Het Monster in de Huiskamer: Een Analyse van het Weinreb-rapport en over A.J. van der Leeuw, Mr D. Giltay Veth, Dr L. de Jong, Mr I.E. Hes, W.F. Hermans en Vele Anderen - Aad Nuis (1979)
Nederlands
Politiek
93 pagina's
Eerste druk: Meulenhoff,
Amsterdam (Nederland)
Gedurende de jaren zestig en zeventig hield Nuis zich samen met zijn toenmalige echtgenote, de schrijfster-journaliste Renate Rubinstein, bezig met de Weinreb-affaire. Tijdens de oorlog zou de Joodse econoom Friedrich Weinreb ervoor hebben gezorgd dat diverse Joden (voorlopig) niet op transport zouden worden gesteld naar de Duitse concentratie- en vernietigingskampen. Na de oorlog ontstond hier twijfel over en werd hij door de Bijzondere Raad van Cassatie wegens collaboratie veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. Onder andere Nuis en Rubinstein wilden eerherstel voor Weinreb. Na aanvankelijk Weinreb het voordeel van de twijfel te hebben gegeven, raakte de schrijver Willem Frederik Hermans er steeds meer van overtuigd dat Weinreb een fantast was. Hermans keerde zich, met de Joodse classica en publiciste Henriëtte Boas, tegen Nuis en Rubinstein en leverde harde kritiek op het echtpaar, hetgeen tot een heftige en jarenlang durende pennenstrijd leidde. Een rapport van het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, dat na zes jaar onderzoek in 1976 op last van de Minister van Justitie was verschenen, gaf Hermans en Boas gelijk: Weinreb had in de oorlog gecollaboreerd met de Duitsers en was terecht veroordeeld. In zijn boek 'Het monster in de huiskamer' van 1979 bleef Nuis niettemin bij zijn standpunt, in 2002 bijgevallen door René Marres, in de monografie 'Frederik Weinreb, verzetsman en groot schrijver'. Volgens de auteur had Weinreb vrijgesproken moeten worden.
