
Tortilla Flat (hardcover) (€ 22,50)
Tortilla Flat (e-book) (€ 1,10)
PMC Tortilla Flat (paperback) (€ 12,99)
Tortilla Flat - John Steinbeck (1935)
Alternatieve titel: Danny en Compagnie
Engels
Sociaal / Humoristisch
171 pagina's
Eerste druk: Covici-Friede,
New York (Verenigde Staten)
Na de Eerste Wereldoorlog keert Danny, een arme paisano, terug naar Tortilla Flat in California. Daar bewoont hij een huis dat zijn grootvader hem achtergelaten heeft. Voordat hij het weet leeft er een groep arme paisano's bij hem in huis die de huur ook niet kunnen betalen, maar graag hun vriendschap met Danny willen delen. 'Tortilla Flat' verhaalt over deze groep die de beschaving afwijzen, en die van wijn en van het leven genieten tijdens de Grote Depressie.
Ik heb dit boek nog niet helemaal uit, maar kan 't niet laten om 'm hier even de hemel in te prijzen, vooral niet omdat er nog geen berichten geplaatst zijn.
Dit boek is geweldig grappig door de vele vrienden van Danny die bij hem onderdak vinden en die óf oliedom, óf supernaïef, óf erg vindingrijk, maar in ieder geval zéér lui, drankzuchtig en de beste kameraden van elkaar zijn.
Het is ook een aaneenschakeling van allerlei korte verhalen die in elkaar grijpen en ook dit maakt dit tot 'n zeer boeiend en leesbaar boek!
ik ga weer verder lezen...
Geweldig boek waarin men alles in het leven relativeert en wijn als het belangrijkste in het leven ziet.
Dit dus. Maar je kan er ook wel een wrang kantje in ontdekken. De hoofdpersonages mogen in het algemeen dan wel naïeve positivo's zijn, Steinbeck was dat zeker niet. Hij werd in de jaren dat dit boek (en vooral 'The Grapes of Wrath', eigenlijk) uitkwam, door veel mensen verguisd, omwille van zijn harde, maar überrealistische kijk op de dingen. Te confronterend en provocerend, voor velen.
Edoch is dit een bijzonder fijn boekje om te lezen, al is het maar door de innemende persoonlijkheid van de Piraat; het constant tot niets leidende geluier en opportunisme van Big Joe Portagee en het straffe einde.
4 sterren
Zoals in Cannery Row volgen we een groep zonderlingen, een groep zorgeloze vrienden woonachtig op Tortilla Flat, opnieuw in Monterey. Wat volgt zijn een aantal prachtige hoofdstukken waarin op prachtige wijze, in een aantal schitterende anekdotes en beschrijvingen, een beeld geschetst wordt van de omgeving en de situaties waarin de vrienden verzeild raken. Hoofdrolspeler Danny krijgt per toeval twee huizen in zijn schoot geworpen en dan is er voor hem en een aantal vrienden opeens de mogelijkheid om een dak boven het hoofd te krijgen. Wat volgt zijn passages waarin langzaam duidelijk wordt wat dit voor ze betekent en hoe dit hen leven voor altijd verandert.
Wat het schrijven van Steinbeck zo mooi maakt is ten eerste zijn haast tastbare affectie met zijn protagonisten. Hij lijkt zijn personages en hun uiteenlopende karaktereigenschappen door en door te kennen. In het geval van de vrienden betekent dit dat ze het leven nemen zoals het komt Steinbeck beschrijft dit op prachtige wijze.
Pilons ziel was zelfs bestand tegen zijn eigen herinneringen, want terwijl hij naar de vogels keek, herinnerde hij zich, dat mevrouw Pastano wel eens zeemeeuwen gebruikt voor haar voscroquetjes, en toen hij daar aan dacht kreeg hij honger, en door dat hongerige gevoel tuimelde zijn ziel uit de hemel naar beneden.
