Na het lezen van het boek Amerika en Wij (2025) van Rob de Wijk over de huidige geopolitieke ontwikkelingen rond het bewind in Washington, kwam ik op het idee om in diens voetspoor Wereldmacht Amerika (2003) van de Franse historicus, demograaf, antropoloog en politicoloog Emmanuel Todd ter hand te nemen. Ik kocht het boek ruim twintig jaar geleden op een rommelmarkt op Texel, waarna het jarenlang stof stond te verzamelen in mijn boekenkast. Ik herinner me dat ik er ooit aan begonnen ben, maar er nooit ver in ben geraakt.
De ondertitel luidt Essay over het verval van het Amerikaanse systeem, wat impliceert dat Todd meende dat Amerika na de aanslagen van 11 september 2001 als wereldmacht al op de terugweg was. Ik was benieuwd wat er twintig jaar later van zijn analyse overeind zou blijven, mede omdat de voorspellende waarde van geopolitieke analyses vaak gering blijkt te zijn.
Een bekend voorbeeld daarvan is The Rise and Fall of the Great Powers (1987) van historicus Paul Kennedy, waarin de opkomst en ondergang van wereldmachten grotendeels worden verklaard vanuit economische draagkracht en militaire capaciteit. In het slothoofdstuk waagt Kennedy zich aan enkele voorspellingen over de nabije toekomst, maar hij voorzag noch de ineenstorting van de Sovjet-Unie, noch de opkomst van de Europese Unie als economische grootmacht. Het onderstreept hoe voorzichtig men moet zijn met de profetische pretenties van geopolitieke denkers.
Met die gedachte begon ik aan Todd, en al snel begreep ik waarom mijn eerste poging destijds strandde: het boek is buitengewoon taai geschreven. Todd hanteert een abstracte, sociologisch-antropologische stijl waarin begrippen voortdurend over elkaar heen schuiven, waardoor de gedachtegang geregeld moeilijk te volgen is. Een passage op pagina 144, waarin hij de Engelse identiteit bespreekt, illustreert dat probleem treffend:
“De houding van de Engelsen ten opzichte van de wereld is wisselend. Ze hebben een antropologische grens in hun hoofd die verstek laat gaan waar het om universalistische volkeren gaat en hen gelijkstelt met differentialistische volkeren, maar deze grens kan zich verschuiven, ze kan breder of smaller worden. Je hebt wij en de anderen, maar bij de anderen zijn sommigen net als wij en anderen zijn verschillend. Bij degenen die verschillend zijn, kunnen sommigen als gelijken worden aangemerkt. Bij degenen die gelijk zijn, kunnen sommigen als gelijken worden aangemerkt. Maar er is altijd een grens waardoor de complete mens van de ander wordt gescheiden: there is some place where you must draw the line. De mentale ruimte van de Engelsen kan tot het minimum worden beperkt, tot henzelf, maar ze kan zich uitstrekken tot alle Britten en is tegenwoordig beslist bezig zich uit te strekken tot de totaliteit van de Europeanen.”
Wat Todd volgens mij probeert te zeggen, is uiteindelijk vrij eenvoudig: de Engelse identiteit kent een grens tussen “wij” en “zij”, maar die grens verschuift voortdurend. Soms worden meer groepen als onderdeel van de gemeenschap beschouwd, tegenwoordig mogelijk zelfs andere Europeanen. Het probleem is alleen dat Todd relatief eenvoudige sociologische observaties verpakt in een bijna ondoordringbare theoretische taal.
Dat abstracte denken leidt bovendien regelmatig tot merkwaardige redeneringen. Zo schrijft Todd dat de Baltische republieken zich na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een geschiedenis van “eeuwige oppositie tegen Rusland” zouden hebben aangemeten, iets wat volgens hem “antropologisch-analytisch gezien weinig realistisch” zou zijn. Als argument voert hij onder meer aan dat Letten tijdens de Russische Revolutie van 1917 aanvankelijk fanatieker achter de bolsjewieken stonden dan de Russen zelf en sterk vertegenwoordigd waren binnen de vroege sovjetpolitie. [blz. 216]
Die redenering overtuigt mij allerminst. Dat bepaalde groepen Letten een prominente rol speelden binnen de bolsjewistische beweging, bewijst nog niet dat Letland cultureel of historisch wezenlijk “Russisch” zou zijn. Nog merkwaardiger wordt het wanneer Todd stelt dat de verwantschap tussen Russen en Letten zichtbaar zou zijn in vergelijkbare moord- en zelfmoordcijfers. Het idee dat zulke statistieken zouden fungeren als bewijs van culturele verbondenheid komt opmerkelijk speculatief over.
