menu

Bij Nader Inzien - J.J. Voskuil (1963)

mijn stem
4,16 (19)
19 stemmen

Nederlands
Autobiografische Roman

1207 pagina's
Eerste druk: Van Oorschot, Amsterdam (Nederland)

Autobiografische roman die een groep studenten Nederlands in Amsterdam tussen 1946 en 1953 beschrijft. Maarten Koning, alter-ego van de schrijver, leert zichzelf bij stukjes en beetjes kennen, door te letten op hoe hij reageert op verschillende situaties, alleen, of met anderen. Een centrale vraag voor hem, en daarom ook in de roman, is die naar de betekenis van vriendschap. Maarten Koning moet uiteindelijk ervaren dat vriendschap bij nader inzien niets te betekenen heeft.

zoeken in:
5,0
mdj
De discussies waarbij men elkaar analyseert en boeken bespreekt zijn 'mieters' (om deze veelvuldig gebruikte term uit het boek gelijk maar te gebruiken). Het beeld dat in het boek geschetst wordt over vriendschap is wel erg zwartgallig. Opkomst en ondergang en de betekenis van de onderlinge vriendschappen, daar gaat het om. Veel woorden waarvan een groot deel later inhoudsloos blijkt te zijn. Mooi is dat de personen echt verschillend zijn en zo tegenover elkaar afgezet kunnen worden. Somberstemmend boek, mooi taalgebruik.

avatar van Edelachtbare
4,5
Bij nader inzien is mijn eerste kennismaking met het werk van Voskuil, en een zeer aangename. Ik vrees dus dat Het Bureau ook op mijn leeslijst gaat komen. Bij nader inzien werkt verslavend. Voskuil schrijft ontzettend beeldend en met veel oog voor detail. De scenarioschrijvers die het script voor de verfilming hebben geschreven, hebben het gemakkelijk gehad.

Wat Voskuil bovenal erg goed kan is sfeer maken; met de nadruk op “maken.” De sfeertekeningen worden vaak dik aangezet, met hier en daar wat weersomstandigheden die overeenkomen met de psychische gesteldheid van de personages. Normaal gesproken hou ik niet zo van die donkere wolken die aan komen drijven precies wanneer de schrijver ze nodig heeft. Maar Voskuil komt er mee weg. Enerzijds omdat hij het subtiel doet en de sfeer vaak prachtig is, en anderzijds door zijn schrijfstijl. Zijn zinnen zijn kort. Hierdoor lijken het feiten. Feiten zijn geloofwaardig.

Voskuil blijkt zelf overigens ook goed te weten waar zijn sterke punten liggen. De charme van een sleutelroman waarin ook de schrijver zelf geportretteerd wordt, en van Bij nader inzien in het bijzonder, is dat je inzicht krijgt in de psychologie van de schrijver. De discussies van de personages in Bij nader inzien gaan ook vaak over het schrijverschap. Hierdoor krijgt de lezer een inkijkje in de ontwikkeling van Voskuil als jonge schrijver, in zijn opvattingen over wat goede literatuur is, en over de manier waarop hij zijn eigen talent beschouwt. Zo laat hij zijn alter-ego Maarten Koning zeggen: “Ik zou misschien verdomd goed boerenromans kunnen schrijven. Veel leuteren.” En leuteren doet Voskuil dan ook in Bij nader inzien, meesterlijk leuteren wel te verstaan; is het niet over het weer of het water in de gracht, dan is het wel over het zetten van thee of het rollen van een sigaret. Een andere opvatting van Maarten Koning is dat een schrijver zou moeten schrijven over zijn eigen ervaringen en trouw moet blijven aan zijn eigen milieu. En dat is dan ook precies wat Voskuil doet.

Bij nader inzien is een prachtige schets van het leven van een groep studenten in de late jaren ’40 en jaren ’50 van de twintigste eeuw in Nederland. De omgangsvormen in die tijd, de huiselijke sfeer, het taalgebruik, de verhouding tussen man en vrouw zijn allemaal boeiende elementen voor een lezer als ik, die deze tijd niet meegemaakt heeft. De discussies over literatuur, politiek, wetenschap, liefde en seks zijn interessant zonder buitengewoon diepgaand te zijn, en de meningen zijn doorgaans tamelijk ongenuanceerd doch goed onderbouwd en daardoor grappig (een schrijver of wetenschapper is óf “mieters”, óf een rotvent). Maar de werkelijke kracht van het boek ligt in de zeer geleidelijke wijze waarop de lezer de verschillende personages steeds beter leert kennen. Op het eerste gezicht lijkt Bij nader inzien een weinig diepgaande roman die gemakkelijk wegleest, maar de psychologische ontwikkeling van de personages zit zo vakkundig in elkaar dat je hem gemakkelijk enkele malen kunt herlezen (denk ik).

