Tweede deel uit de zesdelige familiekroniek. Over zijn eigen familie.
‘Ik ontdekte in mijn eigen familie een aantal verhalen die door iedereen altijd zorgvuldig verzwegen waren. Onvervulde liefdes, overspelige verhoudingen, de kleine collaboratie in de 2de wereldoorlog. Daar wilde ik over schrijven, maar niet zolang de betrokkenen nog leefden.’
(Erik Vlaminck)
Deel 2 heet ‘Wolven huilen’ en beschrijft de geschiedenis van Liza Schrijvers en haar man Fons Huybrechts. Liza had ooit iets met Eduard, de opa van de schrijver. Fons is een halfbroer van de oma van de schrijver. In de eerste twee delen van dit boek gaat het afwisselend over hun leven in Canada en hun zware leven vlak voor, tijdens en na de tweede wereldoorlog. En krijg je antwoord op de vraag hoe het kwam dat Liza met een man die ze minachtte naar Canada vertrok.
Zoals wel vaker bij Erik Vlaminck is ook nu de man weer een sukkelaar en is de vrouw de sterke persoon. Fons was een egoïst die de haat van zijn dorpsgenoten over zich afriep doordat hij in WOII veel geld verdiende met zijn eierhandel en weigerde buurtgenoten te matsen. Fons profiteerde zo gezegd volop van de omstandigheden.
Zijn pad kruiste dat van Lisa toen hij onder moest duiken omdat hij een oproep had gehad om tewerkgesteld te worden in Duitsland. Uiteindelijk werd hij gepakt en om zijn hachie te redden verraadde hij iedereen die hij maar kon verraden.
Nadat hij zijn verradersstraf uit had gezeten kruiste zijn pad opnieuw dat van Liza. Fons had in Canada een fazantenkwekerij. Eén van zijn werkzaamheden was het blind maken van de fazanten. Dat deed hij met een soldeerbout, hij brandde het vlies van de fazantenogen weg. Honderden fazanten achter elkaar. Typerend voor Fons, een keiharde verbitterde altijd mopperende man die bang was dat ze hem nog zouden komen halen “omdat de helft van wat hij uitgespookt had nog niet bekend was” .
“Het leven van de mooie Liza Schrijvers was een leven van hunkering, onderdrukte hartstocht en verkeerde beslissingen”.
Zoals haar vlucht met Fons naar Canada.
Liza, een vrouw die pech had gehad. Veel pech. Ze leefde in harde tijden, tijden waarin je moest zien te overleven. En soms moet je dan beslissingen nemen die je niet graag neemt. En soms heb je de pech te stuiten op de domheid, de botte domheid van de mensen om je heen. En kun je niet anders dan met iemand die je eigenlijk minacht naar Canada gaan.
Een familie- annex oorlogsroman die eindigt met een onaangekondigd bezoek van Erik aan Fons en Liza. Door buurtgenoten getypeerd als “loners in the middle of nowhere”.
De altijd aanwezige ingrediënten (het gebruik van Vlaamse uitdrukkingen, de zwarte humor, het hoge tempo, de anekdotes, de levensverhalen) maken ook dit boek weer tot een aanrader.