menu

Jacht op de Inktvis - J.H. Donner (1975)

mijn stem
2,50 (1)
1 stem

Nederlands
Biografie / Cultuur

95 pagina's
Eerste druk: De Arbeiderspers, Amsterdam (Nederland)

Donner is de meest aangewezen figuur om de vele tienduizenden lezers van Mulisch voor te gaan in de krochten en riolen van diens werk, want Donner staat al jarenlang met Mulisch' boeken op en gaat ermee naar bed. Zoveel mogelijk chronologisch volgt Donner de teksten die Mulisch de laatste jaren heeft geschreven. In dit vervolg op Donners 'Mulisch, naar ik veronderstel', komen alle fasen en facetten aan de orde. Door de kwaliteit der geschrevenheid bezit het schrijven van Mulisch de hoge deugd der herleesbaarheid. Een tweede keer blijkt er iets anders te staan.

zoeken in:
avatar van Raspoetin
2,5
geplaatst:
In het vierdelige Belgische radio-evenement over Harry Mulisch (terug te luisteren op de Klara PodCast) leerde ik dat de Nederlandse schaakgrootmeester Jan Hein Donner goed bevriend was met Harry Mulisch en dat hij een drietal boeken over hem heeft geschreven.

De Jacht op de Inktvis is na Mulisch, naar Ik Veronderstel (1971) het tweede boekje dat over deze schrijver en zijn werk gaat. Het is een eigenaardig gedateerd werkje dat (niet geheel verrassend) overwegend kritiekloos is en waarin Donner ongegeneerd de genialiteit van de schrijver Mulisch bejubeld. De stijl van Donner komt nogal hoogdravend over en is niet altijd erg plezierig om te lezen, waardoor de negentig pagina’s alsnog een worsteling is om er doorheen te komen. Bovenal bespreekt hij boeken van Mulisch in de periode 1970 tot en met 1973 die althans tegenwoordig niet behoren tot het meest aansprekende werk van Mulisch, namelijk: De Verteller (1970), De Toekomst van Gisteren (1972), Het Seksuele Bolwerk (1973) en Woorden, Woorden, Woorden (1973).

De Jacht op de Inktvis is eigenlijk alleen interessant voor de Mulisch adepten die zijn hele oeuvre hebben gelezen of de ‘Donner als schrijver’ fanaat, waarvan je afvraagt hoeveel hiervan zijn.

Een enkel stuk kon nog de aandacht wekken, en wel over de polemiek tussen Mulisch en Reve in het hoofdstuk ‘De kwal en de inktvis’. Naar aanleiding van enige brieven die de ‘collega-auteur Gerard Kornelis van het Reve had gepubliceerd, vol beledigingen jegens Nederlanders van een ander ras dan het zijne, waarbij hij zich ook niet ontzag, mevrouw Mulisch-Schwarz [de moeder van] om haar joodse afkomst te smalen.’ [Deze brieven zijn wanneer ik het goed heb opgenomen in Reves werk De Taal der Liefde (1972).]

Harry Mulisch reageerde in een artikel Het Ironische van de Ironie in het tijdschrift Vrij Nederland in mei 1972. Donner schrijft hierover: ‘Hoewel de toon van dit artikel streng is (‘naar de hel met hem’) blijft het zakelijk en de persoon van de ander wordt niet aangetast. (...) Het artikel heeft ook zijn uitwerking niet gemist, want, mocht je vroeger niks kwaads over Van het Reve zeggen, tegenwoordig mag je nauwelijks meer iets goeds over hem beweren en ook zijn meest fervente ophemelaars van weleer zijn er ineens niets meer in…’

‘Beiden zijn ze schrijvers, die uitgaan van de ontdekking, dat de werkelijkheid geen zinvol verhaal bevat en aan ons geen boodschap heeft. Beiden hebben ze de reflectieve wending gemaakt op het schrijven zelf en zijn de weg van het lachen opgegaan. Maar Mulisch is de weg van het komische opgegaan, terwijl Van het Reve direct in het ironische is blijven liggen.’

In het kader van de Grote Drie van de Nederlandse literatuur levert Donner een interessant stuk literatuurkritiek over de geveinsde onwetendheid van Gerard Reve van wie hij zijn literatuur omschrijft als ‘archaïsche deurwaarderstaal’. Het is dit soort ironie, waar Mulisch’ artikel tegen gericht is. ‘Mulisch haat de ironie, want in de consequente ironie verliest een schrijver tenslotte zichzelf.’ Hij legt in niet verkeerde chemische termen de Reviaanse grappen uit als een ‘verbinding van zyklon B en lachgas’.

Donner besluit het stuk als volgt: ‘Mulisch en Van het Reve. Het blijft interessant ze met elkaar te vergelijken. Ongetwijfeld is Mulisch in talent, verstand en verbeelding veruit de meerdere. Hij reikt in gebieden, waar Van het Reve in zijn alkoof niet van gedroomd heeft. [M]aar het is niet te ontkennen dat Van het Reve wel beter verkoopt en dat hij zich ook in een onwaarschijnlijk populariteit mag verheugen in dit land, iets wat Mulisch nooit en te nimmer te beurt zal kunnen vallen, zoals hij ook zelf zeer wel weet.’

In het licht van het heden is het interessant op te merken dat dit laatste inmiddels niet meer het geval is en dat van ‘De Grote Drie’, enkel Hermans en Mulisch nog op de Nederlandse middelbare scholen worden gelezen, maar dat Reve - mede door zijn tegenwoordig onbegrepen ironie - in de vergetelheid lijkt te geraken.

Gast
geplaatst: vandaag om 10:37 uur

geplaatst: vandaag om 10:37 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.