menu

Gogo no Eiko - Yukio Mishima (1963)

Alternatieve titel: Een Zeeman door de Zee Verstoten

mijn stem
4,00 (23)
23 stemmen

Japans
Psychologisch

158 pagina's
Eerste druk: Kodansha, Tokyo (Japan)

De moeder van de dertienjarige jongen Noburu, een jonge weduwe die een boetiek drijft in Yokohama, krijgt een verhouding met de stuurman Riuji. Aanvankelijk is Noburu vol bewondering voor zijn aanstaande stiefvader, maar al spoedig blijkt zijn held een brave man te zijn die het goed met hem meent, het prototype van de gehate huisvader. Hij stelt Noburu teleur en zal daarvoor moeten boeten.

zoeken in:
avatar van Theunis
4,0
Een aantal jaren geleden had David Bowie op zijn website een lijst met zijn favoriete boeken geplaatst. Na zijn dood besloot ik deze lijst nog eens te raadplegen. De manier waarop hij zijn dood geregisseerd leek te hebben intrigeerde me en het kon toch niet zo zijn dat hij er nooit iets over gelezen had. Dat klopte. De lijst staat vol men boeken over de dood en vooral over manier om te sterven.

Zonder te veel te willen verklappen kan ik zeggen dat het boek één grote metafoor is voor iets waar de schrijver mee bezig moet zijn geweest. Ik wist dit pas na het lezen van het boek omdat het in het nawoord beschreven stond. De manier waarop Mishimi dit heeft gedaan is zo subtiel als zijn gebruik van metaforen in het boek. Hij is heel beeldend, strooit met wonderschone metaforen en vertelt het verhaal vanuit het gezichtspunt van moeder, zoon en stiefvader in wording waarbij je mee wordt gezogen in hun gedachtewereld. Prachtig boek.

En toch, toch is het verhaal te klein voor de volle mik. Vier sterren, desalniettemin.

avatar van eRCee
3,0
Die Mishima was nogal een rare snuiter, als ik zo vrij mag zijn: zie zijn levensloop op wikipedia. Niet echt het type waar ik bewondering voor voel en dat verklaart misschien ook waarom ik dit kwartaalboek niet meer dan aardig vind. Het leest prettig en bevat een aantal interessante elementen, maar het verhaal en de achterliggende thematiek komen enigszins geforceerd over. Meer heb ik er ook eigenlijk niet over te zeggen, het zal dus van de andere kwartaalboeklezers moeten komen.

(Is het trouwens zo dat de problematiek van straffeloze jongeren een veel voorkomend verschijnsel is in de Japanse kunsten? Ik heb die associatie in elk geval, maar kan het eigenlijk alleen staven met de geweldige film Kokuhaku.)

avatar van Donkerwoud
4,0
eRCee schreef:
(Is het trouwens zo dat de problematiek van straffeloze jongeren een veel voorkomend verschijnsel is in de Japanse kunsten? Ik heb die associatie in elk geval, maar kan het eigenlijk alleen staven met de geweldige film Kokuhaku.)


Niet een beetje óók; zowel high art als pulp zijn gevuld met rebelse jongmenschen en hun strijd tegen het autoritaire gezag. Kan zo een rits series, boeken, films en strips opnoemen met soortgelijke thematiek. In een ver verleden ooit colleges gehad over de verregaande inmenging van de yakuza (Japanse maffia) in het maatschappelijke leven. Misschien dat daar een link te leggen valt?!

Donkerwoud schreef:
(quote)


Niet een beetje óók; zowel high art als pulp zijn gevuld met rebelse jongmenschen en hun strijd tegen het autoritaire gezag. Kan zo een rits series, boeken, films en strips opnoemen met soortgelijke thematiek. In een ver verleden ooit colleges gehad over de verregaande inmenging van de yakuza (Japanse maffia) in het maatschappelijke leven. Misschien dat daar een link te leggen valt?!
Heeft het niet eerder met WOII te maken? Ik heb zelf het idee dat een hele generatie Japanners (en door overerving hun kinderen) de vooroorlogse generatie de schuld geeft (en terecht ook wel) voor de onwaarschijnlijke ellende die Japan de wereld en zichzelf heeft aangedaan. En die vooroorlogse generatie werd geleid door de vleesgeworden autoriteit (Goddelijk, ook dat nog) Hirohito. Naar mijn idee een logischer verklaring dan de Yakuza.

avatar van Donkerwoud
4,0
Dat klinkt wel plausibel inderdaad. Zeker in relatie tot deze roman van Mishima.

Al denk ik nog steeds dat de Yakuza (als sociaal fenomeen) invloedrijk is geweest op bepaalde aspecten van de naoorlogse jeugdcultuur.

avatar van eRCee
3,0
Ja, die relatie zit ook wel in andere Japanse films, zoals Love Exposure van Sono.

