menu

Lebedinyj Ctan - Marina Tsvetajeva (1957)

Alternatieve titels: Zwanenkamp | Лебединый стан | Slavische Cahiers #37

mijn stem
4,50 (1)
1 stem

Russisch
Gedichtenbundel
Politiek / Oorlog

62 pagina's
Eerste druk: G.P. Struwe, München (West-Duitsland)

‘Zwanenkamp’ bevat 59 gedichten uit de periode 1917-1921. Hoewel een aantal daarvan al bij leven van Marina Tsvetajeva in Russische tijdschriften verscheen, is het complete boek door het revolutionaire, pro Wit-Russische karakter van de gedichten pas in 1957 buiten de Sovjet-Unie uitgebracht. In haar chronologische gedichtenreeks maakt Tsvetajeva een aantal politieke en soms religieus getinte toespelingen op de feitelijke situatie in haar land. Dat kan bijvoorbeeld betrekking hebben op Aleksander Kerenski, minister van oorlog van de voorlopige regering, die een triomfantelijke rondreis door het land maakte en op 26 mei 1917 in Moskou aankwam; drie kadetten die begin juli 1917 op een militaire school werden vermoord door rebellerende soldaten; letterlijke citaten uit een toespraak in de zomer van 1917 van de opperbevelhebber van het Russische leger Kornilov, over de gebrekkige discipline binnen dat leger; of op meer symbolische zaken als het wapenschild van Moskou of nog de vergelijking tussen de heilige drie-eenheid en de Russische driekleur.

zoeken in:
avatar van Sol1
4,5
Sol1 (crew)
De gedichtenreeks ‘Zwanenkamp’ is vrijwel in chronologische volgorde geplaatst. Door één van die gedichten, opgedragen aan haar man Sergej Efron, uit die chronologische volgorde te halen en als eerste in de rij te plaatsen, maakt Marina Tsvetajeva duidelijk dat de hele verzameling aan hem is opgedragen.

Dat eerste gedicht dateert van 18 januari 1918 en beschrijft hoe Sergej Efron, als militair voor zijn vaderland opkomend, de voornaam van zijn vrouw in zijn dolk gegrift heeft staan; omdat zij de eerste en de enige in zijn grootse leven is. Op haar beurt herinnert ze zich in het gedicht de nacht met zijn heldere gezicht in een wagon vol met andere soldaten, haar wapperende haren; terwijl ze zijn epauletten in een ‘heilig kistje’ bewaart.

De gedichten van Marina Tsvetajeva zijn rijk en symbolisch, diepgaand, terwijl er met de achtergrondinformatie bij nog meer naar boven komt dan eerst al vermoed.

Marina Tsvetajeva was niet tsaargezind, maar zag in de Russische revolutie van 1917 een aanval op de cultuur en geschiedenis van Rusland; een somber voorteken voor de toekomst. Dat was de reden, waarom zij en haar man voor de kant van de Wit-Russen kozen. Nadat de regeringstroepen in oktober 1917 voor de bolsjewieken hadden gecapituleerd, kon Sergej Efron Moskou ontvluchtten door zich te kleden in het uniform van een gewoon soldaat; met daar overheen de bontjas van een arbeider. Officieren werden zonder pardon door de soldaten in de stad geëxecuteerd. Hij moest zijn epauletten wel laten verbergen...

Doorheen de bundel krijgen losse, op zich al suggestieve dichtregels een veel diepere betekenis als de juiste historische context er wordt bijgeplaatst.

Meer dan bizar in dit verband is de achtergrond bij enkele regels uit een gedicht uit maart 1919 ter nagedachtenis aan A.A. Stachovitsj, waarin onder andere wordt gesproken van ‘het zwarte rijk van het eelt van de arbeid’. Wie ten tijde van de Rode Terreur uit 1917-1923 goed verzorgde handen had, dus vermoedelijk geen arbeider was, liep serieuze risico’s. Een persoonlijke ervaring van Marina Tsvetajeva was dat enkele treinreizigers, die met dergelijke schone handen op een station in Moskou uitstapten, enkel om die reden ter plekke onder haar ogen werden geëxecuteerd. Zijzelf ontkwam aan een dergelijk lot: door haar schrijfsterschap had ze inktvlekken aan haar handen, die bovendien wat extra vuil waren, doordat ze in die tijd pijp rookte…Stachovitsj (1856-1919) was als acteur en leraar betrokken bij het Kunsttheater van Moskou, wilde niet leven in een land, waarin voor cultuur geen plaats was, en verhing zich daarom. Elders in haar werk, in deze dichtbundel zelf en in een essay in haar dagboeken, komt Marina Tsvetajeva nogmaals op de persoon Aleksej Stachovitsj terug.

Oorspronkelijke Russische uitgaven van ‘Zwanenkamp’ zijn goed voorzien van annotaties, door de schrijfster tussen de gedichten in vermeld; verder ook van toelichtingen en noten door de uitgever.

Bij een recente vertaling, als die uit 2020 van uitgeverij Pegasus te Amsterdam (tweetalig Russisch/Nederlands voor wat betreft de gedichten en hun directe annotaties van Marina Tsvetajeva, alle extra’s en toelichtingen in het Nederlands), is dat niet anders.

Dat maakt de gedichten toegankelijker voor buitenstaanders. Het geeft die buitenstaanders verder inzicht in een deel van de Russische geschiedenis en in een deel van het leven van Marina Tsevetajeva; een leven, dat niet echt prettig is geweest.

Door de symboliek van de gedichten blijft er, met of zonder toelichtingen van derden, veel over om zelf te overwegen. De inhoud van de gedichten is daarvoor ook gevarieerd genoeg: politieke, militaire, historische, religieuze, of bijvoorbeeld nog persoonlijke motieven van de dichteres komen naar voren; in verdoken of direct zichtbare vorm.

In de eerder genoemde Nederlandse vertaling van Pegasus is het rijm uit de oorspronkelijke Russische tekst losgelaten. Incidentele Franse tekstregels, in de feitelijke gedichten of als motto boven een gedicht, zijn onvertaald gebleven. Pegasus biedt als extra een uitgebreide inleiding over de dichteres en haar tijdvak.

Gast
geplaatst: vandaag om 22:26 uur

geplaatst: vandaag om 22:26 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.