Dit bewijst de grootsheid van een schrijver. Want hoe moeilijk is het om je karakters zo gemakkelijk te laten denken? Een schrijver manoeuvreert in wezen toch altijd plichtsgetrouw in het hoofd van iemand anders. Een schrijver zal hierin toch zoeken naar beweegredenen voor acties, naar motieven, naar denkpatronen. Maar hoe vaak is het niet zo dat een mens juist amper nadenkt over wat hij of zij doet, zoals Pilon in de passage hierboven. Steinbeck schakelt soms in twee zinnen van het banale naar het transcendentale en dit doet hij met groot gemak. Bijzonder knap. Daarbij gebruikt hij ook nog eens de omgeving en de zintuigen waardoor het zijn taal onweerstaanbaar rijk maakt.
Ik sluit af met een kleine passage, een passage waarin een van de hoofdrolspelers voor het eerst het geluk geproefd heeft van het hebben van onderdak.
Wanneer het laat in de nacht was, en de wijn was op en de sprekers waren verstomd, en buitenshuis de dodelijke nevels zich aan de aarde vastklampten als geesten van reusachtige bloedzuigers, hoefde je niet als zwervende hond een slaapplaats te zoeken in de kwade dampen van een ravijn. Nee, dan had je een warm bed, waarin je wegzonk en zo vast sliep als een pasgeboren kind.
Het enige puntje van kritiek dat ik wel kwijt wil is het feit dat het boek nogal fragmentarisch overkomt. Er zit wel een rode draad doorheen het verhaal maar elk hoofdstuk is een belevenis en leest als een soort van kortverhaal. Ik denk dat ik het boek sneller had willen uitlezen moest het meer coherent zijn , maar soit dat is maar een klein puntje want van begin tot eind heb ik me uitstekend vermaakt met deze roman. Een van de leukste momenten vond ik als de vrienden begonnen te vertellen over mensen die zijn heen gegaan. Dat moment met die stofzuiger was ook hilarisch.
4*
Hoe een Nobelprijswinnaar doorbrak met een klucht | Literair Nederland
Een boek dus dat de maatschappelijke normen terzijde schuift en er een alternatieve wereldorde voor in de plaats stelt, waarin degenen zonder baan en zonder ambitie aan het langste eind trekken.

Maar misschien dat je mooie recensie of anders wel je waardering van drieënhalve ster me op andere gedachten brengt...
Auke Hulst vertelt in de NRC recensie - Schreef Steinbeck niet eigenlijk armoedeporno? - dat de Amerikaanse schrijver John Steinbeck na het verschijnen van Tortilla Flat de nodige kritiek uit met name de Mexicaans-Amerikaanse hoek zou hebben gekregen en in een later verwijderd voorwoord 'min of meer schuld' zou hebben bekend voor het (onbedoeld?) te kakken zetten van de paisanos in zijn roman.
Hij zou van zichzelf zijn geschrokken over de denigrerende wijze hoe hij deze bevolkingsgroep ten tonele had gevoerd en als gevolg hiervan moest constateren dat tot zijn afgrijzen de zogenaamde nette lezers zijn werk 'als amusante armoedeporno opvatten'. (Het lelijke woord 'armoedeporno' lijkt een vertaling te zijn van de Engelse benaming poverty peepshow die ik hier en daar op het net tegenkom bij kritieken over televisieprogramma's met kandidaten uit de onderklasse die het TV-publiek moeten vermaken in ruil voor geld. Een soort van Hunger Games, maar dan met arme sloebers.)
Ondergetekende heeft het werk Tortilla Flat (nog) niet gelezen, maar ik voelde me ietwat geroepen om de titel van de NRC recensie, die toegegeven een zweem van effectbejag behelst, nader te duiden.
Paisano
Mijn eigen aandacht wordt getrokken door het opmerkelijke begrip 'paisano' in deze roman. Het woord paisono ken ik enkel in de Spaanse betekenis van het woord 'landgenoot'. In dit boek verwijst het dus naar een specifieke bevolkingsgroep in een bepaald deel van de Amerikaanse deelstaat Californië.
Ik heb ook geen idee wat er wordt bedoeld met 'Engels met een paisano-accent en Spaans met een paisano-accent', laat staan hoe dat überhaupt zou moeten klinken. Ik pretendeer het een en ander over de Amerikaanse cultuur en geschiedenis te weten, maar bij mij komt de paisano in Tortilla Flat over als een bevolkingsgroep die ontsprongen is uit de rijke fantasie van de auteur.
