Critik der Praktischen Vernunft - Immanuel Kant (1788)
Alternatieve titel: Kritiek van de Praktische Rede
mijn stem
4,00
(1)
1 stem
Duits
Ideeƫnliteratuur
208 pagina's
Eerste druk: Hartknoch,
Riga (Letland)
In de 'Kritiek van de praktische rede' stelt Kant dat we als praktische, moreel handelende wezens onafhankelijk zijn van de zintuiglijke wereld en deel krijgen aan de wereld van de bovenzintuiglijke dingen. Omdat alle belang uiteindelijk moreel is, heeft de praktische rede voor Kant het primaat boven de zuivere rede. Kants tweede 'Kritiek' is de 'sluitsteen' van zijn filosofische systematiek en het kloppende hart van zijn filosofisch oeuvre.
zoeken in:
3
geplaatst: 14 december 2025, 10:05 uur
ChatGPT had mij geadviseerd (zoals Kant het gewild zou hebben) om de kritieken van Kant te beginnen met het tweede, Kritiek van de Praktische Rede, omdat ik ervoor al Fundering voor de Metafysica van de Zeden had gelezen, en Praktische Rede sluit daar mooi op aan. Bovendien is Zuivere Rede berucht om zijn moeilijkheidsgraad en zou ik met Praktische Rede langer mijn motivatie voor het lezen van Kant behouden.
Dit vond ik wat onwennig, des te meer omdat met name in het begin van Praktische Rede veel verwijzingen worden gemaakt naar de zuivere rede en ik zodoende het gevoel had dat ik essentiële informatie mistte, maar achteraf ben ik er blij om, omdat de boeken Fundering en Praktische Rede mij nu een goede inleiding in het werk van Kant hebben gegeven, en ik volgens mij nu een betere basis heb om mij later in de Zuivere Rede te storten. Bovendien legt Fundering al op heldere wijze begrippen als het categorisch imperatief (de basisregel voor de (zuivere) praktische rede), a priori, a posteriori, intelligibele belevenis of maxime uit, waardoor ik toch nog aardig voorbereid aan de Praktische Rede begon.
En van alle filosofen die ik tot nu toe gelezen heb, geeft Kant mij de meeste voldoening (naast Plato), dus aan de Zuivere Rede ga ik zeker een poging wagen.
Wat ik hieruit onder andere meeneem, is dat, terwijl Descartes frustrerend genoeg dacht dat hij via zuiver redeneren tot een argument kon komen waarom God zou bestaan, ik Kant veel beter kan volgen in zijn beredenering dat we in deze (zintuiglijke) wereld helemaal niet kunnen bewijzen (of beredeneren) waarom God wel (of niet!) zou bestaan. Een mooie kanttekening van Kant vond ik toen hij een andere filosoof erbij haalde (Wizenmann) die beargumenteerde dat een God zou kunnen bestaan simpelweg omdat we dat willen. Hij vergeleek dit principe met iemand die zich zo sterk een schoonheid inbeeldde dat hij er verliefd op werd. De verliefdheid was echt, dus was het object van zijn affectie dan niet net zo echt, zij het in zijn verbeelding? Doet het er dan nog toe dat het alleen in zijn verbeelding bestaat? Ik ben zelf al lange tijd niet meer gelovig, maar hier kan ik mij wel in vinden: of een God nu wel of niet bestaat, is het niet genoeg dat zijn vermeende aanwezigheid aan velen troost biedt?
Zijn hoofdregel voor de zuivere praktische rede (handel zo, dat de maxime van je handelen een universele wet kan worden) kende ik al uit de Fundering voor de Metafysica van de Zeden, maar wordt hier wat verder uitgewerkt (een uitwerking die ik niet altijd helemaal kon volgen), en hoewel ik het niet altijd eens was met zijn stellingen (waarom een godsdienst of eeuwig leven nodig zou zijn voor ons geluk, bijvoorbeeld), heb ik wel een veel beter idee van Kant’s filosofie gekregen, en genoeg stof tot nadenken.
Dit vond ik wat onwennig, des te meer omdat met name in het begin van Praktische Rede veel verwijzingen worden gemaakt naar de zuivere rede en ik zodoende het gevoel had dat ik essentiële informatie mistte, maar achteraf ben ik er blij om, omdat de boeken Fundering en Praktische Rede mij nu een goede inleiding in het werk van Kant hebben gegeven, en ik volgens mij nu een betere basis heb om mij later in de Zuivere Rede te storten. Bovendien legt Fundering al op heldere wijze begrippen als het categorisch imperatief (de basisregel voor de (zuivere) praktische rede), a priori, a posteriori, intelligibele belevenis of maxime uit, waardoor ik toch nog aardig voorbereid aan de Praktische Rede begon.
En van alle filosofen die ik tot nu toe gelezen heb, geeft Kant mij de meeste voldoening (naast Plato), dus aan de Zuivere Rede ga ik zeker een poging wagen.
Wat ik hieruit onder andere meeneem, is dat, terwijl Descartes frustrerend genoeg dacht dat hij via zuiver redeneren tot een argument kon komen waarom God zou bestaan, ik Kant veel beter kan volgen in zijn beredenering dat we in deze (zintuiglijke) wereld helemaal niet kunnen bewijzen (of beredeneren) waarom God wel (of niet!) zou bestaan. Een mooie kanttekening van Kant vond ik toen hij een andere filosoof erbij haalde (Wizenmann) die beargumenteerde dat een God zou kunnen bestaan simpelweg omdat we dat willen. Hij vergeleek dit principe met iemand die zich zo sterk een schoonheid inbeeldde dat hij er verliefd op werd. De verliefdheid was echt, dus was het object van zijn affectie dan niet net zo echt, zij het in zijn verbeelding? Doet het er dan nog toe dat het alleen in zijn verbeelding bestaat? Ik ben zelf al lange tijd niet meer gelovig, maar hier kan ik mij wel in vinden: of een God nu wel of niet bestaat, is het niet genoeg dat zijn vermeende aanwezigheid aan velen troost biedt?
Zijn hoofdregel voor de zuivere praktische rede (handel zo, dat de maxime van je handelen een universele wet kan worden) kende ik al uit de Fundering voor de Metafysica van de Zeden, maar wordt hier wat verder uitgewerkt (een uitwerking die ik niet altijd helemaal kon volgen), en hoewel ik het niet altijd eens was met zijn stellingen (waarom een godsdienst of eeuwig leven nodig zou zijn voor ons geluk, bijvoorbeeld), heb ik wel een veel beter idee van Kant’s filosofie gekregen, en genoeg stof tot nadenken.
