menu
poster

À Rebours - J.-K. Huysmans (1884)

Alternatieve titel: Tegen de Keer

mijn stem
3,65 (26)
26 stemmen

Frans
Sociaal

248 pagina's
Eerste druk: Au Sans Pareil, Parijs (Frankrijk)

De vermogende hedonist hertog Jean Floressas des Esseintes, die behept is met alle neurosen die het eind van de negentiende eeuw rijk was, verwerpt de maatschappij en verafschuwt mensen. Hij trekt zich terug in een afgezonderd herenhuis en realiseert daarin al zijn extravagante droomwensen. Des Esseintes heeft zo zijn eigen opvattingen over versiering en kleurvarianten van het interieur en over de symboliek van stenen, bloemen en parfums. Zijn artistieke voorkeuren veroorzaken een schandaal: klassieke auteurs als Vergilius vindt hij vervelend, maar hij bewondert een decadent als Petronius, de middeleeuwse mystici en de schilder Gustave Moreau.

zoeken in:
avatar van thomzi50
3,5
Een soort uitbreiding van 'Op Drift': qua toon en gedachten hebben boeken veel van elkaar weg, maar deze roman is uitgebreider. Dat is zowel de kracht als de zwakte: bij vlagen wordt het nog schrijnender en beklemmender, en bij vlagen schurkt het ook tegen het saaie aan. Al met al resulteert het, niet geheel verrassend, weer in een 3,5*-notering. Niettemin een aanrader.

avatar van Donkerwoud
3,5
In eerste instantie was ik verkikkerd op die heerlijk pathetische en bombastische figuur Des Esseintes, die in zijn eigen kunstmatige wereldje verkeert. Er ontstond naar dat karakter een soortgelijk gevoel van afkeer en affectie, zoals ik die ook ooit voelde voor literaire figuren als Bazarov van Toergenjev, Oblomov van Gontsjarov en Madame Bovary van Flaubert. Naar het einde toe verloor ik echter mijn interesse toen het verhaal een bijna essayistische structuur begon te krijgen en het meer een reflectie werd op de kunsten dan een consistent verhaal met een kop en een staart. Het levert een intrigerende roman op die ik met veel plezier gelezen heb, maar die mij niet tot aan het einde toe heeft weten te raken.. Trouwens wel een dikke pluim voor Jan Siebelink, die met zijn recente vertaling een prettig leesbare en toegankelijke Nederlandse versie heeft weten te krijgen.

avatar van JJ_D
1,5
In een poging om te doen wat Huysmans naliet – bondig zijn – een samenvatting van ‘Tegen de keer’ in één woord? Geen sinecure!

Oervervelend komt aardig in de buurt, maar de lading dekt het boek onvoldoende.

Irritant? Zeker, hoewel Huysmans’ eindeloze, encyclopedische geneuzel in zijn tijd vermoedelijk wel resoneerde met de smaak en kennis van de goegemeente, waardoor het publiek zich mogelijks minder ergerde.

Gedateerd, dus? Misschien, al is de vraag of het snoeverige, intellectualistische toontje ooit in goede aarde gevallen zou zijn.

Wereldvreemd, kortom? Daarmee komen we aardig in de buurt van het probleem dat ‘A rebours’ cultiveert: een losgezongen zijn van het wereldse. Het is literatuur in een wuft vacuüm, het zijn virtuoze taalbuitelingen die enkel ten behoeve van pronkerig vertoon van eigen kunnen te boek zijn gesteld. Het personage Jean Floressas des Esseintes moet immers doorgaan voor een non-figuur, die niets kan ondernemen, met niemand in contact kan treden en alles te min vindt voor zijn overgevoelig geworden zintuigen en zijn zelfverklaard erudiete opinies.

Bijgevolg: deprimerend, om daarmee behoorlijk accuraat de stemming weer te geven waarmee ondergetekende zich doorheen dit boek geworsteld heeft. Uiteraard maakt Huysmans’ decadentisme er net een punt van om dit soort atmosfeer over te brengen – nou, gefeliciteerd. Dit is evenwel niet wat literatuur anno 21ste eeuw placht te doen (kopje onder gaan in wat zij met haar van barokke pathetiek stijf staande stijl vermeent over te kunnen brengen).

