De Nachtstemmer - Maarten 't Hart (2019)
Nederlands
Psychologisch
320 pagina's
Eerste druk: De Arbeiderspers,
Amsterdam (Nederland)
Eind jaren tachtig van de vorige eeuw krijgt een Groningse orgelstemmer de opdracht een beroemd kerkorgel te stemmen in een Zuid-Hollands havenstadje. Hij komt terecht in een wonderlijke wereld, bevolkt door eigenaardige, merendeels xenofobe dwarsliggers wier liefste bezigheid het is zowel elkaar als mensen van buiten ertussen te nemen. De stemmer maakt kennis met een Braziliaanse weduwe en haar eigenaardige dochter die zich ontpopt als een vaardige helper bij het stemmen. Dankzij de weduwe en haar behulpzame dochter raakt de stemmer echter in grote problemen die uiteindelijk, tamelijk onverwacht, toch nog opgelost lijken te worden.
Gabriël Pottjewijd, een Groningse orgelstemmer, reist voor zijn werk af naar het Zuid-Hollandse Maassluis (waar anders?) en raakt allengs in de ban van een Braziliaanse schone, wiens dochter hem een helpende hand biedt bij het stemmen van het Garrels-orgel in de Groote Kerk. Het Nederlands van de Braziliaanse Gracinha is een beetje onbeholpen en Pottjewijd probeert steeds haar uitspraak te verbeteren. Dat vond ik dan weer net iets teveel van het goede. Ze vergeet steeds het woordje 'er' te gebruiken en zegt dus dingen als: 'Ik kom zo aan.' Ook wat ongeloofwaardig trouwens dat je iemand die je net hebt leren kennen al gaat lopen verbeteren. 'Nederlands is geen taal. Nederlands is een keelaandoening.' Haha, klopt wel. Bij Duitsers lijkt het dan weer net alsof die een kraai hebben ingeslikt; het geheel van Duitse klanken heeft iets boosaardigs en duisters (haha, duisters-Duitsers). Misschien vind ik het daarom ook wel zo'n mooie taal.
Foutjes in de roman: de dominee heeft het in het begin van het verhaal over een politieagent met de bijnaam 'Kippenek' en zegt daarbij: 'Als je hem ziet zul je wel begrijpen waarom.' Maar wanneer Pottjewijd de politieagent in kwestie tegen het lijf loopt wordt er over die kippenek geen woord meer gerept. En powernap, bestond dat woord in 1989 al? Prachtige namen verder als Mooiwater of Krijn Lagrauw.
Tegen het einde nog een passage waarin Pottjewijd vertelt dat hij al zijn hele leven een diepe afkeer heeft van feestvierende mensenmassa's (een afkeer die ik met hem deel) en een citaat gebruikt van Shopenhauer: Bewimpelde en bekranste schepen, kanonschoten, feestverlichting, tromgeroffel en trompetgeschal, gejuich en geschreeuw, het is allemaal het uithangbord, de aanduiding, de hiëroglief van de vreugde, zonder dat de vreugde zelf van de partij is, zij is de enige die verstek heeft laten gaan.
Het is net als bij Woody Allen, die maakte vroeger ook meesterwerken, maar levert nog steeds, in mijn optiek dan hè, goede films af. Zo ook 'T Hart, die schrijft weliswaar geen boeken meer als het Woeden der Gehele Wereld of De Jacobsladder, maar ik vind het allemaal nog best aardig.
Dat grapje over sigaretten rollen van bijbelpapier is inderdaad zo oud als Methusalem
, maar ik had wel het idee dat 'T Hart dat voor de eerste keer in een roman gebruikt. Daarom vond ik het ook best humoristisch, omdat ik 'T Hart bij het schrijven van het boek hoorde denken : 'O, dat grapje heb ik nooit eerder gebruikt, laat ik dat nu maar 's doen'.Maar ik geef toe, ben wel een beetje bevooroordeeld, omdat ik hem als persoon graag mag, dus helemaal blanco ben ik niet aan dit boek begonnen.
Het is een netjes afgebakend verhaaltje, bevolkt door karakters die op een leuke manier op het karikaturale af zijn. En dan die prettig lome, sluimerende sfeer, erg charmant. Puik geschreven boek, waar je dankzij een zekere cadans met soepele tred doorheen wandelt. Hele prettige kennismaking met het oeuvre van 'T Hart.
Woody Allen (en verdomd! Die vogelvanger hierboven blijkt mij te snel af te zijn). Niet dat ik zoveel films van hem zag, maar met name Midnight in Paris had dezelfde uitwerking op me.