0
geplaatst: 16 december 2025, 18:11 uur
BobdH schreef:
ChatGPT had mij geadviseerd (zoals Kant het gewild zou hebben) om de kritieken van Kant te beginnen met het tweede, Kritiek van de Praktische Rede, omdat ik ervoor al Fundering voor de Metafysica van de Zeden had gelezen, en Praktische Rede sluit daar mooi op aan. Bovendien is Zuivere Rede berucht om zijn moeilijkheidsgraad en zou ik met Praktische Rede langer mijn motivatie voor het lezen van Kant behouden.
Dit vond ik wat onwennig, des te meer omdat met name in het begin van Praktische Rede veel verwijzingen worden gemaakt naar de zuivere rede en ik zodoende het gevoel had dat ik essentiële informatie mistte, maar achteraf ben ik er blij om, omdat de boeken Fundering en Praktische Rede mij nu een goede inleiding in het werk van Kant hebben gegeven, en ik volgens mij nu een betere basis heb om mij later in de Zuivere Rede te storten. Bovendien legt Fundering al op heldere wijze begrippen als het categorisch imperatief (de basisregel voor de (zuivere) praktische rede), a priori, a posteriori, intelligibele belevenis of maxime uit, waardoor ik toch nog aardig voorbereid aan de Praktische Rede begon.
En van alle filosofen die ik tot nu toe gelezen heb, geeft Kant mij de meeste voldoening (naast Plato), dus aan de Zuivere Rede ga ik zeker een poging wagen.
Wat ik hieruit onder andere meeneem, is dat, terwijl Descartes frustrerend genoeg dacht dat hij via zuiver redeneren tot een argument kon komen waarom God zou bestaan, ik Kant veel beter kan volgen in zijn beredenering dat we in deze (zintuiglijke) wereld helemaal niet kunnen bewijzen (of beredeneren) waarom God wel (of niet!) zou bestaan. Een mooie kanttekening van Kant vond ik toen hij een andere filosoof erbij haalde (Wizenmann) die beargumenteerde dat een God zou kunnen bestaan simpelweg omdat we dat willen. Hij vergeleek dit principe met iemand die zich zo sterk een schoonheid inbeeldde dat hij er verliefd op werd. De verliefdheid was echt, dus was het object van zijn affectie dan niet net zo echt, zij het in zijn verbeelding? Doet het er dan nog toe dat het alleen in zijn verbeelding bestaat? Ik ben zelf al lange tijd niet meer gelovig, maar hier kan ik mij wel in vinden: of een God nu wel of niet bestaat, is het niet genoeg dat zijn vermeende aanwezigheid aan velen troost biedt?
Zijn hoofdregel voor de zuivere praktische rede (handel zo, dat de maxime van je handelen een universele wet kan worden) kende ik al uit de Fundering voor de Metafysica van de Zeden, maar wordt hier wat verder uitgewerkt (een uitwerking die ik niet altijd helemaal kon volgen), en hoewel ik het niet altijd eens was met zijn stellingen (waarom een godsdienst of eeuwig leven nodig zou zijn voor ons geluk, bijvoorbeeld), heb ik wel een veel beter idee van Kant’s filosofie gekregen, en genoeg stof tot nadenken.
ChatGPT had mij geadviseerd (zoals Kant het gewild zou hebben) om de kritieken van Kant te beginnen met het tweede, Kritiek van de Praktische Rede, omdat ik ervoor al Fundering voor de Metafysica van de Zeden had gelezen, en Praktische Rede sluit daar mooi op aan. Bovendien is Zuivere Rede berucht om zijn moeilijkheidsgraad en zou ik met Praktische Rede langer mijn motivatie voor het lezen van Kant behouden.
Dit vond ik wat onwennig, des te meer omdat met name in het begin van Praktische Rede veel verwijzingen worden gemaakt naar de zuivere rede en ik zodoende het gevoel had dat ik essentiële informatie mistte, maar achteraf ben ik er blij om, omdat de boeken Fundering en Praktische Rede mij nu een goede inleiding in het werk van Kant hebben gegeven, en ik volgens mij nu een betere basis heb om mij later in de Zuivere Rede te storten. Bovendien legt Fundering al op heldere wijze begrippen als het categorisch imperatief (de basisregel voor de (zuivere) praktische rede), a priori, a posteriori, intelligibele belevenis of maxime uit, waardoor ik toch nog aardig voorbereid aan de Praktische Rede begon.
En van alle filosofen die ik tot nu toe gelezen heb, geeft Kant mij de meeste voldoening (naast Plato), dus aan de Zuivere Rede ga ik zeker een poging wagen.
Wat ik hieruit onder andere meeneem, is dat, terwijl Descartes frustrerend genoeg dacht dat hij via zuiver redeneren tot een argument kon komen waarom God zou bestaan, ik Kant veel beter kan volgen in zijn beredenering dat we in deze (zintuiglijke) wereld helemaal niet kunnen bewijzen (of beredeneren) waarom God wel (of niet!) zou bestaan. Een mooie kanttekening van Kant vond ik toen hij een andere filosoof erbij haalde (Wizenmann) die beargumenteerde dat een God zou kunnen bestaan simpelweg omdat we dat willen. Hij vergeleek dit principe met iemand die zich zo sterk een schoonheid inbeeldde dat hij er verliefd op werd. De verliefdheid was echt, dus was het object van zijn affectie dan niet net zo echt, zij het in zijn verbeelding? Doet het er dan nog toe dat het alleen in zijn verbeelding bestaat? Ik ben zelf al lange tijd niet meer gelovig, maar hier kan ik mij wel in vinden: of een God nu wel of niet bestaat, is het niet genoeg dat zijn vermeende aanwezigheid aan velen troost biedt?
Zijn hoofdregel voor de zuivere praktische rede (handel zo, dat de maxime van je handelen een universele wet kan worden) kende ik al uit de Fundering voor de Metafysica van de Zeden, maar wordt hier wat verder uitgewerkt (een uitwerking die ik niet altijd helemaal kon volgen), en hoewel ik het niet altijd eens was met zijn stellingen (waarom een godsdienst of eeuwig leven nodig zou zijn voor ons geluk, bijvoorbeeld), heb ik wel een veel beter idee van Kant’s filosofie gekregen, en genoeg stof tot nadenken.