Kort-kort: een begenadigd schrijver, die zich fataal van onderwerp en filosofische insteek vergist heeft.

1,5*

avatar
3,5
Hard getwijfeld over deze... Een vreemd, vormloos verhaal dat ver weg van onze tijd staat en toch... Toch schemert er iets door van een universeler gevoelen dat latere generaties opnieuw zal overvallen. Ik denk aan 'Catcher in the rye', 'Rebel without a cause', 'Fight club', ...Allemaal heel verschillend, maar steeds doortrokken van een verlammende onvrede met de wereld waar men in leeft. Elke generatie is daar anders mee omgegaan, maar meestal door het doorbreken van grenzen, het zich isoleren van de omgeving, het vluchten in dromen, hallucinaties of visioenen, het heen en weer schieten tussen hedonisme en ascetisme.
Deze negentiende-eeuwse variant heeft wat van die kenmerken met de typische romantische dromerigheid en excentrieke individualiteit van die tijd.
Er gebeurt weinig of niets en dat op zich is ook tekenend voor het beeld dat Huysmans schildert. Zelfs wanneer Des Esseintes de doelloze indolentie niet meer lijkt uit te houden, bedenkt hij zich uiteindelijk en trekt hij zich alsnog terug in zijn trieste grot gevuld met zijn favoriete bezittingen en kunstwerken, echter zonder iemand om deze mee te delen.
Merkwaardig voorwoord van de auteur waarin die jaren na publicatie eigenlijk alles afwijst waar hij hartstochtelijk voor pleitte in het boek. Huysmans bekeerde zich later in zijn leven namelijk tot het Katholicisme. Ook niet geheel onverwacht als je dit boek leest en de bewondering van de overigens atheïstische auteur merkt voor Katholieke kunst en het monnikenleven.
Kort samengevat: goed geschreven, intens, maar moeilijk in te leven voor de moderne mens en niet makkelijk om er de aandacht bij te houden.

avatar
4,5
geplaatst:
De cultuur-historische context

À Rebours (1884) is de geschiedenis van een geesteszieke, die afstamt van een door incest gedegenereerd adellijk geslacht en zo’n beetje aan alle denkbare kwalen lijdt, van neuroses tot door te veel seksuele uitspattingen veroorzaakte impotentie. De rationaliteit van de Verlichting en de opkomst van de moderne Staat hadden in de 18de eeuw een wetenschappelijke fascinatie voor het abnormale en perverse – wat niet natuurlijk, rationeel of nuttig is – voortgebracht en in de romantische 19de eeuw werd de ziekte als voorwaarde voor artistieke genialiteit zelfs op een voetstuk gezet terwijl de pessimistische wilsfilosofie van Schopenhauer elk vooruitgangsdenken en geloof in de rede de grond in boorde. Tegelijk was er in Frankrijk tegen het einde van de 19de eeuw (la fin-du-siècle) een maatschappelijk ondergangsdenken ontstaan: Frankrijk was stervende zoals het oude Rome was gestorven zodat we ons in een laatste fase van verval, dood en ontbinding bevinden. À Rebours is de ultieme uitdrukking van dit levensgevoel waarin de hoofdpersoon levensmoe is – niets wil ondernemen – en zich koortsig laat meevoeren door zijn herinneringen en dromen waardoor de roman ook de eerste belangrijke symbolische roman is en de surrealisten hem zagen als voorloper. In feite wil de hoofdpersoon niet genezen van zijn geestesziekte maar koestert hij deze om erin te zwelgen: hij wil in volmaakte afzondering slechts genieten van en mijmeren over de schoonheid van het verval waarmee hij zich in de vorm van decadente kunst heeft omringd.

