Lotte in Weimar - Thomas Mann (1939)
Duits
Historisch / Psychologisch
450 pagina's
Eerste druk: Bermann-Fischer,
Stockholm (Zweden)
Het verhaal speelt in 1816 in Weimar, waar in een deftig hotel een oudere dame arriveert: Hofrätin Charlotte Kestner geb. Buff, de Lotte op wie de jonge Goethe hartstochtelijk verliefd werd, het oerbeeld van de bewonderde Lotte uit zijn "Werther". Zij gebruikt een bezoek aan bloedverwanten aldaar als voorwendsel om die beroemde jeugdvriend weer te zien. Eerst treft ze allerlei mensen uit zijn omgeving en kan zich al een beeld vormen van het drukke en veelzijdige leven van Goethe. Als ze enkele dagen later bij hem te gast is, wordt het een ontnuchtering. Ook na een verzoenende toenadering voelt zij toch dat de roem van de befaamde man tussen hen staat.
Lotte in Weimar - De Arbeiderspers - singeluitgeverijen.nl
Worden al de boeken van Thomas Mann heruitgegeven bij De Arbeiderspers? Dit is het tweede boek na De Toverberg toch?
nee, enkel sporadisch. Er staan geen andere in de voorjaarsaanbiedingen.
Alle grote romans van Mann zijn nu als nieuw te verkrijgen. Als het blijkbaar financieel allemaal uit kan, is het wellicht tijd voor een uitgave met z'n kleinere werk? (Tonio Kroger bijv.?)
Een roman uit 1939 dus, geschreven terwijl Thomas Mann zijn thuisland was ontvlucht. Hoofdpersoon is de aanbeden Lotte uit Het lijden van de jonge Werther, op oudere leeftijd. Sinds 44 jaar heeft ze haar voormalig aanbidder, Goethe/Werther, niet meer gezien. Ze heeft een vol leven geleid, maar toch knaagt nu aan haar 'dat wat had kunnen zijn'. Onder het mom van een familiebezoek doet ze Weimar aan, de residentie van, juist.
De eerste twee hoofdstukken zijn speels en tot en met het derde is het boek zelfs uitgesproken grappig. Wanneer duidelijk wordt om welke Lotte het gaat, raakt Weimar in rep en roer en dienen zich allerlei mensen aan, waaronder een helper van Goethe, docter Riemer. Het gesprek dat zich ontspint is fascinerend. Het lijkt op een verbaal spelletje mijnenveger, waarbij Lotte en dr Riemer onder een oppervlakkige brij van lof en langzaam aftastend een hele hoop gal aanboren over de grote man, als het ware tot hun eigen verbazing, of in weerwil van zichzelf. De conversatie culmineert in een paar ware dieptebommen: de betiteling 'klaploper' door Charlotte, waarna dr. Riemer zelfs nog met het beeld van een potloodventer komt aanzetten als ik me niet vergis.
Daarna verzandt de roman helaas in een veel te lange uitstap rondom ene Otillie, in wie een jonge variant op Lotte wordt geportretteerd. De typische, nogal ronkende Mann-dialogen (zie De toverberg) doen de aandacht geregeld verslappen. Maar voor mij bleef inhoudelijk de teneur dat er geen spaan wordt heel gelaten van Goethe, de mens en zijn kunst. Een literaire karaktermoord die zijn weerga niet kent. Het hoofdstuk waarin we Goethe zelf volgen maakt de boel alleen maar erger (inclusief het lachwekkende dispuut met een knecht over de voorraad van een bepaalde beschuitsoort) en als dan ten lange leste de ontmoeting tussen de sympathieke, menselijke Lotte en de schrijver van 'Werther' volgt, is er maar een conclusie mogelijk: wat een verwaande kwast, wat een ijdel parvenu, wat een omhooggevallen rijmelaar is die Johann Wolfgang von Goethe!
