menu

De Meeste Mensen Deugen: Een Nieuwe Geschiedenis van de Mens - Rutger Bregman (2019)

mijn stem
3,76 (37)
37 stemmen

Nederlands
Ideeƫnliteratuur

528 pagina's
Eerste druk: De Correspondent, Amsterdam (Nederland)

De mens is een beest, zeiden de koningen. Een zondaar, zeiden de priesters. Een egoïst, zeiden de boekhouders. Al eeuwen is de westerse cultuur doordrongen van het geloof in de verdorvenheid van de mens. Maar wat als we het al die tijd mis hadden? In dit boek verweeft Rutger Bregman de jongste inzichten uit de psychologie, de economie, de biologie en de archeologie. Hij neemt ons mee op een reis door de geschiedenis en geeft nieuwe antwoorden op oude vragen. Waarom veroverde juist onze soort de aarde? Hoe verklaren we onze grootste misdaden? En zijn we diep vanbinnen geneigd tot het kwade of het goede?

zoeken in:
avatar van Dr.Strangelove
Zolang er kinderen het land uit worden gezet er mensen van de honger omkomen zolang miljoenen dieren worden afgemaakt er oorlogen zijn of een Trump/Poetin/Erdogan president kan worden vind ik toch de mens over het algemeen niet deugen.
We staan niet voor niks boven aan die piramide.

avatar van eRCee
Ik moet toegeven dat ik er ook wel een handje van heb al een soort 'voorbeoordeling' te doen zonder iets gelezen te hebben, maar laten we wel wezen, je schrijft geen boek van 528 pagina's als je niet over dit soort basale tegenwerpingen hebt nagedacht en die ook bespreekt.

avatar van Pecore
3,0
Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken van Rutger Bregman als de Erben Wennemars onder de sociale wetenschappers: positiviteit en optimisme, maar met een flinke dosis naïviteit.

Maar toch; eRCee heeft een punt en dat maakt mij ook wel weer nieuwsgierig.

avatar van thomzi50
Alles aan dit boek staat me eigenlijk bij voorbaat tegen - al neem ik wel aan dat Bregman bij zo'n dik boek wel ook op de mogelijke en logische tegenwerpingen van zijn stelling in gaat. Viel me bij het doorbladeren trouwens op dat de letters zo groot zijn, zoals ook laatst al bij de nieuwe Buwalda. Willen die auteurs per se dikke boeken schrijven? Of is het omdat veel lezers toch wat oude zijn en wellicht niet meer de beste ogen hebben?

avatar van Ted Kerkjes
Ted Kerkjes (moderator)
Ach, ik kan me niet zo aan de titel storen. Dit soort boeken hebben vaker een dergelijke 'catchy' titel, en het lijkt me logisch dat de inhoud van het boek uitgebreider en genuanceerder op het onderwerp ingaat. Ik moet zeggen dat ik ook wel een hoge vrij pet op heb van De Correspondent. (Ik heb nooit een Correspondent-boek gelezen, maar de artikelen die ik gelezen heb, vind ik bijzonder interessant. Fijne site ook.)

Dit boek doet me verder ook wel denken aan het werk van Maarten Boudry, die ook dergelijke titels heeft: Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat en De redelijke optimist: Waarom vooruitgang geen geloof is.

avatar van eRCee
Pecore schreef:
Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken van Rutger Bregman als de Erben Wennemars onder de sociale wetenschappers: positiviteit en optimisme, maar met een flinke dosis naïviteit.