Leuk dat iemand anders ook geïnteresseerd is in filosofie. Ik ben nieuwsgierig waarom je je waagt aan zulke moeilijke boeken. Ik moet onwillekeurig denken aan Ernst-Otto Onnasch, bij wie ik zelf colleges heb gevolgd over Kants Kritiek van de Zuivere Rede, die in een interview zei dat niet-filosofen geen enkele reden hebben om Kant te lezen (ik neem aan zoals filosofen op hun beurt geen enkele reden hebben een geavanceerd boek over vliegtuigtechnologie te lezen). Aan de andere kant: Socrates zei dat een leven dat niet onderzocht wordt (een leven zonder filosofie) het leven niet waard is. Hoe dan ook, al in Kants tijd wilde iedereen zijn werk lezen maar dat bleek toch te moeilijk voor velen zodat Kant toen Prolegomena schreef als toegankelijke samenvatting van z'n eerste Kritiek. Het verbaast me dat ChatGPT dat niet aanraadde.
Ik vond wat Kant in de Kritiek van de Zuivere Rede schrijft over de idee (redebegrip) van God imposant: het komt erop neer dat de rede - die niet oordeelt zoals het verstand maar beredeneert in de vorm van syllogismen - wil opstijgen naar het onvoorwaardelijke (het hoogste principe) dat eenheid aan de ervaring geeft en daartoe speculatief de ideeën van de ziel, de wereld en God poneert. God is daarmee objectief problematisch - het overstijgt de ervaring zodat er geen kennis van mogelijk is (dat geldt ook voor de eenheden die we de ziel en de wereld noemen) - maar is wel subjectief noodzakelijk omdat de rede nu eenmaal die eenheid - de grond van alle causale reeksen zodat er ook een doelmatigheid verschijnt - veronderstelt. De rede-ideeën zijn dus niet constitutief (ze leveren geen kennis) maar vormen regulerende principes die de wetenschap richting geeft naar haar voltooiing (ik denk dat je hier kunt denken aan de 'theorie van alles' waar natuurkundigen naar zoeken).
Ook voor de geschiedenis van de filosofie kan dit denk ik als een sleutelpassage worden gezien: aan de ene kant lijkt het de metafysica van Leibniz te corrigeren - diens idee van God is juist afgeleid maar dat levert nog geen kennis want blijft een (subjectief) idee - en aan de andere kant hebben de Duitse idealisten (Fichte, Hegel) zich beijverd om dat systeem van de rede uit te werken en de wetenschap te voltooiien waarna de postmodernisten dit modernistisch project om alles onder de eenheid van het begrip te brengen opgaven.
Welke filosofen heb je eigenlijk nog meer gelezen? Omdat dit een literatuurwebsite is raad ik je Kierkegaard aan: zijn Of/Of (1843) is literair het hoogste wat ik ken (de zinnen overtreffen de Bijbel, Shakespeare, Flaubert, Thomas Mann, Nabokov, etc in poëtische kracht en finesse) en het is een filosofisch dus zeer diepzinnig meesterwerk (het heeft Hegels filosofie als uitgangspunt maar speelt daarmee). Kierkegaard is zo mogelijk nog indrukwekkender dan Nietzsche (maar de twee zijn duidelijk geestverwant en vergelijkbare genieën).
0
geplaatst: 17 december 2025, 19:09 uur
Ha De Filosoof, hoe ik erbij kwam om Kant te willen lezen, dat is geleidelijk gegaan. Ik ben al geïnteresseerd in filosofie sinds ik 10 jaar geleden de Politeia van Plato, Erasmus’ Lof der Zotheid en nog wat andere werken las, en enige tijd geleden pakte ik dit weer op nadat ik, door persoonlijke omstandigheden, weer interesse in filosofie kreeg. Ik heb toen uitgezocht wat de ‘essentiële’ grote werken in de filosofie zijn, en dan kom je al snel bij Kant’s Kritiek van de Zuivere Rede uit. Dat werk intrigeerde mij vrijwel meteen toen ik uitzocht wat Kant daarin behandelt, maar ik wist ook dat ik mij daarnaar op moest werken, en niet meteen Zuivere Rede moest kopen.
(Een van de interessantste filosofische theorieën vind ik bijvoorbeeld het onderscheid tussen de fenomenale en noemenale wereld, dat wij de wereld niet kunnen ervaren zoals deze werkelijk IS. Inmiddels weet ik dat Husserl hier vooral in is gedoken, en dat Merleau-Ponty hier met Fenomenologie van de waarneming op door is gegaan, maar ook dat beiden op de schouders van Kant staan, waardoor ik toch weer terugcirkel naar hem en vind dat ik hem eerst moet lezen).
(En yes, ik ben mij ervan bewust dat Zuivere Rede een uitdaging is, maar hoe ouder ik word, hoe meer ik mijzelf intellectueel wil uitdagen in wat ik lees).
Ik heb inmiddels het complete werk van Plato gelezen, de Physics van Aristoteles, maar ook werken van Descartes, Spinoza, Locke en Nietzsche. Het plan was eigenlijk om Hume ook nog eerst te lezen, maar toen zag ik in de boekhandel de mooie nieuwe hardcover editie van Kant’s Metafysica van de Zeden, zag ik online dat ik dan eigenlijk eerst Fundering moest lezen, bestelde dat meteen, en zo kwam ik weer in een Kant ‘rabbit hole’ terecht toen ChatGPT vond dat ik door moest stomen naar de Praktische Rede, wat ik dan maar deed, want ik zat er toch lekker in.
Nu ik deze twee werken van Kant gelezen heb en, met hulp van online bronnen, het vooralsnog ook goed kan volgen, ben ik alleen nog maar enthousiaster geraakt om ook de andere kritieken te lezen - die ik inmiddels dan ook in huis heb, en de Prolegomena is onderweg. Voor in het nieuwe jaar!
Bedankt voor de Kierkegaard tip. Ik heb Of/Of al meerdere malen op en weer van mijn leeslijst afgehaald. Het intrigeert enorm, en Kierkegaard is ook zeker een filosoof van naam die ik wil leren kennen, maar het Christelijk geloof trekt mij niet, en ik heb begrepen dat hij zeer Christelijk is. Wat je zegt over Of/Of maakt mij dan wel weer enthousiast, en ik zie dat dit werk in herdruk is en eind deze maand weer verschijnt, dus misschien wel een mooie om te lezen voordat ik mij weer op Kant stort. Zeker ook omdat je zegt dat hij verwant is een Nietzsche, een filosoof waar ik zeker ook verder in wil duiken.
(Een van de interessantste filosofische theorieën vind ik bijvoorbeeld het onderscheid tussen de fenomenale en noemenale wereld, dat wij de wereld niet kunnen ervaren zoals deze werkelijk IS. Inmiddels weet ik dat Husserl hier vooral in is gedoken, en dat Merleau-Ponty hier met Fenomenologie van de waarneming op door is gegaan, maar ook dat beiden op de schouders van Kant staan, waardoor ik toch weer terugcirkel naar hem en vind dat ik hem eerst moet lezen).
