menu

Ein Hungerkünstler - Franz Kafka (1924)

Alternatieve titel: Een Hongerkunstenaar

mijn stem
3,52 (27)
27 stemmen

Duits
Verhalenbundel
Psychologisch

86 pagina's
Eerste druk: Verlag Die Schmiede, Berlin (Duitsland)

Een bundel met vier kortverhalen, waaronder het titelverhaal ''Ein Hungerkünstler'', over het getormenteerde leven van een man die zijn leven gewijd heeft aan de kunst van het verhongeren. Zijn impressario dwingt hem telkens na veertig dagen op te houden, maar als blijkt dat niemand nog aandacht voor zijn kunst heeft, gaat hij zijn eigen weg. Langzaam kwijnt hij weg in een kooi met stro naast het circus, door niemand nog opgemerkt. De andere verhalen zijn ''Erstes Leid'', over een trapezekunstenaar die niet meer naar beneden wil komen, ''Eine Kleine Frau'', over de bizarre relatie tussen de ik-persoon en een vrouw uit zijn omgeving, en ''Josefine, die Sängerin oder Das Volk der Mäuse'' over een zingende muis en haar invloed op het muizenvolk.

zoeken in:
3,5
Met name het verhaal over de hongerkunstenaar en over de muizenzangeres zijn erg goed.

De verhalen over de hongerkunstenaar en de trapezist vond ik allebei erg goed. De andere twee verhalen lijken niet echt ergens naartoe te gaan en staan vol met tegenstrijdigheden. Vooral het verhaal over de zingende muis duurt véél te lang, kent te weinig daadwerkelijke inhoud. Desondanks een hele aardige verhalenbundel.

3,0*

avatar van mjk87
2,5
Vier verhalen die alle eenzelfde soort treurnis hebben en een gevoel van bevreemding geven. Over de Hongerkunstenaar is wel aardig, over de trapeze-artiest is lichtjes geweldig maar het verhaal van de muizenzangeres gaat echt nergens over en dat andere verhaal is me helemaal niets van bijgebleven. Daarmee anderhalf goed verhaal op vier is erg matig, en dan helpt die naargeestige sfeer ook niet om het op zijn minst leuk te vinden om te lezen. 2,5*.

avatar van Bobbejaantje
3,5
De eerste drie verhalen zijn voor mij pareltjes, met De Hongerkunstenaar als uitschieter. Josefine kon me echter niet boeien, te langdradig en onbestemd naar mijn smaak. In zijn geheel is deze verhalenbundel toch de moeite waard.

Ted Kerkjes
Deze vier verhalen illustreren eigenlijk perfect wat ik in Kafka's werk waardeer, maar ook wat mij juist erg tegenstaat.

Waar ik heel erg van geniet, zijn de beeldende situaties, die droevig zijn, maar tegelijk geestig. 'De gedaanteverwisseling' vind ik daarom schitterend: dat is één lang droefgeestig, filmisch verhaal vol prachtige, beeldende scènes. (Ook Kafka's debuutbundel Beschouwing bevat erg veel mooie beelden.) In Kafka's "grote romans" die ik tot nu toe heb gelezen (Het proces en Het slot) zijn dergelijke passages ook wel aanwezig, maar helaas wat meer geïsoleerd - het zijn daar meer aparte scènes, voor mijn gevoel.
Die romans worden iets te veel overheerst door wat mij tegenstaat bij Kafka: de ellenlange gedachtestromen, die kluwen hersenspinsels. Als ik een boek lees, of algemener: als ik kunst geniet, wil ik graag iets voelen, maar Kafka's paginalange uiteenzettingen komen vooral heel erg via het hoofd binnen. Natuurlijk zijn veel van die ideeën in die gedachtegangen relevant voor de verhalen en bepalen ze in grote mate de thematiek van het boek, maar ik verkies een "betere" balans tussen de ideeën en de beelden. Ik houd van sfeer, en die ontbreekt wat mij betreft teveel in die uiteenzettingen. Zoals gezegd vind ik die balans perfect in De gedaanteverwisseling. In Het proces is die balans ook wel oké: daar zijn ook wel veel uiteenzettingen aanwezig, maar Kafka weet die nog goed te doseren. (Sommige uiteenzettingen zijn bovendien gegoten in een beeldende parabel, zoals 'Voor de wet', met die poortwachter.) Het slot staat me eerlijk gezegd niet meer zo helder voor de geest (dat komt ongetwijfeld omdat ik daar nooit meer een stukje over heb geschreven), maar ik kan me wel herinneren dat ik daar de gedachtestromen mij ook nogal tegen stonden.