Zou dat toch niet direct zeggen. Ik ken het werk van Bregman via De Correspondent vrij goed en als hij bijvoorbeeld de beroemde psychologische experimenten uit de jaren '60 en '70, die door iedereen klakkeloos worden aangenomen, debunkt dan kan je dat toch moeilijk naïef noemen. Ook in de fijne podcast samen met Jesse Frederik (held!) komt hij niet gemaakt positief of optimistisch over. Overigens verkondigt Bregman bijvoorbeeld de theorie dat de meeste verandering komt vanaf de flanken, doordat het kader verschuift door mensen met radicale ideeen, dus ja, daarin past zo'n boek ook wel.

avatar van Pecore
3,0
Het onderuit halen van die naar nu blijkt waardeloze experimenten wil ik ook absoluut niet als naïef bestempelen. Dat is gewoon fijne journalistiek. Maar ik lees ook wel eens een artikel van De Correspondent en zijn vorige boek over o.a. het basisinkomen heb ik ook gelezen. Het komt op mij vaak een tikkeltje te simplistisch over, teveel bedacht vanuit diezelfde optimistische invalshoek. En zijn enthousiasme in zijn Amerikaanse tv-optredens is aanstekelijk, maar heeft toch ook iets weg van volksmennerij ('Taxes, taxes, taxes, taxes.' Zelfs Wennemars had er minder woorden voor nodig gehad.)

Maar ik snap ook wel dat dat vorige boekje niet de ruimte liet om uitgebreid te nuanceren, laat staan de paar minuten spreektijd in een talkshow. Hoe anders is dat in een vuistdik boek?! Des te meer reden om het te gaan lezen. Ik zou er niet rouwig om zijn als mijn (voor?)oordeel over hem een verkeerde blijkt te zijn.

avatar van Lalage
Het aantal bladzijden verbaasde mij, maar als je ziet hoeveel woorden er op een bladzijde staan, dan zou het bij een andere zetting misschien amper 200 bladzijden tellen. Ik begrijp niet zo goed waarom ze dit zo doen, want het schrikt mij af.

avatar van eRCee
Nou vooruit, hierbij dan een interview van Bregman door zijn mattie Jesse Frederik over het boek. Duurt 44 minuten: De Rudi en Freddie-show.

En het schijnt dat Bregman wordt bijgetreden door niemand minder dan primatoloog Frans de Waal in zijn meest recente boek.

avatar van Dr.Strangelove
Een betere titel zou waarschijnlijk zijn:
"De meeste mensen kunnen deugen"


avatar van Pecore
3,0
Bij vlagen zit ik me best wel te ergeren aan dit boek. De positieve insteek is soms te gemaakt. Bregman zoekt naar van alles om zijn boodschap te ondersteunen. Hij verwijst naar personen die helemaal geen autoriteit zijn op het gebied van sociale wetenschap, trekt ongeldige conclusies en geeft je als lezer soms het gevoel niet serieus te worden genomen.

Maar er is ook heel veel wel goed aan dit boek. Vooral de eerste helft, waarin Bregman de filosofen Hobbes (de mens is slecht en wordt beteugeld door een dun laagje beschaving) en Rousseau (de mens is goed, maar wordt gehinderd door onze 'beschaving') tegenover elkaar plaatst, vond ik om te smullen. De strijd wordt op overtuigende wijze beslecht in het voordeel van de Fransman. Dat doet Bregman door allerlei gezaghebbende onderzoeken en denkbeelden te tackelen. Hij pleit voor meer vertrouwen in en meer zorg voor elkaar. En dat wordt op een heldere manier gebracht.

Uiteindelijk toch een fijn boek, waar ik echter het revolutionaire niet zo van in zie.

3,0
Het 'nieuwe' van wat er in het boek wordt geschreven, ontgaat mij. Het 'magistrale' dat Matthijs van Nieuwkerk er in ziet, ontgaat mij ook. Dit boek is 'Jip en Janneke taal tot the next level'. Op een kinderlijke manier word je meegenomen door de gedachtenwereld van Bergman (wat hij wel knap doet), waar hij veel woorden nodig blijkt te hebben om niet zoveel te zeggen. Daarbij hadden er echt meer woorden op een pagina gemogen - los van de lettergrootte. Ik geloof in het goede van de mens, dus de gekozen vorm staat los voor de prijs die voor het boek betaald moet worden.

avatar van eRCee
Vreemde suggestie. Ook dunne boeken die nieuw zijn kosten zo 20 euro of meer, dus de 25 euro die men hier voor vraag is toch niet bepaald buiten de norm. En verder denk ik dat het ontkrachten van Milram, Stanford, het omstanderseffect én de moorddrift van soldaten, best wel een nieuw geluid is. Niet dat Bregman een pionier is natuurlijk, maar hij veegt het wel mooi bij elkaar en maakt er een verkoopbaar geheel van (dit bedoel ik niet commercieel).