Fraaie cover ?
Ik oordeelde puur op gevoel. De kleuren en de leegte spraken me aan (nog steeds trouwens)

Ik oordeelde puur op gevoel. De kleuren en de leegte spraken me aan (nog steeds trouwens)

Dat vraagteken is mij nu ook een vraagteken

Halley, ik zag net in andere commentaren van mij ook een onbedoeld vraagteken staan, ik vermoed dat een met mijn telefoon ingevoerde emoticon later is vertaalt naar een vraagteken.

Ik heb het met een grote glimlach gelezen!
De nachtstemmer – Maarten ’t Hart | Lalagè leest - lalageleest.nl
Ik begrijp de keuze voor deze omslagfoto ook niet. Het is een mooi beeld, maar heeft niks te maken met het boek. Het enige wat ik kan bedenken is dat dit het uitzicht is als Gabriel en Gracinha gaan fietsen.
Mogelijk de laatste echte roman van 't Hart. Niet te zwaar en vol humor. Staat dikwijls nog als nieuw in de kast, zoals ik heb geconstateerd.
Een aardig boek en niet te zwaar, deze waarschijnlijk laatste roman van Maarten ‘t Hart. Het speelt zich af rond 1988 en dat klopt dan weer met het feit dat orgelstemmer Gabriël Pottjewijd (hoe verzin je zo’n naam? - nou ja, deze komt ook echt voor in Drenthe en Groningen) zijn vrouw verloor bij het treinongeluk in Winsum op 25 juli 1980, toen twee treinen in dichte mist op elkaar reden, met 9 doden tot gevolg.
‘t Hart zorgt voor een historisch kader, zoals in vele van zijn boeken, en ook in het vervolg van het boek merken we de research van de schrijver op. Zo moet hij, niet onbekend met kerkorgels, zich goed verdiept hebben in de materie van het orgelstemmen. Hiervoor gebruikte hij o.a. het boek Orgelbouwkunde van A.P. Oosterhof en A. Bouman (1956).
De omslagfoto van het boek is van de dijk bij de Dollard in Groningen, de streek waar de orgelstemmer uit het verhaal vandaan komt.
Het verhaal is, zoals gezegd, niet al te zwaar en neigt naar een streekroman. Dat is niet erg, al vind ik dat ‘t Hart hier en daar doorslaat in de beschrijving van zijn voormalige plaatsgenoten, het kerkvolk en de handwerkslieden van Maassluis. Het karikaturale druipt ervanaf, meer nog dan in vroegere romans. En dat zorgt voor een wat onwezenlijke sfeer, vooral ook omdat de orgelstemmer zich bedient van archaïsche uitdrukkingen en woorden, die toch ook eind jaren tachtig vreemd geklonken moeten hebben. Pottjewijd komt zo over als een man uit een andere tijd.
Natuurlijk is er ook weer een dominee in het spel. Dominee Berenschot blijkt een man met moderne opvattingen. Over het bijbelverhaal van de wonderbare spijziging, zegt hij: ‘O, maar zulke verhalen moeten ook helemaal niet letterlijk genomen worden, het zijn mythen in dienst van de verkondiging’. Daarop reageert de orgelstemmer: ‘Dat hoorde ik in mijn jeugd van de kansel in de gereformeerde kerk in Heiligerlee wel anders.’ Opmerkelijk is dat dezelfde dominee voorstelt een gereformeerde aannemer die meebouwt aan een moskee ter boetedoening voor deze daad van het avondmaal te weren. Dat strookt niet echt.
Het hele boek door worden de van de schrijver bekende stokpaardjes bereden. En daarmee valt ‘t Hart onnodig in herhaling. En dat er voor de weduwnaar aan het einde romantiek wacht, zie je ook al vele pagina’s eerder aankomen en verrast niet. Het is Maassluis in het kwadraat, met de bekende ingrediënten, de haven, de klare taal, de godsdienstigheid, de afkeer van de papen en de borrel altijd op tafel. Maar dat er aardig, vlot en goed geschreven is, staat dan weer buiten kijf. Aardig is vooral het Braziliaans-Portugese thema en uiteraard ontbreekt ook de klassieke muziek niet.