Ik meende dat Mann hiermee wellicht een parodie op de Fuhrer-cultus wilde geven. Het bevreemde me echter dat juist die vervelende Goethe in het boek tekeer gaat tegen patriottistisch nationalisme, tegen het Duitse volk (ze zelfs ergens vergelijkt met de Joden), dus dat klopte al niet. En wat leert Google vervolgens? Mann adoreerde Goethe en wilde niets liever dan met hem vergeleken worden! Nou, ik mag een boon zijn als ik er nog wat van begrijp.
Wellicht kan ThomasVV of iemand anders zijn licht erop laten schijnen. De verhouding tussen kunst en werkelijkheid laat ik zelfs maar liggen, hoewel dit waarschijnlijk als het hoofdthema van Lotte in Weimar moet worden beschouwd. Slotsom: de eerste drie hoofdstukken zijn sterk, het einde mag er ook wel zijn, maar het middendeel is erg taai. En ik snap er geen snars van.
En wat leert Google vervolgens? Mann adoreerde Goethe en wilde niets liever dan met hem vergeleken worden! Nou, ik mag een boon zijn als ik er nog wat van begrijp.
De verhouding van Mann tot Goethe is redelijk complex, maar wat Mann in een roman als Dr. Faustus en Lotte in Weimar volgens mij ook vooral wil laten zien hoe erg een groot kunstenaar als mens juist tekort kan schieten, want dat is hoe Mann zichzelf ook zag: iemand die z'n leven heeft gegeven voor de kunst, en zijn familie en vrienden in dienst heeft gesteld van zijn werk. (Bij iedere roman verloor hij wel een vriend doordat hij diens karakter of uiterlijk had gebruikt om een minder fraai personage vorm te geven. In sommige verhalen zijn dat zelfs z'n kinderen, die daar dan ook niet van gediend waren)
Veel van z'n romans gaan uiteindelijk ook over Thomas Mann zelf, en je kan het wellicht zien als een soort 'rechtvaardiging' van z'n eigen menselijke te kort. Door zichzelf te mixen met de figuur van Goethe zet hij zichzelf uiteindelijk ook in die traditie.
(dit wordt overigens erg goed uiteengezet in de recente biografie over de familie Mann, en verder in een inleiding die ik recent las over Dr. Faustus)
Ik kan mijn eigen leeservaring van Lotte in Weimar nog herinneren als erg onbevredigend, maar dat had destijds met de vertaling te maken denk ik. Heb daar meer mensen over gehoord, de zinnen liepen bijzonder stug. Het boek staat me daardoor helaas ook niet meer zo helder voor de geest om er echt diep op in te gaan.
Ook vind ik het wat teleurstellend dat Mann zo weinig doet met het nazi-regime, enkele korte sneren ten spijt. Hij profileerde zich als anti-fascist maar weet dat blijkbaar niet in zijn kunst te verwerken. Zijn zoon Klaus daarentegen schrijft in Mefisto dat dit het hoogste offer is: je goede smaak en kunst in dienst te stellen van de strijd.
Wellicht kan Mann-kenner Manta er nog wat over kwijt?
Deze verklaring lijkt me aardig goed te passen. Wat ik nog wel eigenaardig vind is dat toch ook flink gezaagd wordt aan de poten van het kunstenaarschap van Goethe (als imitator, zonder eigen consistentie, vaak slecht rijmend of gemakzuchtig enz., allemaal zaken die naar voren komen). Maar wellicht zit daar dan de twijfel van de kunstenaar in aan zijn eigen kunst.
Mm, ja dat is inderdaad ook vrij lastig te plaatsen vind ik, en past bij mij ook niet zo goed in het opgehemelde beeld dat Mann normaal gesproken toch heeft van Goethe.
Binnen het autobiografische gespeculeer zou ik daarop alleen kunnen bedenken Mann zichzelf volgens mij enorm schaamde voor de wijze waarop hij soms bepaalde passages tot stand bracht. Een soort copy-paste avant-la-lettre. Bestaat overigens een erg mooie studie over getiteld 'Bildungsburger auf Abwegen' (Malte Herweg), over hoe Thomas Mann allerlei passages uit populair wetenschappelijke literatuur (letterlijk) overschreef in boeken als de Toverberg, Dokter Faustus en Felix Krull.
