menu
poster

Existenzphilosophie - Karl Jaspers (1938)

Alternatieve titel: Drei Vorlesungen Gehalten am Freien Deutschen Hochstift in Frankfurt A.m., September 1937

mijn stem
4,00 (1)
1 stem

Duits
Ideeënliteratuur

86 pagina's
Eerste druk: Walter de Gruyter & Co., Leipzig (Duitsland)

'Existenzphilosophie' is zowel een discussie over de geschiedenis van de wijsbegeerte, als ook een uiteenzetting van Karl Jaspers' eigen filosofische systeem, dat vaak wordt gezien als een vorm van existentialisme. Hij bracht concepten naar voren zoals bestaan ​​in een minimale en oppervlakkige staat van het zijn. Sleutelbegrippen hierbij zijn 'dasein' 'existenz', een staat van authentiek waar zijn, en hun relatie met het 'omvattende', een ongrijpbare entiteit dat vaak wordt begrepen als de totaliteit van bewustzijn, de wereld zelf en andere vormen van bepaalde objecten.

zoeken in:
avatar van misterfool
4,0
Een interessant en relatief toegankelijk boek van Karl Jaspers. Hij betoogt dat filosofen een neiging hebben om op basis van hun bestaan een ‘rationele’ theorie over de essentie van het universum te formuleren. De alomvattende natuur van het universum betekent echter dat elk verklarend, ratio-gedreven systeem slechts een extrapolatie vormt van hun/ons bestaan. Kierkegaard en Nietzsche zijn afwijkend omdat zij niet zo’n extrapolatie maken. Zij vroegen door, zelfs toen bleek dat elk verklarend systeem niet (volledig) rationeel is.

Dat onze ratio niks kan zeggen over de essentie van het universum betekent volgens Jaspers niet dat rationaliteit nutteloos is. De mens wordt geconfronteerd met een onvatbaar universum; iets dat fundamenteel anders is dan onszelf. De mens heeft namelijk de neiging om fenomenen te reduceren tot objecten. Wat rationaliteit doet, is steeds een deel van het universum incorporeren in ons bestaan: we maken een steeds groter deel (be)grijpbaar. Deze begrijpbaarheid is echter provisioneel, aangezien we steeds maar een deel van het universum (kunnen) aanschouwen en ons begrip relatief is aan hoe en wat we observeren. Derhalve is er geen essentie te ontwaren in het universum.

Ik las dit boek omdat Camus refereert aan Jaspers in De Mythe van Sisyphus. Hij parafraseert daar het bovenstaande als dat het universum onmogelijk gezien kan worden als een eenheid. Dat vind ik wel een mooie manier om het te verwoorden.

avatar
Dit lijkt al erg veel op het postmodernisme, met name op de kritiek van Emmanuel Levinas (wiens hoofdwerk Totalité et Infini uit 1961 stamt) op de 'totaliserende rationaliteit' die geen ruimte laat voor het radicaal andere, het transcendente, dat we niet kunnen vatten. Dit transcendente of oneindige (God) openbaart zich in het gelaat van de Ander: sinds Levinas is het begrip van de Ander geheel ingeburgerd tot het vervelende toe (zoals dat je als blanke geen oordeel mag vormen over zwarte mensen wier ervaring en positie immers buiten het begripsvermogen van de blanke liggen). Maar het existentialisme vormde dan ook als de laatste modernistische filosofie de overgang naar het postmodernisme (structuralisme en poststructuralisme) (zoals in de kunst en literatuur het surrealisme de laatste modernistische stroming was voordat het postmodernisme met onder meer het magisch realisme opkwam). Levinas' denken is ook ontwikkeld uit dat van Heidegger die de belangrijkste existentialistische filosoof van de 20ste eeuw was (alleen Sartre noemde zich overigens een existentialistisch filosoof; Jaspers noemde zich ter onderscheid een existentiefilosoof).

In ieder geval, zoals de literatuur jou wellicht tot de filosofie voerde, was de kennismaking met het filoosfisch postmodernisme voor mij de aanleiding om eens wat literaire klassiekers te lezen: postmodernisme is in hoge mate literatuurkritiek want juist vanwege de onmacht van de rede (de filosofie) om de werkelijkheid te vatten verwijzen veel postmoderne filosofen naar literatuur omdat die zich als het ware van nature weinig aantrekt van de grenzen die onze rationaliteit of begripsvermogen stelt. Dat wilde ik wel eens zien...

avatar van misterfool
4,0
In de wetenschap toonden mensen als Gödel en Turing bovendien aan dat niet elk probleem wiskundig oplosbaar is. Een natuurkundige als Everett poneerde daarnaast een serieuze hypothese dat we in een "universum' (in de natuurkundige betekenis van het woord; niet als synoniem voor het alomvattende) te midden van oneindig veel universums leven. De 20ste eeuw kan dan ook gezien worden als een tijdperk waarin, ondanks (modernistisch) verzet tegen de onkenbaarheid en disharmonische natuur van de realiteit, deze steeds meer als een gegeven is geaccepteerd (post-modernisme). Al is de drang tot het uniformeren (gelukkig) nooit helemaal weggegaan; gegeven de zoektocht naar een theorie van het alles die de natuurkundige krachten vat in één formule (wil de echte Maxwell opstaan, alsjeblieft).