Ik blijf alsmaar denken dat de term paisono het equivalent is van het begrip chicano. Een gekozen identiteit van gemigreerde Mexicanen in de VS die wordt gekenmerkt door de gekunstelde ijver om zich aan de Amerikaanse taal en cultuur aan te passen en de gebruiken uit het moederland te verwerpen. Dit fenomeen wordt, naar wat ik heb ervaren, dan weer door de Mexicanen in Mexico nogal beschimpd en lacherig over gedaan. Maar wat ik al lees op Wikipedia kwam de chicano cultuur pas op in de jaren '60 en '70 en bestond deze dus nog niet in het dust bowl tijdperk toen John Steinbeck zijn boek schreef.
Resumerend zorgt het boek op voorhand al voor genoeg stof tot nadenken.
En zomaar een term eruit halen en fileren is ook wel wat makkelijk slash bedenkelijk, maar zo gaat dat tegenwoordig, al zit daar soms ook wel wat in. Wat betreft 'paisano': het doet me denken aan 'peasant', wat in Nl. de term 'boer' op zou leveren, maar dan rijst de vraag: is het een geuzennaam of een belediging...?
Een verzamelnaam, zou je kunnen zeggen, van deze verschillende groepen, die dus niet allemaal op één en hetzelfde kluitje zaten maar afzonderlijke gemeenschappen hadden gevormd. In het boek Tortilla Flat – een paisanos-gerelateerde benaming overigens, die vanuit het naburige Carmel tot Steinbeck was gekomen – wordt deze groep door een fictieve fractie ervan vertegenwoordigd (het laatste deel van het door Raspoetin aangehaalde citaat is weliswaar een leuke aanvulling vanuit het boek maar is voor het definiëren van de paisanos in feite irrelevant, want het lijkt me gewoon een stilistische bewering van Steinbeck om het allemaal juist niet ingewikkelder te maken dan nodig is, maar goed).
Het (in 1937) door Steinbeck zelf geschreven nawoord dat Auke Hulst aanhaalt, wordt ook in de introductie geciteerd. Waar Hulst concludeert dat Steinbeck van zichzelf geschrokken was (wat er volgens mij dan op neer zou komen dat hij niet meer volledig achter zijn woorden zou staan), maak ik er niet veel meer uit op dan dat hij het betreurde dat zijn intenties en de interpretaties van vele lezers niet op dezelfde lijn zaten. Nu het misschien eenieders goed recht om uit een tekst te halen wat hij of zij erin ziet (of wil zien), maar de conclusies die een lezer trekt, stroken uiteraard niet per definitie met de visie van de auteur. Zo kunnen mensen en personages zichzelf van verschillende kanten laten zien en in het door Hulst niet geciteerde deel van het nawoord verdedigt Steinbeck zijn invalshoek juist met behulp van een vergelijking: een zus van een ouderloos klasgenootje, die hij goed had leren kennen en hoogachtte, had bij hem vroeger bekend gestaan als 'hoor-lady' (en hij had haar zo met alle respect ge-/benoemd), maar later (op moment van schijven) zag hij haar nog altijd niet (alleen?) als prostituee en de jolige mannen (zijn klasgenootje's ‘uncles’), die over de vloer kwamen en hen af en toe een stuiver gaven, niet als cliënten. Je zou haast zeggen dat hij zich hiermee verschuilt achter een soort kinderlijke onwetendheid, maar het gaat in dezen niet om het wel of niet weten van hoe er tegen iets of iemand aan kan worden gekeken; het gaat om de levendigheid van de personages en hoe ze zichzelf vertegenwoordigen of vertegenwoordigd worden. Begrip vormt hierbij de essentie en een dramatische of komische noot is bijzaak (en niet waarop de focus zou moeten liggen). Volgens mij keek Steinbeck met een positieve blik naar de paisanos en hun soms jaloersmakende levensvisie. Als een ander daarin iets negatiefs leest heeft-ie voornamelijk zichzelf ermee.