(En yes, ik ben mij ervan bewust dat Zuivere Rede een uitdaging is, maar hoe ouder ik word, hoe meer ik mijzelf intellectueel wil uitdagen in wat ik lees).
Ik heb inmiddels het complete werk van Plato gelezen, de Physics van Aristoteles, maar ook werken van Descartes, Spinoza, Locke en Nietzsche. Het plan was eigenlijk om Hume ook nog eerst te lezen, maar toen zag ik in de boekhandel de mooie nieuwe hardcover editie van Kant’s Metafysica van de Zeden, zag ik online dat ik dan eigenlijk eerst Fundering moest lezen, bestelde dat meteen, en zo kwam ik weer in een Kant ‘rabbit hole’ terecht toen ChatGPT vond dat ik door moest stomen naar de Praktische Rede, wat ik dan maar deed, want ik zat er toch lekker in.
Nu ik deze twee werken van Kant gelezen heb en, met hulp van online bronnen, het vooralsnog ook goed kan volgen, ben ik alleen nog maar enthousiaster geraakt om ook de andere kritieken te lezen - die ik inmiddels dan ook in huis heb, en de Prolegomena is onderweg. Voor in het nieuwe jaar!
Bedankt voor de Kierkegaard tip. Ik heb Of/Of al meerdere malen op en weer van mijn leeslijst afgehaald. Het intrigeert enorm, en Kierkegaard is ook zeker een filosoof van naam die ik wil leren kennen, maar het Christelijk geloof trekt mij niet, en ik heb begrepen dat hij zeer Christelijk is. Wat je zegt over Of/Of maakt mij dan wel weer enthousiast, en ik zie dat dit werk in herdruk is en eind deze maand weer verschijnt, dus misschien wel een mooie om te lezen voordat ik mij weer op Kant stort. Zeker ook omdat je zegt dat hij verwant is een Nietzsche, een filosoof waar ik zeker ook verder in wil duiken.
0
geplaatst: 17 december 2025, 22:04 uur
Ik ben onder de indruk dat je alles van Plato hebt gelezen, BobdH. Wat mij betreft is Plato de basis: als je zijn werk een beetje kent dan weet je waar filosofie over gaat. En ik hoop dat je het met me eens bent dat Plato vooral op zoek was naar het absolute waarvan de kennis ook absoluut zal zijn, maar dat we – zoals in de allegorie van de ziel als wagenmenner in Phaedrus – wel streven en kunnen opklimmen naar die ‘vlakte van de waarheid’ maar ze nooit helemaal zullen kunnen bereiken. Kants noumenale verwijst naar dat ‘onkenbare’ absolute en speelt voor Kant – behalve als grensbegrip voor ons weten – een rol in de praktische sfeer: het is het object van de rede-ideeën die het systeem van de kennis sturen en het levert de metafysica van de zeden met z’n categorische – dus onvoorwaardelijke dus absolute – imperatief en de postulaten van de praktische rede. Kant brengt als het ware de hele filosofie vanaf Plato tot haar definitieve moderne vorm waarop alle latere filosofie op is gebaseerd: wat dat betreft kun je de rest van je leven genieten van je studie van Kant!
Mocht je toch voorbij Kant willen gaan, dan is het Duits idealisme aan de ene kant en denkers als Kierkegaard, Nietzsche en Heidegger aan de andere kant een logische keuze. Ook zij zoeken het absolute: het Duits idealisme in een absoluut weten (en een einde van de geschiedenis) en de anderen meer in een existentialistische (praktische) richting waarin men het absolute (het oneindige) persoonlijk toe-eigent als levenshouding (waarmee men in zekere zin Kants begrip van autonomie doorontwikkelt). In zekere zin is dus alle filosofie in z’n zoeken van het absolute religieus. Wil je daar zo ver mogelijk vandaan willen blijven dan raad ik je Albert Camus aan: zijn De myte van Sisyfus (1942) – waarin Camus een eindje oploopt met existentiefilosofen als Kierkegaard maar bewust de ‘sprong’ naar God (het absolute) niet wil maken – is zo ongeveer het meest radicale atheïstisch manifest dat ik ken.
Mocht je toch voorbij Kant willen gaan, dan is het Duits idealisme aan de ene kant en denkers als Kierkegaard, Nietzsche en Heidegger aan de andere kant een logische keuze. Ook zij zoeken het absolute: het Duits idealisme in een absoluut weten (en een einde van de geschiedenis) en de anderen meer in een existentialistische (praktische) richting waarin men het absolute (het oneindige) persoonlijk toe-eigent als levenshouding (waarmee men in zekere zin Kants begrip van autonomie doorontwikkelt). In zekere zin is dus alle filosofie in z’n zoeken van het absolute religieus. Wil je daar zo ver mogelijk vandaan willen blijven dan raad ik je Albert Camus aan: zijn De myte van Sisyfus (1942) – waarin Camus een eindje oploopt met existentiefilosofen als Kierkegaard maar bewust de ‘sprong’ naar God (het absolute) niet wil maken – is zo ongeveer het meest radicale atheïstisch manifest dat ik ken.
0
geplaatst: 18 december 2025, 18:40 uur
De Filosoof schreef:
En ik hoop dat je het met me eens bent dat Plato vooral op zoek was naar het absolute waarvan de kennis ook absoluut zal zijn, maar dat we – zoals in de allegorie van de ziel als wagenmenner in Phaedrus – wel streven en kunnen opklimmen naar die ‘vlakte van de waarheid’ maar ze nooit helemaal zullen kunnen bereiken.
En ik hoop dat je het met me eens bent dat Plato vooral op zoek was naar het absolute waarvan de kennis ook absoluut zal zijn, maar dat we – zoals in de allegorie van de ziel als wagenmenner in Phaedrus – wel streven en kunnen opklimmen naar die ‘vlakte van de waarheid’ maar ze nooit helemaal zullen kunnen bereiken.
Ja, dat is evident.
De Filosoof schreef:
Kants noumenale verwijst naar dat ‘onkenbare’ absolute en speelt voor Kant – behalve als grensbegrip voor ons weten – een rol in de praktische sfeer: het is het object van de rede-ideeën die het systeem van de kennis sturen en het levert de metafysica van de zeden met z’n categorische – dus onvoorwaardelijke dus absolute – imperatief en de postulaten van de praktische rede. Kant brengt als het ware de hele filosofie vanaf Plato tot haar definitieve moderne vorm waarop alle latere filosofie op is gebaseerd: wat dat betreft kun je de rest van je leven genieten van je studie van Kant!
