“Verplichte leesopdrachten”, het is bij velen een donkere vlek over hun blijde herinnering aan het secundair onderwijs. Zeker als men niet zelf mag kiezen welk boek men nu precies wil lezen. De jonge literatuurliefhebbers onder hen maken zich al meteen zorgen als ze een boek opgegeven krijgen dat ze niet kennen, van een al even onbekende als onbeminde auteur. Hoeveel goeds kan dat opleveren? Gelukkig zijn er nog van die leraars die zich niet schikken naar de oppervlakkige honger van vele studenten richting spannende flutromans, en toch iets anders durven opgeven dan de grote klassiekers. Zij zijn het die ons iets als ‘Passie’ voorschotelen: een vrij recent werk dat stilistisch hoge toppen scheert, en tegelijk twee personages creëert die én ontzettend sympathiek én door en door triest zijn. Ik zie het slechts weinigen Jeanette Winterson na doen…
De grote charme laat zich niet vangen in typisch literatuurjargon. Het zijn kleine ideeën, korte frasen en een beschouwelijke sfeer die ‘The Passion’ zo sterk maken; het dunne verhaaltje is voor Winterson slechts een schraal houvast om te doen waar ze zin in heeft: vertellen.
Helaas verdwijnt het beklemmende gevoel, die deze bizarre tocht doorheen steden en mensen zo uniek maakt, langzaam maar zeker. Waar ‘Passie’ nog begon als een tedere en intieme fluistering, transformeert het boek langzaam tot een meer conventionele vertelling. Niets mis mee, maar uiteindelijk blijft de lezer achter met het gevoel dat er nog net iets meer had ingezeten.
Desondanks een verbluffend boek.
3,75*