L'Idiot de la Famille: Gustave Flaubert de 1821 à 1857 - Jean-Paul Sartre (1971)
Frans
Biografie / Ideeƫnliteratuur
4000 pagina's
Eerste druk: Gallimard,
Parijs (Frankrijk)
‘De Idioot van het Gezin’ is een onvoltooid werk in drie delen van Jean-Paul Sartre. Het werk uit de periode 1971-1972 is een vervolg op zijn ‘Question de Méthode’ (‘Het Probleem van een Methode’) uit 1960. Met zijn driedelige studie van Gustave Flaubert, wil Sartre tonen hoe zijn progressief-regressieve methode uit de psychoanalyse, zoals beschreven in zijn eerdere boek uit 1960, in een feitelijke situatie toepassing vindt. Sartre gaat daarbij uit van het vraagstuk, hoe we een mens kunnen begrijpen. In zijn jeugd was Sartre al geobsedeerd door de boeken van Gustave Flaubert; Sartre probeerde daarbij de motieven, het gedrag, de woorden van de hoofdpersonen uit die boeken te doorgronden en in het verlengde daarvan de persoon Gustave Flaubert zelf. De eerste twee delen van dit drieluik volgen Gustave Flaubert vanaf zijn jeugd, zijn ziekte, zijn moeizame verhoudingen met zijn gezinsleden: zijn autoritaire vader, zijn moeder en zijn oudere broer en hoe Flaubert zich door zijn ziekte volledig aan zijn schrijverschap kan wijden. De jeugd van Flaubert wordt daarbij voor een deel ontleedt vanuit zijn boeken; zijn ziekte wordt daarbij voor analytische doeleinden aangemerkt als een ‘subjectieve neurose’. In het derde deel van zijn werk, behandelt Sartre de ‘objectieve neurose’. Sartre gaat daarbij uit van de veronderstelling dat het voor kunstenaars uit het tijdvak waarin Flaubert leefde (1821-1880) niet mogelijk was hun eigen gang te gaan, hun eigen gedachten te volgen en te uiten, maar dat zij onder druk van de maatschappij gedwongen waren het ‘l’art pour l’art’ principe te volgen. Alle kunstenaars uit dat tijdvak zouden daarmee gebukt gaan onder neurosen.