De vier verhalen in deze bundel vertegenwoordigden perfect deze twee kanten van Kafka.
Het titelverhaal en het openingsverhaal 'Eerste smart' waren twee mooie voorbeelden van wat ik zo goed vind. Met name 'Eerste smart', een verhaal van nog nauwelijks vier pagina's, vond ik schitterend. Het gaat over een trapezeartiest die eigenlijk alleen gelukkig is als hij zoveel mogelijk in de nok van het circus, in zijn trapeze kan blijven zitten. Alleen dat vind ik al een prachtig beeld. (Zo'n figuur zou ook niet misstaan in een Jeunet/Caro-film.) Als het circus naar de volgende stad reist, en de jonge trapezeartiest dus onmogelijk in zijn trapeze kan blijven hangen, gaat de jongen in de trein in het bagagenet zitten. Dat soort beelden vind ik dus heerlijk. Tegelijk is de inhoud ook bijzonder prikkelend: onder de humoristische beelden schuilt een onbestemde treurigheid - het heet niet voor niets 'Eerste smart'. Dit wordt verder niet echt uitgewerkt, maar daar heb ik totaal geen problemen mee. Daardoor blijft het verhaal juist prikkelend en nodigt het uit tot herlezen. 'Eerste smart' had trouwens echt perfect gepast in Beschouwing, ook omdat het een soort coming-of-age element suggereert.

De andere twee verhalen ('Een kleine vrouw' en 'Jozefine de zangeres, of Het muizenvolk') vond ik helaas nogal vervelend. Dat zijn echt twee paginalange gedachtegangen, die bijzonder moeilijk te volgen zijn. Ik twijfel er niet aan dat Kafka met die verhalen iets boeiends wilde zeggen (ik heb op het internet nog wel interessante stukjes gevonden), maar dat neemt niet weg dat de gekozen vorm mij gewoon niet aanspreekt.

Zo schommelt Kafka tussen twee uitersten en en is de bundel als geheel nogal wisselvallig. Maar gelukkig heb ik nog heel wat te gaan!

3,5
Er zijn verschillende verhalenbundels uitgebracht onder de titel: 'Een Hongerkunstenaar en Andere Verhalen', in 1955 bij Querido en in 1963 bij Querido met enkele verhalen meer.

4,5
geplaatst:
Eerste smart
Dit korte verhaal gaat over een trapezewerker die aldoor hoog in de trapeze wil zijn en dan ontredderd is en een tweede trapeze nodig heeft; de betekenis is denk ik dat als je naar het hoogste – het volmaakte – streeft, je altijd nog hoger wilt klimmen hetgeen nooit naar geluk voert en je zelfs te gronde richt. Kenmerkend voor Kafka’s stijl wordt het bizarre – een leven hangend aan de touwen – uiterst rationeel beschreven.

Een klein vrouwtje
Het korte verhaal is een lange overpeinzing van een man die een vrouw eindeloos tot het ziekmakende ergert terwijl hij daar geen grond voor ziet (zijn natuur staat haar simpelweg tegen maar zij is erg fel in haar woede): het absurde is dat hij het klein wil houden maar er niet los van kan komen waardoor het groot wordt. Het roept de vraag op naar de relatie tussen de twee – volgens hem zijn ze nota bene vreemden – maar aan het eind is er de suggestie dat hij verliefd is op de vrouw die mogelijk een bediende is van een winkel waar hij, waarschijnlijk vanwege haar, elke dag bezoekt. Zijn beschrijving van haar irrationele haat tegen hem zoals hij is en zijn angst voor de publieke opinie die zich vanwege haar lijden tegen hem kan keren, doet ook denken aan Jodenhaat of aan Kafka’s eigen paranoia dat iedereen hem als individu afstotend acht.

Een hongerkunstenaar
Het korte verhaal verhaalt over een ‘hongerkunstenaar’, dat is een man die zich voor publiek uithongert (en deze kunstenaars hebben overigens werkelijk bestaan), waarbij hij eerst veel succes had en onder meer wordt beschreven hoe het publiek ondanks zijn succes wantrouwend was naar zijn kunst maar hijzelf toch ook ongelukkig was omdat hij altijd na 40 dagen moest stoppen (want de ervaring leerde dat de belangstelling bij het publiek na 40 dagen stopte) terwijl hij langer zou kunnen doorgaan, maar dan verdwijnt de belangstelling voor zijn kunst en kwijnt hij letterlijk weg in een circus bij de stallen voor de dieren waar mensen slechts verbaasd zijn over het feit dat er nog belangstelling is voor een hongerkunstenaar. Het doet wat denken aan het eerste verhaal: ook de hongerkunstenaar kan niet anders dan zijn kunst uitvoeren en drijft die tot het uiterste, zelfs als niemand het interesseert en het zijn dood wordt. Het verhaal lijkt een tot het absurde doorgetrokken weergave van hoe de kunstenaar in het algemeen voor zijn succes of falen afhankelijk is van de grillen van het publiek – nu weer gefascineerd door het skeletachtige lichaam en dan weer door de gezonde levenslust van een wild dier – dat de kunst nooit op zijn ware waarde kan schatten en nooit meer ziet dan een kunstje of zelfs oplichterij en in die zin elke kunstenaar uithongert.