(In mijn psychologie boek van begin jaren '00 stond het Milram-experiment nog in geuren en kleuren beschreven.)

3,0
Wat Bergman goed aangeeft, is dat bepaalde conclusies uit sociaal psychologisch onderzoek een eigen leven gaan leiden. Dat bij aanvang van het onderzoek is vastgesteld wat de uitkomst moet zijn, is typerend voor de onderzoeken die worden besproken. Bepaalde conclusies passen goed in een bepaalde tijdsgeest en gaan generaties mee. Dat de conclusies daarna al vele malen onderuit zijn gehaald, willen we niet weten. Misschien is de massa wel cognitief dissonant. Daarom lijkt het allemaal misschien nieuw, maar dat is het niet. Bergman brengt nu alles wat we kunnen weten mooi bij elkaar en brengt dat nu voor overzichtelijk voor de massa. Hij doet dat op dezelfde manier als de wetenschappers: de uitkomst is dat de meeste mensen deugen en hij zoekt voorbeelden die daar bij passen.

avatar van handsome_devil
3,0
Ik heb dit boek met genoegen geluisterd de afgelopen weken (staat gewoon op Spotify, was voor mij gewoon een soort podcast die erg lekker weg luistert). Ik vind de hele onderneming wel sympathiek, maar het brengt ook wel heel weinig nieuws en ik vind het niveau heel erg laag (maar aangezien dit boek op een groot publiek gericht is, is dat niet echt een valide kritiekpunt).

In het eerste deel probeert Bregman beroemde sociale experimenten die uitgaan van het slechte van de mens te ontkrachten en te bewijzen dat de mens heus wel deugt. Vooral dit deel vond ik ontzettend voorspelbaar. Ik kende de filosofische ideeën, de experimenten en de stukjes geschiedenis die Bregman aanhaalt (en de kritiek die Bregman levert) al dus voor mij was het vooral een herhaling van zetten. Bovendien vind ik Bregmans 'bewijs' voor zijn stelling dat mensen van nature goed zijn niet echt overtuigend. Je zou waarschijnlijk met gemak een tegenovergestelde these kunnen onderbouwen. Uiteindelijk zijn de zaken natuurlijk ook niet zo zwart-wit als Bregman en de mensen tegen wie hij ageert willen doen geloven. Het hele denken in goed vs. kwaad vind ik zelf eigenlijk ontzettend ouderwets; een valse tweedeling die nauwelijks recht doet aan de veelvormige werkelijkheid.

Bregmans uitgangspunt voor het tweede deel is zijn conclusie uit het eerste deel: mensen deugen, maar ze worden gecorrumpeerd door externe factoren. In dit deel geeft hij voorbeelden van samenlevingsvormen die ervoor kunnen zorgen dat we het beste uit onszelf kunnen halen en die recht doen aan onze goede natuur. De meeste voorbeelden in dit deel waren voor mij nieuw en ik vond dit deel dan ook een stuk interessanter dan het eerste deel. Sommige van die voorbeelden spraken me ook wel aan. Het optimisme van Bregman werkt aanstekelijk moet ik zeggen, maar ik krijg wel het gevoel dat dat optimisme op een simplificatie van de werkelijkheid gestoeld is; daar veranderen die enkele mooie voorbeelden uit het verleden niks aan. Maar misschien deug ik niet genoeg om iets met dit boek te kunnen.


avatar van Theunis
4,0
geplaatst:
In zijn titel houdt Bregman een slag om de arm: “de mééste mensen deugen”. Maar de titel daagt voldoende cynici uit om in de rij te gaan staan om met talloze voorbeelden te komen waaruit het tegenoverstelde zou blijven. We zijn zo op onze qui-vive en dat is na de vorige eeuw niet zo gek. De dreun van de concentratiekampen schokt ook nu nog na. Veel sociaal psychologische onderzoeken uit de jaren zestig en zeventig leken als doel te hebben om ons ervan te overtuigen hoe slecht de mens was. Alsof nog eens moest worden ingeprent waartoe de mens toe in staat was. Heel langzaam durven steeds meer mensen weer vertrouwen te hebben. Bregman is daar één van en hij slaagt er in dit boek in om op bepaalde punten te overtuigen.

