menu
poster

Claudius the God - Robert Graves (1934)

Alternatieve titels: Claudius de God | Claudius the God and His Wife Messalina

mijn stem
4,19 (8)
8 stemmen

Engels
Historisch

575 pagina's
Eerste druk: Arthur Barker, Londen (Verenigd Koninkrijk)

Dit vervolg op 'Ik, Claudius' behandelt het leven van Claudius van 41 tot 54 na Christus, de periode waarin hij keizer was. Na de dood van Caligula roept de praetoriaanse garde hem nogal plots tot keizer uit, tegen zijn eigen wil in. Ondanks zijn fysieke beperktheden en de problemen die Claudius kent met de senaat groeit hij toch uit tot een gerespecteerd keizer.

zoeken in:
avatar van J.Ch.
4,0
Na I, Claudius kon ik niet lang wachten om het vervolg te lezen. Het eerste boek eindigde vrij abrupt met Claudius die tot zijn eigen stomme verbazing tot keizer uitgeroepen wordt. Ik wilde erg graag weten hoe hij het zou doen als keizer, en daar geeft Claudius the God gelukkig uitgebreid antwoord op. Verrassend genoeg doet Claudius het helemaal niet slecht als keizer. Na de volledige chaos onder Caligula is het haast een opluchting om te lezen dat iemand de boel weer in het gareel krijgt. Daarnaast is het natuurlijk ook fijn dat Claudius eindelijk de kans krijgt om te laten zien dat hij geen idioot is, al zijn de meeste mensen die dat beweerd hebben inmiddels niet meer in leven.

Maar eerst gaan we even terug in de tijd en horen we het verhaal van Herodes Agrippa, dat an sich ook al fascinerend is. Deze Herodes speelde een grote rol in het stabiliseren van Claudius’ troon en geeft hem de raad nooit iemand te vertrouwen – inclusief Herodes zelf. Als iemand zoiets over zichzelf zegt geeft dat al te denken. De gecompliceerde relatie tussen Herodes en Claudius is één van de sterkste punten in dit boek.

Over niemand vertrouwen gesproken… Net als Caligula in het vorige boek was Messalina een naam die ik vaag associeerde met een notoire schurk. Die reputatie maakt ze meer dan waar, en Claudius ziet het natuurlijk niet. Nu schrijft Claudius zijn memoires aan het eind van zijn leven, waardoor hij in staat is commentaar te leveren op zijn eigen blindheid voor de ontaardheid van zijn vrouw. Ik kon soms niet wachten tot het moment dat hem eindelijk de ogen zouden opengaan.

Verrassend genoeg gaat het vanaf dan bergafwaarts met Claudius. Na een aantal jaren zich intensief en succesvol met de gang van zaken in zijn rijk te hebben bemoeid, laat hij de teugels steeds meer vieren. Hij trouwt zelfs met zijn nicht Agrippinilla, wat me compleet verbijsterd zou hebben als ik het niet eerder al in de stamboom had zien staan. Met de introductie van Agrippinilla krijgt het verhaal er weer een interessant personage bij. Ze lijkt op veel manieren op haar overgrootmoeder Livia, die ook al zo’n imposant persoon was. Helaas zijn er nog maar weinig bladzijden over op dat punt in het verhaal.

Ik had liever gehad dat het verhaal zich meer had gefocust op de laatste jaren van Claudius’ leven, en bijvoorbeeld wat minder op zijn verovering van Britannië (hoewel ik het wel leuk vond om te lezen dat olifanten en kamelen daarin een grote rol speelden). Ook had ik graag wat meer over Calpurnia gelezen, de ex-prostituee die van al Claudius’ vrienden de enige lijkt te zijn die oprecht en onzelfzuchtig om hem geeft. Ze schijnt ook daadwerkelijk degene te zijn geweest die Claudius de ogen opende voor Messalina’s kwaadaardigheid. Ik had Calpurnia meer aandacht en een minder tragisch einde toegewenst.

Waar Claudius in I, Claudius voornamelijk een bijrol speelde in zijn eigen biografie, staat hij in dit vervolg meer op de voorgrond. Opvallend is dat ik ook in dit deel de hoofdstukken over anderen (met name Herodes Agrippa) vaak interessanter vond dan de hoofdstukken over Claudius zelf. Dat betekent echter niet dat ik niet een zwak heb ontwikkeld voor de manke, stotterende en eeuwig ondergewaardeerde Claudius. Met al zijn geleerdheid is hij hopeloos naïef en wereldvreemd, een verstrooide professor avant la lettre, hopeloos verstrikt in de paleisintriges. Het is niet moeilijk om te voorspellen welke kant het met hem op zal gaan. En hoewel Claudius zelf vrede lijkt te hebben met zijn naderende einde, vind ik het verdrietig om hem zo gedesillusioneerd te zien sterven. Het maakt Seneca’s parodie op zijn dood en vergoddelijking des te pijnlijker.

Robert Graves is er met zijn twee boeken over Claudius, die ik eigenlijk als twee delen van hetzelfde boek beschouw, erin geslaagd een intrigerend beeld neer te zetten van het Romeinse hof en de man die daar geheel ongewild het middelpunt van wordt. Mijn fascinatie voor alles wat Romeins is is daarmee ook flink aangewakkerd. Nu wil ik meer lezen over Julius Caesar, Augustus, Nero, Vespasianus, alles dankzij Robert Graves. Ook kijk ik er nu al naar uit om in de toekomst nog eens volop te genieten van Claudius.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 01:34 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 01:34 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.