Een naamloze figuur zonder verleden, zonder bepalende kenmerken wordt ontdekt in een kerk in een klein, gesloten stadje en een gezin ontfermt zich over deze persoon. Deze persoon, Pew genoemd, spreekt niet, maar lokt op de een of andere manier allerlei ontboezemingen uit en tegelijkertijd wordt er met nogal veel argwaan en angst naar hun gekeken.
Ik heb genoten van de taal van Lacey, van de vluchtige ontmoetingen met allerlei mensen uit de kerkgemeenschap (die meer heeft van een sekte dan wat anders) en de monologen die die ontmoetingen met zich meebrengen, van de spanning die ontstaat tussen de stilte van Pew en de vragen en oordelen van de devote kerkgangers.
Toch miste ik ook het een en ander. De premisse van het verhaal leent zich enorm voor filosofische bespiegelingen over identiteit en lichamelijkheid, en Lacey maakt hier af en toe ook een beginnetje mee, maar zet die nooit door. Daarnaast vond ik hoe die gemeenschap werd neergezet, die geslotenheid, de vijandigheid van enkelen tegenover Pew, de sektarische trekjes wel heel erg makkelijk en niet bepaald origineel.
Lacey is een goed schrijver die de aandacht zeker vast weet te houden (dat bewijst het feit dat ik dit boek, hoewel dun, in een ruk heb uitgelezen), maar ik had gaandeweg telkens het idee dat ze niet daadwerkelijk haar stempel op het geschrevene durft te drukken. Ik miste een visie, een achterliggende filosofie, een duidelijke verhouding tot hetgeen wat gebeurt. Aangezien er van Pew niets uitgaat, moet enige diepgang toch van de auteur zelf komen.
Het uitgangspunt van Pew heeft ontzettend veel potentie, maar jammer genoeg wordt maar een klein deel daarvan geactualiseerd. Ik heb zeker wel van genoten van dit interessante boek, maar meer dan interessant wordt het ook niet.