Ten eerste moet ik in alle eerlijkheid toegeven dat ik zelf het geluk heb dat ik mensen steevast met vertrouwen tegemoet treed. Ik geloof niet dat een mens van nature goed of slecht is. Ik geloof wel dat een mens altijd goed wil zijn en dat zijn mate van goedheid afhangt van de context waarin hij zich bevindt. Ongetwijfeld heeft mijn overtuiging in mij kunnen cultiveren doordat ik een relatief goede jeugd heb gehad. Maar, vraag ik me steeds vaker af, hoe kun je ooit geloven dat de meeste mensen deugen als je je naasten al niet eens kan vertrouwen? Als je opgroeit met ruziënde ouders? Als je opgroeit in oorlog?

Ik merk dat ik nu al afdwaal. Voordat ik nu al te snel tot een conclusie kom wil ik graag een paar interessante punten uit het boek noemen. Ten eerste roept Bregman Hobbes en Rousseau het toneel op. Deze filosofen staan met hun denken lijnrecht tegenover elkaar. Waar Hobbes uitging van de slechtheid van de mens, ging Rousseau juist uit van het tegenovergestelde. Volgens Hobbes had de mens de beschaving nodig om in het gareel te blijven, om ons in toom te houden. Rousseau geloofde echter dat de beschaving ons juist in de weg staat, dat de mens juist slecht wordt door de manier waarop wij onze wereld hebben ingericht, door de manier waarop we naar onszelf kijken. Bregman laat overtuigend zien dat de Rousseau wel eens gelijk zou kunnen hebben.

In de inleiding stipte ik de onderzoeken uit jaren zestig en zeventig al even aan. Lang hebben we in die waarheid gelooft. Bregman komt tot een andere conclusie. Hij ziet dat proefpersonen veelal en verleid en gedwongen zijn zodat de uitslag, dat de mens van nature slecht is, van tevoren al leek vast te staan.

“Als je hard genoeg aan mensen trekt, als je hen bewerkt en boetseert, verleidt en manipuleert, dan zijn velen van ons tot het kwaad in staat. De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Maar het kwaad ligt niet aan de oppervlakte; het moet met veel moeite omhoog worden gepompt. En belangrijker nog: het moet zich steevast vermommen als het goede.”

Als je het over goed en kwaad hebt, kun je de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust niet onbenoembaar laten. Lang is het gangbare beeld is dat de mensen achter het Nazi regime puur kwaad in de zin hadden. In zijn boek Vrouw wijdt Karl Ove Knausgård bijna driehonderd pagina’s aan Adolf Hitler. Hij schetst de jaren voordat hij aan de macht kwam en durft de vergelijking met zichzelf te trekken. In hoeverre was Adolf Hitler van nature slecht? Door een samenloop van gruwelijke toevalligheden is hij Het Kwaad geworden waarvoor we hem achteraf een onmens zijn gaan noemen. Maar juist dat, zijn huiveringwekkende handelen buiten het menselijke plaatsen, is gevaarlijk, stelt Knausgård, omdat we dan zouden zeggen dat zoiets niet opnieuw zou kunnen gebeuren. Kijk je grondig naar wat het is wat Hitler aanzette tot zijn haat, als je de oorzaken bestudeerd en daaruit objectieve conclusies trekt, dan leren we wat ons tot kwaad kan aanzetten. Met andere woorden: Hitler was niet goed of fout, maar door de context waarin hij opgroeide kreeg hij de kans om te worden wat hij uiteindelijk werd. Met alle gevolgen van dien.

Zoals Knausgård naar Hitler kijkt, zo schrijft Bregman over het proces van Eichmann, één van de kopstukken van nationaal socialisten.