Kants noumenale verwijst naar dat ‘onkenbare’ absolute en speelt voor Kant – behalve als grensbegrip voor ons weten – een rol in de praktische sfeer: het is het object van de rede-ideeën die het systeem van de kennis sturen en het levert de metafysica van de zeden met z’n categorische – dus onvoorwaardelijke dus absolute – imperatief en de postulaten van de praktische rede. Kant brengt als het ware de hele filosofie vanaf Plato tot haar definitieve moderne vorm waarop alle latere filosofie op is gebaseerd: wat dat betreft kun je de rest van je leven genieten van je studie van Kant!
Dat, onder meer, is precies wat mij zo aansprak aan Kant - en dat hij de grondlegger is van de moderne filosofie waar Plato dat was van de klassieke - waarom het mij waardevol lijkt om hem te lezen. En zoals ik laatst ergens las: je leest niet ‘een beetje’ van Kant, als je aan hem wil beginnen moet je er volledig in duiken.
De Filosoof schreef:
Mocht je toch voorbij Kant willen gaan, dan is het Duits idealisme aan de ene kant en denkers als Kierkegaard, Nietzsche en Heidegger aan de andere kant een logische keuze. Ook zij zoeken het absolute: het Duits idealisme in een absoluut weten (en een einde van de geschiedenis) en de anderen meer in een existentialistische (praktische) richting waarin men het absolute (het oneindige) persoonlijk toe-eigent als levenshouding (waarmee men in zekere zin Kants begrip van autonomie doorontwikkelt). In zekere zin is dus alle filosofie in z’n zoeken van het absolute religieus. Wil je daar zo ver mogelijk vandaan willen blijven dan raad ik je Albert Camus aan: zijn De myte van Sisyfus (1942) – waarin Camus een eindje oploopt met existentiefilosofen als Kierkegaard maar bewust de ‘sprong’ naar God (het absolute) niet wil maken – is zo ongeveer het meest radicale atheïstisch manifest dat ik ken.
Mocht je toch voorbij Kant willen gaan, dan is het Duits idealisme aan de ene kant en denkers als Kierkegaard, Nietzsche en Heidegger aan de andere kant een logische keuze. Ook zij zoeken het absolute: het Duits idealisme in een absoluut weten (en een einde van de geschiedenis) en de anderen meer in een existentialistische (praktische) richting waarin men het absolute (het oneindige) persoonlijk toe-eigent als levenshouding (waarmee men in zekere zin Kants begrip van autonomie doorontwikkelt). In zekere zin is dus alle filosofie in z’n zoeken van het absolute religieus. Wil je daar zo ver mogelijk vandaan willen blijven dan raad ik je Albert Camus aan: zijn De myte van Sisyfus (1942) – waarin Camus een eindje oploopt met existentiefilosofen als Kierkegaard maar bewust de ‘sprong’ naar God (het absolute) niet wil maken – is zo ongeveer het meest radicale atheïstisch manifest dat ik ken.
Bedankt voor het tippen van deze meer ‘atheïstische’ filosoof, Camus ga ik zeker ook eens lezen. Voor de duidelijkheid: ik begrijp inderdaad dat de zoektocht naar een één enkele God als schepper, een hiernamaals, het eeuwige leven en dergelijke, onderdeel van filosofie is sinds de oude Grieken en dat vind ik zeker interessant. Ik haak af bij filosofen die verkondigen dat je als vroom Christen moet leven, volgens de leer van de Bijbel, en ik had begrepen dat Kierkegaard dit deed. Dan lees ik liever filosofen als Kant en Nietzsche, die onder meer kritisch zijn op het Kerkelijk instituut en aardse geloof. Inmiddels ben ik nog even verder gedoken in wat ik kan verwachten van Of/Of, en ik zie dat het meer dan dat te bieden heeft, dus ik ga het zeker binnenkort lezen, ook simpelweg om hem te leren kennen en (naar wat ik heb begrepen) zijn grootste werk te lezen.
2
geplaatst: 18 december 2025, 21:57 uur
Bedankt voor het tippen van deze meer ‘atheïstische’ filosoof, Camus ga ik zeker ook eens lezen. Voor de duidelijkheid: ik begrijp inderdaad dat de zoektocht naar een één enkele God als schepper, een hiernamaals, het eeuwige leven en dergelijke, onderdeel van filosofie is sinds de oude Grieken en dat vind ik zeker interessant. Ik haak af bij filosofen die verkondigen dat je als vroom Christen moet leven, volgens de leer van de Bijbel, en ik had begrepen dat Kierkegaard dit deed. Dan lees ik liever filosofen als Kant en Nietzsche, die onder meer kritisch zijn op het Kerkelijk instituut en aardse geloof. Inmiddels ben ik nog even verder gedoken in wat ik kan verwachten van Of/Of, en ik zie dat het meer dan dat te bieden heeft, dus ik ga het zeker binnenkort lezen, ook simpelweg om hem te leren kennen en (naar wat ik heb begrepen) zijn grootste werk te lezen.
Ik denk dat Kierkegaard niet minder een hekel had aan de kerk of aan het gangbare christendom dan Nietzsche: Kierkegaard bekritiseerde de kerk en het ‘officiële christendom’ fel, wilde zelfs op zijn sterfbed geen geestelijke in zijn buurt hebben en toen hij werd begraven werd de dienst verstoord door zijn neef omdat Kierkegaard ook in de dood niets met de kerk te maken zou willen hebben. Nietzsche en Kierkegaard zagen beiden de kerk of het officiële christendom als verraad aan Jezus’ werk (Nietzsche: “‘...in wezen is er slechts één christen geweest, en die stierf aan het kruis”). Omgekeerd verwijst Nietzsche’s Übermensch naar Christus als mens die zichzelf overwon en een god werd. Wel is denk ik het verschil dat Nietzsche de Bijbel – als reeds de omkering van Jezus’ leer – wilde overwinnen terwijl Kierkgaard in de Bijbel een belangrijke wijsheid of leidraad ziet.
