”Hij kon haar goed verdragen”’
Schrijft Yvonne Keuls (YK) ergens op tweederde gedeelte van ‘Mevrouw mijn moeder’. Hiernaast lees ik in het voorwoord van deze roman de woorden van Susan Smit: het wezenlijke van wat verteld wordt ligt niet in de woorden. Het ligt in de ruimte ertussen.
De naam Yvonne kreeg YK van haar Hollandse vader, haar Indische moeder echter noemde haar Aigin, kind van de wind: de wind neemt verhalen mee. Aigin zou worden wat haar naam nu eenmaal zegt. Later, wanneer YK in Nederland komt wonen vertelt ze als klein meisje hoe de wereld er buiten uitziet aan haar moeder, want dan hoeft moeder geen warme laarsjes te dragen, iets wat ze tot dan toe weigerde. Met dit vertellen over het leven buiten begon het schrijverschap van YK.
In een
andere roman van een andere auteur die ik hiervoor las over een moeder/dochter relatie met Indische achtergrond, gaf ik al aan dat bij het vertellen de toon de muziek maakt. En hoe anders is voor mij de toon van ‘Mevrouw mijn moeder’ al komen ook hier
pittige opvoedmethoden ter sprake: een lel van vader die ergens nog een rotting in huis had staan, die hij zelfs overzee meenam in de hoop dat de rotting zijn vrouw zou bewegen laarsjes aan te doen in verband met het Hollandse klimaat. Wat volgt tekent het karakter van de moeder van YK.
Moeder zelf had slofjes of sandaaltjes met hakjes waar ze zowel haar kinderen als een hulp in de houding, kokki, de baboe of tuinman mee te lijf ging als iets haar niet beviel. Dit gegeven komt later in het boek met humor terug.
Juist die humor zonder dat het voor mij karikaturaal wordt bepaalt dat ik dit boek heel graag heb gelezen. Want ik vind het een liefdevol boek, en ja, ‘Mevrouw mijn moeder’ kan zich soms irritant en boosmakend gedragen. Toch blijf ik die liefde consequent tussen de woorden en zinnen door lezen.
Evengoed blijft dat zo als ‘Mevrouw mijn moeder’
meer en meer hulp nodig heeft en iedereen bijna tot wanhoop brengt met een stoet van verzorgenden die vrijwel allemaal afhaken.
Hoe met haar om te gaan werd al duidelijk bij de zin over een huisarts: hij kon haar goed verdragen.
Tot slot doet ‘Mevrouw mijn moeder’ me denken aan de sferen die Couperus oproept, het gevoel van mystiek weten; de wereld van de doekoens, medicijnmannen en -vrouwen en toch vind ik het nergens te zweverig.
Dit alles maakt deze roman uitstekend te verdragen. Misschien ook wel omdat ik het gedrag van míjn moeder herken. Ik herken ook de gedachten en overwegingen van YK juist in de laatste periode van haar moeders leven.
Die van mij wordt overigens door verzorgenden ‘Hoofdzuster’ genoemd wat ik persoonlijk grappiger vind dan mijn moeder.
4,5*