Agatha Christie was zelf een fervente bridgespeelster. Hiervoor is een logische en methodische geest nodig, net als voor het schrijven van een whodunits. Ze legt een parallel tussen het nobele kaartspel en het plegen van een moord. Shaitana is een excentrieke, exotische figuur die acht spelers uitnodigt in z'n weelderig ingerichte huis nabij Hyde Park. Terwijl de vier speurders en de vier vermeende moordenaars enkele robbers spelen, wordt de gastheer doodgestoken met een kleine dolk. Alleen een dummy kan het gedaan hebben terwijl z'n kaarten open op tafel lagen.
De vier speurders gebruiken elk hun eigen methode. Superintendent Battle werkt met de routine en professionaliteit, maar mist verbeelding. Kolonel Race gaat recht door zee. Ariadne Oliver, die gelijkenissen vertoont met haar bedenkster, gaat af op haar vrouwelijke intuïtie en behandelt de zaak alsof het een van haar eigen detectiveromans betreft. Poirot concentreert zich op de psychologie van de dader. Hij vergelijkt de stijl van de vier bridgespelers en vraagt zich af wie de karaktereigenschappen bezit om deze roekeloze moord te plegen.
De verdachten hadden volgens Shaitana alle vier ongestraft een moord gepleegd. Hun verleden moet dus onderzocht worden, wat materiaal biedt voor vier nevenintriges. Als lezer word je gemanipuleerd om eerst de ene, dan de andere te verdenken. In de laatste zes hoofdstukken zijn er twee "valse ontknopingen" waarin de oplossing onthuld lijkt te worden, maar dan is er weer een bruuske wending. Agatha Christie haalt een gedoubleerd contract binnen.