“In 1.300 pagina’s aan interviews, vol verknipte ideeën en fantasieën, wordt door iedere lezer duidelijk dat Eichmann geen gedachteloze bureaucraat was. Hij was juist een fanaticus. Hij handelde niet uit onverschilligheid, maar uit overtuiging. Net als Milgrams proefpersonen deed hij het kwade omdat hij dacht dat het goed was.”

Ook Hitler werd niet zomaar gehoorzaamd, maar zijn volgelingen probeerden wel te doen wat zij dachten dat hij goed vond., schrijft Bregman.

Ook Bregman’s opmerkingen over empathie blijven me bij. Empathisch vermogen heb ik altijd gezien als één van onze belangrijkste eigenschappen. En dat is het ook. Maar het heeft ook een keerzijde. Bregman stelt dat empathie een beperkte emotie is en dat het alleen bij onze naasten werkt.

“Mensen die we kunnen ruiken, zien horen en voelen. (…) Het mechanisme is steeds hetzelfde: we zetten een felle schijnwerper op onze naasten en raken blind voor het perspectief van onze vijanden, die buiten ons blikveld zijn.”

Toch fietst Bregman hier wat mij betreft kort door de bocht. Is empathie niet één van de fundamentele instrumenten om ervoor te zorgen dat de meeste mensen blijven deugen? We zullen alleen altijd de vraag blijven stellen: hoe zorgen we er steeds opnieuw voor dat we onze vijanden weer in ons blikveld kunnen krijgen? Wat is hier steeds opnieuw voor nodig? Daar komt Bregman weer in beeld: het vertrouwen dat de meeste mensen deugen lijkt volgens hem vooral bij machthebbers niet altijd door te dringen.

“Machthebbers geloven vaker dat de meeste mensen lui en onbetrouwbaar zijn. Vanuit dat negatieve mensbeeld concluderen ze dat we bestuurd en bespioneerd, gemanaged en gereguleerd, gecensureerd en gecommandeerd moeten worden.”

Machtelozen daarentegen voelen zich juist onzeker en durven minder goed hun mening te geven. Bregman stuurt langzaam richting mogelijk oplossingen, richting nieuwe manieren waarop we onze samenleving kunnen inrichten.

“Pas als iemand (de) lucht verhuurt, dat strand voor zichzelf opeist of de rechten op dat sprookje claimt: gaat het opvallen: wacht even, denk je dan, dat is toch van ons allemaal?”

De Engelsen hebben er een mooi woord voor: ‘the commons’: datgene dat door een gemeenschap wordt gedeeld en op democratische wijze wordt beheerd. Zijn er niet veel meer dingen die van ons allemaal behoren te zijn? Waarom zou je een sprookje claimen als je een ander vertrouwt? Dan heeft het claimen ervan toch geen doel meer? Iets verderop in het boek:

“Als iemand je huis toetakelt met graffiti, noemen we dit vandalisme. Maar als het om reclame gaat mag je de publieke ruimte gerust bekladden. Economen spreken dan van ‘groei’.”

Zo wordt langzaam de kritiek op het huidige kapitalistische systeem. Past dit systeem nog wel bij dit nieuwe mensbeeld? De nieuwe geschiedenis van de mens, zoals de ondertitel luidt, heeft een nieuwe, een andere toekomst nodig. We zouden anders tegen de mens aankijken dan we in het verleden gedaan hebben. Tijdens het lezen hoor ik steeds vaker de echo’s van Yuval Noah Harari die met zijn boek Sapiens de wereld aan het veroveren is. Hij stelt in zijn boek dat de mens nu minder gelukkig is dan in de tijd van de jagers en verzamelaars. Sinds we ons zijn gaan vestigen op één plek is particulier bezit een noodzaak geworden. Bezit brengt wantrouwen met zich mee. We hebben een systeem nodig dat ons beschermt tegen ons zelf. Nu is dat de markt. Maar we merken dat we hierin doorslaan. Het is voor Bregman tijd om historicus aan het woord te laten:

“De geschiedenis leert ons dat de mens een coöperatief wezen is, een Homo cooperans, en dat we al heel lang instituties die op lange samenwerking gericht zijn bouwen, en dat telkens na een periode van snelle marktwerking en privatisering.’”