Maar Kierkegaard zou nooit eisen dat mensen als een vroom christen of volgens de Bijbel moeten leven: dat zou een inauthentiek leven zijn (zoals opgelegd door de kerk) terwijl authenticiteit het doel is van Kierkegaard (authenticiteit is immers de waarheid als identiteit van binnen- en buitenkant). Volgens Kierkegaard ‘ben’ je ook geen christen maar is het christen zijn een opgave die je nooit helemaal kunt vervullen en die een weg is die hooguit de enkeling kan gaan: net als Nietzsche verfoeit hij de kuddegeest van het officiële christendom. Bovenal gaat het erom dat geen letter op papier dus ook de Bijbel niet de waarheid kan zijn, omdat de waarheid alleen kan worden geleefd: pas in het handelen kan de mens een brug slaan tussen zijn tijdelijk bestaan en het eeuwige (absolute). Dat klinkt Kantiaans (en meer nog dan Kant vindt Kierkegaard alle godsbewijzen en de hele theologie totale kolder) en bij Kierkegaard betekent het dat je pas in het handelen jezelf kunt verwerkelijken zodat je authentiek wordt. Net als Nietzsche acht Kierkegaard het de opgave van de mens een ‘dichterlijk’ bestaan te verwerven waarin we een moment van het absolute zijn, maar anders dan bij Nietzsche en de Romantici kunnen we onszelf niet ‘dichten’ maar moeten we ons daartoe tegenover het Absolute (God) verhouden.
Of/Of (1843) is niet Kierkegaards meesterwerk in de zin dat je daarin zijn theorie zult lezen. Bij Kierkegaard is er geen theorie en nauwelijks systematische geschriften. Wat je zult aantreffen is literatuur (de allerhoogste literatuur zelfs): onder allerlei pseudoniemen (maskers) vertelt hij over een bezoek aan de schouwburg of mijmert hij over wie de ongelukkigste persoon ter wereld is of over de merites van het huwelijk. Het fascinerende van Kierkegaards werk is dat je niet één briljante filosoof maar wel 10 briljante filosofen krijgt voor de prijs van één: alle filosofie na hem lijkt al door een van zijn maskers te zijn uitgesproken. Net als Plato laat Kierkegaard je slechts verschillende gezichtspunten (levenshoudingen) zien die de lezer moet aansporen zelf na te denken met hooguit de impliciete oproep om te kiezen voor het kiezen in plaats van simpelweg te leven zoals van je wordt verwacht (door de kerk of door wie of wat dan ook). Of/Of is ook een jeugdwerk en staat daarom nog sterk in het teken van Hegels filosofie, die hij had geleerd, en van de liefde: het gaat vooral over ironie en vertwijfeling als voorstadia van het kiezen (pas later zou hij religieuze geschriften schrijven). Heel interessant en een geschikte inleiding tot zijn (vroege) denken is overigens zijn proefschrift over de ironie (1841) waarmee het subject zich – naar het voorbeeld van Socrates – bevrijdt van zijn omgeving maar waarin hij ook stelling neemt tegen de Romantici die door die bevrijding gaan zweven (het leven als droom) terwijl Kierkegaard de ironie ziet als frisse duik waarna je juist steviger in het leven staat (Kierkegaard stond later bekend als ‘de Socrates van Kopenhagen’).
2
geplaatst: 26 december 2025, 22:43 uur
Ik heb een zwak voor filosofie, maar die liefde valt voor mij samen met de vraag hoe zij wordt uitgelegd. Filosofie mag moeilijk zijn, maar zij verliest haar betekenis wanneer zij onnavolgbaar wordt of de indruk wekt vooral in abstracties en jargon te cirkelen. Op dat punt slaat verwondering bij mij om in weerstand en wordt wijsbegeerte al snel gezwets in de ruimte.
Die spanning werd mij eens pijnlijk duidelijk tijdens een dagcursus filosofie aan de Vrije Academie, waar een docent een uitspraak citeerde dat Kant zo goed was in de filosofie omdat hij zijn eigen boeken niet hoefde te lezen. Die grap is veelzeggend. Wanneer zelfs kernteksten van de canon berucht zijn om hun onleesbaarheid, rijst de vraag of filosofie nog communicatie is, of vooral een interne exercitie voor ingewijden. Voor mij overtuigt filosofie alleen wanneer zij – hoe complex ook – denkbaar en te volgen blijft.
Juist daarom waardeer ik denkers en schrijvers die abstracte problemen inzichtelijk weten te maken zonder ze te versimpelen. Het klassieke probleem van de verhouding tussen lichaam en geest werd in de zeventiende eeuw bijvoorbeeld helder gemaakt met het beeld van twee klokken die gelijk lopen. Bij Spinoza (en later explicieter bij Leibniz) wordt zo inzichtelijk hoe geest en lichaam elkaar niet oorzakelijk beïnvloeden, maar parallel verlopen volgens één en dezelfde orde. Zulke beelden maken metafysica niet oppervlakkig, maar begrijpelijk.
Daar komt bij dat de filosofie zich opvallend vaak beperkt tot haar eigen, westerse canon. Denktradities buiten Europa blijven veelal buiten beeld of worden gereduceerd tot vrijblijvende ‘wijsheid’, alsof zij geen systematische reflectie op waarheid, mens en wereld kennen. Dat lijkt mij niet alleen een historische vertekening, maar ook een verarming van het denken.
Diezelfde spanning ervaar ik bij het lezen van Friedrich Nietzsche. Zijn werk lees ik met groot plezier vanwege de stijl, de scherpte en de ontregeling die ervan uitgaat. Wat mij echter grotendeels ontgaat, is de samenhangende ‘filosofie van Nietzsche’ zoals die door latere interpreten wordt gereconstrueerd en bejubeld. Wanneer in zijn werk een moreel of existentieel project wordt blootgelegd, merk ik dat ik die lezing moeilijk kan volgen. Dat ligt wellicht minder aan Nietzsche zelf – die bewust anti-systematisch schrijft – dan aan de behoefte om zijn teksten alsnog in een leer te gieten.
In dat opzicht raken Nietzsche en Kierkegaard aan hetzelfde probleem. Beiden verzetten zich tegen een denken dat tot systeem, doctrine of kerkelijk programma verstolt en het individuele bestaan uit het oog verliest. Hun werk ontleent zijn kracht niet aan sluitende theorieën, maar aan de aansporing om zelf te denken, te kiezen en verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. Waar die aansporing plaatsmaakt voor jargon, canon of gezag, verliest filosofie voor mij precies datgene wat haar levend en noodzakelijk maakt.
Die spanning werd mij eens pijnlijk duidelijk tijdens een dagcursus filosofie aan de Vrije Academie, waar een docent een uitspraak citeerde dat Kant zo goed was in de filosofie omdat hij zijn eigen boeken niet hoefde te lezen. Die grap is veelzeggend. Wanneer zelfs kernteksten van de canon berucht zijn om hun onleesbaarheid, rijst de vraag of filosofie nog communicatie is, of vooral een interne exercitie voor ingewijden. Voor mij overtuigt filosofie alleen wanneer zij – hoe complex ook – denkbaar en te volgen blijft.
