Everything That Rises Must Converge - Flannery O'Connor (1965)
Engels
Verhalenbundel
Psychologisch / Sociaal
269 pagina's
Eerste druk: Farrar, Straus and Giroux,
New York (Verenigde Staten)
Deze korte verhalen gaan over het dilemma van de mens. Gevangen in zijn demonische houding en rudimentaire onschuld, wordt de mens gedreven tot een koortsachtige strijd met zijn eigen toestand. In de verhalen vechten mannen tegen hun moeders of vrouwen, vloekend en foeterend over moederlijke mislukkingen; alleen de vrouwen vechten voor redding, voor gerechtigheid. Bij dit alles ligt geweld altijd onder de oppervlakte op de loer ligt. Alleen bij kinderen bloeit frisheid op maar ook zij worden verwoest, want net als bij volwassenen worden ze gebruikt en misbruikt. Dit zijn 'zuidelijke' verhalen omdat ze visies weerspiegelen van een unieke sociale structuur, rasrelaties, en de zuidelijke 'mystiek'. Het titelverhaal is een goed voorbeeld. Het wordt verteld door Julian, een pas afgestudeerde en zelfbenoemde intellectueel die bij zijn moeder woont. De moeder, wiens wereldbeeld het schaamteloze racisme in het Amerikaanse midwesten van de twintigste eeuw weerspiegelt, wil een bijeenkomst bijwonen in een nabijgelegen buurthuis, maar is op haar hoede om alleen met de bus te rijden in het licht van de recente raciale integratie van het openbaar vervoer. Hoewel hij het racisme, de opgewektheid en de intellectuele afstandelijkheid van zijn moeder veracht, stemt Julian er wrokkig mee in haar te begeleiden, al was het maar uit plichtsbesef naar voor de vrouw die zijn universitaire opleiding heeft betaald en hem ook daarna blijft steunen. Zijn confronterende bitterheid en haar onnadenkende vooroordelen brengen de situatie tot het kookpunt wanneer ze in de bus stappen...
