grijs als de mensen, maar ze was het stralende middelpunt als we elkaar ontmoetten bij Kijkduin of Scheveningen. Ik heb ook bijzonder fijne herinneringen aan de momenten dat we samen zwommen in het zwembad of naar de landbouwgrond gingen.
Alles werd een feestje met Astrid erbij, zelfs als ik er eigenlijk geen zin in had. Zo herinner ik de vele keren dat mijn moeder en ik Astrid ontmoetten om samen de souks van Mansheya in Alexandrië af te struinen naar stoffen, kralen, kettingen, armbanden, kleding en andere hebbedingetjes. Ik was altijd theatraal aan het mopperen, maar van binnen had ik er plezier in. Met Astrid kon je namelijk lachen. De herinneringen aan die tijden keerden terug toen mijn moeder ons meenam naar APE (Association of the Protection of the Environment) in Mansheya Nasir. Een toeristisch winkelgebied waar je gerecyclede dingetjes van de Zabbaleen kan kopen. Shoppen. Zucht. Daar gaan we wéér!
Astrid gaf altijd bijzonder leuke cadeautjes. Dingetjes die je nergens anders kunt krijgen. Met zorg uitgezocht. Speciaal voor jou. Ze kwam terug tot leven in de stoffen kameeltjes, ankh-symbooltjes, uiltjes, wandtapijten met kleurrijke taferelen, tasjes, portemonnees en andere gebruiksvoorwerpen. Zelfs geborduurde kerstkaarten en handgemaakte boekjes om het ABC te leren aan jonge kinderen. Astrid heeft ook in dit gerecyclede paradijs rondgelopen om dingen uit te zoeken voor de mensen die zij liefhad. Alles even schattig in de kleurrijke potpourri van verschillende kleuren, stijlen en onderdelen. Zo kleurrijk als Astrid zelf.
Onder de winkeltjes was ook nog een werkruimte waar vrouwen waren om objecten te maken voor de verkoop. Allemaal handwerk. Het oude en het nieuwe blijven naast elkaar bestaan. Niks of niemand gaat écht verloren.
Wordt vervolgd
Ze vond mijn stukjes altijd leuk. Ik hoorde van een Amerikaanse vriendin dat Astrid Eikelboom had verteld over de mooie dingen die ik schreef op Facebook. Toch heeft het nooit goed gevoeld om iets te schrijven toen ze plotseling overleed. De dood is te groot. Te persoonlijk. De nabestaanden verdienen rust om hun verlies op een eigen manier te verwerken. Ik heb het nooit gedurfd om te reflecteren op het verlies van één van de kleurrijkste mensen uit mijn leven. Tot ik in de wijk van de Zabbaleen (ín het Arabisch: afvalverzamelaars) een plek tegenkwam waar zij zelf ook is geweest. De herinnering aan haar persoon werd opnieuw tastbaar in een winkeltje waar oude spullen worden gerecycled tot nieuw materiaal.
Astrid omarmde het leven. Zij was de soort mens die in gezelschap het middelpunt vormt als een gangmaker en een grappenmaker. Iemand die alles eruit wist te halen wat erin zat, terwijl ze anderen aanstak met haar optimisme en vrolijkheid. In haar aanwezigheid tijdens onze tripjes naar Marsa Matruh werd het blauw van de Middellandse Zee nog iets helderder. De Noordzee is net zo grijs als de mensen, maar ze was het stralende middelpunt als we elkaar ontmoetten bij Kijkduin of Scheveningen. Ik heb ook bijzonder fijne herinneringen aan de momenten dat we samen zwommen in het zwembad of naar de landbouwgrond gingen.
