Regelmatig lees je weer zo'n akelig bericht in de krant over een drama dat zich ergens heeft voltrokken en landelijk tot grote verontwaardiging leidt en een zekere boosheid bij mensen oproept, want hoe heeft dit in hemelsnaam zover kunnen komen? Zoals de moeder die in 2007 in de Bijenkorf in Amsterdam haar kind van de vierde etage liet vallen en daarna zelf naar beneden sprong. Of er ligt weer iemand járen dood in zijn huis. Ook tragische ongevallen, die komen geregeld voor, soms zó tragisch zelfs dat ze na jaren nog tot de verbeelding spreken, zoals het droevige verhaal van Maria 's Heeren, 116 jaar geleden...
Maria 's Heeren was 17 jaar oud toen zij omkwam tijdens de lichtstoet van 15 augustus 1902, het feest van de Hemelvaart van Onze-Lieve-Vrouw, in Antwerpen. Deze lichtstoeten werden georganiseerd vanaf 1890. Maria zat bovenaan, 6 meter boven de grond, op een praalwagen die 'De Winter' verbeeldde. Maria vertolkte de bruid van Koning Winter. De praalwagen was opgemaakt uit gaas en belegd met doeken en watten, langs de onderkant verlicht met benzinelampen en aan de bovenkant met kaarsen & elektrische lampen die de sneeuwvlokken moesten voorstellen. Om er niet af te vallen terwijl de wagen over de hobbelige kasseien voortstokte hadden ze Maria vastgesnoerd op haar troon. Maar tijdens de stoet vatte de praalwagen plots vlam. Omstanders konden iedereen bevrijden, behalve Maria, zij kon zich onmogelijk losmaken. De volgende dag overleed ze in het ziekenhuis. Het meisje gold als symbool van onschuld en werd op 18 augustus onder grote belangstelling als martelares begraven.
Over deze catastrofale gebeurtenis verscheen in 1992 een 32 bladzijdes tellend werkje, 'De Maagd van Antwerpen', van de Vlaamse schrijfster Brigitte Raskin. In 1996 is dit verhaal in een herziene versie opgenomen in de verhalenbundel
Afscheid van Steen: Het Domein van de Kindertijd, mocht er iemand geïnteresseerd zijn.
Nog nooit iets van Van Casteren gelezen en ook dit drama was mij onbekend. Het boek heeft iets documentaire-achtigs, omdat Van Casteren steeds vanuit een ander perspectief vertelt. Door vele namen te gebruiken, namen van getuigen, hulpverleners, buurtbewoners, maar ook straatnamen en dergelijke, leest het allemaal wat rommelig. Waarom het verhaal in tweeën is gesplitst is mij niet echt duidelijk. Het eerste deel gaat over het drama zelf, het tweede over de journalistieke totstandkoming van dit boek. Naar mijn idee had hij die twee delen beter door elkaar heen kunnen verwerken. Van Casteren gaat ook bij de mensen op bezoek en beschrijft daarbij de interieurs of iemands haarkleur en laat vooral de mensen aan het woord, waardoor het iets menselijks krijgt, alsof je naar een documentaire van Michiel van Erp zit te kijken. Vind het wel mooi dat het boek eindigt met het hondje dat zich nog net op tijd heeft weten los te rukken en de ramp dus heeft overleefd. Toch nog een klein lichtpuntje in dit verder vrij zwaarmoedige verhaal.