Juist daarom waardeer ik denkers en schrijvers die abstracte problemen inzichtelijk weten te maken zonder ze te versimpelen. Het klassieke probleem van de verhouding tussen lichaam en geest werd in de zeventiende eeuw bijvoorbeeld helder gemaakt met het beeld van twee klokken die gelijk lopen. Bij Spinoza (en later explicieter bij Leibniz) wordt zo inzichtelijk hoe geest en lichaam elkaar niet oorzakelijk beïnvloeden, maar parallel verlopen volgens één en dezelfde orde. Zulke beelden maken metafysica niet oppervlakkig, maar begrijpelijk.
Daar komt bij dat de filosofie zich opvallend vaak beperkt tot haar eigen, westerse canon. Denktradities buiten Europa blijven veelal buiten beeld of worden gereduceerd tot vrijblijvende ‘wijsheid’, alsof zij geen systematische reflectie op waarheid, mens en wereld kennen. Dat lijkt mij niet alleen een historische vertekening, maar ook een verarming van het denken.
Diezelfde spanning ervaar ik bij het lezen van Friedrich Nietzsche. Zijn werk lees ik met groot plezier vanwege de stijl, de scherpte en de ontregeling die ervan uitgaat. Wat mij echter grotendeels ontgaat, is de samenhangende ‘filosofie van Nietzsche’ zoals die door latere interpreten wordt gereconstrueerd en bejubeld. Wanneer in zijn werk een moreel of existentieel project wordt blootgelegd, merk ik dat ik die lezing moeilijk kan volgen. Dat ligt wellicht minder aan Nietzsche zelf – die bewust anti-systematisch schrijft – dan aan de behoefte om zijn teksten alsnog in een leer te gieten.
In dat opzicht raken Nietzsche en Kierkegaard aan hetzelfde probleem. Beiden verzetten zich tegen een denken dat tot systeem, doctrine of kerkelijk programma verstolt en het individuele bestaan uit het oog verliest. Hun werk ontleent zijn kracht niet aan sluitende theorieën, maar aan de aansporing om zelf te denken, te kiezen en verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. Waar die aansporing plaatsmaakt voor jargon, canon of gezag, verliest filosofie voor mij precies datgene wat haar levend en noodzakelijk maakt.
0
geplaatst: 28 december 2025, 09:06 uur
Wat betreft het jargon: de grote filosofen zoals Aristoteles, Kant en Hegel gebruikten veelal helemaal geen jargon maar slechts eenvoudige, alledaagse woorden die zelfs kleuters begrijpen of bouwen hun eigen jargon zorgvuldig op. Paradoxaal ligt daarin juist hun moeilijkheid: omdat ze alledaagse woorden in een filosofische context gebruiken krijgen ze een filosofische betekenis die nog eigen gemaakt moet worden. Mensen die vervolgens over het werk van filosofen schrijven introduceren jargon omdat zij filosofische gedachten gaan labelen om die juist eenvoudig en begrijpelijk te maken. Zo gebruikt bv. Heidegger het alledaagse woord ‘Dasein’ en kan een interpretator dit uitleggen als “bij Heidegger heeft het begrip Dasein (daar-zijn) een existentialistische betekenis zodat het een typisch menselijke bestaanswijze uitdrukt waarbij de mens betrokken is op de dingen terwijl omgekeerd die dingen zelf niet in die zin ‘dasein’ maar slechts ‘sein’”. Een studie filosofie begint daarom vaak met handboeken vol jargon om daarna naar de bronteksten te gaan om zelf te onderzoeken of de labels dus versimpelingen als ‘idealisme’ of ‘rationalisme’ wel recht doen aan wat de auteur precies bedoelde.
Wel is zoals je zelf al zegt filosofie een denktraditie: filosofen reageren vaak expliciet of impliciet op wat anderen hebben geschreven zodat het helpt om de filosofiegeschiedenis een beetje te kennen (daarvoor complimenteerde ik BobdH: als je Plato hebt gelezen dan weet je in ieder geval waar filosofie over gaat en dat helpt om latere filosofen te kunnen volgen). Filosoferen zonder een basis in die traditie dus ‘ins Blaue hinein’ redeneren kan juist weinig meer zijn dan “gezwets in de ruimte”. Juist omdat Kierkegaard en Nietzsche tamelijk radicaal willen breken met de filosofietraditie verwijzen zij in hun werk veelvuldig en veelal met een knipoog naar andere auteurs: niet alleen kennis van de filosofiegeschiedenis maar ook een goede algemene ontwikkeling helpt om alle verwijzingen te vatten (maar in de huidige boeken heeft de vertaler steevast een uitgebreide notenapparaat toegevoegd om de lezer daarbij te helpen).
Bovenal is filosofie niet zoals de wetenschap gebaseerd op gezond verstand plus waarneming maar vereist het diep nadenken zodat goede filosofie nooit makkelijk kan zijn: dat 17de eeuwse filosofie relatief makkelijk te begrijpen is komt mede doordat zij de natuurwetenschap als voorbeeld voor de filosofie namen. Hegel is de meest ‘onleesbare’ filosoof omdat bij hem elk ankerpunt in de vorm van jargon (labels) of verwijzingen ontbreekt zodat je wordt overgeleverd aan het pure denken zelf.
De door je genoemde filosofische discussie over lichaam en ziel biedt overigens wel een aanknopingspunt om het werk van Nietzsche en Kierkegaard beter te begrijpen. De mens is een dier die z’n natuurlijk instinct heeft verruild voor bewustzijn dus reflectie (de mens denkt na om uit te vogelen wat hij moet doen). Filosofie is een soort van doorgeschoten reflectie waarbij als een soort beroepsdeformatie de geest superieur wordt geacht aan het lichaam en daarmee de dood (het onveranderlijke of gewordende) boven het leven (het aldoor veranderende of wordende). Zoals Socrates zegt: filosofie is de voorbereiding op de dood. Kierkegaard en Nietzsche brengen daarentegen een ‘levensfilosofie’ die daarom niet in een ‘gestolde’ leer kan worden opgesteld want het leven is beweging (zoals Hegel al zei: het resultaat van een denkproces is slechts het lijk dat achterblijft terwijl het om de levende ontwikkeling gaat).