Ben benieuwd welke theorieën anderen erop los willen laten

.Met name hoofdstuk 3 is er me inderdaad wel eentje, eRCee. Dr. Riemer deed me eigenlijk soms wat denken aan Naphta uit de Toverberg, met dat verschil dat Naphta (samen met Settembrini) voor mij soms nogal geforceerd overkwam, en daarmee de roman wat onsamenhangend maakte, wat van Riemer niet kan gezegd worden!
De vergelijking met Naphta wordt mij mede ingegeven door de functie die beide figuren naar mijn gevoel hebben in het verwoorden van de ideeën van de schrijver zelf, maar daarover later wellicht meer.
Ik zou voorlopig enkel willen opmerken dat er tot nu toe voor mij absoluut geen afbreuk werd gedaan aan het kunstenaarschap of de persoon van Goethe, wel integendeel! Lotte neemt weliswaar inderdaad het woord "klaploper" in de mond (ik zou wel eens willen weten wat het Duitse woord hier is), maar ten eerste doet ze dit met veel reserves, en is het juist dat vage gevoel dat haar zo intrigeert en zelfs naar Weimar trekt, en ten tweede wordt dit woord door Riemer (Mann zelf?) onmiddellijk genuanceerd, en zelfs regelrecht gesublimeerd tot "goddelijke klaploperij"!
Dat is voor mij dan ook de samenvatting van wat ik tot hier toe gelezen heb: Goethe wordt in eerste instantie vermenselijkt, maar uiteindelijk en eigenlijk juist van daaruit vergoddelijkt. De vergelijking met het goddelijke, tot zelfs met Jezus himself, klinkt voortdurend door in hoofdstuk 3!
Wel leuk dat je zo enthousiast bent.

Maar zowel de kunstenaar als de mens Goethe worden hier voor mij wel echt gewoon resoluut op een hoger - eigenlijk haast bovenmenselijk - niveau getild: Goethe overstijgt de gewone en gangbare evaluatie. Ik zou tal van voorbeelden kunnen geven, maar ik zal me hier beperken tot een uit hoofdstuk 4, dat ik nu ben aan het lezen: "Goethe was misschien soms wel tiranniek, maar dat was hij dan omdat zijn omgeving daarom vroeg en daar nood aan had. Hoe zwaar en vervelend moet dat voor hem wel niet geweest zijn?" Zelfs zijn grootste "onhebbelijkheden", sindsdien wellicht regelmatig in zijn nadeel beschreven, worden hier gesublimeerd of toch minstens gemystificeerd! Zó ver gaat de vergoddelijking van de (nog levende!) Goethe!
Ps. Hebben we hier een schaduwkwartaalboek te pakken?

De ultieme belichaming hiervan, en tegelijk de ster aan het firmament van Mann zelf, is Goethe, die hier eigenlijk ook als spiegel fungeert voor het Duitse volk.
Zijn zoon Klaus daarentegen schrijft in Mefisto dat dit het hoogste offer is: je goede smaak en kunst in dienst te stellen van de strijd.
Ik wilde er eigenlijk al eerder op reageren, maar zeker na het lezen van hoofdstuk 6 weet ik zeker dat Thomas Mann zich zou omdraaien in zijn graf als hij bovenstaande zou lezen, eRCee. En Goethe wellicht samen met hem! "Ware (artistieke) liefde en bewondering voor het schone is maar mogelijk als ze vrij en onafhankelijk is van de strijd en van de politiek," dat is de boodschap, en met name aan het nazisme!

Tsja, blijkbaar liggen de levens- en kunstopvattingen van mijn persoontje en Thomas Mann nogal uiteen. Ik houd wel van engagement. Kunst poogt de werkelijkheid te herscheppen, ook de politieke werkelijkheid.