De Bijbel van de decadentie

À Rebours is een vreemde roman: het heeft nauwelijks plot maar is meer een encyclopedie van decadente smaak – waardoor het niet alleen de eerste decadente roman was die radicaal brak met het naturalisme (of zuiverder: deze transformeerde) maar ook makkelijk de definitieve bijbel van de decadentie kon worden; de experimentele, essayistische vorm past bij het decadente streven naar grensverleggende kunst – waarmee het wel doet denken aan het werk van De Sade, al is hier het doel van alle perversies niet zozeer een sadisme (als keerzijde van de gevierde vrijheid door de Verlichting) maar een maximalisering en voortdurende vernieuwing van de meest verfijnde genietingen met een voorkeur voor ziekte en verval – een “geparfumeerde bloedarmoede” (p. 153) – want een overrijpe, bedorven vrucht smaakt rijker dan een rijpe, gezonde vrucht. Het schone (het ideaal) en het kwade (het aardse) staan niet tegenover elkaar maar zijn juist verbonden zoals in de femme fatale of de bleke, vampiristische schoonheid: het giftige en dodelijke is het schone en extatische dat de mens verheft uit de grauwheid van het banale, utilitaristisch bestaan waarin mensen slechts om geld in plaats van kunst geven. Kenmerkend voor de wereld van de roman is dat alles door elkaar loopt: de ene sensatie wekt synesthetisch de andere op (bv. een wijnsmaak veroorzaakt muziek in de keel), zijn katholieke opvoeding of het mystieke gaat vanzelf over in het godslasterlijke of liederlijke en zo ook lopen het mannelijke en vrouwelijke bewust door elkaar (de roman is al volmaakt ‘queer’) ondanks een diepe verachting voor vrouwen als domme, burgerlijke en dus saaie wezens. De ‘saaie’ want kleurloze en monotone werkelijkheid wordt in de roman uitdrukkelijk inferieur geacht aan de imitatie – het nieuwe en kunstmatige product van het menselijk vernuft – en de droom van de werkelijkheid, in welke zin de roman ook zeer bewust is van de verwantschap met het katholicisme ondanks de rebellie tegen elk burgerlijke geloof of smaak: de hoofdpersoon streeft naar een geluk ver weg van hier – hoe exotischer en buitenissiger de ervaring hoe beter – en in wezen naar een extase die hem verlost van de wereld en de verveling waarbij hij zich omringt met katholieke attributen en kunst want het katholicisme heeft het schone (en nutteloze) bewaard – dat de hoofdpersoon bijna op religieuze wijze vereerd – in een moderne wereld die alleen nog nut (maar geen schoonheid) kent, zodat hij de inhoud van het katholicisme afwijst maar de vorm omarmt. Het gebrek aan plot reflecteert de positie van de hoofdpersoon die zich heeft teruggetrokken uit de wereld in een ‘monnikscel’.

