God schiep de mens, maar de duivel hing er een lul aan.
Toen de dienders klabakken werden genoemd en er nog goeie handel zat in poepemmers. 1889. En dus voor wie van de setting van Caleb Carrs serie rondom Dr. Laszlo Kreizler houdt. 1896. In het New York City van toen is er een mysterie dat zich roert, in dit Amsterdam is er een thriller die van zich doet spreken. Een vlotte ook, met twee leuke hoofdrollen, al had het wat mij betreft zonder de aantrekkingskracht gekund.
Ik had aanvankelijk ook wat moeite met de aspirant journaliste die zich even opdringerig als onbezonnen in de nare nesten werkt, maar eenmaal daar wint ze snel aan charisma. Pittig ding, die kleine. En Katz? Een vechter. Een (vast)bijter. Een overlever. Bewapend met een hartsvanger (ja, zoek die maar eens op) en gekweld door herinneringen aan sambal en nog scherpere zaken. Atjeh en zo. Ben niet zo van de traumas in dit soort boeken, maar deze zweterige dag- en nachtmerries spraken tot de verbeelding.
Verder moord, gerommel met lijken, prostitutie, meisjeshandel en meer van dat soort fraais. Desondanks heeft het ook wel wat humor en aan actie is er al helemaal geen gebrek. Barendrecht is sans gêne, recht voor de raap en onverbiddellijk als het er op aankomt. Zo is hoofdstuk 19 is een adembenemende achtervolging door de Amsterdamse sloppen. Niet de enige keer dat De Parijse Connectie piekt. Dit smaakt naar meer.