Naema Tahir (1970°) is van 1996 tot 2006 juriste en mensenrechtenactiviste geweest. Ze werkte voor Europese ministeries van buitenlandse zaken, justitie en economische zaken en voor de Verenigde Naties. Ze was tevens juriste mensenrechten voor de Raad van Europa in Straatsburg. In 2005 debuteerde ze als schrijfster met 'Een moslima ontsluiert'. In 2006 verscheen het deels autobiografische 'Kostbaar bezit'. Nu wijdt de 'zelfverbeteraarster', zoals ze zichzelf noemt, zich volledig aan het schrijven. Haar eerste werken waren eerder esthetisch van opzet. In haar nieuwste, tevens semi-autobiografische roman 'Eenzaam heden', kiest Tahir voor het maatschappelijk geëngageerde. Naema Tahir kende een bewogen jeugd, op haar vijftiende was ze reeds vijf maal gemigreerd. In haar puberteit begon haar 'multicultuureelheid' of eerder 'cultuurloosheid' heftig te spelen. Ze voelde dat ze voor één bepaalde cultuur moest kiezen om zichzelf te helpen succesvol en gelukkig te leven. Ze werd een fundamentalistische (= terug naar de fundamenten, de bron grijpende) moslima en ging helemaal op in deze 'passie'. Door haar bewust isolement verloor ze echter zichzelf en kreeg een superioriteitsgevoel, zo hoefde ze niet meer na te denken over haar etniciteit en niet meer te participeren in de samenleving. Over de periode waarin ze worstelde met haar identiteit, tussen haar zestiende en zesentwintigste kan en wil ze niet schrijven. Ze was toen al erg begaan met het concept 'rechtvaardigheid' , wat haar stimuleerde om rechten te gaan studeren. Als moslima zocht ze naar wetten en regels en haar studies schiepen orde in haar rusteloze hoofd. Vandaag is haar ambitie na te denken over recht en over de toepassing ervan in de huidige gediversifiëerde, cosmopolitische, maar meer dan ooit gesegregeerde maatschappij, die ambitie wordt vertaald in haar boeken.
Tahir schetst in 'Eenzaam heden' op buitengewoon kleurrijke wijze het ontroerende en tragikomische verhaal van een ontheemde tiener die zich met haar intelligentie, ontwapenende brutaliteit en spitse humor staande weet te houden in een gezin waarin iedereen door te dromen het pijnlijke bestaan als migrant wil vergeten.
Tahir lijkt daarbij af te glijden in maniëristisch taalgebruik, maar naderhand merk je dat ze de ontwikkelingsfases van haar hoofdpersonage, de ik-figuur Dina, ook in haar taalgebruik volgt. Aanvankelijk is dat een kinderlijk fantasierijk taaltje, later evolueert het naar een ietwat protserig en deftig 'Engels' om te eindigen met de taal van het intelligente inzicht van een vroegrijpe veertienjarige.