Deze passages vormen de opmaat naar het zevende hoofdstuk, over de terugkeer van Rusland, waarin Todd voor mijn gevoel zijn geloofwaardigheid grotendeels verspeelt. Hij betoogt dat Rusland door demografische achteruitgang - dalende geboortecijfers en een lage levensverwachting - geen bedreiging meer vormde voor Europa en uiteindelijk zelfs aansluiting zou zoeken bij de Europese Unie. Dat zou kunnen uitmonden in een Euraziatisch economisch blok tegenover de Verenigde Staten. Achteraf bezien blijkt vooral hoezeer Todd de politieke ontwikkeling van Rusland en de aard van Poetins regime heeft onderschat.
Zijn analyse richt zich vrijwel uitsluitend op macro-economische en demografische tendensen, terwijl ideologie, ressentiment en leiderschap nauwelijks een rol spelen. Dat Poetin een product was van de KGB-cultuur en gevormd werd door de ervaring van het uiteenvallen van het Sovjet-imperium, blijft vrijwel buiten beeld. Juist dat blijkt achteraf een ernstige blinde vlek.
Problematischer nog is de manier waarop Todd Rusland moreel lijkt te rehabiliteren. Over de Tweede Wereldoorlog schrijft hij:
“Het [Rusland] heeft eigenhandig het ergste totalitaire bewind van de hele geschiedenis van de mensheid verslagen.” [blz. 206]
Daarmee doelt hij vanzelfsprekend op nazi-Duitsland en op de immense bijdrage van de Sovjet-Unie aan diens nederlaag. Maar de formulering schuift ongemakkelijk voorbij aan het feit dat de Sovjet-Unie zelf eveneens een totalitaire staat was, verantwoordelijk voor massale repressie, hongersnoden en miljoenen slachtoffers in het Goelag-systeem. Ook het Molotov-Ribbentroppact en de omvangrijke Amerikaanse militaire steun blijven buiten beschouwing.
Nog problematischer wordt het wanneer Todd de ontbinding van de Sovjet-Unie beschrijft als bewijs van Russische grootheid en zelfbeheersing:
“Het [Rusland] heeft zonder geweld te plegen geaccepteerd dat de Oost-Europese satellietstaten, gevolgd door de Baltische landen en de republieken in de Kaukasus en Centraal-Azië, zelfstandig werden…” [blz. 207]
De suggestie dat Rusland zich tijdens dit proces als een soort vredesduif opstelde, overtuigt nauwelijks. Er vonden wel degelijk gewelddadige interventies plaats, terwijl de beperkte mogelijkheden van Rusland ook eenvoudig kunnen worden verklaard uit politieke en economische uitputting. Bovendien blijft de aantrekkingskracht van de Europese Unie als alternatief model vrijwel volledig buiten beeld. Oost-Europese landen keerden zich niet alleen van Rusland af; zij oriënteerden zich tegelijkertijd nadrukkelijk op Europa.
Wat vooral stoort, is dat Todd relatieve terughoudendheid lijkt te verwarren met morele verhevenheid. Dat hij deze geopolitieke episode vrijwel op één lijn plaatst met het grote Russische literaire erfgoed van Gogol, Tolstoj en Dostojevski, maakt de passage eerder bombastisch dan overtuigend.
Ook Todds houding tegenover Tsjetsjenië roept vragen op. [blz. 206] Hij lijkt het begrijpelijk te vinden dat Rusland een bloedige oorlog voerde om de federatie bijeen te houden, terwijl juist die oorlog de gewelddadige fundamenten van de Russische staat blootlegde. De verschrikkingen van het conflict zijn in het Westen opvallend onderbelicht gebleven. Het idee dat het behoud van een federatie met zulke middelen moet worden afgedwongen, roept eerder vragen op over de legitimiteit van die staatsconstructie dan bewondering voor haar samenhang.
Herlezing van Wereldmacht Amerika laat uiteindelijk vooral zien hoe kwetsbaar geopolitieke analyses worden wanneer structurele modellen belangrijker worden geacht dan historische werkelijkheid. Todd blijkt minder een ziener dan een denker die zijn eigen schema’s soms belangrijker achtte dan de weerbarstigheid van de geschiedenis.
Inhoudsopgave:
Voorspel - 7
1. De mythe van het universeel terrorisme - 37
2. De grote democratische dreiging - 65
3. De imperiale dimensie - 83
4. De kwetsbaarheid van het de heffingen - 109
5. Afstand van het universalisme - 137
6. De sterke het hoofd bieden of de zwakke aanvallen? - 167
7. De terugkeer van Rusland - 197
8. De emancipatie van Europa - 229
Naspel - 259
Noten - 275