De prachtige titel deed me aanvankelijk een meer natuurfilosofisch boek verwachten waarbij de open vlakten op haast spirituele wijze zouden worden belicht, maar in plaats van een dergelijke beschrijving van de leegte, is dit een ode aan het leven dat zich afspeelt in het weidse, 'ongerepte' gebied dat Wyoming heet. En wat heeft Gretel Ehrlich een prachtige schrijfstijl om de Wyomingers en hun (verschillende) leefwijze(n) eer aan te doen. Van schaapherders tot veehouders en van rodeorijders tot resterende inheemse naburigen; ze leerde ze allemaal van dichtbij kennen en weet op aangename wijze te beschrijven hoe ze soms enerzijds zeldzaam geïsoleerd wonen van de rest van de wereld en anderzijds vrijwel altijd kunnen rekenen op hun dichtstbijzijnde buur. Maar ook hoe ze zich verhouden ten opzichte van hun (huis)dieren en de allesbepalende wetten van de natuur. Meermaals weet ze kort en krachtig weer te geven hoe het leven is en veel verbeeldingsvermogen is niet nodig om haar levensgenot te begrijpen en haar waarnemingen op prijs te stellen. Neem alleen al de volgende alinea, welke op een van de afsluitende pagina's staat:
"Autumn teaches us that fruition is also death; that ripeness is a form of decay. The willows, having stood for so long near water, begin to rust. Leaves are verbs that conjugate the seasons."
Voor dit soort observaties sla je een boek open.