Wel is zoals je zelf al zegt filosofie een denktraditie: filosofen reageren vaak expliciet of impliciet op wat anderen hebben geschreven zodat het helpt om de filosofiegeschiedenis een beetje te kennen (daarvoor complimenteerde ik BobdH: als je Plato hebt gelezen dan weet je in ieder geval waar filosofie over gaat en dat helpt om latere filosofen te kunnen volgen). Filosoferen zonder een basis in die traditie dus ‘ins Blaue hinein’ redeneren kan juist weinig meer zijn dan “gezwets in de ruimte”. Juist omdat Kierkegaard en Nietzsche tamelijk radicaal willen breken met de filosofietraditie verwijzen zij in hun werk veelvuldig en veelal met een knipoog naar andere auteurs: niet alleen kennis van de filosofiegeschiedenis maar ook een goede algemene ontwikkeling helpt om alle verwijzingen te vatten (maar in de huidige boeken heeft de vertaler steevast een uitgebreide notenapparaat toegevoegd om de lezer daarbij te helpen).
Bovenal is filosofie niet zoals de wetenschap gebaseerd op gezond verstand plus waarneming maar vereist het diep nadenken zodat goede filosofie nooit makkelijk kan zijn: dat 17de eeuwse filosofie relatief makkelijk te begrijpen is komt mede doordat zij de natuurwetenschap als voorbeeld voor de filosofie namen. Hegel is de meest ‘onleesbare’ filosoof omdat bij hem elk ankerpunt in de vorm van jargon (labels) of verwijzingen ontbreekt zodat je wordt overgeleverd aan het pure denken zelf.
De door je genoemde filosofische discussie over lichaam en ziel biedt overigens wel een aanknopingspunt om het werk van Nietzsche en Kierkegaard beter te begrijpen. De mens is een dier die z’n natuurlijk instinct heeft verruild voor bewustzijn dus reflectie (de mens denkt na om uit te vogelen wat hij moet doen). Filosofie is een soort van doorgeschoten reflectie waarbij als een soort beroepsdeformatie de geest superieur wordt geacht aan het lichaam en daarmee de dood (het onveranderlijke of gewordende) boven het leven (het aldoor veranderende of wordende). Zoals Socrates zegt: filosofie is de voorbereiding op de dood. Kierkegaard en Nietzsche brengen daarentegen een ‘levensfilosofie’ die daarom niet in een ‘gestolde’ leer kan worden opgesteld want het leven is beweging (zoals Hegel al zei: het resultaat van een denkproces is slechts het lijk dat achterblijft terwijl het om de levende ontwikkeling gaat).
0
geplaatst: 28 december 2025, 17:39 uur
Dank voor de uitgebreide uiteenzetting en de voorbeelden die je aandraagt. Het laat zien hoezeer de canon van het ‘denken over het denken’ tot gespreksstof kan leiden.
Wat mij in deze discussie blijft bezighouden, is dat de moeilijkheid van filosofie vaak wordt verward met de ondoorzichtigheid van haar uitleg. Dat geldt bij uitstek voor Kant, Hegel en Heidegger. Natuurlijk zijn hun vragen complex en hun ambities groot, maar complexiteit rechtvaardigt geen uitleg die zich onttrekt aan toetsbare helderheid.
Mijn bezwaar betreft dan ook niet de moeilijkheid van teksten, noch het gebruik van alledaagse woorden met een nieuwe betekenis, maar de wijze waarop hun uitleg is opgebouwd. Wanneer kritiek op die uitleg wordt beantwoord met de stelling dat de betekenis zich ‘eigen gemaakt’ moet worden, verschuift de verantwoordelijkheid stilzwijgend van de tekst naar de lezer: de tekst is in orde, de lezer moet groeien. Dat is geen weerlegging, maar een categoriefout.
Dat alledaagse woorden in een filosofische context een nieuwe betekenis krijgen, levert geen paradox op zolang die betekenis stap voor stap wordt verantwoord. Waar dat niet gebeurt, ontstaat geen diepte maar mist. In dat opzicht voel ik mij verwant met Karel van het Reve, die zich niet verzette tegen literatuur of theorie, maar tegen uitleg die zichzelf onmisbaar verklaart zonder werkelijk te verhelderen.
Filosofie is historisch en institutioneel onderdeel van de wetenschap. Door filosofie tegenover ‘de wetenschap’ te plaatsen en haar per definitie ondoorzichtig te noemen, wordt onleesbaarheid niet verklaard maar gelegitimeerd. Juist een wetenschappelijke discipline - empirisch of conceptueel - onderscheidt zich door verantwoorde uitleg.
Dit is voor mij geen pleidooi tegen filosofische traditie of diepgang, maar juist vóór een uitlegvorm die de lezer stap voor stap meeneemt in het denken, in plaats van hem te confronteren met het eindresultaat.
Wat mij in deze discussie blijft bezighouden, is dat de moeilijkheid van filosofie vaak wordt verward met de ondoorzichtigheid van haar uitleg. Dat geldt bij uitstek voor Kant, Hegel en Heidegger. Natuurlijk zijn hun vragen complex en hun ambities groot, maar complexiteit rechtvaardigt geen uitleg die zich onttrekt aan toetsbare helderheid.
Mijn bezwaar betreft dan ook niet de moeilijkheid van teksten, noch het gebruik van alledaagse woorden met een nieuwe betekenis, maar de wijze waarop hun uitleg is opgebouwd. Wanneer kritiek op die uitleg wordt beantwoord met de stelling dat de betekenis zich ‘eigen gemaakt’ moet worden, verschuift de verantwoordelijkheid stilzwijgend van de tekst naar de lezer: de tekst is in orde, de lezer moet groeien. Dat is geen weerlegging, maar een categoriefout.
Dat alledaagse woorden in een filosofische context een nieuwe betekenis krijgen, levert geen paradox op zolang die betekenis stap voor stap wordt verantwoord. Waar dat niet gebeurt, ontstaat geen diepte maar mist. In dat opzicht voel ik mij verwant met Karel van het Reve, die zich niet verzette tegen literatuur of theorie, maar tegen uitleg die zichzelf onmisbaar verklaart zonder werkelijk te verhelderen.
Filosofie is historisch en institutioneel onderdeel van de wetenschap. Door filosofie tegenover ‘de wetenschap’ te plaatsen en haar per definitie ondoorzichtig te noemen, wordt onleesbaarheid niet verklaard maar gelegitimeerd. Juist een wetenschappelijke discipline - empirisch of conceptueel - onderscheidt zich door verantwoorde uitleg.
Dit is voor mij geen pleidooi tegen filosofische traditie of diepgang, maar juist vóór een uitlegvorm die de lezer stap voor stap meeneemt in het denken, in plaats van hem te confronteren met het eindresultaat.
* denotes required fields.
* denotes required fields.