Josefine, de zangeres of het muizenvolk

Opnieuw beschrijft Kafka in dit verhaal zeer uitvoerig en diepgaand – geen facet blijft onbelicht en onuitgewerkt – iets ogenschijnlijk belachelijks, in dit geval de bijzondere positie die Josefine, een zangeres die niet kan zingen, inneemt in haar gemeenschap, welke gemeenschap we ons kunnen voorstellen als een muizenvolk (maar alleen in de titel wordt verwezen naar muizen). Het belachelijke of raadselachtige betreft het fenomeen dat Josefine zichzelf zangeres waant, die nota bene meent met haar zingen haar volk de kracht geeft om vol te houden in moeilijke tijden, maar de verteller meent dat het geen zingen is: ze fluit alleen maar en zelfs dat kan ze niet beter dan anderen, zodat de verteller zich uitput in het overwegen wat de reden kan zijn dat het volk – inclusief hijzelf – zich wel telkens rond haar verzamelt als zij aangeeft te gaan zingen terwijl zij allen onmuzikaal zijn en alleen maar oninteressant gefluit horen. Sowieso is hun bestaan zo hard en gevaarlijk dat muziek helemaal geen plaats kan hebben in hun leven. Na het dagelijkse ploeteren of oorlog voeren zijn ze alleen maar moe en wensen ze hooguit stilte, maar al met al lijkt dat de reden van de aantrekkingskracht van Josefine’s gefluit te zijn dat men vanwege haar optredens even samen kan zijn en kan genieten van de stilte die er dan even is (de suggestie is dat ze niet eens naar Josefine luisteren en ze zijn haar ook weer snel vergeten als ze uit protest stopt met zingen en sterft).

Zoals gebruikelijk bij Kafka’s verhalen zijn er verschillende interpretaties mogelijk. Aanvankelijk deed het me denken aan het fenomeen van charismatische, populistische leiders zoals Hitler (die toen al aan de weg timmerde als hypnotiserende redenaar en toen Kafka dit verhaal schreef in de gevangenis aan Mein Kampf werkte): het enige wat Josefine onderscheidt is dat ze zichzelf een groot kunstenares acht en niet gewoon onbewust fluit zoals de anderen maar er een performance van maakt waarmee ze het fluiten losmaakt van het dagelijkse leven en omgekeerd zij ook de toeschouwer even losmaakt van het dagelijkse leven waarmee ze een sterke behoefte vervult van de massa in zeer moeilijke, onzekere tijden. Cynisch merkt de verteller op dat zij denkt het volk te redden maar dat in werkelijkheid zij het volk in gevaar brengt want juist tijdens haar optredens is het volk even weerloos voor de vijand met grote slachtingen als gevolg, hetgeen men echter haar niet kwalijk neemt want men gunt haar die bevoorrechte positie. In een apolitieke interpretatie weerspiegelt het verhaal ook iets van de Dada-beweging (met bv. Fountain: een urinoir die men in 1917 als kunstwerk tentoonstelde zoals ook later de popart consumptieartikelen zoals een blik soep in het museum legde): zelfs het banale wordt kunst als je het als kunst presenteert. Tot slot lijkt het net als andere verhalen in de bundel ook interpretabel als een klaagzang over de onbegrepen kunstenaar die Kafka zich wellicht zelf ook voelde: misschien had Josefine gelijk en kon ze echt zingen maar beschikt de massa (het door het ploeterende bestaan afgestompte ‘muizenvolk’) niet de fijne zintuigen om dat op te merken en trekt ze alleen publiek omdat ze een aura van kunst brengt die in ieder geval opvalt (en zijn haar aanhangers als snobs die pochen graag naar musea te gaan waar ze zich eigenlijk alleen maar vervelen).

Gast
geplaatst: vandaag om 13:43 uur

geplaatst: vandaag om 13:43 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.