Richting het einde van het boek bleef er iets knagen. Tijdens het lezen was ik overtuigd geraakt en ging ik mee in het aanstekelijke positivisme. Wist ik wel voldoende over de feiten waarover Bregman schreef? Kan ik een inhoudelijk mening over het boek geven? Ik merkte dat ik dat lastig vond. Daarom leek het me beter om iemand anders aan het woord te laten om van daaruit tot een eindconclusie te komen. Onlangs las ik namelijk East of Eden van John Steinbeck. Ik moest tijdens het schrijven van dit stuk aan de volgende passage denken:

“In uncertainty I am certain that underneath their topmost layers of frailty men want to be good and want to be loved. Indeed, most of their vices are attempted short cuts to love. When a man comes to die, no matter what his talents and influence and genius, if he dies unloved his life must be a failure to him and his dying a cold horror.”

Aan het einde van het boek wordt het wereldberoemde kerstverhaal van de soldaten in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog genoemd. Even werd er niet gevochten. Even had men oog voor elkaar. Soldaten van beide kanten realiseerden zich dat ze elkaars gelijken waren. Een monumentaal voorbeeld dat kan inspireren, dat correspondeert met de titel van het boek. Toch ging de oorlog verder. Misschien is dat waar de schoen wringt. Verandert er wel iets als we allemaal zouden concluderen dat de meeste mensen deugen? Zelfs als alle mensen deugen, kunnen we dan nog voorkomen dat het af en toe mis gaat? Steinbeck geeft misschien het antwoord al.

Laat me alsjeblieft geen cynicus zijn, zeg ik tegen mezelf. Laat me alsjeblieft zo idealistisch blijven als Bregman. En toch, ik kan heel ver met hem meegaan in zijn overtuiging, maar het gevoel dat overblijft na het lezen van het boek is dat Bregman misschien wel iets te veel wil. Ja, misschien is dit boek wel iets te ambitieus. Is deze geschiedenis tenslotte wel zo nieuw? Bregman surft mee met een wereldwijde beweging die gaande is en waarbij inzichten vanuit meerdere wetenschappen steeds vaker worden gebundeld om een ander licht op de geschiedenis van de mens te laten schijnen. Het is goed dat Bregman dit geluid door Nederland laat galmen. Wellicht had de hoofdvraag iets genuanceerder gekund. Is goed en kwaad, deugen of niet deugen, bovendien wel zo passend? Ergens ontneemt zijn stelligheid bovendien iets van de kracht van wat al duidelijk wordt uit de feiten en verhalen die hij heeft verzameld.

Bregman is in dit boek kritisch op zichzelf, op eerdere boeken die hij schreef. Als hij over een tijdje terugkijkt op dit boek, dan zal hij wellicht schrijven dat hij een heel eind op weg was, en dat klopt ook, het is belangrijk en goed boek. Maar het zou me niets verbazen als hij dan kritisch zou zijn over zijn eigen voortvarendheid, dat hij zichzelf, of wellicht de lezer, iets meer tijd had moeten gunnen om stil te staan na het eerste deel van dit boek. Dat had dit boek nog krachtiger kunnen maken.

avatar van Bilal030
geplaatst:
Mag ik zeggen dat het genieten is om jouw recensies te lezen, Theunis?

avatar van eRCee
geplaatst:
Het boek is inmiddels ook uit in het Engels. Bregman publiceerde een gedeelte in The Guardian en dat is inmiddels 7 miljoen keer gelezen. Het gaat om het stuk over 'The real Lord of the Flies'. Begint een beetje de omvang aan te nemen van een Nederlandse Harari.

avatar van Pleun
4,0
geplaatst:
Interessant om andere meningen te lezen over dit boek. Ik heb het een paar maanden terug ook gelezen en de indruk die ik heb is niet eenduidig. Het is een soep van positieve en negatieve gevoelens. Positief is het onderzoek dat Bregman heeft gedaan. De uitkomsten zijn voor vakgenoten misschien niet nieuw, maar wel voor het 'gepeupel' dat het boek leest. Erg interessant.

