Alles Is Nieuw - Esther Jansma (2005)
Nederlands
Gedichtenbundel
Psychologisch
56 pagina's
Eerste druk: De Arbeiderspers,
Amsterdam (Nederland)
In deze bundel behandeld Jansma weer haar vertrouwde thema's. De gedichten in de bundel gaan over het verleden en het heden, het verstrijken van tijd, kinderen, ouders, verbazing en het verlangen naar een veilige plek, een thuis. Het laatste gedicht van de afdeling 'Nooit stort het dak in' is een sonnet met de titel 'De veiligheid'. Het gaat over die veilige haven, 'een huis dat overeind blijft'. Het lijkt in dit gedicht of de veilige plek gevonden is, maar met de laatste regel haalt Jansma het gevoel van veiligheid onderuit en sluipt de onveiligheid er weer in. De afdeling 'Omwenteling' bevat het gedicht 'Eenwording' waarin Jansma dit proces omdraait. Het gedicht begint met een jeugdherinnering. De ik vlucht in haar fantasie om de woede van haar moeder niet te hoeven horen. Ze bedenkt zichzelf opnieuw en droomt van een eigen 'huis vol kleur' waar ze de was opvouwt, iemand thuiskomt en waar 'niemand die schreeuwt en met brood smijt' is. Het gedicht eindigt met een mededeling (aan de schreeuwende moeder?), waaruit blijkt dat de droom waarschijnlijk is uitgekomen. Jansma verwijst vaker naar haar jeugd en het gevoel van onveiligheid. Ze gebruikt hiervoor vaak de blik van een kind. In 'De omwentelaar' laat Jansma een andere kant van zichzelf zien. Het gedicht is een reactie op de kritiek die ze in de voorgaande jaren van sommige mannelijke critici heeft gekregen. Volgens hen moest ze zich houden bij wat ze wist en stoppen met het doen alsof.
