Engleby valt moeilijk in een hokje te plaatsen. Dat is meteen de grootste verdienste van het boek. Door tegelijkertijd een misdaadroman te zijn als een psychologisch, filosofisch, maatschappijkritisch en humoristisch boek, verveelt Engleby nooit.
Mike Engleby vertelt zelf over zijn leven, van zijn jeugdjaren in de jaren zestig in een internaat, waar hij gepest werd, tot het jaar 2006. Tussendoor heeft hij het vooral over zijn studententijd begin jaren zeventig aan een universiteit. Hij wordt er verliefd op een meisje, Jennifer Arkland, maar zij verdwijnt op een dag spoorloos. Na zijn studies raakt hij aan de bak als journalist.
Engleby komt wat moeilijk op gang, maar wordt alsmaar beter naarmate het boek vordert. Het interessante aan deze roman is dat we Mike Engleby enkel kennen zoals hij zichzelf beschrijft: een intelligente kerel met een fenomenaal geheugen, die altijd alles beter weet en er opmerkelijke ideeën op na houdt over allerlei onderwerpen. Naar het einde van het boek toe komen we te weten hoe anderen hem zien, wat ons een totaal ander beeld geeft van wat we tevoren allemaal gelezen hebben. Ook wordt duidelijk dat Engleby sommige gebeurtenissen 'vergeet' te vertellen.
Engleby is een rijke, knap geconstrueerde roman die spannend is zonder echt een thriller te zijn. Dat Sebastian Faulks een knap schrijver is, blijkt onder meer door de dagboeknotities van Jennifer Arkland, waarin hij het pompeuze en emotionele taalgebruik van een jong universiteitsmeisje overtuigend weet te imiteren.
Ik had nog nooit van Sebastian Faulks gehoord, maar hij blijkt al een hele poos als schrijver actief te zijn. Een van zijn eerdere roman, Charlotte Gray, werd zelfs verfilmd. Dus ik ga binnenkort zeker eens eerder werk van hem lezen.