Het eerste deel,
To the Strongest, bestrijkt de lotgevallen van de diverse elkaar bestrijdende partijen na de dood van
Aléxandros o Mégas (Αλέξανδρος ο Μέγας, Alexander de Grote) (10 of 11 juni 323 BCE) tot aan de dood (executie/moord) van Perdikkas (321 BCE, vóór de vergadering in Triparadeisos die in 321 BCE plaatsvond). In dit tweede deel worden de strijdende fracties gevolgd vanaf dat laatste punt tot aan eind 317 BCE. Ik ben benieuwd hoeveel delen meer Fabbri aan ‘Alexander’s Legacy’ wil wijden want de strijd van de Diadochen is volgens mij pas ten einde wanneer de verschillende belangrijkste satrapen afstand nemen van die titel en zich rond 305 BCE koning of farao gaan noemen: Κάσσανδρος Ἀντιπάτρου (Kassandros) van Makedonia, Λυσίμαχος (Lysimachus) van Thrakia en een deel van Asia, Σέλευκος Νικάτωρ (Seleukos) van het grootste deel van Alexandros’ rijk in Azië en Πτολεμαῖος Σωτήρ (Ptolemaios) in Aigyptos.
Wat ik in mijn commentaar bij het eerste deel plaatste over de schrijfwijze van namen geldt ook voor dit boek.
De naam van de historische persoon Onesikritos schrijft hij als Onesecritus, terwijl de Engelse versie toch echt Onesicritus is.
Ook schreef ik in hetzelfde commentaar: ‘Het verhaal: soms springt Fabbri zonder enige aankondiging qua handeling en plaats over, waar een witregel (een blanco regel) die overgang kenbaar zou hebben gemaakt. Het maakt tijdens het lezen de voortgang dan heel even verwarrend.’
Kennelijk was ik niet de enige die zich daaraan stoorde want Fabbri schrijft in zijn nawoord van dit boek: ‘Some readers did not like the way I removed the line breaks in the first book; I’m very sorry if it annoyed you. I did it because I wanted to keep the action going by – in film terms – having jump-cuts rather than a slow dissolves. I have now seen the folly of my ways and have reintroduced the much-loved line breaks in this book.’ En nee, ik heb niet richting de auteur gereageerd en ik betwijfel in hoge mate dat hij mijn commentaar hier in BoekMeter zal hebben gelezen.
Op pagina 115 wordt ‘Archias the Exile-Hunter’ voor het eerst genoemd (
Archias van Thoúrioi). Aan diens belevenissen heeft Fabbri inmiddels twee e-boek novellen besteed, namelijk
Archias the Exile-Hunter: The Issos Indident en
Archias the Exile-Hunter: The Siege of Tyros. Ook in
Ghost on the Throne, wordt Archias op pag. 151 als de ‘Exile-chaser’ ten tonele gevoerd.
Ik ben mij terdege ervan bewust dat Fabbri een
roman presenteert, gebaseerd op de historie, op historische feiten. Op grond daarvan is het volkomen terecht dat hij gebeurtenissen beschrijft (zoals het tijdstip en de omstandigheden rond de dood van Iollas, die in de geschiedenis zonder enige verklaring naar voren komt) zoals het hem in het verhaal goeddunkt, maar dient hij zich ten aanzien van bekende feiten aan de historie te houden (zoals ik al ageerde in mijn commentaar bij
To the Strongest ten aanzien van de dood van Krateros). Af en toe zijn kennelijk exacte data van gebeurtenissen overgeleverd. Φίλιππος Γ΄ ὁ Ἀρριδαῖος (Philip III Arrhideus) en zijn vrouw Εὐρυδίκη (Eurydice/Adea) vonden hun einde op 25 december 317 BCE. Ook Νικάνωρ (Nicanor, zoon van Antipatros) wordt in 317 BCE vermoord.
Fabbri hanteert ook een, voor mij, grappig scenario in dit werk, iets dat hij niet gebruikte in het eerste deel: de persoon naar wie aan het eind van een hoofdstuk wordt verwezen is de hoofdpersoon van het volgende hoofdstuk. Daarmee leidt Fabbri als het ware de lezer van persoon naar persoon door het boek.
Anachronisme: op pagina 194 kwam ik het woord assassin tegen en dat is een woord dat zich pas na de Derde Kruistocht (1189-1192) in enkele Europese talen verspreidde. Het zou beter zijn geweest cutthroat, slayer of silent killer te gebruiken. En dan nog een woord dat ik beschouw als een anachronisme: op pagina 327 gebruikt Fabbri ‘gargantuan’, een woord dat is afgeleid van het boek met de titel
Gargantua dat pas in 1534 verscheen. Daar had hij beter (meer passend in de gedachtenwereld van de Grieken) ‘titanic’ kunnen gebruiken.
Typo’s: Op pagina 111 (paperback versie) staat iets beneden het midden de naam Seleukos waar Ptolemy bedoeld wordt. Op pagina 115 wordt Archias eerst Archais genoemd (regel 6 van onderen). Diezelfde verschrijving is ook terug te vinden op pagina 121 (regel 9 van boven). Tot tweemaal toe op pagina 116, eenmaal op pagina 117 en eenmaal op pagina 131 schrijft Fabbri Onescritus in plaats van zijn Onesecritus. Op pagina 158, regel 2 van boven, staat Aries (= ram) als naam voor de Griekse oorlogsgod in plaats van Ares. Op pag. 236 wordt Antipatros vermeld terwijl Antigonos bedoeld wordt. Op pag. 274 wordt als plaatsnaam Beryrut genoemd. Dat moet echter Berytus (oude naam voor Beiroet) zijn. En vervolgens staat op pag. 318 Beyrutus. Op pag 280 staat: 'And I suppose it his'. Dat zou 'And I suppose it is' of ' And I suppose it's his' moeten zijn.
Fabbri deelt de lezer mee dat zijn roman mede gebaseerd is op het werk van Diodoros (
Bibliothíki Istorikí) en Ploutarchos (
Bíoi Parálleloi). Uit deze laatste, neem ik aan, de biografieën van Eumenes, Alexandros, Demetrios en Demosthenes. Wat betreft de moderne historici brengt hij dank uit aan James Romm met
Ghost on the Throne en opnieuw Robin Waterfield met
Dividing the Spoils. Overigens ontdekte ik dat Robin Waterfield ook een vertaling van enkele boeken van Diodoros heeft gepubliceerd, namelijk de boeken 16 tot en met 20 (de periode vanaf Philippos II tot en met de opvolgers van Alexandros III (
The Library, Books 16-20, Philip II, Alexander the Great, and the Successors). Ook noemt Fabbri met name
Antigonus the One-Eyed van Jeff Champion en
Rise of the Seleukid Empire van John D. Grainger