Kernthema van de roman is de dynamiek van vriendschappen. Vaak wordt Voskuil ten aanzien van deze roman een nogal pessimistische kijk op vriendschap verweten. De achterflap van het boek concludeert dat “op het eind van het boek blijkt dat bij nader inzien vriendschap niets te betekenen heeft”. Persoonlijk heb ik dat helemaal niet zo ervaren. Maarten Koning laat van begin af aan morele waarden prevaleren boven vriendschap. Hij en zijn vrienden zijn bijzonder kritisch ten aanzien van alles en iedereen, en vooral ten aanzien van elkaar; maar ze sparen ook zichzelf niet. Grootste uitdaging voor de vrienden is trouw te blijven aan zichzelf, of dit nu geldt voor opvattingen over politiek, wetenschap, literatuur of welk willekeurig onderwerp dan ook. Gevolg hiervan is dat de personages elkaar, en vooral zichzelf, steeds beter leren kennen, en dat hun persoonlijkheden zich in van elkaar verschillende richtingen ontwikkelen. Hun vriendschappen komen hierdoor telkens onder druk te staan. Gedeelde waarden als basis voor vriendschap kunnen zomaar wegvallen, waardoor goede vriendschappen veranderen in moeizame vriendschappen en minder geliefde vrienden bij nader inzien betere vrienden blijken dat je ooit had durven vermoeden. Persoonlijk vind ik dit geen ongezonde levenshouding, in tegendeel.

Ik heb dit dus niet ervaren als een pessimistisch boek, maar voelde vooral enorme betrokkenheid bij de personages, waardoor ik bijna het gevoel kreeg zelf onderdeel uit te maken van de vriendengroep. Juist een erg sympathiek boek dus, wat mij betreft.

4,0
Een interessant boek. De diepgang en breedte die bereikt wordt bij de beschrijvingen van alledaagse bezigheden in de vroege jaren 50 is ongeëvenaard: Voskuil schrijft lang zonder langdradig te worden, ondanks dat ik het me soms ontbrak aan inlevingsvermogen wat betreft (de reacties op) de standpunten en meningen van de verschillende hoofdpersonen.
De vele actieve discussies veranderen langzaam maar zeker in briefcontact waarin de standvastigheid van met name Paul en Maarten onverminderd aanwezig blijft. Het zijn dan ook voornamelijk deze personen en hun eega's die na blijven klinken wanneer het boek uit is, wat een onbestemd gevoel nalaat: waarom horen we niets meer van Hans? Wat is er gebeurd met Hettie, en hoe staat het eigenlijk met de studie van Maarten? "Het Bureau" kan daar ook geen uitsluitsel over geven. Wellicht wordt dat belicht in "Binnen de huid"?

4*

avatar van Edelachtbare
4,5
@Haveaniceday: Ik kon na het lezen van Bij nader inzien ook moeilijk afscheid nemen van de personages, en heb dus meteen ook "Binnen de huid" gelezen.
In "Binnen de huid" vernemen we niets meer over Hans of Hettie, alleen nog wat over Henriette. De studie van Maarten komt terloops ter sprake maar staat niet centraal. "Binnen de huid" sluit wel goed aan op Bij nader inzien, maar focust op de verhoudingen tussen Maarten, Nicolien, Paul en Rosalie, vanuit de beleving van Maarten (van binnen zijn huid), en is daardoor wat psychologischer en nog minder verhalend dan Bij nader inzien. Het eerste deel vond ik bijzonder sterk, later zwakt het wat af, maar dat komt misschien omdat ik minder voeling kreeg met de gemoedstoestand van Maarten. "Binnen de huid" is wel een ontzettend eerlijk boek, waarvan ik me kan voorstellen dat Voskuil en later zijn nabestaanden geweifeld hebben met de publicatie ervan.

4,0
@hierboven: precies dat gevoel ja. Heeft Voskuil toch goed voor elkaar: Binnen de huid staat dan ook hoog op m'n verlanglijstje.

In navolging op dit boek heb ik eens wat te lezen opgezocht over de (voornamelijk) door Paul genoemde schrijvers. Zo vond ik Ter Braak's Dr Dumay verliest. Hij en Rosalie zijn duidelijk (mede-)geïnspireerd door een koppel uit dit boek. Indien nog niet gelezen, een aanrader

avatar van mjk87
4,5
Korte review:

Mieters!

------------------------------------------------------------------------------------------
Langere review:

vrijdag 12 juli 2013
Hij heeft met Bij Nader Inzien een bijzonder prettig en behoorlijk uniek boek geschreven. Het boek kent geen hoofdstukken, enkel data als peilers, en hierop bouwt hij voort. Sowieso begint Voskuil soms met een stukje zonder te weten over wie het gaat (enkel gebruik van hij of zij) en pas na een aantal regels noemt hij een naam. Aardig. En soms ook weet hij bijzonder goed welke persoon op te voeren in het volgende hoofdstuk. Deze montage, zoals ik het maar even noem, werkt zo nu en dan erg goed. Paul bijvoorbeeld geeft aan een bepaalde dag langs te willen komen en Maarten wil dit niet, en het volgende hoofdstuk is die bewuste dag. Wat o wat zou de uitkomst zijn. En zo zijn er vele voorbeelden te vinden.

