Aansprekend tijdsbeeld
Het is alweer ruim 10 jaar geleden dat ik
Magdalena van Maarten ’t Hart (MtH) las. Zijn boeken bevallen me wisselend. Maar deze verhalenbundel uit 1988 was een verrassing, ik heb er veel plezier aan beleefd. Behalve de topografische proloog en – epiloog bevat ‘De steile helling’ de verhalen ‘Het paradijs’ waar MtH (geboren 1944) opgroeide en ‘De Tol’. De verhalen spelen zich rond het ‘saneringsgebied’ af: oude huisjes beneden aan een dijk en boven op de dijk. Benedendijks woonden de arme mensen, bovenop de rijken of rijkeren, in ieder geval was een standsverschil te bespeuren. Dit komt in beide verhalen terug.
Natuurlijk is ook het geloof weer rijkelijk aanwezig, dit keer op een grappige manier, bijvoorbeeld de gebeurtenissen rond de verdronken woorden Gods na een overstroming. En natuurlijk voert MtH met zijn hekel aan papen de ‘Roomsen’ op die alleen aan de rand van het dorp mochten kerken in een gebouw dat niet op een kerk mocht lijken. Een vader van een klasgenoot had een plattegrond van de stad aan de muur hangen met vlaggetjes waar de tweehonderdveertig rooms-katholieke gezinnen woonden. Want als de nood aan de man kwam en Alva weer in het land zou komen konden ze terstond de stad uit gejaagd worden.
Behalve ‘immigranten’ zoals het Brabantse Rooms-katholieke gezin waar mijn geliefde deel van uitmaakte kende Maassluis ook emigranten. Zoals een tante van MtH, tante Maartje die tijdens een vakantie vanuit Canada naar Nederland met oom Henk op Schiphol landde. Toen tante Maartje nogal verwilderd en op blote voeten het vliegtuig uitkwam rende ze weg over het beton richting startbaan. Ze werd voor het oog van heftig wuivende familieleden nu eens driftig over het gras rennend, dan weer midden op de startbaan door grondpersoneel overmeesterd en op een brancard linea recta naar het in Maassluis welbekende 'gekkenhuis'
Sint Joris gebracht om na de vakantie vanuit Sint Joris met oom Henk weer terug te gaan naar Canada.
Dit soort fragmenten uit de geschiedenissen van ‘Sluizers’ vond ik vooral kolderiek, het tweede verhaal ‘De tol’ leest meer als een novelle, waarin de intelligente Clazien of Ien Onderwater van beneden de dijk letterlijk en figuurlijk de dijk 'opklimt'. Wat dit haar zal brengen of juist niet sprak mij erg aan. Haar verlangens en interne worstelingen vol tegenstrijdigheden beschrijft MtH m.i. boeiend en inlevend. Hoe loopt dit af?
In de topografische epiloog beschrijft MtH plekken die verdwenen zijn en wat ervoor in de plaats kwam. Maar ook die plaatsen zijn hier en daar alweer verdwenen. Wat tot nu toe bleef zijn onder meer nog een straat huisjes onder aan de dijk en huisjes boven aan de dijk. Vlakbij het oude centrum, de grachtjes of de grote kerk te zien op de cover.
Al met al een aansprekend tijdsbeeld
4,5*