Ik heb te weinig van de post-modernistische denkers gelezen om te beoordelen in hoeverre ik het met hen eens ben. Ik kan er echter wel deels in mee gaan dat de werkelijkheid kan worden geïntrepreteerd als een collectie narratieven; zeker als je kijkt naar de periferie van de ratio. (Solaris van Stanisław Lem laat dit ook mooi zien). Waar ik meer moeite mee heb, is dat er geen ordening aangebracht kan worden in deze narratieven en dat geen enkele narratief gefalsifiseerd kan worden. Er bestaan 'oneindig' veel theoriën en intepretaties over wat zwaartekracht precies is; ,maar in elk van die theorieën behoor ik te pletter te slaan indien ik van 20-hoog uit een wolkenkrabber stap.

Ik denk dat inderdaad literatuur het laatste zetje gaf om mij wat meer te verdiepen in de filosofie.
Zeker met schrijvers als Dostojevski en Camus die een brok filosofie incorpereren in hun werk. Daarnaast worden in een woelig, gepolariseerd tijdperk discussies al snel een strijd tussen verschillende filosofische interpretaties en axioma's. Dan helpt het wel om iets van filosofie te weten.

avatar
misterfool schreef:
Ik las dit boek omdat Camus refereert aan Jaspers in De Mythe van Sisyphus. Hij parafraseert daar het bovenstaande als dat het universum onmogelijk gezien kan worden als een eenheid. Dat vind ik wel een mooie manier om het te verwoorden.


Ik heb inmiddels Camus' De myte van Sisyfus aangeschaft (de vertaling is denk ik van 1962 en de vertaler koos voor een progressieve spelling van de woorden...). Te zijner tijd zal ik een uitgebreid commentaar op dit bijzonder leuk werkje van Camus publiceren maar naar aanleiding van wat je schrijft alvast het volgende.

Dat over de eenheid zou ik niet aan Camus koppelen: het is het centrale thema van de filosofiegeschiedenis en Camus kan heel goed de kern benoemen zoals dat de mens een diep verlangen heeft naar eenheid (dat al sinds Plato (eigenlijk: Parmenides) synoniem is met begrip) dat zich in ethisch opzicht vertaalt als verlangen naar verzoening met de kosmos of God waar alle religies om draaien. Camus' verhandeling doet me vooral aan Hegel denken die het project van het tot stand brengen van de eenheid en verzoening heeft volbracht, zodat alle filosofen na Hegel drie keuzes hebben: a) de filosofie is door Hegel voltooid b) er ontbreekt nog iets (bv. Marx) c) Hegel had het mis en de eenheid komt nooit tot stand (bv. Nietzsche). Met name Nietzsche is een belangrijk denker die Hegels systeem als het ware heeft gedeconstrueerd en voor Camus is die uitkomst - alles ligt in duigen - het uitgangspunt van het essay.

Camus wordt wel tot de existentiefilosofen gerekend maar hij gaat heftig tekeer tegen de hele existentiefilosofie waarvan hij Jaspers versie daar bovenop een 'karikatuur' noemt. Camus verwijt de existentiefilosofen een "filosofische zelfmoord": in plaats van onder ogen te zien dat de rede en de wereld niet overeenstemmen (die tegenspraak is het absurde) zoeken ze een uitvlucht en vermoorden ze de rede. Wat de existentiefilosofie in wezen zegt is: dat de werkelijkheid onbegrijpelijk is, bewijst het bestaan van het transcendente (God) (omgekeerd is God datgene wat we niet begrijpen dus het absurde). Zo ook halen zij hoop uit het tegendeel van de hoop, dat is de dood die alle inspanningen tevergeefs maakt. Maar dat is geen deugdelijke logica (dat de werkelijkheid onbegrijpelijk is bewijst niets): het is een sprong (zoals reeds bij Kierkegaard) en een vernietiging van de filosofie omdat het de rede - het verlangen om te begrijpen - wil onderdrukken om zich met het absurde te verzoenen. Camus noemt existentiefilosofen mystici die een hoop forceren die religieus is (en dat de esistentiefilosofen wanhopig een oplossing zoeken om alsnog eenheid en hoop te vinden maakt ze weer typisch modern en nog niet postmodern). Camus benadrukt de simpele maar eerlijke logica dat de ervaring van het absurde (de onmogelijkheid van verzoening) elke verzoening tussen de mens en de wereld uitsluit.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 13:03 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 13:03 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.