De inhoud duikt meestal in de volstrekte banaliteit. Dat is echter geen verwijt, dat is juist de kracht van het boek. En gelukkig voert Voskuil dit consequent door. De dagen die hij beschrijft zijn meestal geen heel bijzondere, op een enkel feestje na. Maar trouwerijen, de meeste verjaardagen, geboortes, de troonswisseling in ’48, de onafhankelijkheid van Indonesië: dat alles wordt nooit beschreven. Pas achteraf kom je te weten dat dit heeft plaatsgevonden. Daarentegen beschrijft Voskuil liever een treinreis van een hoofdpersoon, zomaar, zonder enig verder doel, of een theekransje of het kopen van boter en melk. Daarnaast zit het boek vol niet al te diepgaande filosofie, maar wel uiterst interessante gesprekken. Gesprekken dus die iedereen, die daarvan houdt, zelf zou kunnen houden. En de juiste mix daarvan maakt dat het banale meestentijds niet saai wordt, en de filosofie niet hoogdravend of dat je het gevoel krijgt dat Voskuil interessant wil doen.

Wat ook opvalt -en dat maakt dit boek redelijk uniek- is de complete afwezigheid van psychologie verteld door de verteller. Voskuil beschrijft al nauwelijks personen in hun uiterlijk, noch beschrijft hij ruimtes of gebouwen in meer dan drie regels, maar des te meer geeft hij de bezigheden en dialoog. Heerlijke naturelle dialoog overigens. Maar nergens zegt Voskuil hoe een persoon zich voelt (of hij zegt dit zelf middels dialoog), nergens gaat hij in het hoofd zitten, nergens geeft hij karakterkenmerken of enige geschiedenis. Zo is het een direct boek waar je vooral als toeschouwer heel dicht bij zit, en zelf mag je gaan uitzoeken en vinden hoe personen zijn. In het begin is dit lastig, aangezien alle jonge studenten met dezelfde interesses nogal op elkaar lijken, maar langzaamaan zie je de verschillen, de nuances en hun eigenlijke opvattingen. Prachtig hoe Voskuil dit doet. En nog mooier haast is het groepsproces en de vriendschappen. Hoe men met elkaar omgaat is naturel, hoe men op elkaar scheldt of met elkaar biertjes drinkt, maar vooral hoe de groep langzaamaan uit elkaar valt en ieder zijns weegs gaat. Heel subtiel soms, door iemand een tijdje niet te noemen, of heel direct door een fiks inhoudelijk meningsverschil. (Zoals Maarten tegen Stanley zegt over zijn verhaal met acht negers die langzaamaan anders blijken te zijn, hiermee ook een inkijkje in Voskuils ontwikkeling?) Maar bovenal bijzonder herkenbaar. En maar al te vaak kun je lachen door de humor. Meest subtiele grap? Het noemen van de naam Voskuil (toch maar gekeken of dit dan geen pseudoniem is).

Daarnaast schetst Voskuil een mooi tijdsbeeld van het studentenleven in Amsterdam de jaren na de oorlog. Natuurlijks rond de Poort (ook op de voorkant van mijn editie, en leuk daar zelf ook gestudeerd te hebben), maar ook kroegjes, straten, zolderkamers en buitengebieden. Amsterdam komt echt tot leven. En hoewel zij allen geen corpsleden waren krijg je toch een behoorlijk indruk van het studentenleven toentertijd. Sowieso viel me op hoe goed men het had toen, zo vlak na de oorlog. Veel drank, altijd eten, allen eigen woonruimte. Echte misère, die er ongetwijfeld was, toont Voskuil niet. Of het is dat studenten van toen daar helemaal geen aandacht voor hadden, of weet überhaupt.

En natuurlijk, niets is perfect (op de Gebroeders Karamazov na wellicht) en ook dit werk heeft wat kleine mankementen. Een enkele scène is gewoonweg oninteressant (mede door de banaliteit), maar ja, als je honderd maal schiet is het altijd wel eens mis. Gelukkig schiet Voskuil nog wel 98 maal raak en dat is ruim bovengemiddeld. Bovenal echter geloofde ik het na pak ‘m beet 1000 pagina’s wel. Die laatste 200 bladzijden voegden ook weinig nieuws meer toe en, hoewel dit in het geheel niet slecht was, waren er wel behoorlijk wat stukken die maar plichtmatig werden doorgelezen. De spanningsboog was al te ontspannen, de personen hadden hun ontwikkeling doorgemaakt en daar had Voskuil kunnen stoppen. Of hij had nog een compleet nieuwe dimensie moeten toevoegen. En dat mistte ik een beetje. Derhalve net niet de volle waardering. 4,5*.

Gast
geplaatst: vandaag om 19:14 uur

geplaatst: vandaag om 19:14 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.