Alles werd een feestje met Astrid erbij, zelfs als ik er eigenlijk geen zin in had. Zo herinner ik de vele keren dat mijn moeder en ik Astrid ontmoetten om samen de souks van Mansheya in Alexandrië af te struinen naar stoffen, kralen, kettingen, armbanden, kleding en andere hebbedingetjes. Ik was altijd theatraal aan het mopperen, maar van binnen had ik er plezier in. Met Astrid kon je namelijk lachen. De herinneringen aan die tijden keerden terug toen mijn moeder ons meenam naar APE (Association of the Protection of the Environment) in Mansheya Nasir. Een toeristisch winkelgebied waar je gerecyclede dingetjes van de Zabbaleen kan kopen. Shoppen. Zucht. Daar gaan we wéér!
Astrid gaf altijd bijzonder leuke cadeautjes. Dingetjes die je nergens anders kunt krijgen. Met zorg uitgezocht. Speciaal voor jou. Ze kwam terug tot leven in de stoffen kameeltjes, ankh-symbooltjes, uiltjes, wandtapijten met kleurrijke taferelen, tasjes, portemonnees en andere gebruiksvoorwerpen. Zelfs geborduurde kerstkaarten en handgemaakte boekjes om het ABC te leren aan jonge kinderen. Astrid heeft ook in dit gerecyclede paradijs rondgelopen om dingen uit te zoeken voor de mensen die zij liefhad. Alles even schattig in de kleurrijke potpourri van verschillende kleuren, stijlen en onderdelen. Zo kleurrijk als Astrid zelf.
Onder de winkeltjes was ook nog een werkruimte waar vrouwen waren om objecten te maken voor de verkoop. Allemaal handwerk. Het oude en het nieuwe blijven naast elkaar bestaan. Niks of niemand gaat écht verloren.
Wordt vervolgd
2
geplaatst: 29 september, 07:17 uur
De deuren naar het oneindige (10)
Als een moskee geen moskee meer is. In de Nasir al Molkmoskee in het Iraanse Shiraz ging een meneer in korte broek in discussie met een Mollah. De toerist werd erop gewezen dat zijn kledingkeuze niet geschikt was voor een heilige plek. Ik wist meteen dat het een Nederlander was. Welk ander volk zou in discussie gaan over het recht om te dragen wat je zelf wil, zelfs op een heilige plek? Onze Iraanse gastheer was verbouwereerd over zoveel onbeschaamdheid. Hoe bestond het!?
Ik vertelde het verhaal over de Nederlandse arts in korte broek aan mijn Egyptische stiefvader. Eigenlijk wel in de verwachting dat hij mijn cynisme zou delen. Maar zijn reactie was onverwacht, want hij zei: 'Moest je betalen om de moskee binnen te komen, Kaj?' Ik zei he. van wel. 'Dan is het geen moskee, maar een bezienswaardigheid.' En daarmee basta. Ik moest denken aan die Nederlandse arts toen ik zelf de Citadel van Saladin bezocht in Caïro. (Ook in korte broek trouwens, maar dat terzijde.)
Na betaling van een relatief hoge toegangsprijs liep ik naar binnen. Bij de Moskee van Mohammed Ali brulde iemand 'money, money, money' naar mij. Verschrikt keek ik op naar iemand die plastic voetbeschermers verkocht om met je schoenen de moskee in te lopen. Iets knapte er in mij. De toon. Het feit dat ik net entree had betaald. Ik brulde terug dat ze geen geld meer van mij kregen en ik liep stoïcijns door. Later hoorde ik dat Dimitri alsnog wat extra ponden heeft toegeschoven om mijn verzetsdaad af te kopen.
De Islam is natuurlijk ook niet weg te denken uit Egypte. Naast de faraonische grootsheid en de rijke Koptische geschiedenis. Met haar prachtige architectuur dwingt de Moskee van Mohammed Ali tot nederigheid. Op die heilige plek was het een wonderlijke samenkomst van toeristen en gelovigen. Zo stonden er twee jonge Chinese influencers in korte minirokjes zichzelf te livestreamen onder de overweldigend mooie kroonluchter.
