Op 9 maart las ik in Trouw in een recensie van Marnix Verplancke het volgende over Piet van der Molen:
Piet blijkt een innemende, wat naïeve man die heel graag zijn verhaal wil doen, en dat soms tot in de beschamende details (wanneer het bijvoorbeeld over zijn seksuele escapades gaat), waarin contactadvertenties en duistere sauna's de hoofdrol spelen.
Met het lezen van
Moeders Lichaam heb ik zicht gekregen hoe het met Piet van der Molen en het overleden lichaam van zijn moeder zover heeft kunnen komen. Heb ik er begrip voor? Nee, daar waar het opmerkelijk is dat verschillende geïnterviewde bekenden van Piet mild zijn in hun oordelen. Aan een oordeel over Piet van der Molen ontkomt de lezer denk ik niet. Ik althans niet. Ik vind Piet namelijk geen naïeve man, eerder een berekenende en door zijn dominante moeder verwende zoon. Nergens vind ik hem sympathiek. Het idee dat e.e.a. kwam omdat hij niet tegen zijn moeder in durfde te gaan wijs ik van de hand. Dat durfde Piet in andere situaties, bijvoorbeeld m.b.t contacten met vrouwen, wel degelijk. Alles draait m.i. om Piet. Welkom in zijn universum.
Ik ben blij met het vonnis van de rechtbank waartegen Piet in hoger beroep gaat. Wanneer dit zal gaan plaatsvinden was bij het verschijnen van dit boek nog onduidelijk.
Nu kan ik een boek met een wat mij betreft onsympathieke hoofdpersoon soms toch hoog waarderen. Dit duidelijk journalistieke boek vind ik echter matig geschreven in vergelijking met ander werk van van Casteren, ik vind het bij vlagen geforceerd in taalgebruik of een wat opsommend geheel. Dit met uitzondering van het hoofdstuk waar van Casteren een bezoek brengt aan zieneres Suzannah
En wat doet Piet ondertussen in afwachting van het hoger beroep in de strafzaak? Piet die men vroeger 'langharig werkschuw tuig' zou noemen? Piet die onterecht voor duizenden euro's aan uitkeringen inde. Piet
werkt eindelijk vrijwillig. Op een kerkhof …
2*