De voornaamste reden dat het boek goed scoort is omdat het een boodschap verkondigt die mensen graag willen horen. Er is per slot van rekening al genoeg narigheid op de wereld.

Minder positief vind ik het veel te grote lettertype en het lichtelijk populaire taalgebruik van Bregman. Het komt over als een kunstje, die stijl. Misschien bereik je daar wel veel mensen mee, dus het doel heiligt de middelen zullen we maar zeggen. Ik begrijp het ook wel. Wanneer je hebt gestudeerd dan weet je hoe afschuwelijk droog en belabberd wetenschappelijke boeken vaak zijn geschreven. Daar win je geen zieltjes mee. Dus de vorm die Bregman kiest is niet verkeerd. Je moet er alleen tegen kunnen om als een debieltje te worden toegesproken.

Toen ik het boek uit had, vroeg ik mij af in hoeverre Bregman een autoriteit is op zijn vakgebied, en hoe authentiek hij nu eigenlijk is. Aan de ene kant is zijn boek bijzonder interessant, aan de andere kant is het ook een boek waarmee je scoort in de grachtengordel en op sommige feestjes. Want de boodschap is zo lekker en feelgood daar houden wij van.

avatar van Bobbejaantje
4,0
geplaatst:
Rutger Bregman was me enkel bekend van zijn media-optreden, intussen al een tijdje geleden, waar hij voor het oog van de wereld de rijken der aarde de mantel uitveegde. Vond ik wel geweldig. Dit boek heb ik op vraag van mijn vrouw voor haar verjaardag gekocht enkele maanden geleden, en heb het maar meteen ook zelf gelezen. En ik moet zeggen dat dit werk heel welkom is om een tegenwicht te bieden aan de zurigheid die via allerlei mediakanalen in stand wordt gehouden. Ontluisterend daarbij is de ontmaskering van een aantal wereldberoemde sociale experimenten die decennia lang onderwezen werd aan studenten (waaronder ondergetekende) en die dus vooral experimenten in wetenschappelijke manipulatie blijken te zijn, wanneer ik Bregman mag geloven (en laat ik er maar vanuit gaan dat hij deugt). Dat impliceert ook de andere kant van het verhaal van Bregman; dat een aantal mensen niet deugen en waakzaamheid dus geboden is. Bregman meent wel dat we mensen steeds het voordeel van de twijfel moeten geven, en daarin kan ik hem wel volgen. Maar uit wat we leren over de wereld van de academische wetenschap - was me al langer duidelijk - is het m.i.toch wel raadzaam om steeds dubbel waakzaam te blijven, aangezien het immers gaat om een wereld waarin promotie moet gemaakt kunnen worden en bovendien politieke belangen meespelen. De titel van dit boek van Bregman werkt dus als een tweesnijdend zwaard. Bovendien zou je van de titel ook nog kunnen maken; ‘De meeste mensen deugen, maar ze laten zich makkelijk misleiden’. Want dat blijkt evenzeer uit het verhaal dat Bregman brengt. Om dat tweede zinsdeel te ontkrachten is het inderdaad nodig dat mensen zich kritisch opstellen, en meestal gaat het (in de geschiedenis) om een kritische minderheid die een rol kan spelen.

Bijkomende bedenking. De kennis die Rutger Bregman etaleert is niet nieuw, en het kan niet anders dan dat dit soort zaken ook bekend is bij de elites van deze wereld. En dan kan je je de vraag stellen in welke mate de media (in handen van diezelfde elites) worden ingezet om zoveel mogelijk zurigheid te spuien en mensen - sheeple - zoveel als mogelijk in negativiteit te wentelen en onder de knoet te houden, verdeel en heers, met het oog op het vasthouden van de eigen elitaire positie.

Gast
geplaatst: vandaag om 16:21 uur

geplaatst: vandaag om 16:21 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.