Flipje - Johan Fabricius (1936)
Nederlands
Verhalenbundel
Psychologisch / Sociaal
272 pagina's
Eerste druk: Leopold,
Den Haag (Nederland)
Terwijl Gerard Valckenier, de vader van Flipje, door het venster naar buiten kijkt, ziet hij zijn vijfjarig zoontje over het houten tuinhek hangen. Hij is stout geweest en mag die middag niet meer de straat op. Dus praat Flipje vanaf die plek met andere kinderen en dames die voorbij komen. Het waait en een paar vriendjes zwieren met een zeilwagen voorbij. Vader heeft meelij met Flipje. Even later is Flipje verdwenen met zijn onafscheidelijk step. Het dienstmeisje wordt er op uitgestuurd om hem te zoeken. En vader schrijft het eerste hoofdstuk van een boek dat over de romantische lotgevallen van Flipje gaat. En al schrijvend over de avonturen van Flipje herleeft vader zijn eigen kindertijd. Hij geeft Flipje in het verhaal een neefje dat sterker is, en laat hem Toon de Groenteboer, Gerrit de slagersjongen en juffrouw Uyttenbroek ontmoeten. Zij is kwaad is als Flipje’s bal weer eens in haar tuin ligt.