avatar van Donkerwoud
4,0
Het hart is zwakker dan de katana

Zoals op zoveel westerlingen heeft het geconstrueerde beeld van een mythisch Japan een onuitwisbare indruk achtergelaten in mijn jeugdjaren. Geen ridders of cowboys, maar samuráááiiiii, ninjááá en yááákúzááá. Trotse mannen met onwrikbare erecodes, strikte hiërarchieën en de mystieke sfeer van zwaardvechten tussen de bamboestronken; met op de achtergrond besneeuwde berglandschappen, bestaande uit gedetailleerde set pieces, om het artificiële gevoel van rustiek natuurschoon op te roepen. Idyllische panfluitmuziekjes op de soundtrack. Rijsthoed op, werpsterren in de aanslag. Een onbereikbare, exotische plek van eeuwenoude tradities en absurde gebruiken. Het land van de rijzende zon, waar de glorie van het eervol sterven lyrisch wordt bezongen: als het ultieme haalbare in een vergankelijk mensenleven. Waar kamikazepiloten zich dood vlogen op Pearl Harbor omdat zij zoveel liefde voelden voor keizer en vaderland. Termen als ‘sepukku’ en‘hara kiri’ (beiden een vorm van rituele zelfmoord) hebben op mij van jongs af aan een aantrekkingskracht gehad in hun volslagen absurditeit. Zo vreemd, zo…Japans?

‘The Sailor Who Fell from Grace with the Sea' (1963) is ondergedompeld in een smakelijke saus van dat soort vreemde ‘Japansheid’. Een Japan overigens dat niet bestaat, niet bestaan heeft en, buiten de kunsten, nooit zal bestaan. Toch is het juist de bizarre levensloop rond de auteur die het oeuvre een eigen charme geeft. Yukio Mishima, de auteur ervan, had namelijk een preoccupatie met zijn eigen samoerai-achtergrond. Met een rigoureus trainingsschema wist hij zijn lichaam op te pompen tot een ‘perfecte’ spierenmassa; om vervolgens, op het hoogtepunt van zijn fysieke kracht, datzelfde bodybuilderslichaam te vernietigen door sepukku te plegen. Hoe hard ik probeer om het werk los te zien van de auteur, de bizarre geschiedenis rond de auteur blijft uitnodigen om het mysterie Mishima op te lossen. Zouden er puzzelstukjes in het werk te vinden zijn die zijn waanzin, politieke daad, uitdragen van samoerai-idealen, (homoseksuele) zelfhaat, kunnen verklaren? Schijnbaar was de figuur interessant genoeg dat er zelfs een verfilming over werk en leven gemaakt is: ‘Mishima: A Life in Four Chapters’ (1985). Paul Schrader (scenarioschrijver van veel Scorsese-films) schreef het script; George Lucas produceerde het.

'The Sailor Who Fell from Grace with the Sea' draait om een Freudiaanse driehoeksverhouding tussen jonge weduwe Fusako, haar puberende tienerzoon Noburu en stoere zeebonk Riuji. Noburu begluurt zijn moeder en toekomstige stiefvader in de intimiteit van hun slaapkamer, terwijl hij probeert om menselijke driften en verlangens (opwinding, walging, affectie) te onderdrukken. De psychopathische tienerjongen blijkt onderdeel van een groep leeftijdsgenoten met extreem hardvochtige idealen over een samenleving waar mannelijkheid de norm is, waar elke vorm van 'vrouwelijke' zwakte moet worden bestreden. Meester worden over lichaam en geest; absoluut niet toegeven aan de feminisering (verwestersing?) van de moderne tijd.

Maar het narratief heeft ook een andere kant: de liefdesgeschiedenis tussen stuurman Riuji en moeder Fusako. Hun amoureuze verwikkelingen zijn van een kitscherige sentimentaliteit waar geen boeketreeksboekje tegenop kan. Ongegeneerd romantische sfeerschetsen van de onschuld en het luchtige van een liefdeskoppel dat elkaar net leert kennen. Riuji is de verliefde dwaas. Zo één die in zijn verliefdheid niet helder nadenkt en per ongeluk water op zijn blouseje spuit. In een tearjerker-momentje staat Fusako smachtend aan de kade, bezorgd over het lot van haar nieuwe liefje. Of die scène waarin de twee tortelduifjes, op een kille nieuwsjaarochtend, over het zeegezicht naar de horizon turen. Eerste zonnestralen. Pittoresk gekleurd. De enige warmte vinden zij natuurlijk in elkaars kus.

Het smakelijke aan de roman is de sardonische opzet waarmee Mishima zijn allegorie over het naoorlogse Japan verpakt in plezierige kwaliteitspulp. Rechtdoorzee van plot als een thriller, maar door de vermenging van tonen vervreemdend, bijna cartoonesk. Door het schurende samenspel van inktzwarte misantropie en mierzoete liefdes pathetiek krijgt een luchtige speelsheid; qua toon een prelude op wat regisseurs als Godard en Tarantino later zouden doen met hun geweldrijke cinema. Mishima lijkt ook zijn Oosterse en Westerse literatuur op een rij te hebben. Het werk ademt zowel de nihilistische toon van de Russische klassiekers en deperversie van Markies de Sade, maar evenzeer verwijst het naar (mij onbekende) stromingen van Japans schilder- en theaterkunst. Ook Sartre's existentialisme is niet ver verwijderd van de cynische gedachtesprongen van Noburu. Een grimmige dans tussen literatuur en filosofie van Oost en West -volstrekt artificieel aanvoelend in opzet- maar juist de gekunstelde speelsheid valt bij mij in de smaak. En dan zo'n wonderlijk verhaal om de zoveelste (in werkelijkheid) 'verdoemde schrijver'.

Gast
geplaatst: vandaag om 05:50 uur

geplaatst: vandaag om 05:50 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.