Douglas Murray’s The Strange Death of Europe is een onverbiddelijke diagnose van een continent in verval. Het boek leest als een langgerekte alarmkreet over massamigratie, multiculturele ideologie en de culturele zelfhaat die het Westen ten gronde richten. Voor wie het boek openslaat, wacht geen zachtzinnige beschouwing, maar een vlijmscherpe aanklacht, gefundeerd op feiten, ervaringen en persoonlijke observaties. Murray documenteert, fileert en provoceert, met de pen als scalpel.
Volgens Murray leidt een verziekte cultuur van schuld en zelfkastijding ertoe dat Europa zijn geschiedenis herinterpreteert als misdadig, zijn beschaving als racistisch en zijn toekomst als irrelevant. In naam van tolerantie en diversiteit heeft het Westen de controle over zijn grenzen verloren. Wat volgde is een ongeziene demografische revolutie, een volksverhuizing die volgens de auteur de samenlevingen van binnenuit ontwricht. Daarvan zijn de gevolgen voor iedereen al jarenlang zicht- en tastbaar. Hoewel sommigen ons willen doen geloven dat migratie van alle tijden is, is de volksverhuizing van de afgelopen decennia zonder historisch precedent. Zoals Murray stelt, heeft zelfs de Normandische invasie van Groot-Brittannië na 1066 geen soortgelijke structurele demografische impact gehad.
Murray beschrijft niet enkel de migratie zelf, maar vooral de maatschappelijke en politieke onwil om haar, vaak nefaste, gevolgen onder ogen te zien. Regeringen die verdragen ondertekenden in de hoop de migratiedruk te verlichten, zagen het tegenovergestelde gebeuren. Media zwegen over criminaliteit of verdoezelden culturele achtergronden van daders om geen ‘racisme’ te triggeren. Wie waarschuwde, werd belachelijk gemaakt, geboycot, aan de kant geschoven of erger nog: vermoord.
De auteur noemt talloze voorbeelden: van grooming gangs in Groot-Brittannië, tot de groepsverkrachtingen in Keulen, tot de vrouwelijke genitale verminking van tienduizenden meisjes in de UK. Murray bekritiseert politici, rechters, journalisten en activisten die volgens hem de ogen sluiten voor de realiteit of deze zelfs actief onderdrukken. Zoals we nu terugkijken op de regeerperiodes van Nero en Caligula, krankzinnige keizers die hun rijk naar de verdoemenis hielpen voor eigen eer en rijkdom, zo zal er wellicht ook later gekeken worden naar onze huidige regeringsleiders.
Een centraal thema in Murray’s werk is dat migratie een politieke keuze is, geen natuurwet. En dat keuzes gevolgen hebben. Terwijl Europese bevolkingen in peilingen en verkiezingen herhaaldelijk hun wens tot minder migratie uitten, bleven de grenzen open, de instroom groeien. Het gevolg is een “omvolking”, een term die velen als beladen beschouwen, maar die Murray als een feitelijke demografische observatie presenteert. Dat migratie geen natuurfenomeen is dat ons zomaar overkomt, maar een moedwillige politieke keuze, bewijst overigens ook de tweede termijn van Donald Trump die op enkele dagen tijd de instroom aan de Amerikaanse zuidgrens met meer dan 90% wist te doen dalen. Europa daarentegen houdt vast aan internationale (mensenrechten)verdragen die afgesloten zijn in tempore non suspecto. Die verdragen hangen als een molensteen rond onze nek en verhinderen krachtdadig optreden. Alsof we justitie nog zouden organiseren op basis van de Codex Hammurabi.
Murray stelt dat Europese hoofdsteden langzaam veranderen in enclaves die nauwelijks nog als Europees herkenbaar zijn. Bepaalde wijken in Europa zijn welhaast niet meer te onderscheiden van de vluchtelingenkampen in de hoorn van Afrika. De vergelijking met de val van Rome of de ondergang van christenen in het Midden-Oosten ligt nooit veraf. Voor Murray is het ondenkbaar dat dit zonder repercussies blijft voor veiligheid, samenhang en toekomstbestendigheid. Wie massaal Afrikanen importeert, wordt natuurlijk Afrika en laat dat net een continent zijn dat door haar inheemse bevolking massaal ontvlucht wordt wegens onleefbaar. Vorig jaar had ik een interessant gesprek in Noord-Cyprus met een Cypriotische geitenboer. Hij begon er zelf over en vroeg of de verhalen klopten dat de Europese volkeren een minderheid geworden waren in eigen land. Hij vergeleek Europeanen toen met de Hittieten, een volk dat in Anatolië leefde voor de Turken kwamen en dat nu volledig herleid is tot archeologische vondsten. Zo zal het ook de Europeanen vergaan, waarschuwde hij. Straf dat ik van een eenvoudige geitenboer die nooit in West-Europa was geweest een accuratere analyse vernam dan wat ik ooit in een Vlaamse televisiestudio heb gehoord.
Murray is niets minder dan vernietigend voor de multiculturele consensus die volgens hem in media, politiek en academie overheerst. Zijn boek is deels een debatboek: hij stelt de klassieke argumenten van links tegenover feiten, statistieken en getuigenissen die de holle retoriek ondergraven. Voor conservatieven is dit werk een arsenaal; voor progressieven een ongemakkelijke spiegel. Toch laat Murray het niet enkel bij analyse. Hij ging zelf op veldwerk, bezocht vluchtelingenkampen, sprak met migranten. Het menselijke leed ontkent hij niet. Maar het vormt voor hem geen argument om de samenlevingen van herkomst volledig te importeren in West-Europa.
Het boek eindigt niet met een happy end, maar met een vaststelling: Europa, zoals het ooit bestond, is stervende, mogelijk al dood. Zoals een kip nog even rondhuppelt terwijl haar kop al op het kapblok ligt. Het enige dat rest is de vraag wat daarna komt, of er ooit nog een beschaving uit deze as zal verrijzen. Vermoedelijk wel, zoals er ook klaprozen konden bloeien in Flanders Fields. The Strange Death of Europe is geen boek voor gevoelige zielen. Het is rauw, confronterend, en vaak pijnlijk in zijn directheid. Voor mijn bloeddruk was het alleszins geen goeie zaak. Na enkele hoofdstukken was ik al woedend over zoveel onrecht. Maar het is ook scherp, goed gedocumenteerd en moeilijk te negeren. Wie de dominante narratieven in vraag durft te stellen, vindt in Murray een eloquente bondgenoot. Wie die narratieven koste wat kost wil handhaven, doet er goed aan het boek toch te lezen, al was het maar om te begrijpen waarom zo velen zich vandaag verraden voelen.
Dit boek leest als een postmortem van een beschaving die zichzelf te gronde heeft gericht, met open ogen, en onder applaus van haar elites.