Korte review:
Mieters!
------------------------------------------------------------------------------------------
Langere review:
vrijdag 12 juli 2013
Hij heeft met Bij Nader Inzien een bijzonder prettig en behoorlijk uniek boek geschreven. Het boek kent geen hoofdstukken, enkel data als peilers, en hierop bouwt hij voort. Sowieso begint Voskuil soms met een stukje zonder te weten over wie het gaat (enkel gebruik van hij of zij) en pas na een aantal regels noemt hij een naam. Aardig. En soms ook weet hij bijzonder goed welke persoon op te voeren in het volgende hoofdstuk. Deze montage, zoals ik het maar even noem, werkt zo nu en dan erg goed. Paul bijvoorbeeld geeft aan een bepaalde dag langs te willen komen en Maarten wil dit niet, en het volgende hoofdstuk is die bewuste dag. Wat o wat zou de uitkomst zijn. En zo zijn er vele voorbeelden te vinden.
De inhoud duikt meestal in de volstrekte banaliteit. Dat is echter geen verwijt, dat is juist de kracht van het boek. En gelukkig voert Voskuil dit consequent door. De dagen die hij beschrijft zijn meestal geen heel bijzondere, op een enkel feestje na. Maar trouwerijen, de meeste verjaardagen, geboortes, de troonswisseling in ’48, de onafhankelijkheid van Indonesië: dat alles wordt nooit beschreven. Pas achteraf kom je te weten dat dit heeft plaatsgevonden. Daarentegen beschrijft Voskuil liever een treinreis van een hoofdpersoon, zomaar, zonder enig verder doel, of een theekransje of het kopen van boter en melk. Daarnaast zit het boek vol niet al te diepgaande filosofie, maar wel uiterst interessante gesprekken. Gesprekken dus die iedereen, die daarvan houdt, zelf zou kunnen houden. En de juiste mix daarvan maakt dat het banale meestentijds niet saai wordt, en de filosofie niet hoogdravend of dat je het gevoel krijgt dat Voskuil interessant wil doen.
Wat ook opvalt -en dat maakt dit boek redelijk uniek- is de complete afwezigheid van psychologie verteld door de verteller. Voskuil beschrijft al nauwelijks personen in hun uiterlijk, noch beschrijft hij ruimtes of gebouwen in meer dan drie regels, maar des te meer geeft hij de bezigheden en dialoog. Heerlijke naturelle dialoog overigens. Maar nergens zegt Voskuil hoe een persoon zich voelt (of hij zegt dit zelf middels dialoog), nergens gaat hij in het hoofd zitten, nergens geeft hij karakterkenmerken of enige geschiedenis. Zo is het een direct boek waar je vooral als toeschouwer heel dicht bij zit, en zelf mag je gaan uitzoeken en vinden hoe personen zijn. In het begin is dit lastig, aangezien alle jonge studenten met dezelfde interesses nogal op elkaar lijken, maar langzaamaan zie je de verschillen, de nuances en hun eigenlijke opvattingen. Prachtig hoe Voskuil dit doet. En nog mooier haast is het groepsproces en de vriendschappen. Hoe men met elkaar omgaat is naturel, hoe men op elkaar scheldt of met elkaar biertjes drinkt, maar vooral hoe de groep langzaamaan uit elkaar valt en ieder zijns weegs gaat. Heel subtiel soms, door iemand een tijdje niet te noemen, of heel direct door een fiks inhoudelijk meningsverschil. (Zoals Maarten tegen Stanley zegt over zijn verhaal met acht negers die langzaamaan anders blijken te zijn, hiermee ook een inkijkje in Voskuils ontwikkeling?) Maar bovenal bijzonder herkenbaar. En maar al te vaak kun je lachen door de humor. Meest subtiele grap? Het noemen van de naam Voskuil (toch maar gekeken of dit dan geen pseudoniem is).
Daarnaast schetst Voskuil een mooi tijdsbeeld van het studentenleven in Amsterdam de jaren na de oorlog. Natuurlijks rond de Poort (ook op de voorkant van mijn editie, en leuk daar zelf ook gestudeerd te hebben), maar ook kroegjes, straten, zolderkamers en buitengebieden. Amsterdam komt echt tot leven. En hoewel zij allen geen corpsleden waren krijg je toch een behoorlijk indruk van het studentenleven toentertijd. Sowieso viel me op hoe goed men het had toen, zo vlak na de oorlog. Veel drank, altijd eten, allen eigen woonruimte. Echte misère, die er ongetwijfeld was, toont Voskuil niet. Of het is dat studenten van toen daar helemaal geen aandacht voor hadden, of weet überhaupt.
En natuurlijk, niets is perfect (op de Gebroeders Karamazov na wellicht) en ook dit werk heeft wat kleine mankementen. Een enkele scène is gewoonweg oninteressant (mede door de banaliteit), maar ja, als je honderd maal schiet is het altijd wel eens mis. Gelukkig schiet Voskuil nog wel 98 maal raak en dat is ruim bovengemiddeld. Bovenal echter geloofde ik het na pak ‘m beet 1000 pagina’s wel. Die laatste 200 bladzijden voegden ook weinig nieuws meer toe en, hoewel dit in het geheel niet slecht was, waren er wel behoorlijk wat stukken die maar plichtmatig werden doorgelezen. De spanningsboog was al te ontspannen, de personen hadden hun ontwikkeling doorgemaakt en daar had Voskuil kunnen stoppen. Of hij had nog een compleet nieuwe dimensie moeten toevoegen. En dat mistte ik een beetje. Derhalve net niet de volle waardering. 4,5*.