Transfiguratie!
Transfiguratie?
Een man creëert een wereld door zich van de wereld af te keren – in een grot, weg van het leven zelf, ligt zijn bestemming, zijn noodzaak. Is het anders met een schrijver, die zich aan de werkelijkheid moet onttrekken om haar te kunnen vatten in proza? Wordt de auteur, net als de blinde vuurstoker van de hamam van Fèz, de mythische held van zijn eigen verhaal, door de akte van het schrijven zelf?
Is de oeroude revelatie, kortom het moment van mystiek inzicht – zoals Hertmans het zelf noemt – de perceptie van het hier en nu in het licht van de tijdloosheid van de vertelling? Is de literatuur, zoals het motto van Agamben dan weer suggereert, de nawee van de potentie van een transcendente ervaring van de dingen, een zijnsmethode die we in dit Westers post-religieus tijdperk niet meer machtig zijn?
Zoals ook in Hertmans’ recente romans is de taal doorheen ‘De blinde stoker van de hamam van Fèz’ van een enorme zintuiglijkheid. De typerende Noord-Afrikaanse bedrijvigheid, de sensualiteit van de impressies, de zachtheid van de kleuren, de alomtegenwoordigheid van de geuren, … : een spectrum van indrukken dooradert de novelle, die gestaag opbouwt naar een geheimzinnige ontmoeting tussen de naamloze verteller en de blinde stoker.
De lezer blijft achter zonder epifanie, maar de authentieke atmosferen blijven hangen en de metafysiek van de finale zindert na. Geen grandioos kortverhaal, wel een novelle die de lezer heel even uit de hengsels van het dagelijkse bestaan tilt. Zucht. Wat taal al niet vermag…
3*