Bezemer is geen communist. Van hem mag je veel geld verdienen, zelfs tegen een lage belasting, zolang je het daarna maar direct uitgeeft. Anders betaal je fors vermogensbelasting. En ga je dood of schenk je het weg, dan komt de Belastingdienst wel langs om een fors deel van je erfenis op te eisen. Buffereconomie slaat dus niet per se op economische buffers zodat je een klap kunt opvangen, maar op maatschappelijke buffers, betaald door afroming van vermogens. Nu zit te veel geld in vermogen aldus Bezemer en voegt niets toe, maar zou in bedrijven moeten blijven om gebruikt te worden voor lonen en investeringen. Maar het wordt mij niet duidelijk of ze kapitaal moeten aanhouden of juist uitgeven. Het lijkt soms dat Bezemer dat tweede wil, maar evengoed heb je dan een probleem bij economische terugval. En dat veel vermogen ook bedoeld is voor de gewone man (consequent Henk en Ingrid genoemd) in bijvoorbeeld pensioenen, dat noemt hij natuurlijk nergens letterlijk. Want dat past niet echt in het plaatje. En dat uitgeven moet wel aan bepaalde zaken die duurzaam zijn en goed voor het milieu, anders heb je weer een andere crisis.
Dat is een beetje de tendens van dit boekje. Daar kun je het mee eens of niet mee eens zijn en daar beoordeel ik het boek ook niet op. Wel op heel veel zwakheden zoals hierboven al enkele voorbeelden gegeven.
Bezemer zegt nu eens dat schulden en kleine financiële buffers leiden tot failliete bedrijven, maar omgekeerd zegt hij dat schulden maken de oplossing is. Hij zegt ook nog dat je soms ook meer schulden mag maken voor investeringen (waarmee de schuldratio stijgt), zolang je daarna dat meer weer inloopt. Dat Nederland dat laatste de laatste jaren (vlak voor corona) deed, dat was echter ook weer fout, want daardoor werden overheidsvoorzieningen aangetast. En zo zit dit boek vol met zulke tegenstellingen, Bezemer lult maar wat en net wat hem uitkomt. De algemene vraag of we als land allicht akkoord ermee zijn dat het ging zoals het ging, dat komt niet in hem op. En waarom zijn wereldbeeld de juiste is ook niet.
De oplossing voor hem (en wel meer mensen met zijn visie) ligt in hogere vermogensbelasting en lagere inkomstenbelasting, die zo tegen elkaar weg vallen. Dat vermogen zit vooral in stenen en aandelen en is niet zo makkelijk liquide te maken, maar daar geeft Bezemer niet om hoe dat opgelost moet worden. Voorts geeft hij aan dat de rijke mensen niet direct bang hoeven te zijn, overheden bepalen immers altijd nog hoe hoog de vermogensbelasting wordt, dat kan dus meevallen. Maar als die laag is, hoe wordt dan de verlaging van andere belasting betaald? Ook daarop komt uiteraard geen antwoord. Eén voorbeeld nog? In het vreselijke flauwe en haast karikaturale toekomstbeeld geeft hij aan dat de maximale hypotheekschuld naar 80% gaat. Een klein huisje van € 200.000 vergt dan € 40.000 eigen inleg, de hogere belastingen en OZB daarop (al eerder genoemd door Bezemer) en verdere verbouw niet meegerekend. Maar hoe moet je zo'n bedrag sparen, want dat is niet de bedoeling volgens Bezemer immers. En schenkingen? Ook niet. Ook hier geen verder antwoord. Het is één groot stuk ondoordacht wensdenken van iemand die simpelweg wil dat mensen niet meer rijk zijn, maar dan verpakt als economisch verhaal. Maar wees een vent en geef gewoon eerlijk aan wat je wil.
Verder zegt hij in het begin en middenstuk nog wel enkele interessante stukken over de economie, maar als je een beetje bekend hiermee bent voegt dit niets toe. Dat is allicht boeiend voor mensen die nieuw hier in zijn, maar zeker het tweede deel wordt dan weer vel te technisch. Het is dus ook nog eens een onevenwichtig boek als geheel. 0,5*.