Verrassend goed boek van Frank Groothof. Ik ben een groot bewonderaar van Groothof. Natuurlijk kent iedereen hem van Sesamstraat en sommigen zullen hem ook van Het Klokhuis kennen, waar hij onovertroffen goed teksten van Willem Wilmink, Ted van Lieshout, Hans Dorrestijn en Rob Chrispijn vertolkte. Verder maakte Groothof deel uit van het Werkteater, waar hij in verschillende theaterproducties acteerde en zong. Bijvoorbeeld in het stuk
Gebroed, mijn persoonlijke favoriet, waar hij samen met zijn broer René Groothof een prachtig, hilarisch, ontroerend en goed portret schetst van hun jeugdjaren. Dit stuk bewerkten Frank en René tot een jeugdvoorstelling en later werd dit bewerkt tot het programma
Broertjes. Maar minder mensen zullen weten dat Frank Groothof opera's bewerkt voor kinderen. Opera's als
Carmen en
Die Zauberflöte, maar ook minder bekende, worden voorzien van een prachtig Nederlands libretto door schrijvers als Harrie Geelen, Imme Dros en Sjoerd Kuyper (niet zelden in samenwerking met Groothof zelf) en vervolgens vertolkt. Frank Groothof, die aan het conservatorium zang heeft gestudeerd, neemt meestal alle mannelijke rollen op zich en dikwijls wordt hij begeleid door het saxofoonkwartet Sax en Plus. Veel van deze opera's zijn op ceedee verschenen. (Later heeft Frank Groothof ook nog ceedeeboeken uitgebracht bij Nieuw Amsterdam. Dat zijn grote, vierkante boeken
met een foto van de auteur erop en een disk achterin. Deze serie bij Nieuw Amsterdam heb ik verder niet zo gevolgd, omdat die me niet zo aansprak.)
Dat Frank Groothof kan vertellen wist ik al, door zijn operaceedee's, maar dan is het nog altijd de vraag of hij kan schrijven. Het antwoord luidt dat Groothof schrijft zoals hij vertelt. Hij schrijft een beetje in spreektaal. Hierdoor krijgt het boek precies dezelfde sfeer als zijn voorstellingen, en dat is een sfeer die mij erg bevalt. Bij het lezen hoorde ik telkens Groothofs vertelstem in mijn hoofd. Een erg prettige stem, moet ik zeggen.
De verhalen in dit boek zijn eerder als afleveringen verschenen in het tijdschrift Taptoe. Ze zijn allemaal in de ik-vorm geschreven en ze worden verteld door een jongetje dat Frank heet. Iedere week komt hij vertellen wat hem allemaal in die week gebeurd is. En dat is meestal een hele hoop, want Frank heeft een soort aartsvijand: Ronald.
Vooral de eerste verhalen zijn ontzettend amusant. De Frank in dit boek lijkt gebaseerd op de echte Frank, want hij lijkt sterk op de Frank uit
Gebroed en
Broertjes: een beetje een baasje. Het leukste verhaal is het verhaal over de
Suske en Wiske's.

Frank Groothof kan zich erg goed inleven in het kind en kan goed vanuit zijn karakter schrijven. Mijn grootste kritiekpunt is eigenlijk hetzelfde kritiekpunt dat in de
Boekensalon-recensie aangekaart wordt: af en toe wordt het net iets te makkelijk vermaak. Boekensalon schrijft dat de schrijver soms iets te makkelijk heeft willen scoren door het beschrijven van belevenissen met uitwerpselen. Hiermee wordt verwezen naar een verhaal met poep en een verhaal met kots. Over laatstgenoemd verhaal wil ik echter wel vertellen dat het geheel autobiografisch is. Op
zijn website vertelt Groothof namelijk dat hij een keer bij een zangwedstrijd voor de televisie de hele studio onder braakte. Hij vertelt het op
deze pagina. In hoeverre de andere verhalen autobiografisch zijn, weet ik niet.
Al met al een vermakelijk boekje. Vooral de eerste verhaaltjes zijn erg leuk. Later komen de verhalen wat bedacht en net iets te flauw over.
De illustraties zijn trouwens van Annet Schaap. (Haar tekeningen vind ik persoonlijk niks aan.)