Bedwelmende poëzie

Ondanks de uitputtende encyclopedische stijl die geheel past bij het onderwerp want de decadentie viert de weelde en de overdaad in plaats van zuinigheid waarachter een horror vacui schuilgaat want de leegte of verveling is de grootste vijand (waardoor voortdurend nieuwe prikkels moeten worden gezocht met uitputting als gevolg), waarbij enorme aantallen bloemen, kleurnuances, Latijnse dichters, etc voorbij trekken (je krijgt de indruk dat Huysmans via de hoofdpersoon op quasi-naturalistische wijze de complete kunst- en literatuurgeschiedenis en zelfs de hele wereld heeft doorgespit om alle ‘fleurs du mal’ om met Baudelaire, de poëtische voorloper van Huysmans die schoonheid lokaliseerde in het verval en het kwaad, te spreken op te sporen en bijeen te brengen in dit ene boek), blijft de roman boeiend doordat de stijl aldoor bijzonder eloquent en regelmatig decadent-poëtisch is, bv. “haar charmes die als van een grote venerische bloem waren, opgeschoten uit godslasterlijke bodem en getrokken in een broeikas van goddeloosheid” (p. 97) of “een lorrig proza, waarvan de versleten stof op de hoek van elke zin bleef haken en scheurde” (p. 208), waarmee de roman laat zien dat de verbeelding van de werkelijkheid inderdaad rijker en indrukwekkender is dan de werkelijkheid zelf en zo als het ware de daad bij het woord voegt. De hoofdpersoon is een immense liefhebber van de decadente poëzie van zijn tijd: Baudelaire, Poe en Mallarmé lijken zijn grootste helden en wellicht ook de grootste voorbeelden voor Huysmans zelf die in wezen hun decadente, symbolische poëzie met dit boek heeft omgezet in proza (de doorvoelde wijze waarop de hoofdpersoon hun poëzie bejubelt heeft me zelfs een gevoeligheid voor poëzie geleerd die ik eerder niet bezat). Ook als het documentarisme en het gebrek aan plot van het boek het lezen ervan een wat stroef begin kan geven, is de stijl dermate betoverend dat je gelijk een werk dat de hoofdpersoon op die manier bewierookt toch wordt meegezogen in die decadente wereld en geeft het uit hebben van het boek onvermijdelijk een kater omdat de bedwelmende droom daarmee ten einde is. Tegelijk heeft het beetje plot ook spanning omdat je toch ook wilt weten hoe het afloopt met de erudiete maar geesteszwakke en levensmoeë hoofdpersoon, die vlucht in dromen en langzaam gek wordt in zijn zelfgekozen kluizenaarschap uit walging voor de wereld en de mensen (in welke maatschappij hij wordt gegeseld door “de gure storm van domheid” (p. 279)) om er een bewust onnatuurlijk bestaan te leiden van “uitsluitend mijmering en contemplatie” (p. 279).

De vuurmond van een pistool of de voeten van het Kruis

Het pessimisme van Schopenhauer en de daarmee samenhangende esthetiserende houding van de hoofdpersoon – en al toen hij nog naturalistische romans schreef waren Huysmans’ boeken al semi-autobiografisch – kunnen hem echter niet verlossen van zijn lijden dat steeds intenser wordt met de troost van de kunst steeds leger (gelijk drugs geeft kunst slechts tijdelijk verlossing, wordt het verlangen niet gestild en put het de beoefenaar uit): zoals Huysmans zich tot het katholicisme zou bekeren, richt ook de hoofdpersoon in À Rebours zich uiteindelijk tot God als zijn enige redding, ook al lukt het hem (nog) niet om te geloven:

“Heer, heb medelijden met de christen die twijfelt, met de ongelovige die zou willen geloven, met de galeislaaf van het leven die alleen scheep gaat, in de nacht, onder een firmament, dat niet meer wordt verlicht door de vertroostende bakens van de oude hoop!” (p. 288)

Zoals Huysmans in het na z’n bekering geschreven voorwoord tot het boek opmerkt is de roman een katholiek werk in nog onbewuste vorm waarbij d’Aurevilly het toen al zag aankomen: “’Na zo’n boek blijft de auteur slechts de keus tussen de vuurmond van een pistool en de voeten van het Kruis.’ Die keus is gemaakt.” (p.28) Na het wetenschappelijke vooruitgangsgeloof en het naturalisme, dat Huysmans met dit boek doorbrak in de vorm van een pessimistische vlucht in de droom en de kunst, is er slechts nog de mogelijkheid te sterven of de sprong in het geloof te maken dat de droom een transcendente werkelijkheid geeft. De roman is de uitdrukking van Huysmans’ gemoed waarin hij in de intimiteit van het afgezonderde zelf een mooiere wereld probeert te vinden dan die erbuiten te vinden is en de roman is ongetwijfeld zo’n invloedrijk sleutelwerk van de moderne literatuur omdat in wezen elk mens verlangt naar zo’n schuilplek waarin onze intieme relatie met het geheel wordt hersteld, ons zo zelf weer heel maakt en welke sfeer die van de religie is. De vernietiging van ons wezen en de wereld in de vorm van de geestesziekte van de hoofdpersoon van À Rebours is in dat opzicht slechts een noodzakelijke en voor de lezer buitengewoon indrukwekkende fase van het genezingsproces in zowel persoonlijk als cultureel opzicht.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 01:41 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 01:41 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.