Een historische roman van Alexandre Dumas moet je met een korreltje zout nemen. Hij gebruikt de Franse geschiedenis als kapstok om een verhaal aan op te hangen met veel spanning, romantiek en humor. Het speelt zich af van 1572 tot 1574, ten tijde van de godsdienstoorlogen. Tijdens de Bartholomeusnacht werden drieduizend hugenoten vermoord.
De koninklijke familie resideerde toen nog in het Louvrepaleis. Er zijn levendige beschrijvingen van het toenmalige Parijs. Twee jachtscènes vinden plaats in de bosrijke omgeving, één met honden en één met valken. Een gevecht tussen een valk en een reiger weerspiegelt de strijd om macht die tegelijk gaande was tussen verschillende takken van het koningshuis.
“Margot” is Dumas’ koosnaampje voor Marguerite de Valois, die in 1572 koningin van Navarra werd door met de hugenoot Hendrik van Navarra te trouwen. Het was een verstandshuwelijk. Beiden hadden een buitenechtelijke relatie, maar in politieke kwesties zouden ze uiteindelijk samenspannen. Pas in 1589 zou dit echtpaar koning en koningin van Frankrijk worden.
Het leukste nevenpersonage is Maître René, die een winkeltje had op een brug over de Seine. Deze parfumier heeft echt bestaan, maar Dumas maakt van hem ook een gifmenger, een magiër en een alchemist. Hij voorspelt de toekomst door ingewanden van kippen te lezen.
Catharina de Medici, de moeder van koning Charles IX en Margot, krijgt de rol van femme fatale toegemeten. Haar is voorspeld dat haar zoons jong zullen sterven en dat haar protestantse schoonzoon koning van Frankrijk zal worden. Ze doet er alles aan om dit noodlot te dwarsbomen, maar veroorzaakt hierdoor ongewild de dood van haar eigen zoon. Dit is een voorbeeld van kosmische ironie. Het is een kluif, maar met z’n fantasierijke stijl veegt Dumas een laag stof van deze historische periode.