De oproep tot het gebed klonk. Achter een aantal pilaren lag een tapijt om de moskee te gebruiken voor diens oorspronkelijke functie: bidden. Onze Mahmoud zocht een geschikt plekje om zijn geloofsritueel uit te voeren. Hij knielde neer richting Mekka. Ik vroeg hem later of het hem niet stoorde dat de toeristen zich niet aan de regels hielden, maar het kon hem niet deren. Het blijft toch uiteindelijk een ontzagwekkende plek om het gebed uit te voeren. De Chinese influencers waren nog steeds bezig met hun livestream.
De Moskee van Mohammed Ali zal gelovigen en ongelovigen overleven. We komen elkaar tegen tussen de muren van een ver en roemrijk verleden. De schoonheid ervan haalt verschillende dingen in ons naar boven.
Wordt vervolgd
Als een moskee geen moskee meer is. In de Nasir al Molkmoskee in het Iraanse Shiraz ging een meneer in korte broek in discussie met een Mollah. De toerist werd erop gewezen dat zijn kledingkeuze niet geschikt was voor een heilige plek. Ik wist meteen dat het een Nederlander was. Welk ander volk zou in discussie gaan over het recht om te dragen wat je zelf wil, zelfs op een heilige plek? Onze Iraanse gastheer was verbouwereerd over zoveel onbeschaamdheid. Hoe bestond het!?
Ik vertelde het verhaal over de Nederlandse arts in korte broek aan mijn Egyptische stiefvader. Eigenlijk wel in de verwachting dat hij mijn cynisme zou delen. Maar zijn reactie was onverwacht, want hij zei: 'Moest je betalen om de moskee binnen te komen, Kaj?' Ik zei he. van wel. 'Dan is het geen moskee, maar een bezienswaardigheid.' En daarmee basta. Ik moest denken aan die Nederlandse arts toen ik zelf de Citadel van Saladin bezocht in Caïro. (Ook in korte broek trouwens, maar dat terzijde.)
Na betaling van een relatief hoge toegangsprijs liep ik naar binnen. Bij de Moskee van Mohammed Ali brulde iemand 'money, money, money' naar mij. Verschrikt keek ik op naar iemand die plastic voetbeschermers verkocht om met je schoenen de moskee in te lopen. Iets knapte er in mij. De toon. Het feit dat ik net entree had betaald. Ik brulde terug dat ze geen geld meer van mij kregen en ik liep stoïcijns door. Later hoorde ik dat Dimitri alsnog wat extra ponden heeft toegeschoven om mijn verzetsdaad af te kopen.
De Islam is natuurlijk ook niet weg te denken uit Egypte. Naast de faraonische grootsheid en de rijke Koptische geschiedenis. Met haar prachtige architectuur dwingt de Moskee van Mohammed Ali tot nederigheid. Op die heilige plek was het een wonderlijke samenkomst van toeristen en gelovigen. Zo stonden er twee jonge Chinese influencers in korte minirokjes zichzelf te livestreamen onder de overweldigend mooie kroonluchter.
De oproep tot het gebed klonk. Achter een aantal pilaren lag een tapijt om de moskee te gebruiken voor diens oorspronkelijke functie: bidden. Onze Mahmoud zocht een geschikt plekje om zijn geloofsritueel uit te voeren. Hij knielde neer richting Mekka. Ik vroeg hem later of het hem niet stoorde dat de toeristen zich niet aan de regels hielden, maar het kon hem niet deren. Het blijft toch uiteindelijk een ontzagwekkende plek om het gebed uit te voeren. De Chinese influencers waren nog steeds bezig met hun livestream.
De Moskee van Mohammed Ali zal gelovigen en ongelovigen overleven. We komen elkaar tegen tussen de muren van een ver en roemrijk verleden. De schoonheid ervan haalt verschillende dingen in ons naar boven.
Wordt vervolgd
* denotes required fields.
